Terug

Onderzoek managementstatuten

Publicatienummer: 25038

Regioplan voerde samen met prof. mr. Pieter Huisman, in opdracht van het ministerie van OCW, een verkennend onderzoek uit naar de managementstatuten in het primair- en voortgezet onderwijs. Doel van het onderzoek was om zicht te krijgen op de vraag hoe managementstatuten in de praktijk worden gebruikt en in hoeverre ze bijdragen aan een sterkere strategische positie van schoolleiders.

Voor het onderzoek is literatuur en wet- en regelgeving bestudeerd, zijn managementstatuten verzameld en geanalyseerd en zijn vragenlijsten uitgezet onder bestuurders, (G)MR-leden en schoolleiders. Daarnaast zijn groepsgesprekken gehouden met schoolleiders en bestuurders en is met sector- en vakorganisaties een werksessie georganiseerd over de eerste bevindingen en mogelijke verbeteringen.

Hoewel vrijwel alle schoolbesturen een managementstatuut hebben, is het vaak een onbekend document voor schoolleiders en GMR-leden. Een deel van de schoolleiders is ook niet betrokken bij het opstellen of herzien van een managementstatuut. Schoolleiders zijn meestal tevreden over de afspraken, met uitzondering van het thema huisvesting of als afspraken te breed zijn geformuleerd waardoor interpretatieverschillen kunnen ontstaan.

Hoewel het managementstatuut in de praktijk vaak wel wordt nageleefd, is het geen levend document. Het wordt vooral gebruik bij wisselingen in leiding of wanneer er onduidelijkheid of frictie ontstaat over rollen en verantwoordelijkheden. Een aantal statuten zijn bovendien sterk verouderd. Bestuurders en schoolleiders benadrukken dat vertrouwen, dialoog en goed samenspel bepalender zijn voor de strategische positie van schoolleiders dan het document zelf.

De meeste schoolleiders ervaren hun strategische positie ten opzichte van het bestuur bovendien als voldoende sterk. Druk ontstaat vooral waar centrale sturing toeneemt of waar schoolleiders door operationele taken weinig ruimte hebben voor strategische rollen. Op basis van het onderzoek concluderen we dat extra wetgeving over de inhoud van het managementstatuut weinig toevoegt, maar dat een periodieke evaluatie (bijvoorbeeld eens per vier jaar) kan helpen om veroudering te voorkomen en het statuut bekender en bruikbaarder te maken. Verder helpt het om het statuut expliciet te benutten bij het aantreden van nieuwe schoolleiders of bestuurders, het te verbinden aan andere interne beleidsdocumenten en kennisdeling te stimuleren via sectororganisaties en vakverenigingen. Het ministerie neemt de uitkomsten van het onderzoek mee in het wetsvoorstel ‘Versterken Inspraak Leraren en Schoolleiders’.