Werkveld: Leefstijl en duurzaamheid
Doe maar gezond en duurzaam!
Aandacht voor een gezonde en duurzame leefstijl is niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving. Ook wij dragen daar in onze projecten een steentje aan bij.
In Nederland zijn er volop initiatieven om te stimuleren dat mensen gezonde keuzes maken die het milieu en klimaat zo min mogelijk belasten. Deze initiatieven bieden kansen om mensen fitter en gezonder te krijgen en om milieu- en klimaatdoelen te behalen. Maar het beïnvloeden van keuzeprocessen van mensen is uitdagend en de rol van de omgeving moeten we niet onderschatten. Wij helpen beleidsmakers graag met dit ingewikkelde vraagstuk. Dat hebben we recent in diverse projecten gedaan door het doen van onderzoek naar impact en werkzaamheid, het in kaart brengen van kosten en baten en het ondersteunen bij het ontwikkelen van leefstijlaanpakken.
Bent u geïnteresseerd in dit onderwerp? Neem dan een kijkje op ons nieuwe werkveld Leefstijl en duurzaamheid. Daar treft u ook een overzicht van onze recente en relevante projecten op dit terrein.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda.
Evaluatie Voedingscentrum
Het Voedingscentrum informeert consumenten over duurzame voeding en voedselverspilling en stimuleert duurzame voedselconsumptie. Hiervoor ontvangt het Voedingscentrum een subsidie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Wij onderzochten de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteiten en tools die het Voedingscentrum inzet. Dragen de activiteiten eraan bij dat consumenten minder voedsel verspillen en een duurzamer dieet volgen? Tevens brachten we in kaart of en hoe een meer doeltreffende en doelmatige inzet van de beschikbare middelen van het ministerie mogelijk is. Het onderzoek wordt uitgevoerd over de periode 2013-2018.
Grote output en groot bereik
Uit de evaluatie komt naar voren dat het Voedingscentrum met relatief beperkte budgetten een relatief grote output bewerkstelligt en het de thema’s duurzaamheid en gezondheid goed aan elkaar weet te verbinden. Samenwerkingspartners en experts zijn overwegend positief over de samenwerking en over de wijze waarop het Voedingscentrum activiteiten uitzet. De doeltreffendheid van de activiteiten van het Voedingscentrum zijn moeilijk vast te stellen. Toch wordt de werkzaamheid van de activiteiten ondersteund door diverse bevindingen. Het betreft bijvoorbeeld het grote bereik van de activiteiten onder consumenten en de landelijke daling in voedselverspilling. Ook de uitkomsten van de enquête onder consumenten die in deze evaluatie is uitgezet laten zien dat consumenten die bekend zijn met het Voedingscentrum meer kennis en handelingsperspectieven lijken te hebben ten aanzien van duurzaam voedsel dan consumenten die het Voedingscentrum niet kennen, al zijn de verschillen klein te noemen en kunnen we geen uitspraken doen over causaliteit.
Aandachtspunten
De volgende aandachtspunten komen naar voren
- Sommige doelgroepen, zoals laagopgeleiden, blijven lastig te bereiken. Dit komt mogelijk doordat de inzet onvoldoende op specifieke, gedefinieerde doelgroepen wordt gericht.
- Het Voedingscentrum zou nog meer kunnen doen om te komen tot duurzame voedselkeuzes bij de consument door onder meer te kijken naar het vergroten van vaardigheden en door gedragsverandering te ondersteunen. Deze aspecten zijn lastiger te beïnvloeden, maar wel cruciaal volgens experts.
- Voor partners en consumenten lijkt de focus van het Voedingscentrum als eerste te liggen op gezondheid, dan voedselverspilling en als laatste duurzaamheid. Onderliggend hieraan is het hogere budget van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het gebrek aan helderheid over het begrip ‘duurzaam voedsel’.
Reactie minister van LNV
De minister van LNV onderschrijft de conclusies en neemt de aanbevelingen van de evaluatie over. De rol van het Voedingscentrum zal worden gehandhaafd en het Voedingscentrum zal betrokken worden in de verdere afbakening en definiëring van wat bedoeld wordt met ‘duurzaam voedsel’. Er zal bekeken worden of er meer ruimte is voor de toetsing van de effectiviteit van tools en campagnes.
Meer informatie?
Neem contact op met Miranda.
