Werkveld: Veiligheid en recht
Preventie huiselijk geweld staat op laag pitje
Twee jaar na de invoering van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) voerde Regioplan in opdracht van het WODC een evaluatie uit van dit meetinstrument dat voor het tijdelijk huisverbod wordt gebruikt. Hoe werkt het RiHG in de praktijk? De evaluatie is hier
te vinden. Naar aanleiding van deze evaluatie schreven Regioplanners een artikel voor www.socialevraagstukken.nl.
Het huisverbod, dat voor tien dagen kan worden opgelegd bij dreiging van huiselijk geweld, blijkt minder vaak preventief te worden ingezet dan volgens de Wet tijdelijk huisverbod de bedoeling is. Dat komt doordat de uitvoering in handen ligt van de politie. En die wordt vaak pas ingeschakeld als het kwaad is geschied. De auteurs betogen dat het initiatief voor een huisverbodprocedure niet uitsluitend bij de politie moet liggen. Ook andere partijen die de daadwerkelijke dreiging van geweld kunnen bepalen en signaleren, zouden betrokken moeten worden in een vroeg stadium. Het artikel is hier
te vinden.
Justitiële slachtofferondersteuning verbeterd? Een evaluatie van de pilot Vernieuwd slachtofferloket
Regioplan evalueerde in opdracht van het WODC de pilot Vernieuwd slachtofferloket. Vanuit het vernieuwde loket werken de politie, het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland gezamenlijk aan slachtofferondersteuning met het idee de efficiëntie daarvan te verbeteren en de tevredenheid onder slachtoffers te vergroten. De vernieuwde loketten zijn begin 2009 als pilot gestart in vier arrondissementen en in 2011 landelijk uitgerold. Het evaluatieonderzoek wijst uit dat, hoewel de loketmedewerkers van mening zijn dat werkzaamheden beter op elkaar worden afgestemd, een verbeterslag mogelijk is ten aanzien van registraties. Zo hebben de loketmedewerkers van de drie betrokken organisaties niet volledig toegang tot elkaars registratiesystemen en worden niet alle handelingen sluitend geregistreerd. Tot slot blijkt niet uit de evaluatie dat de vernieuwde aanpak gedurende de pilotperiode heeft geleid tot een grotere slachtoffertevredenheid.
Detachering: Sociale veiligheid in het openbaar vervoer
De Rekenkamer Rotterdam detacheerde onderzoeker Ad Schreijenberg om mee te werken aan een onderzoek naar de sociale veiligheid in het Rotterdamse openbaar vervoer.
In opdracht van de Stadsregio Rotterdam heeft de Rekenkamer Rotterdam dit onderzoek verricht. De Stadsregio Rotterdam verstrekt jaarlijks ongeveer € 35 miljoen aan de RET om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren. Hiertoe zet de RET verschillende instrumenten in, zoals controleteams, conducteurs, een gesloten instapregime voor de metro en camera’s. De laatste twee maatregelen zijn voor de sociale veiligheid effectiever gebleken dan de inzet van controleurs en conducteurs. Dit schrijft de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘veilig op weg. effecten stadsregionaal beleid op sociale veiligheid openbaar vervoer.’.
Ad heeft in het kader van het onderzoek zijn kennis over veiligheidsmaatregelen en hun effectiviteit ingezet en meegeschreven aan de rapportage. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor een groot deel van de statistische analyses en heeft hij interviews gehouden met betrokkenen.
Detachering: het optreden van Stadstoezicht Rotterdam
Regioplan detacheerde onderzoeker Ad Schreijenberg bij de Rekenkamer Rotterdam voor een onderzoek naar het optreden van stadswachten in Rotterdam.
De rekenkamer wilde met het onderzoek inzicht geven in – en oordelen over opzet, sturing, uitvoering en effectiviteit van toezicht en handhaving door stadswachten in de openbare ruimte. Daarbij werden onder meer aspecten als prestatieafspraken, deskundigheid en bejegening betrokken. De onderzoeksopzet is te downloaden van de website van de
Rekenkamer Rotterdam.
Ad deed eerder onderzoek naar de effectiviteit van handhavers openbare ruimte in Amsterdam.
In het kader van het onderzoek voor de Rekenkamer Rotterdam liep hij samen met rekenkamer-onderzoekers in uniform mee met stadswachten. Daarnaast nam hij een groot deel van de statistische analyses voor zijn rekening.
Het eindrapport werd op 5 juni 2012 openbaar en is te downloaden op de website van de Rekenkamer Rotterdam.
