Werkveld: Migratie, integratie en diversiteit
Evaluatie activiteiten vergroten weerbaarheid tegen radicaal jihadistisch gedachtegoed
Hoe kun je de weerbaarheid tegen radicaal jihadistisch gedachtengoed vergroten? SPIOR, MESAM, SIPI en Publinc zijn organisaties die zich (mede) richten op de emancipatie van moslimgemeenschappen in Nederland. Ze ontwikkelen trainingen en voorlichtingsprogramma’s die bedoeld zijn voor specifieke doelgroepen als Koerden, Ethiopiërs en islamitische meidengroepen. Wij hebben ons gebogen over de vraag hoe effectief deze trainingen zijn.
Dit deden we in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
Meer informatie?
Neem contact op met Frank.
Impact en toekomst van de Adviesraad Diversiteit en Integratie
Tot voor kort adviseerde de door de gemeente Amsterdam opgerichte Adviesraad Diversiteit en Integratie het college van B&W over stedelijke vraagstukken. In opdracht van de gemeente Amsterdam onderzochten we de werkwijze en impact van de adviesraad. Uit ons onderzoek bleek dat de werkwijze van de adviesraad te wensen over liet, een reactie van het college op adviezen vaak uitbleef en de impact van de adviezen beperkt was. Naar aanleiding van deze conclusie besloot de gemeente op zoek te gaan naar een andere manier van advies inwinnen.
Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.
Evaluatie van programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’
Welke interventies van maatschappelijke organisaties vergroten de arbeidsparticipatie van nieuwkomers? Wat zijn werkzame elementen in deze projecten? En welke obstakels ondervinden projectleiders, werkgevers en deelnemers nog? Om hier antwoord op te geven, voeren wij onderzoek uit naar het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ van Instituut Gak.
Het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ biedt subsidie aan maatschappelijke organisaties voor projecten gericht op het bevorderen van de arbeidsparticipatie van nieuwkomers. Het programma loopt van 2018 tot en met 2022. Met het onderzoek brengen wij in kaart hoe de projecten in de praktijk werken, in hoeverre ingezette interventies leiden tot arbeidsparticipatie, en welke randvoorwaarden nodig zijn om de effectiviteit van interventies te vergroten.
Tussentijdse bevindingen
In het tussenrapport van juni 2021 beschrijven we de opbrengsten van de eerste 8 afgesloten projecten. Ook bespreken we welke elementen uit de aanpak volgens deelnemers, projectmedewerkers en werkgevers bijdragen aan het vinden van werk of een opleiding.
Stappen gezet richting werk
Een op de drie deelnemers is na het project uitgestroomd naar betaald werk, een opleiding of een andere vorm van (onbetaald) werk. Bij deelnemers die nog niet werken of een opleiding volgen zijn vaak wel stappen in de goede richting te zien. Zo hebben zij hun persoonlijk kapitaal uitgebreid door hun sociale netwerk uit te breiden, hun taalvaardigheid te verbeteren, culturele werknemersvaardigheden te leren of vakspecifieke kennis op te doen. Ook hebben deelnemers vaak meer zelfvertrouwen gekregen door het project en weten zij beter wat zij willen en kunnen. Tenslotte is in veel projecten aandacht besteed aan de Nederlandse arbeidsmarkt en solliciteren, waardoor deelnemers beter zijn in werk zoeken en solliciteren.
Vooral aandacht voor aanbodzijde
Opvallend is dat in de projecten vooral aandacht wordt besteed aan de aanbodzijde door de kennis en vaardigheden van statushouders te verbeteren. De vraagzijde blijft nog onderbelicht. Veel projecten bieden nazorg om de werkgevers en statushouders te begeleiden in de eerste periode. Daarnaast is het belangrijk dat werkgevers tijd willen investeren in het inwerken van een statushouder en collega’s realiseren dat het soms ook aanpassing van hun kant vergt. Om vraag en aanbod samen te brengen lijkt intensieve bemiddeling tussen werkgever en statushouder het meest succesvol.
Meer informatie?
Neem contact op met Jeanine.
Toeleiding statushouders naar onderwijs
De taalachterstand van veel nieuwkomers bemoeilijkt de toelating tot het beroeps- en hoger onderwijs in Nederland. Sommige onderwijsinstellingen hebben daarom voorschakeltrajecten ontwikkeld, gericht op een betere aansluiting met het reguliere onderwijs. Wij hebben voor het ministerie van SZW een inventarisatie uitgevoerd van de voorschakelvoorzieningen die momenteel door onderwijsinstellingen en privéaanbieders zijn ontwikkeld. Een traject bestaat over het algemeen uit een combinatie van inburgering (Nederlandse taal, KNM, ONA), aanvullende vakken (zoals wiskunde en Engels) en praktische begeleiding (loopbaanbegeleiding en studievaardigheden).