Lees ook de kamerbrief voor de volledige reactie van de minister.
Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Evaluatie programma Jong Leren Eten
Nederlandse kinderen eten vaak ongezond. Ook weten veel kinderen niet waar hun eten vandaan komt. Om het thema gezonde en duurzame voeding beter onder de aandacht te brengen en te versterken heeft het kabinet in 2016 het programma Jong Leren Eten geïnitieerd. Het programma is gericht op samenwerking tussen partners die actief zijn op het thema. Wij hebben de afgelopen jaren een lerende evaluatie uitgevoerd van het programma, om te kijken wat nodig is om de doelen van JLE te bereiken.
Zoals ook beschreven in de Kamerbrief, concluderen wij in de evaluatie dat met het programma een impuls is gegeven aan het netwerk en de activiteiten op het gebied van voedseleducatie. Ook is er meer verbinding en afstemming tussen de ‘witte’ wereld (gezondheid) en ‘groene’ wereld (duurzaamheid) gekomen. Een tweede programmaperiode is echter nodig voor een structurele borging van datgene dat er tot nu toe bereikt is.
Jong Leren Eten zal de komende jaren worden voortgezet en van nieuwe accenten voorzien, zoals onder andere in onze evaluatie is voorgesteld.
Meer informatie?
Neem contact op met Miranda.
Effecten meer en beter bewegingsonderwijs
In 2018 heeft de SP een wetsvoorstel voor meer en beter bewegingsonderwijs ingediend. Volgens het voorstel zou drie uur gym per week de norm moeten worden voor alle basisscholen. Bovendien dienen alle gymlessen enkel door vakleerkrachten te worden verzorgd. Het wetsvoorstel voorziet tevens in een werkdrukverlaging voor groepsleerkrachten: de tijd die zij momenteel steken in het geven van gymnastiek kunnen zij gaan besteden aan (de voorbereiding van) het reguliere onderwijs.
De SP heeft ons gevraagd om te bezien of er wetenschappelijk onderbouwd bewijs bestaat voor de aanwezigheid van opbrengsten van de initiatiefwet op het gebied van gezondheid, leerprestaties en eventuele overige maatschappelijke baten. Tevens zijn we gevraagd om te onderzoeken of de (financiële) omvang van deze baten in kaart kan worden gebracht en of een afweging tussen investeringen en opbrengsten mogelijk is.
Uit ons onderzoek blijkt dat er overtuigend bewijs is voor de gezondheidsvoordelen van sporten en bewegen en dat door meer gymlesminuten de fitheid van kinderen kan verbeteren. De vakleerkracht heeft hierbij een toegevoegde waarde. Er zijn (steeds meer) aanwijzingen dat (extra) beweging op school de schoolprestaties kan begunstigen, maar vooralsnog is er onvoldoende wetenschappelijk bewijs waarmee een positieve causale relatie kan worden bevestigd.
Meer informatie?
Neem contact op met Kees.
Gezondheid en participatie van vergunninghouders. Een verkennende studie naar de rol van gezondheid van vergunninghouders bij de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie.
Gezondheid en participatie van vluchtelingen: de rol van gemeenten
Gezondheid speelt een belangrijke rol bij de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen. Gezondheid is nodig om te participeren, maar andersom kan werkloosheid ook negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben. Voor gemeenten is het vaak moeilijk om een inschatting te maken van de gezondheid van vluchtelingen en wat dit betekent voor het trajecten richting werk en participatie. Tegelijkertijd is het voor een goede dienstverlening essentieel dat begeleiders in staat zijn problematiek te signaleren, tijdig bespreekbaar maken en wanneer nodig door te verwijzen naar specialistische zorg. Hoe pakken gemeenten dit aan, en welke lessen zijn daaruit te trekken?
Signaleren, vertrouwensband en aandacht voor de context
In drie gemeenten (Amersfoort, Amsterdam en Katwijk) is verkend welke rol gezondheid van vluchtelingen speelt in het beleid en de praktijk van de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie. Een belangrijke uitkomst is dat het signaleren en bespreekbaar maken van gezondheidsvraagstukken niet altijd eenvoudig is. Het opbouwen van een vertrouwensband en het voortdurend alert blijven op de gezondheid tijdens de begeleiding is daarom essentieel. Bovendien moet de professional daarbij ook aandacht hebben voor andere stressfactoren, zoals een problematische thuissituatie. (Wachten op) gezinshereniging kan bijvoorbeeld een bron van stress zijn.
