Detachering: Impactanalyse Delta Lloyd Foundation 2013-2014

Delta Lloyd Foundation (DLF) heeft als doel de financiële zelfredzaamheid en het financieel bewustzijn van mensen te bevorderen. Daarbij richt de stichting zich met name op groepen die extra kwetsbaar blijken voor financiële problemen, zoals jongeren, senioren en vrouwen. DLF ondersteunt, door middel van de inzet van vrijwilligers en/of een financiële bijdrage, tal van projecten voor deze groepen.

DLF heeft een impactanalyse laten uitvoeren naar de effecten die de verschillende projecten zelfstandig of in hun gezamenlijkheid hebben gehad op klanten/deelnemers. In de periode maart tot en met november 2014 heeft het lectoraat Armoede & Participatie van de Hogeschool van Amsterdam onderzoek gedaan naar de impact van de in 2013 door DLF ondersteunde projecten. In eerste instantie zijn de opzet en opbrengsten van al die projecten geïnventariseerd. Vervolgens is bij vier projecten nader onderzocht wat de effecten zijn op het niveau van de individuele deelnemers.

Het rapport vindt u hier.

Evaluatie en Actieplan Realisatie banenafspraak Groot-Amsterdam

Regioplan evalueerde de realisatie van de banenafspraak in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam en schreef op basis daarvan een Actieplan om de resultaten te verbeteren.

Toekomstperspectieven voor Hoogvliet Rotterdam

De gemeente Rotterdam bestaat voor een deel uit een aantal relatief zelfstandige kernen. Eén van deze kernen is Hoogvliet. Deze van oorsprong dorpse gemeenschap kreeg, toen het zich ontwikkelde tot eerste satellietstad van Nederland, te maken met diverse sociale en financiële problemen. De ingezette herstructurering viel eind vorig decennium stil. Recent is deze weer opgepakt. De toekomst van Hoogvliet is afhankelijk van diverse factoren die in deze studie zijn onderzocht in opdracht van de gemeente Rotterdam.

ESPN Flash Report: basic income experiments

As national experts in the European Social Policy Network (ESPN), Regioplan has published a short report on experiments with a basic income in the Netherlands. This report was published on the website of the European Commission.

In 2015, several Dutch municipalities announced plans to experiment with a basic income for social assistance recipients. This idea has evolved and now focusses on the effect of red tape-trimming on achieving the purpose of the law, i.e. making recipients independent from social assistance. The experiments will start as from 1 April 2017.

Evaluatie Jongerenloket Blink

In opdracht van de gemeente Tilburg heeft Regioplan het Jongerenloket Blink geëvalueerd. Doel van het jongerenloket is om jongeren naar een startkwalificatie en/of werk te leiden. De ambitie is om vanuit een gezamenlijke visie op het probleem van voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid te komen tot een sluitende aanpak van jongeren. De belangrijkste actoren in het jongerenloket zijn het RMC, de gemeentelijke Sociale Dienst, UWV en het trajectbureau van het ROC Tilburg.

Het evaluatieonderzoek leert dat Blink goed in de steigers staat. De betrokken organisaties zijn positief over Blink en willen verder met de huidige formule (een sluitende aanpak vanuit één visie en één loket) binnen het bestaande organisatorische kader van een frontoffice en backoffice en met de betrokkenheid van ten minste de ketenpartners UWV, ROC en gemeente.

Blink weet veel jongeren te bereiken, mede dankzij de ‘outreachende’ aanpak in de vorm van huisbezoeken. En hoewel er over de effectiviteit van Blink geen harde uitspraken te doen zijn, ontstaat uit het onderzoek wel het beeld dat veel jongeren worden begeleid en dat een groot deel van deze jongeren daar ook baat bij heeft. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan het bestrijden van jeugdwerkloosheid en voortijdig schoolverlaten.

Het onderzoek laat ook de nodige ruimte voor verbetering zien. In het bijgeleverde advies worden daarvoor suggesties gedaan

Monitoring My Red Light

My Red Light is een initiatief uit Amsterdam dat sekswerkers in de gelegenheid stelt om in zelfbeheer hun beroep uit te oefenen. Op vier adressen aan de Wallen zijn veertien nieuwe ramen geopend. Ons is gevraagd om dit nieuwe initiatief twee jaar lang te monitoren.

In de monitor gaan we op zoek naar de impact op het gebied van economische en persoonlijke empowerment en maatschappelijke acceptatie van de branche. Want sekswerk in zelfbeheer klinkt natuurlijk mooi, maar in hoeverre draagt een dergelijk initiatief nu daadwerkelijk bij aan een schone, veilige en gezonde werkomgeving? En wat is de impact op de vaardigheden van sekswerkers? En op het imago van de branche? Op onder meer deze vragen zoeken we de komende twee jaar een antwoord.

Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.