Voorschakeltrajecten belangrijke meerwaarde voor nieuwkomer en samenleving
Uit de inventarisatie blijkt dat de trajecten voor zowel de statushouder als de voor de samenleving van grote meerwaarde zijn. Met name op de onderstaande punten:
- Goede voorbereiding is erg belangrijk om de overgang naar het reguliere onderwijs mogelijk te maken. In de voorschakeltrajecten worden studievaardigheden aangeboden, waardoor de deelnemers beter voorbereid zijn op het Nederlandse onderwijssysteem. Daarnaast creëert het onderdeel loopbaanoriëntatie een realistisch beeld van studie- en beroepsmogelijkheden. Al deze onderdelen zijn erop gericht uitval in het reguliere onderwijs te verminderen.
- In plaats van volgtijdelijk inburgering en onderwijs volgen, ronden deelnemers tijdens hun voorschakeltraject hun inburgering af en zetten ze gelijktijdig hun eerste stappen richting een opleiding. Daarnaast geeft een voorschakeltraject de nieuwkomer de mogelijkheid om direct in te stromen op een passend niveau. Dit alles leidt tot belangrijke tijdswinst.
- Zonder voorschakeltrajecten zouden veel statushouders niet kunnen studeren, of alleen onder hun niveau. De trajecten geven nieuwkomers de kans om op hun eigen niveau deel te nemen aan het onderwijs, en zo op een duurzame manier aan hun toekomst te werken en te integreren in de Nederlandse samenleving. De verwachting is dat dit uiteindelijk leidt tot duurzame participatie op de arbeidsmarkt.

Meer informatie?
Bekijk de factsheet hieronder. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Arend.
Detachering: Projectsecretaris bij de SER
Onze collega Arend Odé is bij de Sociaal Economische Raad (SER) gedetacheerd. Daar is hij als secretaris van de werkgroep ‘Vluchtelingen en werk’ belast met het schrijven van signaleringen, verkenningen en adviezen over de mogelijkheden om de ondersteuning van vluchtelingen te verbeteren. Deze nota’s bevatten uitgebreide analyses van het gevoerde beleid en geven concrete beleidsadviezen mee aan de regering.
Meer informatie?
Neem contact op met Arend.
Duale trajecten taal en werk voor statushouders
Statushouders leren sneller de taal en kunnen direct participeren met trajecten waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de ontwikkeling van taal- en werkvaardigheden. Hiermee dragen deze duale trajecten bij aan een versnelling van de (arbeids)participatie van statushouders.
Diverse aanbieders
De weg naar werk is voor statushouders vaak lang en moeizaam. Steeds meer partijen zetten vanuit het motto ‘eerst werk, dan volgt de rest’ duale trajecten in, waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Nederlandse taal- en werk(nemers-)vaardigheden. Dit is met name terug te zien bij gemeenten, maar ook vanuit het bedrijfsleven en opleidingsinstellingen.
Succesfactoren
Voor een succesvol duaal traject zijn een goede selectie en intake belangrijk. De matching met werk of stage gaat het beste wanneer deze match door één professional wordt gemaakt, waarbij realistische verwachtingen worden geschept bij de statushouder en de werkgever, vanuit een gedeelde visie. Vervolgens is adequate taalondersteuning en begeleiding op de werkvloer van belang.
Knelpunten
Een gebrekkige aansluiting tussen inburgerings- en participatiebeleid wordt als knelpunt gezien, net als versnipperde en onzekere financiering. Ook is het behalen van het VCA-diploma een struikelblok voor statushouders.
Meer informatie?
Wij voerden dit onderzoek uit in opdracht van SBCM, Cedris, en VluchtelingenWerk Nederland. Klik hier om naar het rapport, de samenvatting of de factsheet van het onderzoek te gaan.
