35min op weg naar werk, Uitkerings- en arbeidsmarktpositie van 35-minners.

In opdracht van de Stichting van de Arbeid heeft Regioplan voor de derde maal onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktpositie van 35-minners. Uit het onderzoek blijkt dat steeds meer werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard, aan het werk zijn. Volgens de laatste meting heeft 62 procent betaald werk, waarbij geldt dat het percentage werkenden toeneemt naarmate de claimafwijzing langer geleden is. Van de niet-werkende 35-minners heeft het overgrote deel een WW-uitkering.

Ontwikkelingen op de re-integratiemarkt

In het kader van de tweejaarlijkse re-integratiemarktanalyse van de RWI deed Regioplan onderzoek naar de actuele ontwikkelingen op de re-integratiemarkt. Uit dit onderzoek bleek dat veel gemeenten ontevreden zijn over de resultaten van re-integratie. Zij wijten dit deels aan de re-integratiebedrijven en deels aan het niet goed functioneren van de aanbestedingsprocedures. Als reactie hierop gaan bijna alle gemeenten meer re-integratie zelf uitvoeren en gaan ze modulair inkopen. Gemeenten zijn ervan overtuigd dat de veranderingen zullen leiden tot een verbetering van de resultaten van re-integratie. Deze overtuiging is echter niet gebaseerd op effectiviteitsinzichten.
Het onderzoek beschrijft de ontwikkelingen op het gemeentesegment, het UWV-segment en het werkgeverssegment van de re-integratiemarkt.

Minder dan 35 procent arbeidsongeschikt en geen werkgever

Uit cijfers van UWV blijkt dat vangnetters oververtegenwoordigd zijn onder de werknemers die een beroep doen op de WIA. Een deel van de WIA-claims van vangnetters wordt afgewezen. Hoe vergaat het deze groep na de WIA-beoordeling?

Geen WIA, wel werk

Het onderzoeksrapport ‘Geen WIA, wel werk’ is een vervolg op het onderzoek dat in het najaar van 2006 is uitgevoerd onder werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard. In dit eerste onderzoek werd gecontstateerd dat meer dan de helft van de werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt werden verklaard na de WIA-beoordeling niet werkten. Een jaar later is dit beeld veranderd. Zat eind 2006 nog meer dan de helft van de werknemers werkloos thuis, eind 2007 werkte 62 procent weer na de WIA-beoordeling.

Beleid en praktijk na niet-geslaagde trajecten

Regioplan voerde samen met SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de Raad van Werk en Inkomen in 2007 een onderzoek uit naar het beleid en de praktijk van tweedekanstrajecten. Hieruit blijkt dat slechts 15 procent van mensen met een WWB- of WAO-uitkering en 30 procent van diegenen met een WW-uitkering van wie het eerste re-integratietraject mislukt, binnen een jaar een tweede kans krijgt. Wanneer tijdens de begeleiding blijkt dat een traject dreigt te mislukken, dan wordt het traject meestal toch helemaal afgemaakt. Na het mislukken van een traject wordt er over het algemeen geen analyse gemaakt van de oorzaken van het falen. Bij de besluitvorming over een vervolg worden de ervaringen van de uitvoerder van het eerste traject niet gebruikt. Het zijn de begeleiders van gemeenten en UWV die beslissen of er een vervolgtraject wordt ingezet. Hiervoor zijn over het algemeen geen richtlijnen of criteria. Wanneer er een nieuw traject wordt ingezet, wil de uitvoerder vaak ‘blanco’ beginnen, dat wil zeggen dat de schaarse informatie die er uit het eerste traject komt, niet wordt gebruikt. Er wordt dus niets geleerd van wat er de eerste keer mis ging.

