Artsen en de arbeidstijdenwet, Second analyse ATW

In het eerste onderzoek is, in opdracht van de ministeries van VWS en SZW, nagegaan of het vanuit veiligheids-, financiële en organisatorische overwegingen wenselijk of noodzakelijk is om artsen onder de werking van de Arbeidstijdenwet (ATW) te brengen. De arbeidstijden van vooral huisartsen en medisch specialisten blijken vaak sterk af te wijken van de normen uit de ATW en veel artsen ervaren problemen vanwege hun lange werktijden. Desondanks wordt in het onderzoek geconcludeerd dat de ATW geen geschikt instrument is om de problemen rond de arbeidstijden van artsen op te lossen. In vervolg op deze evaluatie is op verzoek van het ministerie van SZW een second analyse uitgevoerd op het datamateriaal. Informatie over dit tweede onderzoek kunt u opvragen bij de contactpersoon.

Haalbaarheidsstudie Handhavings Informatie Punt Asbest

In Nederland handhaven diverse instanties de wet- en regelgeving voor asbest: de Arbeidsinspectie, VROM-Inspectie, Inspectie Werk en Inkomen, Inspectie Verkeer en Waterstaat, OM, politie, gemeenten en provincies. Deze ‘asbesthandhavers’ verzamelen op hun eigen manier informatie over hoe door bedrijven en particulieren wordt omgegaan met asbest. Een handhavingsinformatiepunt (HIP) kan ervoor zorgen dat deze informatie tussen de handhavers beter wordt gedeeld. Regioplan heeft in opdracht van het ministerie van SZW een advies uitgebracht over het nut en de noodzaak van een dergelijk informatiepunt. In het advies wordt gewezen op het belang van een betere samenwerking tussen de handhavingspartners als basis van informatie-uitwisseling. Het informatiepunt kan dan vervolgens een instrument worden dat de verschillende handhavingspartners dichter bij elkaar brengt.

Werkdruk, agressie en geweld binnen het mbo

In opdracht van de Branchebegeleidingscommissie bve (BBC) heeft Regioplan onderzoek gedaan naar werkdruk, agressie en geweld in de mbo-sector.Er blijkt in vergelijking met de nulmeting van eind 2005 geen sprake van een afname van de ervaren werkdruk, maar juist van een toename. Hoe dit komt, is niet duidelijk, maar het is niet ondenkbaar dat de actuele ontwikkelingen in het mbo-onderwijs (deels) verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de ervaren werkdruk. Van een toe- of afname van ervaren geweld en agressie is geen sprake. Ten behoeve van het toekomstig beleid verdient het aanbeveling de ontwikkelingen op het gebied van werkdruk, agressie en geweld nauwlettend te blijven volgen.

Automatische prijscompensatie in de CAO Woondiensten

Voor de CAO-partijen in de woningcorporatiesector onderzocht Regioplan de voor- en nadelen van de automatische prijscompensatie. Aan de hand van een gestructureerde aanpak zijn de voor- en nadelen van de CAO-artikel op macro-, meso- en microniveau in kaart gebracht. Het rapport is niet openbaar.

Eindevaluatie Arboplusconvenant Academische Ziekenhuizen

De Nederlandse Universitair Medische Centra (UMC’s) hebben begin 2001 een Arboconvenant afgesloten met de werknemersorganisaties en de ministeries van SZW en VWS. Dit Arboconvenant heeft de basis gelegd voor een integraal (arbo)zorgsysteem: een ‘blauwdruk’ die de UMC’s de mogelijkheid biedt om hun arbeidsomstandighedenbeleid in samenhang met andere beleidsterreinen onder te brengen in één geïntegreerd zorgsysteem. Na afloop van het Arboconvenant (31 december 2003) is in januari 2004 het Arboplusconvenant afgesloten. Het Arboplusconvenant was gericht op het vasthouden van de positieve ontwikkelingen en het ontwikkelen van oplossingen voor (een beperkt aantal) nieuwe vraagstukken, op het gebied van verzuim en re-integratie. De uitvoering van het Arboplusconvenant is op 31 december 2006 geëindigd en in twee metingen door Regioplan geëvalueerd. Vragen die in de evaluatie aan de orde kwamen: Welke maatregelen en instrumenten zijn ingezet en hebben zij bijgedragen (of zullen zij in de nabije toekomst bijdragen) aan veilig en gezond werken in deze sector?

