Kernwoord: Vluchtelingen
Jaarlijks komen er aanzienlijke aantallen asielmigranten naar Nederland. Een deel van hen krijgt een verblijfsvergunning en mag in Nederland blijven. De volgende uitdaging is dan het vinden van een goede aansluiting bij de Nederlandse samenleving. Deze aansluiting gaat, zo laat de praktijk zien, vaak niet vanzelf. Met name op het terrein van werk en inkomen blijft de participatie van vluchtelingen achter.
Regioplan doet al jaren onderzoek naar de positie van vluchtelingen in Nederland. Zo zijn wij sinds 2006 verantwoordelijk voor de tweejaarlijkse VluchtelingenWerk IntegratieBarometer. In ons onderzoek maken we zowel gebruik van grootschalig kwantitatief onderzoek als kwalitatief onderzoek waarbij we in gesprek gaan met de vluchtelingen zelf.
Periodieke rapportage terugkeerbeleid (2018-2025)
In deze periodieke rapportage over het Nederlandse terugkeerbeleid onderzoeken wij het doelbereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid in de afgelopen zeven jaar.
In Nederland geldt dat vreemdelingen die geen recht (meer) hebben op verblijf, waaronder uitgeprocedeerde asielzoekers, het land moeten verlaten. Dit uitgangspunt komt voort uit het nationale en Europese migratierecht en vormt een essentieel onderdeel van een geloofwaardig en samenhangend migratiestelsel. Het terugkeerbeleid is (in theorie) erop gericht dit vertrek op een zorgvuldige, rechtmatige en uitvoerbare wijze te realiseren.
In dit onderzoek evalueren wij het doelbereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid van het Nederlandse terugkeerbeleid in de periode 2018-2025. Hierbij ligt de focus op het in kaart brengen van de verschillende middelen die ingezet worden voor het realiseren van het terugkeerbeleid, en hoe deze middelen bijdragen aan het uiteindelijke beleidsdoel.
Doel en Aanpak
De evaluatie vindt plaats binnen het kader van realistisch evalueren. Deze benadering richt zich niet alleen op de vraag óf beleid werkt, maar richt zich vooral op welke onderdelen van beleid werken, voor wie en onder welke omstandigheden. Door te kijken naar de verschillende onderdelen van het terugkeerbeleid (de verschillende betrokken instanties, de beschikbare beleidsinstrumenten, de onderliggende aannames bij het inzetten van die instrumenten) ontstaat er een verdiepend inzicht in de werking van het Nederlandse terugkeerbeleid.
De analyse maakt onderscheid tussen instrumenten gericht op vrijwillige terugkeer (zoals begeleiding en ondersteuning bij zelfstandig vertrek en het stimuleren van vrijwillige terugkeer), maatregelen in het kader van gedwongen terugkeer (bijvoorbeeld de vreemdelingenbewaring en feitelijke uitzetting), en inspanningen op het terrein van internationale samenwerking (bijvoorbeeld met herkomstlanden en binnen Europees verband). Door deze sporen in samenhang te onderzoeken, ontstaat inzicht in hun afzonderlijke en gecombineerde bijdrage aan het realiseren van een effectief en doelmatig, en rechtvaardig terugkeerproces.
De arbeidsmarktintegratie van mensen uit Oekraïne
Sinds de Russische inval in Oekraïne, in februari 2022, zijn tienduizenden mensen uit Oekraïne naar Nederland gevlucht. Op 1 november 2022 verbleven er circa 65 duizend Oekraïense vluchtelingen tussen de 15 en 65 jaar in Nederland. Volgens het CBS had 46 procent van hen op dat moment betaald werk als werknemer, en dit aandeel groeit naar verwachting nog steeds. Daarmee is de arbeidsparticipatie van Oekraïners hoog in vergelijking met andere groepen met een vluchtachtergrond.
De intrede van deze mensen op de arbeidsmarkt is dus een uitgelezen mogelijkheid om meer te leren over arbeidsmarktintegratie. Welke verschillen in wet- en regelgeving zijn er, en hoe stimuleren of belemmeren die verschillen de arbeidsparticipatie? Hoe kunnen we de bestaande kennis over werkzame mechanismen van arbeidstoeleiding aanvullen? En welke individuele kenmerken doen ertoe?
