Werkveld: Ouderen
Basisaanpak ontspoorde mantelzorg
Hoe werk je vanuit zorg, welzijn en veiligheid samen aan ouderen langer veilig thuis laten wonen? Dat verkenden we in tien gemeentelijke pilots. In de pilots werd een aanpak ontwikkeld, gericht op het voorkomen en het effectief aanpakken van ‘ontspoorde mantelzorg’: mantelzorg die uitmondt in geweld door de mantelzorger tegen de zorgvrager. Daarvoor moeten de ketens van zorg, welzijn en veiligheid met elkaar verbonden worden. Het resultaat is de Basisaanpak ontspoorde mantelzorg.
Meer informatie
Meer weten over wat wij doen om ouderen veilig langer thuis te laten wonen? Kijk bijvoorbeeld naar onze ondersteuning aan het actieplan Ouderen en Veilige Handen; onze rol bij veilig financieel ouder worden; en ons onderzoek naar ouderenmishandeling.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Katrien.
Ouderenmishandeling in de aandacht
De aanpak van ouderenmishandeling heeft een impuls nodig. Dat schrijft minister De Jonge in zijn kamerbrief over ouderenmishandeling. Want ook al is er de laatste jaren veel op dit thema ingezet, we zijn er nog niet. Dat blijkt ook uit ons onderzoek onder gemeenten, waarin we de stand van zaken in de aanpak van ouderenmishandeling inventariseerden.
Op 4 oktober vergadert de Tweede Kamer over dit actuele thema. Er is nieuwe kennis over de aard en omvang van de problematiek: wij brachten die recent samen met Avans Hogeschool en de Leyden Academy on Vitality and Ageing in kaart. Maar hoe pak je het probleem effectief aan?
Ouderenmishandeling moet eerder en beter in beeld komen, worden gestopt en duurzaam opgelost. Dat vereist een nauw samenspel tussen zorg, welzijn en veiligheid. Dat samenspel beschrijven wij voor een specifiek onderdeel van ouderenmishandeling in de Basisaanpak Ontspoorde Mantelzorg. Deze aanpak is de afgelopen twee jaar in tien pilotgemeenten ontwikkeld.
Financieel misbruik van ouderen vereist weer een net ander samenwerkingsverband, waarin ook zakelijke partners een belangrijke rol spelen. Wij ondersteunen op dit moment de vorming van lokale allianties financieel misbruik in het hele land. Met deze (en andere) initiatieven werken betrokken partijen de komende jaren verder aan een effectieve aanpak van ouderenmishandeling, met als doel “veilig ouder worden”.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Effectiviteit Aanpak 45-plussers gemeente Almere
In de gemeente Almere werden bijstandsgerechtigden van vijfenveertig jaar en ouder intensief begeleid bij het vinden van werk. Ook met begeleiding blijft het lastig voor deze groep om werk te vinden. De afstand naar de arbeidsmarkt is vaak groot door onder andere fysieke problemen en werkervaring in krimpende sectoren. Klantmanagers zijn desondanks enthousiast, omdat zij merken dat ook klanten die (nog) geen werk vinden, wel actiever worden, bijvoorbeeld als vrijwilliger.
Intensieve begeleiding voor bijstandsgerechtigden in Almere
In de gemeente Almere hebben bijstandsgerechtigden van 45 jaar en ouder die al langere tijd werkloos waren intensieve begeleiding van een klantmanager gekregen. Het doel van de aanpak was om meer klanten uit te laten stromen naar werk en klanten voor wie dat een stap te ver bleek meer te laten participeren in de samenleving. Klantbegeleiders hadden een kleine caseload waardoor ze klanten (twee)wekelijks konden spreken. Daarnaast hadden ze een maatwerkbudget van maximaal 2000 euro per klant tot hun beschikking en konden ze klanten aanmelden voor de training Focus op Werk. In de hele aanpak stond maatwerk centraal: de duur en aard van de begeleiding, de ingezette instrumenten en de intensiteit van het contact werden afgestemd op de situatie van de klant.
Vooral meer kleine banen door intensieve begeleiding
Van september 2017 tot juni 2019 onderzochten we de effectiviteit van de aanpak 45+ van de gemeente Almere. Het onderzoek was ingericht als experiment: een groep geselecteerde bijstandsgerechtigden werd willekeurig ingedeeld in een experimentgroep (die de intensieve begeleiding werd aangeboden) en een controlegroep (die dat niet kreeg). In juni 2019 is gekeken of er verschillen zijn in uitstroom naar werk tussen beide groepen. Klanten uit de experimentgroep hebben iets vaker werk gevonden dan klanten uit de controlegroep: afhankelijk van het meetmoment (6, 12 of 18 maanden na de start van de begeleiding) wat dit verschil 7 tot 9 procentpunten. Dit gaat wel vooral om kleine banen (minimaal 1 uur per week). Als we alleen kijken naar banen van minimaal 48 uur per maand, is er ook wel een licht positief effect, maar dat is niet significant. Dat betekent dat we niet met voldoende zekerheid kunnen zeggen dat het verschil door de aanpak komt en niet op toeval berust.
