Evaluatie Jongerenloket Blink

In opdracht van de gemeente Tilburg heeft Regioplan het Jongerenloket Blink geëvalueerd. Doel van het jongerenloket is om jongeren naar een startkwalificatie en/of werk te leiden. De ambitie is om vanuit een gezamenlijke visie op het probleem van voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid te komen tot een sluitende aanpak van jongeren. De belangrijkste actoren in het jongerenloket zijn het RMC, de gemeentelijke Sociale Dienst, UWV en het trajectbureau van het ROC Tilburg.

Het evaluatieonderzoek leert dat Blink goed in de steigers staat. De betrokken organisaties zijn positief over Blink en willen verder met de huidige formule (een sluitende aanpak vanuit één visie en één loket) binnen het bestaande organisatorische kader van een frontoffice en backoffice en met de betrokkenheid van ten minste de ketenpartners UWV, ROC en gemeente.

Blink weet veel jongeren te bereiken, mede dankzij de ‘outreachende’ aanpak in de vorm van huisbezoeken. En hoewel er over de effectiviteit van Blink geen harde uitspraken te doen zijn, ontstaat uit het onderzoek wel het beeld dat veel jongeren worden begeleid en dat een groot deel van deze jongeren daar ook baat bij heeft. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan het bestrijden van jeugdwerkloosheid en voortijdig schoolverlaten.

Het onderzoek laat ook de nodige ruimte voor verbetering zien. In het bijgeleverde advies worden daarvoor suggesties gedaan

HRM-beleid van overheden in transitie. Uitdagingen rond flexibilisering

De inzet van personeel in de publieke sector verandert door fluctuaties in de dienstverlening, behoefte aan specifieke expertises, et cetera. Flexibilisering gebeurt intern, maar ook steeds meer door externe inhuur van personeel. Die inhuur is soms omvangrijk, hetgeen bijvoorbeeld geleid heeft tot de zogenaamde Roemer-norm voor departementen. Toch is er weinig en beperkt betrouwbare kwantitatieve informatie over en is de aandacht voor de effecten van flexibilisering beperkt. Besluiten over de inhuur van extern personeel worden weinig op basis van visies of uitgewerkte organisatiestrategieën gemaakt. HRM-afdelingen hebben alleen een dienstverlenende rol en de besluitvorming is vaak ad hoc.

In dit artikel leest u welke uitdagingen er zijn voor de toekomstige rol van HRM.

Langdurig verblijf in de flexibele schil

De afgelopen decennia is er een toename van het aantal flexibele arbeidsrelaties. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een groter wordende groep langdurig in de flexibele schil verblijft. Deze groep werkt langer dan drie jaar op flexibele contracten, al dan niet afgewisseld met korte perioden van uitkeringsafhankelijkheid. Het UWV wilde graag weten wat de kenmerken zijn van groepen binnen de langdurige flexibele schil.

De centrale onderzoeksvraag luidde: wat maakt dat bij degenen die langdurig in de flexibele schil verblijven (en daarbij ook regelmatig een beroep moeten doen op een uitkering) er een positieverbetering (meer gewerkte uren, hoger inkomen, een vaste aanstelling en dergelijke) kan optreden? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we een Qualitative Comparative Analysis uitgevoerd op een bestand van UWV. Daarnaast hebben we een groepsinterview en individuele face-to-face interviews afgenomen. Het rapport is niet openbaar.

Evaluatie Werkcorporatie

In opdracht van de gemeente Noordoostpolder evalueerde Regioplan de Werkcorporatie; een samenwerkingsverband tussen de gemeente, het sw-bedrijf Concern voor Werk, ondernemers en het onderwijs.

De Werkcorporatie heeft tot doel om zoveel mogelijk werkzoekenden bij reguliere werkgevers te plaatsen door een effectieve match te maken tussen vraag en aanbod. Interessant aan de Werkcorporatie is dat deze is ingericht als een B.V. op afstand van de gemeente.

In de evaluatie heeft Regioplan gekeken naar zowel de organisatie inrichting (o.a. formatie, planning en control cyclus, bedrijfsvoering), de samenwerking tussen de betrokken partijen als naar de resultaten (uitstroom en klanttevredenheid). Regioplan heeft dit onderzocht middels een combinatie van data-analyse, interviews met samenwerkingspartners en stakeholders en gezamenlijke groepssessies. Het eindrapport bevat de resultaten, successen en knelpunten en concrete suggesties voor verbetering in de toekomst.

Evaluatie Participatieverordening gemeente Almere

De gemeente Almere zet in het kader van de Participatiewet verschillende instrumenten in om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, zoals vastgelegd in de Participatieverordening. Als onderdeel van de evaluatie van deze Participatieverordening heeft Regioplan in opdracht van de gemeente Almere de ervaringen van werkgevers en cliënten met een arbeidsbeperking in kaart gebracht.

Hiervoor heeft Regioplan een combinatie van telefonische en face-to-face interviews gevoerd met 18 werkgevers waar arbeidsbeperkten zijn geplaatst, en 17 arbeidsbeperkte klanten die inmiddels bij een werkgever aan het werk zijn. De notitie met daarin de resultaten zal worden besproken in de gemeenteraad.

Stand van zaken hoogwaardig handhaven 2017

‘Hoogwaardig handhaven’ is een besturingsmodel dat is ontwikkeld om burgers te stimuleren om spontaan de regels na te leven die verbonden zijn aan het ontvangen van een (bijstands-)uitkering. Dit gedachtengoed wordt in de praktijk met succes toegepast, maar bevat nog veel onbenutte potentie. Er is dus werk aan de winkel!

