Werkveld: Migratie, integratie en diversiteit
Subsidiestromen rijksantidiscriminatiebeleid
In opdracht van het ministerie van BZK heeft Regioplan onderzoek gedaan naar subsidiestromen op het terrein van rijksantidiscriminatiebeleid. Regioplan heeft in kaart gebracht welke organisaties een subsidie (of opdracht) van het Rijk hebben ontvangen voor de uitvoering van hun werkzaamheden ten behoeve van de bestrijding of preventie van discriminatie in Nederland.
Een haperende keten bij evaluatie en verificatie
In 2004 werd het ‘probleemlandenbeleid’ afgeschaft. De gang van zaken is sindsdien in alle landen gelijk: de Nederlandse vertegenwoordigingen legaliseren brondocumenten indien deze aan de formele vormvereisten voldoen. Als beslissende instanties in Nederland die gebruik maken van de gelegaliseerde documenten, twijfelen aan de inhoud ervan, kunnen zij die documenten alsnog laten verifiëren.Evaluatie leert dat voor de betrokken ketenpartners onvoldoende helder is wat de verdeling van verantwoordelijkheden en taken is in het gehele legalisatie- en verificatieproces. Dat komt vooral door de beperkte uitwerking in instructies en tekortschietende communicatie tussen betrokken instanties.
Inburgering en re-integratie hand in hand
Voorafgaand aan de invoering van de WI heeft het ministerie van
Justitie zes gemeenten gevraagd om een pilot te starten. Zij deden ervaring op
met het combineren van inburgerings- en reïntegratievoorzieningen. In de pilots
is gebleken dat deze combinatie in de praktijk goed te maken is. Daarvoor zijn
een duidelijke bestuurlijke visie en een weloverwogen organisatie nodig.
Ruimte voor gebed: een plek voor moskee, mandir en migrantenkerk in Den Haag?
Het religieuze leven in Den Haag is even veelkleurig als haar bevolking. Naast de Nederlandse rooms-katholieke en protestants-christelijke geloofsgemeenschappen komen ‘oude’ en ‘nieuwe’ migranten op meer dan 125 locaties bij elkaar voor gebedsdiensten. Op geschiktheid van deze nieuwe gebedsruimten valt het nodige aan te merken. Om dit te verbeteren, kan de gemeente Den Haag een belangrijke bijdrage leveren, al zijn er diverse beperkingen.
Werking en opbrengsten inburgering Utrecht
De gemeente Utrecht biedt inburgeraars naast een basistraject inburgering aanvullende programma’s aan om beter Nederlands te leren en kennis te maken met Nederlanders en de Nederlandse maatschappij. Regioplan heeft de resultaten van vier programma’s onderzocht. Het gaat om plustrajecten (extra taallessen), Doe Meer Met Inburgering (DMMI, kennismaking met maatschappelijke en culturele organisaties), Spraakmakend (conversatielessen) en Diverse Utrechtse Ontmoetingen (DUO, een maatjesprogramma). Uit het onderzoek komt naar voren dat de plustrajecten maar voor een kleine groep meerwaarde hebben. DUO en Spraakmakend zijn daarentegen een zinvolle aanvulling op de inburgeringstrajecten, met name door het oefenen van de taal in de praktijk. DMMI voorziet in een duidelijke behoefte aan informatie.
Evaluatie van de informatievoorziening in het kader van de wet inburgering in Barendrecht en Ridderkerk
Regioplan onderzocht voor de gemeenten Ridderkerk en Barendrecht of hun informatievoorziening over inburgering doeltreffend en doelmatig is. De gemeenten hebben die voorziening verschillend georganiseerd: Barendrecht informeert inburgeringsplichtigen door een uitnodigingsbrief en informatiefolder; Ridderkerk legt persoonlijke huisbezoeken af. De onderzoeksvraag is beantwoord door interviews met beleidsmakers, een documentenstudie en een enquête onder inburgeringsplichtigen. In beide gemeenten is de informatievoorziening doeltreffend: na de informatie weten inburgeraars meer over inburgering dan daarvoor. In Barendrecht is de informatievoorziening daarnaast ook doelmatig: met relatief eenvoudige middelen bereikt de gemeente de doelgroep goed. In Ridderkerk verloopt de informatievoorziening minder doelmatig: de huisbezoeken kosten veel tijd en inspanning en resulteren slechts in beperkte mate in het bereik van de doelgroep.
Projecten voor Antilliaanse jongeren: van experimenten naar beleid
Sinds 1993 zijn er onder verschillende regelingen miljoenen euro’s besteed aan projecten voor Antilliaanse jongeren. Het projectenbeleid heeft veel inzichten opgeleverd over de mogelijkheden om de doelgroep te vinden en te binden. Toch is er weinig inzicht in de effectiviteit van het beleid. Helpen de projecten echt om de situatie van de jongeren te verbeteren?
Re-integratie door een etnische bril bekeken
Het is een bekend gegeven: als het gaat om de werkloosheid en arbeidsparticipatie steken nietwesterse allochtonen ongunstig af ten opzichte van het autochtone deel van de bevolking. Recent onderzoek belicht deze problematiek door het gemeentelijke reïntegratiebeleid te analyseren langs de etnische lijn en wat blijkt: etniciteit speelt nauwelijks een rol, niet in het beleid én niet in de uitvoering.
Evaluatie legalisatie- en verificatiebeleid
Buitenlandse documenten zoals geboorteakten of huwelijksakten kunnen niet zonder meer gebruikt worden in Nederland. In de meeste gevallen worden ze eerst beoordeeld op vorm (legalisatie) door de Nederlandse ambassades in de landen van herkomst. Tot 2006 werd in een vijftal ‘probleemlanden’ tevens de inhoud van de documenten onderzocht (verificatie). Sinds de Raad van State dit beleid afwees, is de gang van zaken in alle landen gelijk: legalisatie is standaard terwijl verificatie alleen plaatsvindt als de instanties in Nederland die de documenten gebruiken (gemeenten en IND) twijfelen aan de juistheid van de inhoud. Het onderzoek van Regioplan wijst uit dat het ‘bouwwerk’ van het nieuwe beleid staat, maar dat nog verbetering mogelijk is bij de uitwerking ervan.
Achtergronden en ondersteuningsbehoeften van ‘generaal pardonners’
Vooruitlopend op de regeling ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ wilde VluchtelingenWerk Nederland graag meer zicht op de achtergrond van de mensen die mogelijk onder deze regeling vallen. Tevens wilde zij zicht op de behoeften aan ondersteuning bij hun integratieproces. Regioplan heeft in opdracht van VluchtelingenWerk een enquête uitgevoerd onder ruim 400 vluchtelingen. Deze mensen is onder meer gevraagd naar hun onderwijs- en werkervaring in het land van herkomst en hun familiesituatie. Tevens is gevraagd naar hun behoefte aan informatie en ondersteuning op het gebeid van huisvesting, gezondheidszorg, materieel rechtelijke zaken en sociaaleconomische participatie.