De arbeidsmarktpositie van de ex-deelnemers aan de EAU

Tussen 1995 en 1997 vonden 20.000 langdurig werklozen een gesubsidieerde baan via de zogenaamde Melkert 2 regeling (Experimenten Activering van Uitkeringsgelden (EAU)). Regioplan evalueerde destijds die regeling. Uiterlijk 31 december 1998 liep voor vrijwel alle deelnemers hun arbeidscontract, dat maximaal 2 jaar had geduurd, af. Begin 2000 is bezien wat er met de 20.000 is gebeurd op de arbeidsmarkt; heeft men nog een baan of is men teruggevallen in werkloosheid? Naar voren kwam dat 70% van de “melkertiers” eind 1999 een baan had.

De bijstand beleefd. Onderzoek naar de beleving door (ex-) cliënten van het landelijk beleid Bijstand en Werk tijdens de Abw

Bij de evaluatie van de Abw in 1999 is de beleving van bijstandscliënten onderbelicht gebleven. Om die reden heeft Regioplan een representatief onderzoek gedaan naar de beleving door zowel cliënten als ex-cliënten van het landelijke Abw-beleid in de periode 2002-2003 en het daaraan flankerende beleid. In het onderzoek is ook aandacht besteed aan dak- en thuislozen met een bijstandsuitkering. Het onderzoek is een nulmeting en maakt het mogelijk om te zijner tijd vergelijkingen te maken tussen de cliëntbeleving van WWB en Abw. Hoofdconclusie is dat cliënten over het algemeen redelijk positief oordelen over het gevoerde beleid. Ook blijken zij redelijk goed op de hoogte van het landelijk beleid. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De economische betekenis van Schiphol

Ten behoeve van het overleg gemeente-bedrijfsleven, op 11 juni 2004 op Schiphol, hebben de Kamer van Koophandel Amsterdam en Economische Zaken van de Gemeente Amsterdam aan Regioplan Beleidsonderzoek gevraagd dit rapport op te stellen over de economische betekenis van Schiphol. Daarin wordt vooral aandacht geschonken aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid op de luchthaven. Dit rapport is gebaseerd op een aantal recente publicaties over de luchtvaart in het algemeen en over Schiphol in het bijzonder en op de werkgelegenheidsmetingen die Regioplan vanaf 1991 op Schiphol verricht.

De reïntegratiemarkt langs de meetlat van SUWI. Derde inventarisatie van stand van zaken

Het Ministerie van SZW heeft Regioplan Beleidsonderzoek voor de derde keer op rij gevraagd om het trendonderzoek reïntegratiemarkt uit te voeren. In het rapport worden de trends weergegeven vanaf het ontstaan van de geprivatiseerde reïntegratiemarkt, zo’n vijf à zes jaar geleden. De trends hebben betrekking op de aanbod- en vraagzijde, alsmede de dynamiek van de markt. Verder wordt de werking van de reïntegratiemarkt getoetst aan de hand van de volgende ijkpunten die in de Wet SUWI zijn geformuleerd: toetreding en concurrentie, transparantie, het gebruik aanbestedingsprocedures, aansturing via contracten, kwaliteit, de toegankelijkheid voor moeilijk doelgroepen, keuzevrijheid voor de cliënt.

De rol van de OR bij de totstandkoming van arbeidsvoorwaarden

Het doel van het onderzoek, dat eind 2002 plaatsvond, is om te achterhalen in welke mate binnen arbeidsorganisaties (decentraal) wordt overlegd over arbeidsvoorwaarden, alsmede welke rol ondernemingsraden hierin spelen. Er zijn tweeduizend publieke en private organisaties aangeschreven uit industrie, bouw, handel/horeca, zakelijke dienstverlening en de overheid. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Ernst & Young Human Resource Services en Holland Van Gijzen Advocaten. De opvallende resultaten van het onderzoek kunt u nalezen in samenvatting.

