Werkveld: Ouderen
(Onder)benutting zorgtoeslag en huurtoeslag door senioren
De koopkracht van senioren heeft sinds het uitbreken van de economische crisis onder druk gestaan. Jaarlijks wordt met Prinsjesdag de Miljoenennota gepresenteerd, met daarin ook een landelijk beeld van de koopkrachtontwikkeling van deze doelgroep. Deze prognoses gaan er echter vanuit dat senioren gebruikmaken van voor hen beschikbare toeslagen, zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag, indien zij voldoen aan de bij de toeslagen behorende voorwaarden.
Het koopkrachtplaatje ziet er anders uit voor huishoudens die niet alle toeslagen ontvangen waarop zij recht hebben. Seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, NVOG en FasV hebben ons daarom gevraagd om de onderbenutting van de zorgtoeslag en de huurtoeslag door senioren in kaart te brengen.
Uit analyse van gegevens van het CBS blijkt dat in 2016 maximaal een op de tien seniorenhuishoudens hun recht op zorgtoeslag liet liggen. In datzelfde jaar liet 17 procent van deze huishoudens het recht op huurtoeslag mogelijk liggen.
Meer informatie?
Het rapport over de (onder)benutting van zorgtoeslag en huurtoeslag door senioren vindt u op de projectpagina.
drs. Katrien de Vaan
Beleid is een instrument om maatschappelijke idealen te realiseren en verandering te weeg te brengen. Geen doel op zich, maar een instrument dat, als je het goed inzet, heel krachtig kan zijn. Die verandering drijft me: lukt het om de juiste richting op te veranderen? En zo niet: wat leer je daar dan van? Als adviseur en projectleider in het sociaal domein help ik bij het vormgeven en implementeren van beleid en bij het leren van lessen over hoe dat in de praktijk uitwerkt. Zodat die maatschappelijke idealen ook werkelijkheid kunnen worden.
drs. Frank Kriek
Het sociaal domein vormt de rode draad in mijn professionele carrière: aandacht voor de zwakkeren in de samenleving motiveert en inspireert mij telkens weer. Ik werk voor departementen, gemeenten en rekenkamers met als doel het beleid in het brede sociaal domein te verbeteren. Dat doe ik door onderzoek uit te voeren, overheden te adviseren en beleid te ontwikkelen en te implementeren. Met mijn meer dan 30 jaar ervaring ben ik daar best bedreven in geworden.
Aard en omvang ouderenmishandeling
Het afgelopen jaar heeft Regioplan samen met de Avans Hogeschool en Leyden Academy on Vitality and Ageing onderzoek gedaan naar de aard en omvang van ouderenmishandeling in drie Nederlandse gemeenten van verschillende omvang, namelijk Rotterdam, Tilburg en Boxtel. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het WODC en op verzoek van het ministerie van VWS.
In het onderzoek is gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoeksmethoden, namelijk (1) een 1007-tal face-to-face interviews met een representatieve groep van thuiswonende 65-plussers, (2) een informantenstudie waarbij signalen van ouderenmishandeling door diverse beroepsgroepen in de drie gemeenten werden geregistreerd, (3) registraties van Veilig Thuis als aanvullende bron en (4) een literatuurstudie als referentiekader voor de interpretatie van de onderzoeksresultaten.
1 op de 20 thuiswonende ouderen heeft ooit te maken gehad met ouderenmishandeling
De overkoepelende conclusie: 1 op de 20 thuiswonende ouderen heeft ooit te maken gehad met ouderenmishandeling en 1 op de 50 ouderen wordt jaarlijks slachtoffer van ouderenmishandeling. Deze prevalentiecijfers komen sterk overeen met de resultaten van eerder vergelijkbaar opgezet onderzoek in het buitenland (Ierland). Het onderzoek laat verder zien dat ouderenmishandeling in vele gedaanten en maten van ernst voorkomst en diverse gevolgen kan hebben. Financiële benadeling werd het vaakst gerapporteerd in de interviewstudie, gevolgd door psychische en fysieke mishandeling.
De informantenstudie laat veelal ouderenmishandeling in de context van ontspoorde mantelzorg zien. Zowel slachtoffers als plegers van ouderenmishandeling kunnen getypeerd worden door een aantal kwetsbaarheden, bijvoorbeeld op het vlak van een verslechterde gezondheid, een beperkt sociaal netwerk of financiële moeilijkheden.
Toekomstige aandachtspunten
De bevindingen van het onderzoek bieden enkele aandachtspunten of perspectieven voor de praktijk: 1) ouderenmishandeling kan gesignaleerd worden door professionals, mits zij voldoende aandacht voor en kennis van het thema hebben, 2) ouderen en hun sociale netwerk zijn en blijven een belangrijke doelgroep voor voorlichting en 3) preventie en interventie zijn gebaat bij inzet op het hele systeem waar een oudere in leeft.
Meer informatie?
Het onderzoeksrapport, de onderzoeksverantwoording en de samenvatting van dit onderzoek vindt u op de projectpagina.
De beleidsreactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vindt u hier.
Nog een weg te gaan: stand van zaken aanpak ouderenmishandeling eind 2017
De afgelopen anderhalf jaar hebben wij samen met de Hogeschool van Amsterdam onderzoek gedaan naar de stand van zaken in de aanpak van ouderenmishandeling, in het kader van het Actieplan Ouderen in Veilige Handen 2015-2017.
In het onderzoek is gekeken naar het gebrek aan handelingsvaardigheid in de aanpak van ouderenmishandeling, waar deze zich voordoet en wat de oorzaken zijn. Tevens is de stand van zaken in beleid, organisatie en uitvoering vanuit het perspectief van de gemeenten in kaart gebracht. Dit rapport geeft inzicht in twee belangrijke aspecten van de aanpak van ouderenmishandeling: handelingsverlegenheid en borging in beleid en uitvoering.
Nog een weg te gaan
De overkoepelende conclusie: hoewel er stevig is geïnvesteerd in de aanpak, zijn we er nog niet. Handelingsverlegenheid doet zich nog immer voor op cruciale punten, relevante partijen in de aanpak zijn niet altijd op de hoogte van hun rol en structurele aandacht voor dit belangrijke thema is lang niet overal aanwezig. Er is een stevige basis waarop kan worden voortgebouwd, en het is nu zaak om aandacht voor en de aanpak van deze problematiek structureel te borgen in beleid, organisatie en uitvoering. We bevelen het volgende aan: 1) een stevigere beleidsmatige verankering en verbinding tussen betrokken partijen en beleidsthema’s, 2) een heldere taakverdeling tussen gemeenten en Veilig Thuis, 3) meer structurele inzet op de aanpak van handelingsverlegenheid en 4) sterkere vormgeving van borging van de aanpak.
Meer informatie?
Het volledige rapport vindt u op de projectpagina.