Werkveld: Veiligheid en recht
Terugkeer van overvallers en straatrovers naar gemeenten. Evaluatie van de pilot BIOS
De terugkeer van ex-gedetineerden naar gemeenten heeft in het verleden tot problemen met de openbare orde geleid. Het is belangrijk dat de burgemeester zich hierop kan voorbereiden en zo nodig maatregelen kan nemen. Daarvoor is een informatiekanaal ingericht. Vanwege de bescherming van de privacy staat dat los van de bestaande gegevensstroom ten behoeve van nazorg aan ex-gedetineerden (huisvesting, inkomen, documenten). We evalueerden de informatievoorziening in de pilots BIVGEG en BIJ voor terugkerende daders van gewelds- en zedendelicten. Nadat de informatievoorziening was uitgebreid naar daders van overvallen en straatroven (pilot BIOS) voerden we opnieuw een evaluatie uit met aandacht voor de acties van burgemeesters en voor de privacy van de ex-gedetineerden.
Meer informatie?
De evaluaties voerden we uit in opdracht van het ministerie van JenV en van het WODC.
U kunt contact opnemen met Ger.
Procesevaluatie kwaliteitsverbetering werkstraffen
Het project kwaliteitsverbetering werkstraffen had als doel om de slagingskans van de werkstraf te vergroten en een bijdrage te leveren aan recidivevermindering. Daarnaast moest het een positieve impuls geven aan het draagvlak voor en de beeldvorming over de werkstraf. Het project werd eind 2013 afgesloten. Het resultaat was een landelijke methode coördinatie taakstraffen met als doel om landelijk een eenduidige werkwijze te bereiken.
In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Regioplan onderzocht in hoeverre de maatregelen en activiteiten ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van werkstraffen – zoals voortgekomen uit het project – worden uitgevoerd zoals beoogd. Het onderzoek moest vragen beantwoorden over de opzet, de implementatie en de uitvoering van het project.
Hoe werken gedragsmaatregelen woonoverlast? Evaluatie gedragsaanwijzing woonoverlast
Een van de maatregelen die woningcorporaties kunnen nemen om woonoverlast te bestrijden is het inzetten van gedragsaanwijzingen. De woningcorporatie kan met
de huurder een vrijwillige gedragsaanwijzing aangaan die kan worden
neergelegd in een vaststellingsovereenkomst. Als het niet lukt om tot een
vrijwillige gedragsaanwijzing te komen, of als de huurder zich er niet aan
houdt, kan de woningcorporatie de rechter vragen om de huurder te
verplichten een of meer gedragsaanwijzingen na te leven.
Omdat het gebruik van gedragsaanwijzingen in de corporatiesector geen gemeengoed is, is onder de vlag van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) een pilot gedragsaanwijzing woonoverlast opgestart. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van VenJ heeft Regioplan de werking van gedragsaanwijzingen woonoverlast en de toepassing ervan in de praktijk onderzocht.
Secondary analysis quality measurement of victim support
The victim support monitor periodically measures the experiences of victims receiving judicial victim support. The first measurement shows that victims are generally positive about the support offered by the police, the Public Prosecution Service, the Judiciary and Victim Support Netherlands. However, there are also victims who have predominantly negative experiences. In order to gain more knowledge about this group of victims, the Research and Documentation Centre (WODC) of the Dutch Ministry of Security and Justice commissioned Regioplan to conduct a secondary analysis on the data gathered in the victim support monitor. Subsequently, the results of the data analysis were confronted with practical experiences of seven employees of victim support desks and studied in depth.
The full text of the study is only available in Dutch. However, the summary is also available in English (see below).
Summary Process and efficacy evaluation Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC)
Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) is a behavioural intervention for adolescents (12-17 years of age) with severe antisocial behaviour. One of the aims of the intervention is to decrease recidivism. It consists of intensive supervision within a foster family, in which adolescents receive social skills training.
Between 2012 and 2014, Regioplan conducted a study that was commissioned by the Research and Documentation Centre (WODC) of the Dutch Ministry of Security and Justice, in which the development of a group of MTFC-participants was mapped out and compared with the development of participants in a juvenile correctional institution (JJI). The central question of the study was the extent to which the intervention is effective and adds value compared to usual care in a JJI. The intention was to measure the effectiveness of the intervention in terms of reduction of criminal recidivism, within a maximum of three years after the efficacy study.
The full text of the study is only available in Dutch. However, the summary is also available in English (see below).