Voor wie is deze aanpak geschikt?
Deze aanpak blijkt niet de oplossing voor alle oudere bijstandsgerechtigden, maar uit de procesevaluatie blijkt dat het voor veel kanten toch meerwaarde heeft. Ten eerste blijkt dat een kwart van de klanten die intensief begeleid is weliswaar niet naar werk te zijn uitgestroomd, maar wel meer zijn gaan participeren door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, een opleiding of een werkervaringsplaats te doen. Ten tweede blijkt uit ons procesonderzoek (bestaande uit interviews met klanten en uitvoerders) dat er klanten zijn die blij zijn met de hulp die ze krijgen en positieve effecten ervaren. Intensief klantmanagement lijkt met name geschikt voor klanten die zelf de moed opgegeven hebben (niet meer solliciteren) of een verkeerde zoekstrategie hanteren (bijv. in hun oude sector) in combinatie met enkele andere belemmeringen die redelijk eenvoudig kunnen worden aangepakt wanneer een klantmanager daar de tijd voor kan nemen. Deze klanten werden weer gemotiveerd om aan de slag te gaan, gestimuleerd om aan andere sectoren of functies te denken en kregen de mogelijkheid aan bepaalde belemmeringen te werken (een cursus, EMDR-therapie, enz.).
Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.
Het onderzoek had een looptijd van twee jaar. Inmiddels zijn alle rapporten verschenen. Deze zijn hieronder te vinden. Daarnaast is er een artikel verschenen in op Zorg+Welzijn met een samenvatting van de aanpak en de resultaten (toegankelijk met abonnement).
Het onderzoek vond plaats in het kader van het ZonMw-programma ‘Vakkundig aan het werk’.
Evaluatie actieplan perspectief voor vijftigplussers
Veel vijftigplussers hebben bij baanverlies moeite met het vinden van werk. In 2016 heeft het ministerie van SZW daarom het actieplan ‘Perspectief voor vijftigplussers’ gelanceerd. De kern van de aanpak is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van een nieuwe baan, werknemers wendbaarder te maken op de arbeidsmarkt en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van vijftigplussers. Hiertoe bestaat het actieplan uit verschillende onderdelen die zich deels richten op het ondersteunen van de doelgroep ouderen en deels op het stimuleren van werkgevers om ouderen aan te nemen.
Het ministerie van SZW heeft ons gevraagd het actieplan te evalueren. Deze evaluatie bestond onder andere uit vragenlijsten onder deelnemers, interviews met bedrijven, een analyse van UWV-data en casestudies bij werkgeversservicepunten. Op 8 juli 2019 is onze monitorrapportage aangeboden aan de Tweede Kamer over de implementatie en uitvoering van het actieplan. Op 29 september 2020 volgde de eindrapportage, waarin de doeltreffendheid van het actieplan in kaart is gebracht. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen weergeven per onderdeel van het actieplan:
- Ontwikkeladvies: oudere werkenden (en hun leidinggevenden) konden een traject volgen bij een loopbaanadviseur, om hun loopbaanbewustzijn en wendbaarheid te bevorderen. De deelnemers oordelen hier positief over, en we zien dat het traject bijdraagt aan hun houding, zelfkennis en zelfvertrouwen.
- Geïntensiveerde werkgeversdienstverlening: Werkgeversservicepunten hebben vanuit het Actieplan extra gelden ontvangen. De middelen hoeven niet specifiek aan 50-plussers besteed te worden. Daardoor is niet vast te stellen tot hoeveel extra plaatsingen van vijftigplussers de middelen hebben geleid.
- Financiële instrumenten: Het loonkostenvoordeel en de no-riskpolis beogen werkgevers te prikkelen om oudere werkzoekenden in dienst te nemen. Het gebruik van de no-riskpolis is beperkt. Het loonkostenvoordeel wordt vaker ingezet, maar werkgevers zien dit eerder als een ‘leuke bijkomstigheid’ dan dat het hun aannamebeslissing beïnvloedt.
- Intensieve dienstverlening WW: oudere WW’ers hebben dankzij het actieplan vaker intensieve persoonlijke ondersteuning ontvangen van UWV. De oudere WW’ers zijn hier positief over. De meerwaarde ligt vooral in het ontwikkelen van zoekvaardigheden en het oriënteren op kansrijk werk. Wel zou er meer aandacht mogen zijn voor de bemiddeling naar werk.