Duale trajecten taal en werk voor statushouders
De weg naar werk is voor statushouders vaak lang en moeizaam. Steeds meer partijen zetten vanuit het motto ‘eerst werk, dan volgt de rest’ duale trajecten in, waarin gelijktijdig wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Nederlandse taal- en werk(nemers)vaardigheden. Ons onderzoek geeft inzicht in de grote verscheidenheid aan trajecten die worden ingezet, aangevuld met enkele inspirerende voorbeelden voor de uitvoeringspraktijk en de professionals in de arbeidsmarktregio’s. We voerden het onderzoek uit in opdracht van SBCM, Cedris en VluchtelingenWerk Nederland.
Meer informatie?
Neem contact op met Arend.
Evaluatie ontwikkeling Familiecontact
Het Familiecontact heeft tot doel familieleden (vaders, moeders, broers, zussen) te ondersteunen in het leren omgaan met het gegeven dat een familielid is geradicaliseerd. Het project wordt uitgevoerd door het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). Het Familiecontact is een vorm van lotgenotenondersteuning en bestaat uit een aantal bijeenkomsten die om de paar weken worden georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten worden de deelnemers geïnformeerd over relevante thema’s inzake radicalisering. Daarnaast is er ruimte voor de deelnemers om hun ervaringen met elkaar te delen onder begeleiding van een psycholoog en een groepsbegeleider.
De methodiek van het Familiecontact was gedurende het traject volop in ontwikkeling en heeft zich tijdens de duur van het project moeten uitkristalliseren. Om de methodiek te optimaliseren is er synchroon aan de ontwikkeling van de methodiek in opdracht van het ministerie van SZW en VWS een onderzoek uitgevoerd door ons. Het onderzoek had tot doel aan de hand van de ervaringen van de deelnemers en begeleiders van het Familiecontact, de methodiek te beoordelen op de zogenoemde werkende mechanismen. Tevens had het onderzoek tot doel om (vanuit het oordeel over de effectiviteit) te bekijken op welke manier het Familiecontact in een eventueel vervolg vormgegeven zou kunnen worden.
Uit onze evaluatie is gebleken dat het project Familiecontact er goed in is geslaagd de familieleden te ondersteunen en hen meer weerbaar te maken tegen extremisme en radicalisering. Het project verdient navolging, want er is nog veel behoefte aan een dergelijke vorm van ondersteuning. De beste manier om het project te continueren is een landelijk geverifieerd inhoudelijk aanbod op een laagdrempelige wijze (boven)lokaal dan wel regionaal aan te bieden.
Meer informatie?
Wilt u meer informatie over de resultaten van onze evaluatie of wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met Frank.
Bij elkaar brengen van statushouders en werkgevers in Den Haag
Het vinden van een betaalde baan is voor statushouders geen gemakkelijke opgave, met als gevolg dat een overgrote meerderheid van deze nieuwkomers afhankelijk is van een bijstandsuitkering. In de gemeente Den Haag worden diverse inspanningen geleverd om statushouders te bemiddelen naar werk. Wij hebben met subsidie van het programma Vakkundig aan het Werk van ZonMw onderzoek uitgevoerd naar de werking en opbrengsten van de instrumenten die in Den Haag zijn ingezet om statushouders en werkgevers bij elkaar te brengen. De uitkomsten hebben betrekking op het beleid zoals uitgevoerd in de periode 2017 tot en met 2018.
Onderzoeksaanpak
Het onderzoek bestond uit een combinatie van effectiviteitsonderzoek en verklarend onderzoek. In de eerste fase is de Haagse aanpak om statushouders richting werk te begeleiden omschreven en de beleidstheorie achter deze aanpak opgesteld. In de tweede fase is een bestandsanalyse en kwalitatief onderzoek onder statushouders, werkgevers en professionals uitgevoerd. Het doel hiervan was om zicht te krijgen op de uitstroom van statushouders naar werk, op de werkzame mechanismen in de begeleiding en daarbij behorende relevante contextfactoren.
Effecten zichtbaar op lange termijn
Uit dit onderzoek blijkt dat het enige tijd kan duren voordat inspanningen van gemeenten om statushouders naar werk te begeleiden zichtbaar worden. In lijn met het landelijke beeld over de arbeidsparticipatie van statushouders constateren we dat van de statushouders die in 2016 een vergunning hebben gekregen 7 procent 18 maanden later aan het werk is, en dan vooral in kleine en tijdelijke banen.
Kansen op arbeidsparticipatie vergroten
Diverse aangrijpingspunten komen uit het onderzoek naar voren om de kans op arbeidsparticipatie te vergroten:
- het bieden van maatwerk, waarin het van belang is dat de begeleiding aansluit op wensen en (on)mogelijkheden van zowel statushouders als werkgevers en dat bij de inzet van instrumenten rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfase en achtergrondkenmerken van de statushouders.