Doelgroepenquête vrouwen 2003

In samenwerking met het FNV Vrouwensecretariaat heeft Regioplan Beleidsonderzoek een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van de positie van vrouwen in de vereniging en in de werkorganisatie van de FNV uitgevoerd. Regioplan heeft zich hierbij vooral bezig gehouden met analyse van de ledengegevens. In het onderzoek zijn de volgende vragen onderscheiden: 1. Hoeveel vrouwen zijn momenteel lid van de bonden, actief in de vereniging of werkzaam binnen de werkorganisatie? 2. Zijn in relatie tot eerdere doelgroepenquêtes (positieve of negatieve) trends zichtbaar? Het onderzoek is een vervolg op eerdere onderzoeken naar de positie van vrouwen binnen de FNV. De resultaten zijn op 8 maart 2003 (Internationale Vrouwendag) door de FNV gepresenteerd.

Nulmeting employabilitybeleid in gemeenten

Het A+O fonds Gemeenten heeft het ontwikkelen van employabilitybeleid in gemeenten gekozen tot een van haar beleidsspeerpunten. In dit kader is het A+O Fonds van start gegaan met het project Employability in Gemeenten. Dit project moet gemeenten ondersteunen bij de verbetering van de employability van haar medewerkers. Eén van de eerste activiteiten binnen het project is het uitvoeren van een nulmeting van de stand van zaken rond employabilitybeleid binnen gemeenten. Regioplan Beleidsonderzoek heeft deze nulmeting uitgevoerd. Het rapport is niet openbaar.

Eindevaluatie ESF3 in Nederland

Regioplan heeft, na de midterm-evaluatie, ook de eindevaluatie uitgevoerd van het ESF-programma 2000-2006. Het rapport geeft de stand van zaken weer van het ESF van het begin tot en met de peildatum 1 juli 2005. De evaluatie was gericht op het trekken van algemene conclusies over de genomen maatregelen. Regioplan concludeert dat het ESF consistent is met de meerderheid van de richtsnoeren van de Europese Werkgelegenheidsstrategie en het NAP 2004. Nederland levert daarmee een bijdrage aan het verwezenlijken van de Lissabon doelstellingen. De evaluatie is aangeboden aan de Europese Commissie. U kunt het rapport downloaden via de website van SZW. U kunt de eindevaluatie ook opvragen via de contactpersoon onder aan deze pagina.

Poolshoogte; onderzoek naar juridische constructies en kostenvoordelen

Regioplan heeft voor de RWI onderzoek gedaan naar de eventuele kostenvoordelen van Poolse arbeidskrachten voor voor Nederlandse werkgevers. Voor werkgevers is het kostenvoordeel een belangrijke reden om Polen in te schakelen. Daarnaast speelt voor werkgevers een grote rol dat er niet of nauwelijks voldoende geschikte en gemotiveerde Nederlandse werkzoekenden beschikbaar zijn. Bovendien gaan werkgevers ervan uit dat Poolse arbeidskrachten een hogere productiviteit hebben. Het onderzoek van de RWI heeft betrekking op drie sectoren waarin veel Polen werkzaam zijn: de land- en tuinbouwsector, de vleessector en de bouwsector. Omdat de daarvoor noodzakelijke gegevens niet volledig beschikbaar zijn, is het lastig om exacte cijfers te geven over het aantal Polen dat in Nederland werkzaam is. Toch is een schatting gemaakt voor de drie onderzochte sectoren: in 2004 waren daar minimaal 29.000 en maximaal 39.000 Polen werkzaam. Een voorzichtige schatting voor de hele Nederlandse economie komt dan uit op minimaal 34.000 tot maximaal 53.000. Op dit moment moeten werkgevers eerst in overleg met het CWI bekijken of er Nederlandse werkzoekenden beschikbaar zijn. Pas als dat niet het geval is, kunnen werkgevers een tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse arbeidskrachten krijgen. Mede op basis van het onderzoek heeft staatssecretaris Van Hoof voorgesteld dit beleid, gericht op werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen, tot mei 2006 te handhaven.

Laagst betaalden moeten het meest flexibel zijn

Horecapersoneel dat vaak niet aan de lunch toekomt, vrachtwagenchauffeurs die standaard dagen maken van meer dan tien uur, supermarkten die flexibele inzet van het personeel eisen terwijl ontslagdreiging in de lucht hangt. Knelpunten die mensen vaak in combinatie noemen zijn: werktijden veranderen onverwacht, (plotseling) moeten overwerken en daardoor laat thuis. Dit is een greep uit de resultaten van het tijdwijzer onderzoek uit 2004. De tijdwijzer maakt deel uit van de loonwijzer, een permanent on line onderzoek naar lonen en andere arbeidsvoorwaarden in Nederland.