Met subsidie van Instituut Gak doet Regioplan de komende maanden – samen met OpenEmbassy – onderzoek naar deze en andere vragen. Naast literatuuronderzoek en data-analyse bestaat het onderzoek uit interviews met vluchtelingen uit Oekraïne, werkgevers, beleidsmakers en andere professionals. Het uiteindelijke doel: goed zicht krijgen op de arbeidsmarktintegratie van mensen uit Oekraïne en de werkzame mechanismes, om daar lessen uit te kunnen trekken voor de arbeidsmarktintegratie van nieuwkomers in algemene zin.
Meer weten?
Neem dan contact op met Miranda Witvliet of Annemieke Mack.
Evaluatie van programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’
Welke interventies van maatschappelijke organisaties vergroten de arbeidsparticipatie van nieuwkomers? Wat zijn werkzame elementen in deze projecten? En welke obstakels ondervinden projectleiders, werkgevers en deelnemers nog? Om hier antwoord op te geven, voeren wij onderzoek uit naar het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ van Instituut Gak.
Het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ biedt subsidie aan maatschappelijke organisaties voor projecten gericht op het bevorderen van de arbeidsparticipatie van nieuwkomers. Het programma loopt van 2018 tot en met 2022. Met het onderzoek brengen wij in kaart hoe de projecten in de praktijk werken, in hoeverre ingezette interventies leiden tot arbeidsparticipatie, en welke randvoorwaarden nodig zijn om de effectiviteit van interventies te vergroten.
Tussentijdse bevindingen
In het tussenrapport van juni 2021 beschrijven we de opbrengsten van de eerste 8 afgesloten projecten. Ook bespreken we welke elementen uit de aanpak volgens deelnemers, projectmedewerkers en werkgevers bijdragen aan het vinden van werk of een opleiding.
Stappen gezet richting werk
Een op de drie deelnemers is na het project uitgestroomd naar betaald werk, een opleiding of een andere vorm van (onbetaald) werk. Bij deelnemers die nog niet werken of een opleiding volgen zijn vaak wel stappen in de goede richting te zien. Zo hebben zij hun persoonlijk kapitaal uitgebreid door hun sociale netwerk uit te breiden, hun taalvaardigheid te verbeteren, culturele werknemersvaardigheden te leren of vakspecifieke kennis op te doen. Ook hebben deelnemers vaak meer zelfvertrouwen gekregen door het project en weten zij beter wat zij willen en kunnen. Tenslotte is in veel projecten aandacht besteed aan de Nederlandse arbeidsmarkt en solliciteren, waardoor deelnemers beter zijn in werk zoeken en solliciteren.
Vooral aandacht voor aanbodzijde
Opvallend is dat in de projecten vooral aandacht wordt besteed aan de aanbodzijde door de kennis en vaardigheden van statushouders te verbeteren. De vraagzijde blijft nog onderbelicht. Veel projecten bieden nazorg om de werkgevers en statushouders te begeleiden in de eerste periode. Daarnaast is het belangrijk dat werkgevers tijd willen investeren in het inwerken van een statushouder en collega’s realiseren dat het soms ook aanpassing van hun kant vergt. Om vraag en aanbod samen te brengen lijkt intensieve bemiddeling tussen werkgever en statushouder het meest succesvol.
Meer informatie?
Neem contact op met Jeanine.
Detachering: Projectsecretaris bij de SER
Onze collega Arend Odé is bij de Sociaal Economische Raad (SER) gedetacheerd. Daar is hij als secretaris van de werkgroep ‘Vluchtelingen en werk’ belast met het schrijven van signaleringen, verkenningen en adviezen over de mogelijkheden om de ondersteuning van vluchtelingen te verbeteren. Deze nota’s bevatten uitgebreide analyses van het gevoerde beleid en geven concrete beleidsadviezen mee aan de regering.
Meer informatie?
Neem contact op met Arend.
Asielzoekers uit veilige landen
In opdracht van de ACVZ heeft Regioplan een studie uitgevoerd naar beweegredenen van asielzoekers uit veilige landen om in Nederland asiel aan te vragen. Wij hebben hiervoor gesproken met asielzoekers uit Marokko, Georgië en Albanië.