Marktonderzoek seksuele dienstverleningsbranche Den Haag
Sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 en de invoering van een vergunningenplicht voor seksexploitanten is expliciet gemeentelijk beleid voor de seksuele dienstverleningbranche mogelijk en nodig. De gemeente Den Haag wil, als onderdeel van haar gemeentelijk beleid, de raamprostitutie terugdringen. In opdracht van de gemeente heeft Regioplan onderzocht wat daarvan de verwachte effecten zijn voor bijvoorbeeld raamprostituees en seksexploitanten en of een verschuiving naar andere vormen van prostitutie kan worden verwacht. De mogelijke effecten zijn bezien in het licht van veranderende trends en marktontwikkelingen in de seksbranche.
De casus centraal? Naar een daadwerkelijk systeemgerichte aanpak van huiselijk geweld in Noord-Holland
Bij de opvolging van meldingen huiselijk geweld kan de casus nog meer centraal worden gesteld, concluderen we in een recent advies aan de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’s) in Noord-Holland. Het proces van verdere professionalisering van de SHG’s zal hieraan bijdragen. Dit proces loopt al een aantal jaren en heeft inmiddels geresulteerd in onder andere een heldere beschrijving van de functies van de steunpunten. Van daaruit kunnen gemeenten, steunpunten en ketenpartners samen de opvolging van meldingen verder vormgeven. Daarbij moet niet de structuur, maar de casuïstiek leidend zijn. Uitgangspunten daarvoor zijn opgenomen in het advies.
Quickscan Huisverbod en Crisisopvang bij Ouderenmishandeling
In deze quickscan is nagegaan of, en in welke mate, het huisverbod reeds wordt opgelegd en opgelegd kan worden bij ouderenmishandeling, en wat de voorwaarden zijn waarmee daarbij rekening moet worden gehouden. Tevens is onderzocht wat de mogelijkheden en voorwaarden zijn voor crisisopvang voor slachtoffers van ouderenmishandeling. De quickscan heeft geresulteerd in een handreiking in de vorm van een website. Op die website zijn concrete aanbevelingen te vinden voor de praktijk van de aanpak van deze vorm van huiselijk geweld.
Regioplan schreef ook een artikel over de belangrijkste resultaten van de quickscan welke in november in het tijdschrift Zorg+Welzijn is gepubliceerd.
Zelfdoding door ambtenaren van politie
In opdracht van de Politieacademie voerden wij samen met dr. Jaap Timmer van het Centrum voor Politie- en Veiligheidswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam en drs. Ron de Vos (onderzoeker via de Politieacademie) een onderzoek uit om de omvang van suïcide door ambtenaren van politie te inventariseren.
We concluderen onder andere dat systematische informatie over het verschijnsel politiesuïcide ontbreekt. Een voorzichtige (en een waarschijnlijke onder)schatting wijst er op dat het zelfdodingscijfer onder Nederlandse ambtenaren van politie met 10,5 per 100.000 iets hoger is dan de 9,2 per 100.000 gemiddeld onder de Nederlandse bevolking.
Dit inventariserende onderzoek maakt deel uit van het landelijke programma “versterking professionele weerbaarheid”. Hierin worden kennis, onderzoek en praktijkervaring op het gebied van fysieke en mentale weerbaarheid samengebracht.
Klantwaardering Rechtspraak 2011: Onderzoek onder professionals en justitiabelen bij gerechten
De Raad voor de Rechtspraak heeft Regioplan (samen met Synovate) de opdracht gegeven om in 2011 een onderzoek te doen naar de tevredenheid van justitiabelen en professionals over (groepen van) rechtbanken en gerechtshoven. Het onderzoek is zo opgezet dat alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges erbij betrokken werden . Hierdoor kan een landelijk beeld worden geschetst.
Landelijke Effectevaluatie Wet tijdelijk huisverbod
De inzet van het huisverbod hangt samen met minder herhaling van huiselijk geweld. Daarmee lijkt het huisverbod een effectief instrument in de strijd tegen huiselijk geweld. Het effect wordt met name veroorzaakt door de zeer intensieve hulpverlening die na het opleggen van huisverbod wordt opgestart. Met name als uithuisgeplaatsten met de aangeboden hulpverleningstrajecten starten en deze voldoende doorlopen zien we een samenhang met minder nieuw huiselijk geweld. Datzelfde geldt voor de mate waarin de hulpverlening systeemgericht werkt, dat wil zeggen een goede afstemming realiseert tussen de hulp aan uithuisgeplaatste, achterblijver(s) en eventueel betrokken kinderen. Verbetering blijft echter mogelijk: na de helft van de huisverboden vindt binnen ongeveer een jaar toch opnieuw huiselijk geweld plaats.