ESPN Flash Report: Challenges for the Dutch polder model

As national experts in the European Social Policy Network (ESPN), Regioplan has published a short report on developments regarding the Dutch ‘polder model’. This report was published on the website of the European Commission.

The traditional Dutch “polder model” stands for consensus-oriented consultation between the social partners, but is losing impact due to the increasing flexibility of work and the trade unions’ declining level of organisation. The model’s downfall is particularly visible in current debates on the duration of unemployment benefits as well as the number of recent strike announcements.

Evaluatie van de Regeling Vrijwilligerswerk in de Werkloosheidswet (WW)

De Regeling Vrijwilligerswerk in de Werkloosheidswet (WW) is per 1 januari 2015 in werking getreden. De regeling heeft als doel WW-gerechtigden meer dan voorheen mogelijkheden te bieden voor het verrichten van vrijwilligerswerk, terwijl ze tegelijkertijd moet voorkomen dat dit vrijwilligerswerk betaalde arbeid verdringt. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid evalueerden wij de Regeling Vrijwilligerswerk in de Werkloosheidswet.

Preventie en arbeidsdeskundigen

Arbeidsdeskundigen zijn getraind om een disbalans tussen belasting (werk) en belastbaarheid (mens) op te lossen. Op het terrein van re-integratie en claimbeoordeling zijn arbeidsdeskundigen van oudsher relatief vaak actief. Het preventiedomein (m.n. primaire preventie) van arbeid en gezondheid is echter nog redelijk onontgonnen terrein. In opdracht van het Arbeidsdeskundig Kenniscentrum (AKC) heeft Regioplan daarom een strategische verkenning uitgevoerd naar de mogelijke varianten voor de positionering van arbeidsdeskundig handelen in het preventiedomein.

De inzet van flexibele arbeid bij provincies. Een onderzoek naar omvang, aard en achtergronden.

In opdracht van het Sectoroverleg Provinciale Arbeidsvoorwaarden (SPA) heeft Regioplan onderzoek gedaan naar de inzet van flexibele arbeidsrelaties bij provincies. Het onderzoek had tot doel om inzicht te bieden in de aard, omvang en noodzaak om flexibele arbeid in te zetten. Daarnaast moest het inzichtelijk maken in hoeverre flexibele arbeidsrelaties op structurele provinciale werkzaamheden worden ingezet en/of structureel worden ingezet.

Uit het onderzoek komt naar voren dat flexibele arbeid in iedere provincie wordt ingezet (waarbij payroll de enige flexvorm is die niet in alle provincies voorkomt) en vaak voor een breed scala aan functies, niveaus en typen werkzaamheden. In 2014 varieerde de inzet van 6 tot 31 procent. Gemiddeld besteedden de provincies dat jaar 17,4 procent van de totale personeelskosten aan externe inhuur.

Het Charter Diversiteit: ervaringen en resultaten uit de praktijk

Sinds de start van het project Diversiteit in Bedrijf in 2015 tot eind 2018 hebben 160 bedrijven en organisaties, afkomstig uit zowel de private als publieke sector, het Charter Diversiteit ondertekend. Ondertekenaars bepalen zelf welke maatregelen op het terrein van Diversiteit & Inclusie zij van belang en haalbaar achten voor hun organisatie en verwerken dat in een Plan van Aanpak. Sommige organisaties richten zich op specifieke dimensies van diversiteit, zoals meer vrouwen (in de top), meer mensen met een arbeidsbeperking of meer mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond. Andere organisatie zetten meer breed in op inclusie; het creëren van een veilige bedrijfscultuur waarin iedereen zich welkom voelt en gelijke kansen krijgt.

Positieve veranderingen, maar we zijn er nog niet

De ondertekenaars van het Charter Diversiteit voeren verschillende activiteiten uit om hun diversiteitsdoelstellingen te realiseren. Bijvoorbeeld activiteiten om bewustwording en draagvlak voor Diversiteit & Inclusie te vergroten en het aanpassen van het personeelsbeleid gericht op werving, behoud en doorstroom. Bijna alle ondertekenaars signaleren zowel bij de top als op de werkvloer meer bewustwording van het belang van diversiteit. “Er is meer awareness. Diversiteit staat bijvoorbeeld op de agenda bij de Raad van bestuur en bij de lagen daaronder”, aldus een respondent. En: “Ik zie veranderingen in de cultuur en in de vanzelfsprekendheid waarmee het onderwerp ter sprake wordt gebracht.” Ook is bij veel ondertekenaars sprake van een toename van het aantal medewerkers uit diversiteitsgroepen. Bedrijven benoemen dus positieve veranderingen, maar benadrukken ook dat verandering van de organisatiecultuur een langdurig proces is. “Een cultuuromslag realiseer je niet in een dag of week, het is een kwestie van een lange adem.”

Zes factoren voor succes

  • Een duidelijke probleemeigenaar met voldoende tijd en middelen;
  • Het creëren van een gevoel van urgentie, onder andere door het expliciteren van de business case;
  • Betrokkenheid van de top en leidinggevenden: Diversiteit & Inclusie als intrinsiek onderdeel van de visie en strategie;
  • Continue aandacht: de kracht van herhaling;
  • Inzetten op een combinatie van activiteiten: wisselwerking tussen activiteiten gericht op bewustwording en draagvlak en aanpassingen in het HR-instrumentarium;
  • Kritisch zijn en blijven op de werving en selectie.

