Meerwaarde integrale opvang en hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld

De laatste jaren zijn verschillende initiatieven gestart om de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld in de acute fase te verbeteren. De Centra seksueel geweld in Utrecht en Nijmegen hebben als doel het bieden van integrale hulp aan slachtoffers. Regioplan en het Verwey Jonker instituut hebben de werkwijze van deze twee centra en vier andere initiatieven onderzocht.



Het rapport is opgesteld in opdracht van de ministeries van VWS en VenJ. De conclusies van dit rapport en de reacties op dit rapport van het landelijk netwerk van CSG’s en andere betrokkenen zoals de VNG, zullen door de ministeries worden meegenomen bij de formulering van een opdracht voor een stimuleringsproject. Het stimuleringsproject heeft tot doel om de verschillende wijzen waarop de bundeling van CSG-functies succesvol kunnen zijn, landelijk te verspreiden. Daarnaast is het project bedoeld om CSG’s te helpen de gesignaleerde knelpunten op te lossen. Tot slot is het stimuleringsproject erop gericht om een betere regionale en lokale bestuurlijke inbedding te bevorderen.

Vooronderzoek oneigenlijk gebruik verblijfsregeling mensenhandel

Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel kunnen in Nederland een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen in het kader van de verblijfsregeling mensenhandel. Met deze regeling wordt beoogd de aangifte¬drempel te verlagen en getuigen te behouden door het bieden van opvang en bescherming aan slachtoffers.


In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Regioplan, samen met de Universiteit Leiden, een vooronderzoek uitgevoerd naar oneigenlijk gebruik van de verblijfsregeling mensenhandel.



Doel van het onderzoek is om na te gaan of het mogelijk is om oneigenlijk gebruik van de regeling te meten en inzichtelijk te maken. Onder oneigenlijk gebruik wordt daarbij verstaan: wanneer bewust op valse gronden een beroep wordt gedaan op de regeling. Gevallen waarbij een beroep wordt gedaan op de regeling op onterechte gronden, dat wil zeggen het verhaal is niet vals, maar kwalificeert niet voor een beroep op de regeling, vallen buiten dit onderzoek.



Zie ook het nieuwsbericht over de resultaten van het onderzoek

Assessment instrument maakt onderbouwd maatwerk mogelijk

Steeds meer gemeenten hanteren in hun beleidsplannen als doelstelling van schulddienstverlening ‘iedereen het maximaal haalbare’ in plaats van ‘iedereen schuldenvrij’. Dit vraagt dat het ‘maximaal haalbare’ tijdens de intake wordt vastgesteld. Gedrag, motivatie en vaardigheden zijn daarbij cruciaal. Daarom is inzicht in die aspecten noodzakelijk. Om dat inzicht op een gestructureerde manier tot stand te brengen is het methodisch screeningsinstrument schulddienstverlening (Mesis©) geconstrueerd. In dit artikel worden in kort bestek inhoud, functie, doel en werkwijze van Mesis© uiteengezet.

Klantprofielwerken vraagt herijking interventies

In de afgelopen periode hebben de meeste gemeenten fundamentele beleidskeuzes gemaakt op het terrein van de schulddienstverlening. ln hun streven naar grotere effectiviteit en efficiency hebben veel gemeenten ervoor gekozen de doelen van schulddienstverlening te verleggen van ‘een schuldregeling voor iedereen ‘naar ‘het hoogst haalbare doel voor iedere individuele schuldenaar’. U kunt het volledige artikel hieronder downloaden.

Herhaling quickscan huisverbod en crisisopvang bij ouderenmishandeling

In 2011 voerde Regioplan in opdracht van het ministerie van VWS een quickscan uit naar het gebruik van het huisverbod en crisisopvang bij de aanpak van ouderenmishandeling. Dit onderzoek vond plaats in het kader van het Actieplan Ouderen in veilige handen. De quickscan resulteerde in een handreiking voor de toepassing van deze instrumenten bij deze vorm van huiselijk geweld. In deze nieuwe quickscan onderzochten we opnieuw het gebruik van het huisverbod en crisisopvang bij ouderenmishandeling, maar ook de bekendheid en het gebruik van de handreiking. Het rapport is niet openbaar.