Uit de gesprekken komt naar voren dat vooral gevoelens van onveiligheid een rol spelen bij de keuze om het herkomstland te verlaten. Verder blijkt dat de meeste asielzoekers zijn vertrokken zonder een specifieke eindbestemming in gedachten. Tenslotte weten de meesten niet dat hun land als veilig wordt beschouwd en dat hun aavraag daardoor weinig kans van slagen heeft. Zij reageren dan ook met veel onbegrip en frustratie op de afwijzing.
Gezondheid en participatie van vergunninghouders. Een verkennende studie naar de rol van gezondheid van vergunninghouders bij de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie.
Gezondheid en participatie van vluchtelingen: de rol van gemeenten
Gezondheid speelt een belangrijke rol bij de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen. Gezondheid is nodig om te participeren, maar andersom kan werkloosheid ook negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben. Voor gemeenten is het vaak moeilijk om een inschatting te maken van de gezondheid van vluchtelingen en wat dit betekent voor het trajecten richting werk en participatie. Tegelijkertijd is het voor een goede dienstverlening essentieel dat begeleiders in staat zijn problematiek te signaleren, tijdig bespreekbaar maken en wanneer nodig door te verwijzen naar specialistische zorg. Hoe pakken gemeenten dit aan, en welke lessen zijn daaruit te trekken?
Signaleren, vertrouwensband en aandacht voor de context
In drie gemeenten (Amersfoort, Amsterdam en Katwijk) is verkend welke rol gezondheid van vluchtelingen speelt in het beleid en de praktijk van de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie. Een belangrijke uitkomst is dat het signaleren en bespreekbaar maken van gezondheidsvraagstukken niet altijd eenvoudig is. Het opbouwen van een vertrouwensband en het voortdurend alert blijven op de gezondheid tijdens de begeleiding is daarom essentieel. Bovendien moet de professional daarbij ook aandacht hebben voor andere stressfactoren, zoals een problematische thuissituatie. (Wachten op) gezinshereniging kan bijvoorbeeld een bron van stress zijn.
Een professional vertelt: “Soms doet iemand het heel goed in Nederland en na twee jaar vindt er gezinshereniging plaats. De gezinshereniger zit dan nog in het zwaar gelovige normen- en waardenpatroon van het herkomstland, terwijl de eerste aanvrager zich al sterk heeft aangepast aan de Nederlandse cultuur. Dat veroorzaakt soms een enorme clash. Daarom moet je je ook op de context focussen. Als je je alleen focust op de persoon die tegenover je zit, dan mis je de rest.”
Maatwerk
Hoe kan een traject richting werk en participatie het beste worden vormgegeven wanneer er sprake is van gezondheidsproblematiek? Een belangrijke randvoorwaarde is maatwerk. Geen enkele situatie is hetzelfde. Voor een goede op de persoon afgestemde begeleiding heeft de professional voldoende handelingsvrijheid en tijd nodig.
Passend aanbod
Daarnaast moet er voldoende aanbod zijn op zorg- en welzijnsvlak, afgestemd voor vluchtelingen. Dit is overigens ook een knelpunt. Zo is specialistische zorg vaak niet meteen beschikbaar of toegankelijk: er zijn wachtlijsten, zorgtrajecten zijn niet altijd afgesteld op vluchtelingen, en de kosten van trajecten die gemoeid zijn met het gebruik maken van zorg spelen soms een belemmerende rol.
Een professional vertelt: “De wachtlijsten voor psychische hulpverlening belemmeren je in je traject. Als je niet goed slaapt, gaat het niet goed in de les. Zolang het niet zo goed in de les gaat, leer je minder snel de Nederlandse taal. Als je minder snel de Nederlandse taal leert, heb je minder kansen op de arbeidsmarkt.”
Professionals kunnen proberen de wachttijd naar formele zorg te overbruggen door gebruik te maken van het informele aanbod in de omgeving. Ook kunnen zij de vluchteling stimuleren andere activiteiten te ondernemen die bijdragen aan het welbevinden, zoals sporten en bewegen.
Waar kan ik meer lezen?
Dit onderzoek hebben wij samen met het Verwey-Jonker Instituut, Movisie en Pharos uitgevoerd, met subsidie van ZonMw in het kader van het programma ‘Vakkundig aan het werk’. Een pdf van het onderzoeksrapport is hieronder te downloaden.