Zes succesfactoren Diversiteit in Bedrijf schematisch weergegeven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer informatie?
Lees hieronder het rapport of neem contact op met Jeanine.

 

Rapportages inclusiviteit en zelfredzaamheid voor Start Foundation

Start Foundation is een maatschappelijke investeerder die kansen en werk wil creëren voor mensen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, om zo een bijdrage te leveren aan een inclusieve arbeidsmarkt met duurzaam betaald werk voor iedereen die kan en wil werken. Start Foundation wil daarbij inzicht hebben in de maatschappelijke impact van de investeringen. Hiertoe worden twee typen rapportages samengesteld: rapportages die een beeld geven van de inclusiviteit van ondernemingen en rapportages die inzicht geven in de impact van projecten op de ontwikkeling van de projectdeelnemers. Regioplan stelde deze rapportages samen met Ecorys op. De rapportages worden niet openbaar.

Arbeidsmarktbarometer po, vo en mbo 2015-2016

Al vele jaren laat het ministerie van OCW de vacatureontwikkeling op de onderwijsarbeidsmarkt in kaart brengen, om zicht te krijgen op de ontwikkeling van het aanbod aan vacatures, de (potentiële) knelpunten die daarbij optreden en hoe de werkgevers daarmee omgaan. Deze Arbeidsmarktbarometer po, vo en mbo richt zich op de vraag naar leraren, directieleden en ondersteunend personeel.
Regioplan voerde dit onderzoek uit voor het schooljaar 2015/2016. De hoofdmoot bestond uit het online inventariseren van vacatures: spidering. De aldus verzamelde informatie werd met tekstanalyse tot een bruikbaar analysebestand teruggebracht. Vervolgens verzamelden we in een survey informatie over de vacaturevervulling.

Burgers over gemeentelijke schuldhulpverlening

“De overheid gaat onterecht teveel uit van de zelfredzaamheid van burgers bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Minder zelfredzamen lopen tegen drempels op voor- en tijdens het schuldhulpverleningstraject en vallen buiten de boot.” Dit concludeert de Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen, in zijn rapport ‘Burgerperspectief op schuldhulpverlening’. “Onvoldoende zelfredzaamheid is juist vaak één van de redenen waarom mensen in grote financiële problemen terechtkomen”, aldus de Nationale Ombudsman in zijn persbericht van 11 mei 2016.

Regioplan heeft op verzoek van de Nationale Ombudsman een belangrijk deel van het veldwerk uitgevoerd voor dit onderzoek. Er zijn zo’n zestig interviews gevoerd met mensen met problematische schulden, over hun ervaringen met de gemeentelijke schuldhulpverlening. Samen met de informatie uit andere bronnen vormen de interviews het hart van het onderzoek. Aansluitend op een onderbouwde selectie van vier onderzoeksgemeenten zijn interviewkandidaten geworven, de meesten via gemeentelijke hulpverleningsorganisaties en enkelen via zorgverzekeraars.

De link naar het rapport treft u hier aan.

Gevolgen van de kostendelersregeling in Amsterdam

In opdracht van de gemeente Amsterdam is onderzoek gedaan naar de gevolgen van de kostendelersnorm in de Participatiewet. Het gaat om een nieuwe normensystematiek voor bijstandsontvangers die samen met andere volwassenen vanaf 21 jaar een woning bewonen. Zij worden verondersteld kosten met deze medebewoners te kunnen delen. De hoogte van de bijstandsnorm wordt bepaald afhankelijk van het aantal medebewoners: hoe meer medebewoners, hoe lager de norm. De aard of de hoogte van het inkomen van die medebewoners speelt daarbij geen rol.

Het onderzoek leidt tot de volgende bevindingen:

  • De kostendelersnorm heeft betrekking op 7.620 Amsterdamse huishoudens met een bijstandsuitkering (17%);
  • Berekeningen met behulp van de systematiek van het Nibud leren dat van hen 3.800 huishoudens maandelijks geld tekort komen. Hierbij speelt een rol dat een groot gedeelte van de uitgaven die uitkeringsontvangers maandelijks doen, bestaat uit uitgaven die zij niet kunnen delen met hun huisgenoten, zoals zorgkosten en uitgaven voor kleding.
  • Door de kostendelersnorm is het voor bijstandsgerechtigden minder aantrekkelijk geworden om met meerdere personen een woning te delen. Stakeholders wijzen erop dat dit zich vertaalt in maatschappelijke kosten. Bijvoorbeeld in de kosten voor formele zorg als de bereidheid tot het verrichten van mantelzorg afneemt.Over het onderzoek is een artikel verschenen in sociaal bestek, zie onderstaande pdf.

Gemeenten, Vakmanschap en Re-integratie

Collega Maikel Groenewoud heeft tijdens de Dag van de Sociologie een artikel gepresenteerd getiteld ‘Gemeenten, Vakmanschap en Re-integratie’. Regioplan heeft in 2012 en 2014, in opdracht van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), onderzoek gedaan naar de stand van zaken omtrent vakmanschap in de gemeentelijke re-integratiesector. Voor datzelfde ministerie hebben we in 2014 bestaande kennis uit literatuur en praktijk over de re-integratie van arbeidsbeperkten verzameld en vertaald in lessen voor gemeenten. In dit artikel behandelt Maikel de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.