Wet tijdelijk huisverbod: procesmatige en juridische knelpunten

Bij de inzet van het huisverbod spelen diverse juridische en procesmatige knelpunten. Regioplan heeft deze in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie in kaart gebracht. De knelpunten belemmeren met name een optimale benutting van het huisverbod: de juridische kaders zijn niet altijd duidelijk, waardoor het voorkomt dat het niet wordt opgelegd als dat wel mogelijk is, maar ook omgekeerd. Daarnaast spelen er diverse knelpunten in het uitvoeringsproces, die maken dat huisverbodwaardige situaties niet altijd worden herkend of benut. Het rapport draagt bij aan het nader duiden van het resultaat van de landelijke effectevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod, en aan het optimaliseren van de inzet van dit instrument.

Evaluatie coördinatie van zorg Almere

Om de zorg aan kinderen en gezinnen binnen de gemeente Almere te verbeteren, is drie jaar geleden de coördinatie van zorg gestart. Professionals die te maken hebben met een kind of gezin met een of meerdere problemen worden gecoördineerd en geacht samen te werken en de hulp op elkaar af te stemmen. Regioplan heeft voor de gemeente Almere onderzocht hoe de coördinatie van zorg wordt ingezet en wat de bevindingen zijn van de mensen die ermee te maken krijgen.

Evaluatie Proces en Doeltreffendheid Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC)

Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) is een gedragsinterventie voor jeugdigen (12-17 jaar) met ernstig antisociaal gedrag, met onder meer als doel het verminderen van recidive. De interventie bestaat uit intensieve begeleiding binnen een opvoedgezin, waarbij jongeren worden getraind in sociaal gedrag.

Regioplan deed tussen 2012 en 2014 onderzoek in opdracht van het WODC, waarbij de ontwikkeling van een groep MTFC-deelnemers in kaart werd gebracht en vergeleken met de ontwikkeling van deelnemers in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). In het onderzoek stond de vraag centraal in hoeverre de interventie doeltreffend is en toegevoegde waarde biedt ten opzichte van de gebruikelijke zorg in een JJI.

Hoewel uit de procesevaluatie blijkt dat de uitvoering van MTFC in grote lijnen goed op orde is, komt uit de doeltreffendheidsstudie naar voren dat op iets meer dan de helft van de gemeten gedragingen gedurende MTFC geen (significante) ontwikkeling valt te zien. Ook laat de vergelijking met gebruikelijke zorg binnen JJI’s zien dat MTFC een beperkte mate van toegevoegde waarde biedt.

Verbeterpunten die uit het onderzoek naar voren komen zijn een verbeterde nazorgfase, waarin jongeren consequent worden voorbereid op het leven na MTFC, en een verbetering van de selectie en training van opvoedouders. Van deze verbeterpunten is het aannemelijk dat zij zouden kunnen leiden tot een toename in de doeltreffendheid van MTFC.

Jongeren met een lvb en arbeidstoeleiding

Veel jongeren met een lvb hebben hun leven lang op meerdere leefterreinen begeleiding nodig: niet alleen gedurende hun schoolloopbaan, maar ook in hun woonsituatie en bij (het verwerven van) hun positie op de arbeidsmarkt. Een deel van deze jongeren blijkt ook met de geboden ondersteuning niet in staat om duurzaam een plek op de reguliere arbeidsmarkt te verwerven. In dit onderzoek hebben we gekeken naar mogelijkheden om interventies vanuit verschillende circuits beter op elkaar af te stemmen en wat de potentiële baten hiervan zijn in termen van arbeidsparticipatie.

Voor het onderzoek hebben wij twintig jongeren met een lvb en mensen uit hun omgeving (zowel familie als professionals) geïnterviewd. Het onderzoek is mogelijk gemaakt met subsidie van UWV.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda.

Tijdelijke middelen schuldhulpverlening 2009-2011: besteding, effecten en duurzaamheid

De economische crisis raakt de hele maatschappij. Om de gevolgen van de economische crisis op de ontwikkeling van de schuldenproblematiek op te vangen, heeft het toenmalige kabinet in 2009 een pakket aan maatregelen genomen. Het betreft een bedrag van 134 miljoen euro voor de periode 2009-2011. Deze middelen staan in het veld van de schuldhulpverlening ook wel bekend als ‘de extra middelen’, omdat zij boven op de reguliere gelden komen die door het ministerie via het gemeentefonds aan gemeenten worden verstrekt. Het eindrapport van de monitor extra middelen schuldhulpverlening is openbaar en vindt u hieronder. Het algemene beeld is dat de extra middelen effect hebben gehad.