Terug

Leeraanbod archiefonderwijs

Afgerond project: 31 december 2025

Publicatienummer: 25019

In opdracht van het ministerie van OCW brachten Regioplan, ROA en CINOP  in kaart welke kennis en vaardigheden nu en de komende jaren nodig zijn, waar tekorten zitten en welke aangrijpingspunten er zijn om het leer- en ontwikkelaanbod voor archivarissen en informatieprofessionals te verbeteren.

De overheid moet, in lijn met de Archiefwet en aanpalende wetten, haar informatiehuishouding en archivering op orde hebben. Archivarissen en informatieprofessionals spelen daarin een sleutelrol, zeker nu digitalisering en de nieuwe Archiefwet de nadruk leggen op transparantie, ‘archiving by design’ en een kortere overbrengingstermijn. In opdracht van het ministerie van OCW brachten Regioplan, ROA en CINOP  in kaart welke kennis en vaardigheden nu en de komende jaren nodig zijn, waar tekorten zitten en welke aangrijpingspunten er zijn om het leer- en ontwikkelaanbod voor archivarissen en informatieprofessionals te verbeteren.

Voor het onderzoek werd een deskresearch uitgevoerd van o.a. wet- en regelgeving, functieprofielen en vacaturedata. Ook werden arbeidsmarktanalyses uitgevoerd om inzicht te krijgen in het veronderstelde kwantitatieve tekort aan archivarissen. Verder werden interviews en groepsgesprekken gehouden met stakeholders, aanbieders van opleidingen en trainingen en professionals op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Op basis van al deze input werd een ‘gap-analyse’ gemaakt van tekorten in aantallen en in competenties.

Uit de analyses blijkt dat het beeld over kwantitatieve tekorten afhangt van de afbakening van de functie. Bij een smalle definitie (aangewezen archivaris) is sprake van een kwantitatief tekort: er zijn jaarlijks meer baanopeningen dan afgestudeerden van de direct relevante opleidingen. Bij een bredere definitie lijken er in principe voldoende mensen beschikbaar, mits de sector aantrekkelijk genoeg is. Over het algemeen lijkt er vooral een tekort aan medior en senior professionals, met name bij kleinere archiefinstellingen.

Naast een kwantitatief tekort aan professionals, bestaat er een kwalitatief hiaat, met name als het gaat om digitale vaardigheden (recordmanagment, e-depots, metadata), strategische adviesvaardigheden en kennis over governance en ethiek. Ook ontbreekt vaak een proactieve houding en bestuurlijke sensitiviteit.

Volgens professionals sluit het huidige leer- en ontwikkelaanbod onvoldoende aan op de praktijk, is het te versnipperd en te weinig modulair. Ook is het aanbod beperkt toegankelijk, onder meer doordat de opleidingen zich grotendeels in Amsterdam bevinden, het aanbod zich vooral richt op rijksambtenaren en een tekort aan stageplaatsen de instroom belemmerd.

Op basis van de resultaten is duidelijk dat opleiden alleen niet voldoende is voor het overbruggen van hiaten, ook positionering van medewerkers, duidelijke rolafbakening en versterken van loopbaanpaden zijn van belang. De wijze waarop het kwalitatieve en kwantitatieve tekort kan worden aangepakt, is afhankelijk van hoe de vraag naar archivarissen wordt afgebakend en of er sprake is van meer decentrale of centrale sturing. Op basis daarvan worden vier scenario’s geschetst:

  1. Inzetten op voldoende gekwalificeerde archivarissen
  2. Flexibele invulling van het vakgebied, met maatwerk tussen en binnen organisaties
  3. Verbreding en erkenning van vaardigheden
  4. Snelle instroom van een potentieel grote groep professionals met enige affiniteit met het vakgebied.