Migratie en sociale media
In opdracht van het WODC deed Regioplan samen met de Erasmus Universiteit onderzoek naar het belang van en gebruik van sociale media door Syrische migranten. Dit onderzoek geeft inzicht in het gebruik van sociale media voorafgaand, tijdens en na de vlucht van Syrische asielmigranten naar Nederland. In het onderzoek is gesproken met 54 Syrische statushouders in verschillende asielzoekerscentra in Nederland. Opvallend is dat sociale media voornamelijk worden gebruikt voor het in contact komen met bestaande contacten. Slechts in enkele gevallen wordt via sociale media actief contact gezocht met ‘onbekenden’ voor het vergaren van informatie voorafgaand en tijdens de vlucht.
Advies aan WODC over gender in prevalentieonderzoek huiselijk geweld
Het WODC vroeg ons om te adviseren hoe gender in het komende prevalentieonderzoek naar huiselijk geweld beter kan worden geadresseerd. Met het advies kunnen in het komende onderzoek man-vrouwverschillen, overeenkomsten in slachtoffer- en daderschap, context en impact van het geweld nauwkeuriger kunnen worden gemeten en geduid.
Kleine toevoegingen in de fase 1-vragenlijst van het slachtoffer- en daderonderzoek dragen bij aan meer mogelijkheden om in de analyse tot een gendersensitief beeld te komen. Een grotere aanpassing van de vragenlijst maakt het echter mogelijk om tot een betere en meer gendersensitieve meting van huiselijk geweld te komen; bijvoorbeeld door meetinstrumenten te gebruiken die impact meenemen in de vragen naar geweldsvormen. Daarnaast kunnen dieptestudies daaraan bijdragen.
Voor het advies is met binnen- en buitenlandse experts gesproken. Vervolgens is het in 2010 uitgevoerde onderzoek langs een op wetenschappelijke literatuur gebaseerd toetsingskader gelegd en is een secundaire analyse op de data uit het prevalentieonderzoek van 2010 uitgevoerd.
Wij brachten het advies uit samen met Bureau Dijkstra.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
De Amsterdamse aanpak van seksueel geweld
Regioplan heeft voor de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven van de gemeente Amsterdam, een advies opgesteld over de hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld in Amsterdam.
In Amsterdam worden de meeste slachtoffers van seksueel geweld opgevangen bij de politie en in ziekenhuizen.
Een deel van de slachtoffers wordt goed geholpen, maar er is ook een groep slachtoffers dat niet tijdig of adequaat geholpen wordt. Doel van het onderzoek was achterhalen hoe dit in elkaar steekt en welke aanpak de gemeente Amsterdam kan volgen om deze slachtoffers wel de juiste hulp en ondersteuning te kunnen bieden, zonder dat voorbij wordt gegaan aan de huidige uitvoeringspraktijk en samenwerking tussen partijen.
Het advies dient voor de gemeente Amsterdam als input voor bestuurlijke besluitvorming over de aanpak van seksueel geweld. Het rapport is (nog) niet openbaar gemaakt.
Haalbaarheidsonderzoek informantenstudie ouderenmishandeling
Is het haalbaar om door middel van een informantenstudie de aard en omvang van ouderenmishandeling in Nederland in kaart te brengen? Over die vraag boog Regioplan zich in opdracht van het SCP. Ouderenmishandeling is een probleem dat grotendeels verborgen blijft: het wordt niet geregistreerd, mensen praten er niet gemakkelijk over.
Een informantenstudie brengt met behulp van professionals die met de doelgroep werken de aard en omvang van een probleem in kaart. In 2010 is op deze manier een inschatting gemaakt van de problematiek van kindermishandeling. Ouderenmishandeling is echter een ander soort problematiek, waardoor de methode van deze studie naar kindermishandeling niet zomaar gerepliceerd kan worden.
Het rapport is te vinden op de website van het SCP. Het SCP heeft de uitkomsten van het onderzoek meegenomen in haar advies aan het ministerie van VWS over prevalentie-onderzoek naar ouderenmishandeling. Naar verwachting wordt in het najaar van 2015 meer duidelijk over of en hoe deze prevalentie onderzocht zal gaan worden.
Voorbereiding proces- en effectevaluatie gewijzigde kinderbeschermingswetgeving
Per 1 januari 2015 is de gewijzigde kinderbeschermingswetgeving in werking getreden. De wetswijziging gaat gepaard met monitoring en evaluatie. In 2015 heeft Regioplan onderzocht op welke wijze de effecten van de gewijzigde kinderbeschermingswetgeving geëvalueerd kunnen worden, wat de situatie is voor de invoering van de gewijzigde wetgeving (nulmeting) en wat de situatie is in de maanden na de invoering van de gewijzigde wetgeving (stand-van-zaken-meting). Onderwerp van onderzoek zijn alleen de wijzigingen in de kinderbeschermingswetgeving. Het gaat dus niet om een evaluatie van de kinderbeschermingswetgeving als geheel, noch om het functioneren van de instanties die bij de uitvoering van de wetgeving betrokken zijn, noch om de effectiviteit van de kinderbeschermingsmaatregelen.