- het bieden van continuïteit in de begeleiding, via het inzetten van regiehouders of casemanagement en het zorgen voor een warme overdracht.
- de vraagzijde (werkgevers) een centrale plek geven in de begeleiding van statushouders naar werk.
Gezondheid en participatie van vergunninghouders. Een verkennende studie naar de rol van gezondheid van vergunninghouders bij de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie.
Gezondheid en participatie van vluchtelingen: de rol van gemeenten
Gezondheid speelt een belangrijke rol bij de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen. Gezondheid is nodig om te participeren, maar andersom kan werkloosheid ook negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben. Voor gemeenten is het vaak moeilijk om een inschatting te maken van de gezondheid van vluchtelingen en wat dit betekent voor het trajecten richting werk en participatie. Tegelijkertijd is het voor een goede dienstverlening essentieel dat begeleiders in staat zijn problematiek te signaleren, tijdig bespreekbaar maken en wanneer nodig door te verwijzen naar specialistische zorg. Hoe pakken gemeenten dit aan, en welke lessen zijn daaruit te trekken?
Signaleren, vertrouwensband en aandacht voor de context
In drie gemeenten (Amersfoort, Amsterdam en Katwijk) is verkend welke rol gezondheid van vluchtelingen speelt in het beleid en de praktijk van de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie. Een belangrijke uitkomst is dat het signaleren en bespreekbaar maken van gezondheidsvraagstukken niet altijd eenvoudig is. Het opbouwen van een vertrouwensband en het voortdurend alert blijven op de gezondheid tijdens de begeleiding is daarom essentieel. Bovendien moet de professional daarbij ook aandacht hebben voor andere stressfactoren, zoals een problematische thuissituatie. (Wachten op) gezinshereniging kan bijvoorbeeld een bron van stress zijn.
Een professional vertelt: “Soms doet iemand het heel goed in Nederland en na twee jaar vindt er gezinshereniging plaats. De gezinshereniger zit dan nog in het zwaar gelovige normen- en waardenpatroon van het herkomstland, terwijl de eerste aanvrager zich al sterk heeft aangepast aan de Nederlandse cultuur. Dat veroorzaakt soms een enorme clash. Daarom moet je je ook op de context focussen. Als je je alleen focust op de persoon die tegenover je zit, dan mis je de rest.”
Maatwerk
Hoe kan een traject richting werk en participatie het beste worden vormgegeven wanneer er sprake is van gezondheidsproblematiek? Een belangrijke randvoorwaarde is maatwerk. Geen enkele situatie is hetzelfde. Voor een goede op de persoon afgestemde begeleiding heeft de professional voldoende handelingsvrijheid en tijd nodig.
Passend aanbod
Daarnaast moet er voldoende aanbod zijn op zorg- en welzijnsvlak, afgestemd voor vluchtelingen. Dit is overigens ook een knelpunt. Zo is specialistische zorg vaak niet meteen beschikbaar of toegankelijk: er zijn wachtlijsten, zorgtrajecten zijn niet altijd afgesteld op vluchtelingen, en de kosten van trajecten die gemoeid zijn met het gebruik maken van zorg spelen soms een belemmerende rol.
Een professional vertelt: “De wachtlijsten voor psychische hulpverlening belemmeren je in je traject. Als je niet goed slaapt, gaat het niet goed in de les. Zolang het niet zo goed in de les gaat, leer je minder snel de Nederlandse taal. Als je minder snel de Nederlandse taal leert, heb je minder kansen op de arbeidsmarkt.”
Professionals kunnen proberen de wachttijd naar formele zorg te overbruggen door gebruik te maken van het informele aanbod in de omgeving. Ook kunnen zij de vluchteling stimuleren andere activiteiten te ondernemen die bijdragen aan het welbevinden, zoals sporten en bewegen.
Waar kan ik meer lezen?
Dit onderzoek hebben wij samen met het Verwey-Jonker Instituut, Movisie en Pharos uitgevoerd, met subsidie van ZonMw in het kader van het programma ‘Vakkundig aan het werk’. Een pdf van het onderzoeksrapport is hieronder te downloaden.
Ook heeft het onderzoek geleid tot een handreiking met tips voor professionals die vluchtelingen begeleiden naar werk of andere vormen van participatie. De handreiking is gratis te downloaden op de website van Pharos.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Jeanine.