Werkveld: Migratie, integratie en diversiteit
Onderzoek inburgeringsbehoeftigen Rotterdam
Op basis van interviews met ruim 140 inburgeringsbehoeftigen zijn de achtergronden, participatiedoelen en behoeftenprofielen in het kader van inburgering en taalonderwijs van verschillende groepen vrijwillige inburgeraars in Rotterdam in kaart gebracht. Het onderzoek biedt handvatten om het inburgeringsaanbod van de gemeente beter af te stemmen op verschillende groepen inburgeringsbehoeftigen.
Omvang gemeentelijke noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers
In het onderzoek is gekeken naar de omvang en ontwikkeling van de door gemeenten gefaciliteerde noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers. Uit het onderzoek is gebleken dat de omvang van de noodopvang sterk is afgenomen sinds 2007. De aanwezigheid van schrijnende gevallen en personen in vervolgprocedures vormen voor gemeenten de grootste obstakels om de noodopvang per 1 januari 2010 te beëindigen. U kunt het rapport opvragen bij de VNG.
De Wet inburgering buitenland: zelfselectie belangrijker dan selectie
De Wet inburgering buitenland (Wib) is ruim twee jaren geleden ingevoerd. Veel discussies over deze wet betroffen de juridische houdbaarheid ervan. In dit artikel zal een geheel ander aspect van de inburgeringsplicht in het buitenland worden besproken. Centraal staat namelijk de vraag of we inmiddels iets kunnen zeggen over de opbrengsten en (neven-)effecten van deze wet.
Ter beantwoording van deze vraag zal gebruik worden gemaakt van een recent verschenen evaluatierapport. Hieruit wordt duidelijk dat de Wib vooral van invloed is geweest op de migratie naar Nederland. Bewijzen ten aanzien van integratie in Nederland zijn nog niet te geven. In het beste geval leidt deelname aan een examen in het buitenland tot een iets betere startpositie in het kader van de Wet inburgering.
Gemeenschapsrecht en gezinsmigratie
Regioplan onderzocht in opdracht van het WODC, samen met de IND en het Instituut voor Migratierecht van de Universiteit Leiden, de aard en omvang van het gebruik van het gemeenschapsrecht door gezinsmigranten uit derdelanden. Het gaat daarbij om het gebruik van de zogenaamde Europa-route.
De Europa-route houdt in dat buiteneuropese gezinsleden van een EU-burger die in Nederland is gevestigd of van een Nederlander die een tijd in een andere EU-lidstaat heeft gewoond, beroep kunnen doen op het vrij verkeer van personen binnen de Unie.
Een weg vol obstakels: de moeizame integratie van vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt
Het publieke en politieke debat rondom asielzoekers en vluchtelingen concentreert zich momenteel vooral rond de thema’s van toelating, opvang en uitzetting. De integratie van vluchtelingen die zich wel mogen vestigen in Nederland krijgt veel minder aandacht. Zowel in de wereld van het beleid als het onderzoek richt de aandacht zich in belangrijke mate op de situatie van de getalsmatig grootste minderheidsgroeperingen in Nederland. Over de integratie van vluchtelingen is beduidend minder bekend. De vraag is echter of dit terecht is. Diverse signalen wijzen namelijk op een weinig voorspoedig integratieproces voor deze groep. Bovendien wijkt het integratieproces van vluchtelingen op een aantal wezenlijke punten af van dat van andere minderheidsgroepen in Nederland. In deze bijdrage zal de integratieproblematiek van vluchtelingen nader worden verkend.
Het heden en de toekomst van nieuwe groepen in Nederland. Divergerende integratiepatronen.
De bijdrage laat zien hoe het op dit moment gesteld is met de integratie van vluchtelingen en wat we kunnen verwachten over het verloop van de integratie in de komende jaren. Daarbij gaat de aandacht uit naar zowel de sociaal-economische als sociaal-culturele kant van de integratie. Welke positie vluchtelingengroepen innemen op beide integratiedimensies komt eerst aan de orde. Vervolgens brengen we beide integratiedimensies met elkaar in verband teneinde een viertal integratiepatronen te kunnen onderscheiden. Hierop wordt de positie van elke onderscheiden groep bepaald. Het artikel sluit af met een beschouwing over het verloop van de integratie in de komende decennia. We stellen ons de vraag welke integratierichting het meest aannemelijk is, dit tegen de achtergrond van vier mogelijke uitkomsten van sociaal-economische en sociaal-culturele integratie.