HRM-beleid van overheden in transitie. Uitdagingen rond flexibilisering

De inzet van personeel in de publieke sector verandert door fluctuaties in de dienstverlening, behoefte aan specifieke expertises, et cetera. Flexibilisering gebeurt intern, maar ook steeds meer door externe inhuur van personeel. Die inhuur is soms omvangrijk, hetgeen bijvoorbeeld geleid heeft tot de zogenaamde Roemer-norm voor departementen. Toch is er weinig en beperkt betrouwbare kwantitatieve informatie over en is de aandacht voor de effecten van flexibilisering beperkt. Besluiten over de inhuur van extern personeel worden weinig op basis van visies of uitgewerkte organisatiestrategieën gemaakt. HRM-afdelingen hebben alleen een dienstverlenende rol en de besluitvorming is vaak ad hoc.

In dit artikel leest u welke uitdagingen er zijn voor de toekomstige rol van HRM.

Arbeidsmobiliteit in Nederland. Probleem of oplossing?

Steeds meer mensen houden een pleidooi voor arbeidsmobiel gedrag. Onder invloed van de opkomst van nieuwe technologie, globalisering en vergrijzing lijkt het verstandig om tijdig van positie te wisselen. Maar hoe mobiel zijn mensen eigenlijk, zijn er verschillen tussen groepen werkenden en sectoren en welke problemen doen zich voor in de personeelsvoorziening?

Lees het in de publicatie ‘Arbeidsmobiliteit in Nederland. Probleem of oplossing?‘.

Langdurig verblijf in de flexibele schil

De afgelopen decennia is er een toename van het aantal flexibele arbeidsrelaties. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een groter wordende groep langdurig in de flexibele schil verblijft. Deze groep werkt langer dan drie jaar op flexibele contracten, al dan niet afgewisseld met korte perioden van uitkeringsafhankelijkheid. Het UWV wilde graag weten wat de kenmerken zijn van groepen binnen de langdurige flexibele schil.

De centrale onderzoeksvraag luidde: wat maakt dat bij degenen die langdurig in de flexibele schil verblijven (en daarbij ook regelmatig een beroep moeten doen op een uitkering) er een positieverbetering (meer gewerkte uren, hoger inkomen, een vaste aanstelling en dergelijke) kan optreden? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we een Qualitative Comparative Analysis uitgevoerd op een bestand van UWV. Daarnaast hebben we een groepsinterview en individuele face-to-face interviews afgenomen. Het rapport is niet openbaar.

Jonggehandicapten duurzaam aan het werk

Voor jonggehandicapten is het vaak lastig om over te stappen naar een volgende baan. Als zij, om welke reden dan ook, hun baan kwijtraken, komen ze in veel gevallen eerst een periode thuis te zitten voordat zij weer nieuw werk vinden.

Jonggehandicapten komen vaak pas bij toeleiders naar werk in beeld nadat zij werkloos zijn geworden. Dat vertraagt de zoektocht naar een nieuwe baan; de jonggehandicapte zit dan immers al thuis. Dit komt mede doordat de toeleiding vaak in handen is van een andere begeleider dan de werkbegeleiding. Periodes van werkloosheid kunnen makkelijker worden voorkomen als de toeleiding en werkbegeleiding bij één persoon worden belegd.

Werkbehoud wordt gerealiseerd door een proces, niet factoren
In het onderzoek naar factoren die duurzaam werk konden verklaren en bevorderen kwam duidelijk naar voren dat de factoren vooral als een proces moeten worden gezien. Factoren staan niet op zichzelf en hebben niet een ‘eigen, individueel effect’. Veel meer blijkt dat een aantal factoren samen bijdragen aan werkbehoud of werkverlies en dat deze combinaties van factoren per context kunnen verschillen. Gezien de complexiteit van de processen, moet vervolgonderzoek vooral de diepte ingaan en minder de breedte, en zich vooral moet richten op (deel)processen.

Interviews, casestudies en arenagesprekken
Om inzicht te krijgen in de ingewikkelde processen zijn allereerst veel interviews gehouden met toeleiders en jobcoaches en werkgevers. Vervolgens voerde wij casestudies uit waarbij steeds een jonggehandicapte, zijn werkgever en jobcoach werden gesproken. Zo mogelijk werd de casestudie afgerond met een gesprek met alle drie de partijen bijeen. Ten slotte organiseerde we samen met Hiemstra & de Vries arenagesprekken. Deze waren bedoeld om te komen tot handelingsperspectieven en handvatten voor beleid. Daarin werd gesproken met de belangrijkste stakeholders, opnieuw jonggehandicapten, jobcoaches en leidinggevenden. Rondom het gesprek luisterde vertegenwoordigers van organisaties zoals het UWV en ministeries mee. Zo kregen deze organisaties directe input om mee verder te gaan.

We hebben dit onderzoek samen met Hiemstra & De Vries uitgevoerd. UWV heeft het onderzoek gesubsidieerd.