Ook heeft het onderzoek geleid tot een handreiking met tips voor professionals die vluchtelingen begeleiden naar werk of andere vormen van participatie. De handreiking is gratis te downloaden op de website van Pharos.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Jeanine.
Bij elkaar brengen van statushouders en werkgevers in Den Haag
Het vinden van een betaalde baan is voor statushouders geen gemakkelijke opgave, met als gevolg dat een overgrote meerderheid van deze nieuwkomers afhankelijk is van een bijstandsuitkering. In de gemeente Den Haag worden diverse inspanningen geleverd om statushouders te bemiddelen naar werk. Wij hebben met subsidie van het programma Vakkundig aan het Werk van ZonMw onderzoek uitgevoerd naar de werking en opbrengsten van de instrumenten die in Den Haag zijn ingezet om statushouders en werkgevers bij elkaar te brengen. De uitkomsten hebben betrekking op het beleid zoals uitgevoerd in de periode 2017 tot en met 2018.
Onderzoeksaanpak
Het onderzoek bestond uit een combinatie van effectiviteitsonderzoek en verklarend onderzoek. In de eerste fase is de Haagse aanpak om statushouders richting werk te begeleiden omschreven en de beleidstheorie achter deze aanpak opgesteld. In de tweede fase is een bestandsanalyse en kwalitatief onderzoek onder statushouders, werkgevers en professionals uitgevoerd. Het doel hiervan was om zicht te krijgen op de uitstroom van statushouders naar werk, op de werkzame mechanismen in de begeleiding en daarbij behorende relevante contextfactoren.
Effecten zichtbaar op lange termijn
Uit dit onderzoek blijkt dat het enige tijd kan duren voordat inspanningen van gemeenten om statushouders naar werk te begeleiden zichtbaar worden. In lijn met het landelijke beeld over de arbeidsparticipatie van statushouders constateren we dat van de statushouders die in 2016 een vergunning hebben gekregen 7 procent 18 maanden later aan het werk is, en dan vooral in kleine en tijdelijke banen.
Kansen op arbeidsparticipatie vergroten
Diverse aangrijpingspunten komen uit het onderzoek naar voren om de kans op arbeidsparticipatie te vergroten:
- het bieden van maatwerk, waarin het van belang is dat de begeleiding aansluit op wensen en (on)mogelijkheden van zowel statushouders als werkgevers en dat bij de inzet van instrumenten rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfase en achtergrondkenmerken van de statushouders.
- het bieden van continuïteit in de begeleiding, via het inzetten van regiehouders of casemanagement en het zorgen voor een warme overdracht.
- de vraagzijde (werkgevers) een centrale plek geven in de begeleiding van statushouders naar werk.
Summary The return of immigrants who are obliged to depart. Behavioural interventions that could be used in the return process.
To promote the independent return of immigrants who are obliged to depart, Regioplan conducted an exploratory study into behavioural interventions in other social spheres that could be used in the return process. The study was commissioned by the Research and Documentation Centre (WODC) of the Dutch Ministry of Security and Justice. It looked at behavioural interventions that encourage people to exhibit other behaviour, which they were not initially prepared to exhibit. Moreover, it looked at both behavioural interventions that focus on conscious behaviour modification and the possibility of using nudges that engage automatic and unconscious thought processes.
The full text of the study is only available in Dutch. However, the summary is also available in English (see below).
Sober, rechtvaardig … en doeltreffend?
Collega Piet Renooy heeft een blog geschreven over de opvang van asielzoekers voor ROmagazine, het maandelijkse vakblad voor professionals bij de gemeente, provincie, waterschap, rijksoverheid, bedrijven, universiteiten en overige organisaties die zich bezig houden met ruimte, infrastructuur en milieu. Klik hier om de blog ‘sober, rechtvaardig… en doeltreffend’ te lezen.
De integratie van statushouders in Nederlandse gemeenten: problemen en oplossingsrichtingen
In opdracht van de WRR onderzocht Regioplan de integratie van statushouders in elf Nederlandse gemeenten, met speciale aandacht voor huisvesting, onderwijs en werk. Het onderzoek is opgezet aan de hand van het volgende stramien: probleemverkenning, beleidspraktijk, oplossingsrichtingen en succesvolle voorbeelden. In het onderzoek worden tevens aanbevelingen gedaan ten behoeve van een meer effectief integratiebeleid voor deze groep.