Inburgeren in Nederland.
In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de resultaten van het Nederlandse inburgeringsbeleid. Bezien zal worden wat de maatregelen ten behoeve van de verplichte en vrijwillige inburgering hebben opgeleverd en waar de opbrengsten bij de verwachtingen zijn achtergebleven. Zowel de trajecten ten behoeve van nieuwkomers als oudkomers zijn in de analyses betrokken. Omdat het inburgeringsbeleid recentelijk drastisch is gewijzigd, zal aan deze stelselwijziging eveneens aandacht worden besteed. De uitgangspunten en invulling van de nieuwe inburgeringswetgeving wijken namelijk sterk af van het voormalige inburgeringsbeleid. Het is nog te vroeg om de opbrengsten van het recent ingevoerde inburgeringsbeleid in kaart te brengen. De in dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten refereren dan ook voornamelijk aan het vroegere beleid. Hiermee kunnen geen vergaande conclusies over de werking van het huidige beleid worden getrokken. Wel kan de analyse van de resultaten van het voormalige inburgeringsbeleid inzicht verschaffen in de gevoelde noodzaak het inburgeringsbeleid aan te passen.
Sociale netwerken en de integratie van etnische minderheden
Sociale netwerken spelen een prominente rol in de uitkomsten van integratie van etnische minderheden in Nederland. Gebleken is namelijk dat het bestaan van sociale barrières een sterk nadelige invloed heeft op zowel de individuele positieverwerving van etnische minderheden als op de sociale samenhang in de maatschappij als geheel. In deze bijdrage wordt op beide aspecten ingegaan. Daarnaast zal in navolging van de Amerikaanse socioloog Putnam worden betoogd dat deze negatieve effecten geen onveranderlijk gegeven hoeven te zijn. Op langere termijn kunnen sociale barrières namelijk worden weggenomen wanneer autochtonen en allochtonen nieuwe sociale identiteiten construeren die niet langer door etnische scheidslijnen worden begrensd.
Integratiebeleid nu en in de nabije toekomst
In deze bijdrage wordt ingegaan op de visie die het kabinet ten aanzien van de integratie heeft ontwikkeld. Als basis hiervoor dient de Integratienota 2007-2011 van het Ministerie van VROM /WWI. Duidelijk wordt dat de regering zich bezorgd toont over diverse ontwikkelingen. In het bijzonder wordt daarbij verwezen naar het onbehagen onder zowel allochtone als autochtone burgers. Deze constatering heeft de regering bewogen tot het nemen van ‘beslissende’ stappen. Ook deze zullen in dit hoofdstuk worden besproken. Inburgering, maatregelen in het onderwijs, het voeren van een wijkaanpak en specifieke maatregelen voor sommige allochtone risicogroepen vallen daarbij in het bijzonder op. Alvorens deze aspecten te bespreken, volgt een korte toelichting op enkele van de belangrijkste integratieproblemen in Nederland.
Profielen en behoeften van de doelgroep inburgering
De gemeente Amsterdam wil graag betere resultaten van de inburgering door het leveren van maatwerk en wil daarom de behoefte van de cliënt meer centraal stellen. Bovendien wil de gemeente weten of er mogelijk sprake is van bepaalde klantprofielen, zodat het aanbod voor inburgeraars kan worden aangepast. Regioplan heeft tweehonderd potentiële inburgeraars bevraagd over hun ervaring met inburgering, waarbij specifiek is ingegaan op motivatie en betrokkenheid bij de Nederlandse maatschappij. Uit het onderzoek blijkt dat je op basis van leeftijd, geslacht en migratiereden bruikbare profielen kunt ontwikkelen voor doelgroepen van inburgering met verschillende behoeften en risicoprofielen.