Evaluatie scholingsprotocol en inzet scholing

In opdracht van UWV heeft Regioplan in 2007 een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de inzet van scholing voor werklozen en arbeidsgehandicapten. Ook is de werking van het scholingsprotocol, waar UWV in 2006 mee van start is gegaan, onderzocht. Uit het onderzoek komt naar voren dat re-integratiecoaches en arbeidsdeskundigen van UWV in grote lijnen het scholingsprotocol volgen bij het bepalen of een cliënt wel of geen scholing krijgt. Zij maken hierbij doorgaans een juiste afweging tussen enerzijds de noodzakelijkheid van scholing en anderzijds de schoolbaarheid van de cliënt. Van de scholingscliënten rondt 86 procent de opleiding af met een diploma. Van hen vindt vervolgens de helft een baan. Hiermee is het percentage werkenden na een scholingstraject even hoog als het percentage werkenden na een traject zonder scholing. Cliënten die over het algemeen moeilijk plaatsbaar zijn, blijken de meeste baat te hebben bij scholing. Daarbij leiden scholingen waar een baangarantie aan is verbonden, duidelijk tot betere resultaten dan scholingen waarbij dit niet het geval is.

Geen WIA, wel werk? Vervolgmeting

Regioplan heeft in opdracht van de stichting van de arbeid voor de tweede keer onderzoek gedaan naar de re-integratie van werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard. Uit dit onderzoek blijkt dat in vergelijking met 2006 meer werknemers met een laag arbeidsongeschiktheidspercentage na de WIA-beoordeling nog werken.

Werk moet lonen, Onderzoek onder Wajong’ers naar de financiële baten van werk

Regioplan heeft in opdracht van de CG Raad, CNV Jongeren en Jopla onderzoek gedaan naar de belemmeringen die Wajong’ers tegenkomen in hun werk en bij het zoeken naar werk. Financiële belemmeringen zijn hierbij als onderdeel van een groter geheel onderzocht. Een belangrijke conclusie is dat voor de helft van de Wajong’ers werken financieel gezien niet of nauwelijks loont. In het rapport staan diverse aanbevelingen om dit probleem en andere knelpunten op te lossen.

Werkgeversaanpak van re-integratie bij ziekte. Re-integratie sinds de Wet VLZ in de sectoren voortgezet onderwijs, kleinmetaal e

De huidige wetgeving rond ziekte en re-integratie van werknemers heeft als doel een lager ziekteverzuim en een lagere WIA-instroom. Deze daling vindt ook daadwerkelijk plaats. Omdat het onduidelijk is via welke mechanismen deze effecten op bedrijfsniveau worden bereikt, staan in dit onderzoek de afwegingen die binnen de individuele arbeidsorganisatie worden gemaakt ten aanzien van investeringen in de re-integratie van een zieke werknemer centraal. Regioplan onderzocht welke investeringen werkgevers doen om hun werknemers te re-integreren, het moment van investeren en welke actoren hierbij een rol spelen. Ook wordt ingegaan op de rol van de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van een naar twee jaar (Wet VLZ).

Kosteneffectiviteit re-integratietrajecten CMS

Regioplan heeft in opdracht van UWV de kosteneffectiviteit onderzocht van bepaalde re-integratietrajecten voor WAO-ers. Het onderzoek had een kwantitatief karakter en er is o.a. gebruik gemaakt van verscheidene regressietechnieken. Ongeveer de helft van de onderzochte trajecten was van het re-integratiebedrijf Casemanagement Center/Services (CMC/CMS). Alle onderzochte trajecten van dit bedrijf waren onderdeel van het project ‘Zorg maakt werk PGGM’, een initiatief van UWV en PGGM om de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikten in de sector zorg en welzijn te bevorderen. De belangrijkste conclusie is dat de relatief dure re-integratietrajecten met veel inhoudelijke componenten, in het geval van de onderzochte WAO-ers, leiden tot hogere plaatsingspercentages. Het onderzoek laat zien dat het wel degelijk goed mogelijk is om moeilijk plaatsbare groepen met een relatief hoge leeftijd, lange WAO-duur en hoog arbeidsongeschiktheidspercentage, (weer) aan het werk te helpen.