‘OP DE HOOGTE’ – een studie naar het werken op hoogte

Bedrijven die bijvoorbeeld met ladders en steigers op hoogte werken, staan positief tegenover de nieuwe regelgeving voor werken op hoogte. Dit blijkt uit een onderzoek dat Regioplan heeft uitgevoerd voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De aanleiding voor het onderzoek was het van kracht worden van de nieuwe Europese richtlijn Werken op Hoogte per 15 juli 2006. De richtlijn stelt beperkingen aan het gebruik van ladders, trappen en lijnen op de werkplek. Het doel van het onderzoek was om – vooruitlopend op invoering van de richtlijn – kennis te vergaren die nodig is om de richtlijn goed te kunnen invoeren, handhaven en evalueren. Uit het onderzoek komt naar voren dat tweederde van de bedrijven aangeeft dat het valgevaar afneemt door het invoeren van regels voor werken op hoogte. Ruim 92 procent van de bedrijven zegt goed op de hoogte te zijn van de regels. Meer dan 80 procent van de bedrijven wist dat het gebruik van ladders vanaf juli 2006 beperkt dient te worden. Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van Hoof liet in een reactie weten dat gezien de grote kennis van de regelgeving, erop te vertrouwen dat de inspanningen van de brancheorganisaties voldoende borging bieden voor de naleving van de regels.

Arbodienstverlening in het primair- en voortgezet onderwijs 2006

Regioplan heeft in opdracht van de Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het Onderwijs (VF/BGZ) onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de arbozorg in het primair en voortgezet onderwijs. Het eerste onderzoek is in 2002 uitgevoerd, het tweede onderzoek in 2003 en het derde onderzoek is van eind 2006. In deze derde meting wordt ingezoomd op wijzigingen in de arbowet per 1 juli 2005. Sinds deze datum zijn werkgevers niet langer verplicht een contract af te sluiten met een arbodienst. Dit betekent voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs dat deskundige ondersteuning op het gebied van arbeidsomstandigheden beter op maat gesneden kan worden. Zowel schooldirecteuren, langdurig zieke werknemers en arbodiensten zijn in het kader van dit onderzoek geïnterviewd over hun ervaringen met arbodienstverlening.

Evaluatie Arboconvenant Koek & Snoep

De sector Koek & Snoep realiseerde in de afgelopen tweeënhalf jaar een daling van 17 procent van het sectoraal ziekteverzuim. Ook zijn in dezelfde periode vele instrumenten ontwikkeld die daadwerkelijk effectief zijn in het tegengaan van verzuim en uitval van werknemers. Dit blijkt uit de evaluatie van het arboconvenant Koek & Snoep dat Regioplan uitvoerde. In eindrapport dat u hieronder kunt downloaden, leest u hier alles over.

Eindevaluatie Arboconvenant Sociale Werkvoorziening

Uit de eindevaluatie van het Arboconvenant Sociale Werkvoorziening blijkt dat in de afgelopen jaren meer aandacht is gekomen voor de arbeidsomstandigheden van de medewekers in bedrijven. Grosso mode is het aantal klachten van SW-medewerkers over fysieke belasting gelijk gebleven. De klachten over psychosociale belasting zijn de afgelopen vier jaar gestegen. Het ziekteverzuim is licht gedaald in de sector, maar de WAO-instroom is niet afgenomen. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden blijft dus onverminderd belangrijk. Lees meer over de onderzoeksbevindingen in het eindrapport dat hier is te downloaden.

Bedrijven over wetswijziging arbodienstverlening eerste meting

Vorig jaar is een nieuw model voor arbodienstverlening in werking getreden. Er zijn alternatieven beschikbaar gekomen voor het contract met een arbodienst, zoals een contract met een verzekeraar of re-integratiebedrijf. Maatwerk is mogelijk gemaakt, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er overeenstemming zijn met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of dienen er in de CAO afspraken vastgelegd te worden over het arbobeleid. In het kader van deze veranderingen heeft Regioplan, in opdracht van het ministerie van SZW, een eerste meting uitgevoerd onder bedrijven met de vraag: wat zijn de reacties van werkgevers op de geboden nieuwe mogelijkheden?