Een professional vertelt: “Soms doet iemand het heel goed in Nederland en na twee jaar vindt er gezinshereniging plaats. De gezinshereniger zit dan nog in het zwaar gelovige normen- en waardenpatroon van het herkomstland, terwijl de eerste aanvrager zich al sterk heeft aangepast aan de Nederlandse cultuur. Dat veroorzaakt soms een enorme clash. Daarom moet je je ook op de context focussen. Als je je alleen focust op de persoon die tegenover je zit, dan mis je de rest.”
Maatwerk
Hoe kan een traject richting werk en participatie het beste worden vormgegeven wanneer er sprake is van gezondheidsproblematiek? Een belangrijke randvoorwaarde is maatwerk. Geen enkele situatie is hetzelfde. Voor een goede op de persoon afgestemde begeleiding heeft de professional voldoende handelingsvrijheid en tijd nodig.
Passend aanbod
Daarnaast moet er voldoende aanbod zijn op zorg- en welzijnsvlak, afgestemd voor vluchtelingen. Dit is overigens ook een knelpunt. Zo is specialistische zorg vaak niet meteen beschikbaar of toegankelijk: er zijn wachtlijsten, zorgtrajecten zijn niet altijd afgesteld op vluchtelingen, en de kosten van trajecten die gemoeid zijn met het gebruik maken van zorg spelen soms een belemmerende rol.
Een professional vertelt: “De wachtlijsten voor psychische hulpverlening belemmeren je in je traject. Als je niet goed slaapt, gaat het niet goed in de les. Zolang het niet zo goed in de les gaat, leer je minder snel de Nederlandse taal. Als je minder snel de Nederlandse taal leert, heb je minder kansen op de arbeidsmarkt.”
Professionals kunnen proberen de wachttijd naar formele zorg te overbruggen door gebruik te maken van het informele aanbod in de omgeving. Ook kunnen zij de vluchteling stimuleren andere activiteiten te ondernemen die bijdragen aan het welbevinden, zoals sporten en bewegen.
Waar kan ik meer lezen?
Dit onderzoek hebben wij samen met het Verwey-Jonker Instituut, Movisie en Pharos uitgevoerd, met subsidie van ZonMw in het kader van het programma ‘Vakkundig aan het werk’. Een pdf van het onderzoeksrapport is hieronder te downloaden.
Ook heeft het onderzoek geleid tot een handreiking met tips voor professionals die vluchtelingen begeleiden naar werk of andere vormen van participatie. De handreiking is gratis te downloaden op de website van Pharos.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Jeanine.
Evaluatie project Fit@WeekendAcademie
De Weekend Academie biedt een naschools programma aan waarin kinderen en jongeren uitgedaagd worden om vaardigheden en talenten te ontwikkelen. Daarnaast biedt de Weekend Academie ook gezinscoaching voor ouders, rond vragen over opvoeden en opgroeien.
Een goede gezondheid is een belangrijke voorwaarde voor kinderen om zich op een goede manier te ontwikkelen. De Weekend Academie constateerde dat het leefpatroon van veel van haar leerlingen niet (voldoende) gezond is. Zij besloot daarom in haar lessen en coaching meer aandacht te besteden aan gezonde voeding en het belang van bewegen. Om hier een effectieve methodiek voor te ontwikkelen, is met subsidie van het fonds NutsOhra in 2016 het project Fit@WeekendAcademie van start gegaan. Wij ondersteunden de ontwikkeling van de methodiek met evaluatieonderzoek onder kinderen, ouders en medewerkers van de Weekend Academie. Dit resulteerde in waardevolle lessen voor de (door)ontwikkeling van de methodiek.
Meer informatie
Het rapport is nog niet openbaar.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda.
dr. Miranda Witvliet
Beleid dat rekening houdt met verscheidenheid in de maatschappij en dat recht doet aan alle groepen mensen, dat is waar ik met mijn onderzoek aan wil bijdragen. Thema’s waar ik graag over meedenk zijn een inclusieve arbeidsmarkt, armoedevraagstukken en het stimuleren van een gezonde en duurzame leefstijl. Dat doe ik vanuit mijn brede expertise met het inzetten van (innovatieve) onderzoeksmethoden, zowel kwalitatief als kwantitatief.