‘Hoogwaardig handhaven’ (ook wel: Programmatisch handhaven) is ontwikkeld om burgers te stimuleren om spontaan de regels na te leven die verbonden zijn aan het ontvangen van een (bijstands-)uitkering. De daartoe strekkende prikkels worden ‘ingebakken’ in het uitkeringsverstrekkingsproces. Het gaat om een combinatie van goede informatieverstrekking, een soepel lopend administratief proces, gerichte controles (bijvoorbeeld risicogestuurd) en een sluitende sanctionering in geval van overtreding. Eerdere onderzoeken, onder meer van Regioplan, leerden dat dit concept zijn plaats heeft gevonden in de bedrijfsprocessen van sociale diensten. In 2017 is opnieuw de stand van zaken opgenomen. Dat is gebeurd door een panel van gemeenten te bevragen over dit onderwerp, met behulp van webenquêtes en verdiepende interviews.

Handhaving belegd bij de uitvoering

Uit het onderzoek blijkt dat de bekendheid van het concept hoogwaardig handhaven minder is geworden dan in 2010. Met name de bekendheid met en het gebruik van specifieke, aan hoogwaardig handhaven verbonden instrumenten blijken te zijn afgenomen. Dat betekent echter niet dat gemeenten minder aandacht besteden aan handhaving. Zowel de capaciteit als het werkaanbod blijken te zijn gestegen. De aandacht voor preventie blijkt onverminderd groot te zijn. Op terrein van handhaving wordt intensief samengewerkt met vele partijen. Binnen het sociale domein staat deze samenwerking in de meeste gemeenten nog in de kinderschoenen. Daarnaast leert het onderzoek dat de aandacht van bestuur en management voor handhaving in de afgelopen jaren is afgenomen. Het beeld dringt zich op dat de handhaving op dit moment met name wordt gedragen door de uitvoering.

Aanbevelingen voor gemeenten

Op basis van het onderzoek zijn aanbevelingen geformuleerd: actualiseer dit gedachtengoed; maak de effecten ervan beter zichtbaar; zorg voor bestuurlijke agendering; vergroot de kennis over de omgang met de privacywetgeving en pak deze verbeteringen gezamenlijk en planmatig aan.

Tel je Geld: eerste indrukken en suggesties ter verbetering

Tel je Geld is een online oefenprogramma voor mensen die minder geld uit moeten of willen geven en mensen die overzicht en inzicht willen hebben in hun inkomsten en uitgaven. Het programma is ontwikkeld voor (jong)volwassenen met een laag opleidingsniveau en heeft tot doel om (grote) schulden te voorkomen. Het programma beoogt een basis te leggen waarmee deelnemers met hun geld leren omgaan op een manier die past bij hun situatie. Er wordt gewerkt aan kennis, vaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) en reflectie op de eigen situatie.

Tel je Geld is sinds 31 oktober 2016 voor organisaties beschikbaar. Oefenen.nl wilde graag meer inzicht in de manier waarop Tel je Geld gebruikt wordt en de ervaringen van verschillende gebruikers met het programma. Het onderzoek heeft een aantal lessen opgeleverd voor doorontwikkeling van het programma. Het rapport is niet openbaar.

Levensloopbanen van werkloze 50-plussers

Langdurige werkloosheid onder 50-plussers kan hard ingrijpen in het leven van betrokkenen. Het CPB constateert dat het huidige beleid onvoldoende effectief is voor de grote groep oudere langdurig werklozen. Dit maakt iedere 50-plusser kwetsbaar op de arbeidsmarkt. Centrale vraagstelling is: hoe vergaat het 50-plussers die werkloos worden en wat is nodig om hun (arbeids)situatie te verbeteren? Om een goed beeld te krijgen van de veranderingen die werkloosheid met zich meebrengt, maken we onder andere gebruik van de LISS-panel dataset. Het onderzoek levert aanknopingspunten voor de verbetering van de arbeidsmarktpositie van werkloze 50-plussers.

Meer informatie?
Neem contact op met Vera.

Zie hier voor meer informatie.

Evaluatie Fysieke Vaardighedentoets Politie

Sinds 2015 is het jaarlijks afleggen van een fysieke vaardighedentoets (FVT) bij regeling verplicht gesteld voor alle operationele politiemedewerkers. Het doel van deze toets is de medewerkers inzicht te geven in hun eigen fysieke vaardigheden. In opdracht van het WODC hebben wij, in samenwerking met het Mulier Instituut, de uitvoering en het doelbereik van de FVT geëvalueerd.

De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek waren voor de minister aanleiding om de korpschef een actieplan te laten opstellen in het kader van de verbetering vakbekwaamheid.

Meer informatie
Neem contact op met Hetty.

Bevoorschotting bijstand gemeente Enschede

Wie bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvraagt, moet enige tijd wachten op het besluit en daarmee op het geld. Om die periode te overbruggen kan de aanvrager een voorschot krijgen. De rekenkamercommissie Enschede liet ons onderzoek doen naar beleid en praktijk van deze bevoorschotting. Daarvoor zijn onder andere dossiers geanalyseerd en bijstandsaanvragers geïnterviewd.

Het rapport laat zien dat de uitvoering door de gemeente Enschede op belangrijke aspecten afwijkt van de Participatiewet. Zo worden voorschotten niet ambtshalve (zonder aanvraag) verstrekt, maar dienen Enschedese klanten zelf om een voorschot te verzoeken. Verder zijn de voorschotten niet altijd van de juiste hoogte, en worden ze niet altijd binnen de wettelijke termijn vier weken verstrekt.

Minstens zo relevant is dat navraag leert dat ook veel andere gemeenten een dergelijke werkwijze hanteren.

Meer informatie?
Neem contact op met Bob.