- Experimenten Meer Werk: Tussen 2017 en 2019 zijn acht experimenten gesubsidieerd, die gericht waren op innovatieve manieren om latent werk te vinden voor ouderen. Door de krappe arbeidsmarkt kwam de focus meer te liggen op vacaturevervulling dan op latent werk. De experimenten hebben leerproducten en een lessenbundel voortgebracht.
- Campagne en boegbeelden: In 2016 en 2017 liep de campagne ‘John de Wolf op onderzoek’, met als doel om vooroordelen over vijftigplussers te doorbreken. De campagne was in de praktijk meer gericht op vijftigplussers dan op werkgevers. Op de Facebookgroep van de campagne was veel interactie met oudere werkzoekenden. Werkgevers zijn gedurende de campagne niet noemenswaardig anders naar oudere werknemers gaan kijken.
Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderzoek, of ander onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van ouderen, neem contact op met Yannick.
Van Almelo tot Zoetermeer: verschillen in koopkracht van senioren op lokaal niveau
Maakt het voor de koopkracht van senioren uit waar zij wonen? In gemeenten verspreid door het land zochten we het verschil in lokale lasten voor senioren.
Uit het onderzoek blijkt dat voor hulpbehoevende senioren de verschillen in de maximale eigen bijdrage aan thuishulp tussen gemeenten kunnen oplopen tot 500 euro per jaar. Daarnaast kan het verschil in waterschapslasten, gemeentelijke woonkosten en wegenbelasting oplopen tot jaarlijks meer dan 300 euro, afhankelijk van de woonplaats. Het onderzoek versterkt het beeld dat het voor de koopkracht van senioren uitmaakt in welke gemeente zij wonen.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, FASV en NOVG.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Aard en omvang ouderenmishandeling
We deden onderzoek naar de aard en de omvang van ouderenmishandeling in Rotterdam, Tilburg en Boxtel. Daaruit bleek dat ruim 1 op de 20 thuiswonende ouderen slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Het kan daarbij gaan om opzettelijk misbruik, maar het misbruik kan ook voortkomen uit onmacht of relatieproblematiek. Opzettelijk misbruik komt vaak voor in de vorm van financiële uitbuiting en diefstal. Onmacht zien we veelal terug in ontspoorde mantelzorg; situaties waarin de draaglast van de zorg voor de oudere de draagkracht van de mantelzorger overstijgt.
Richtlijnen
Het onderzoek biedt richtlijnen voor verbeteringen in de praktijk:
- Ouderenmishandeling kan gesignaleerd worden door professionals, mits zij voldoende aandacht voor en kennis van het thema hebben;
- Ouderen en hun sociale netwerk zijn en blijven een belangrijke doelgroep voor voorlichting;
- Preventie en interventie zijn gebaat bij inzet op het hele systeem waar een oudere in leeft.
We deden het onderzoek in samenwerking met de Avans Hogeschool en de Leyden Academy on Vitality and Ageing, in opdracht van het WODC en op verzoek van het ministerie van VWS.
Meer informatie
Lees ook de beleidsreactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Bij vragen kunt u contact opnemen met Katrien.
Veilig financieel ouder worden
Financieel misbruik van ouderen is een veelvoorkomend probleem. Dat is in elk geval de overtuiging van deskundigen. Maar zicht op de aard en de omvang van financieel misbruik is er niet of nauwelijks. Daarbij staat de aanpak van financieel misbruik nog in de kinderschoenen.
Vanuit het actieplan Ouderen in Veilige Handen is een Brede Alliantie opgericht van partijen die financieel misbruik kunnen en willen aanpakken. Banken, ouderenbonden, notarissen, politie, Openbaar Ministerie en Veilig Thuis werken samen aan het opzetten van Lokale Allianties. Wij ondersteunden de voorzitter van deze Brede Alliantie.
Medio 2018 zijn er ongeveer 20 Lokale Allianties actief in Nederland. Dit aantal moet binnen één jaar verdriedubbeld zijn om zo de allianties stevig te verankeren in het lokale beleid rondom de aanpak van ouderenmishandeling. Om die verdriedubbeling te realiseren, is een aanjaagteam ingesteld waar wij deel van uitmaken. Binnen dit team zijn wij verantwoordelijk voor de verankering van het concept Lokale Alliantie in het gemeentelijke beleid.
Meer weten
Lees ook wat wij deden om de implementatie van het actieplan Ouderen in Veilige Handen te ondersteunen.
U kunt contact opnemen met Frank.
Implementatie Actieplan Ouderen in Veilige Handen
Komen tot een verbetering van de aanpak van ouderenmishandeling. Dat stond centraal in onze ondersteuning van het landelijke Actieplan Ouderen in Veilige Handen (2015-2017).
We hebben drie deelprojecten ondersteund:
- Van handelingsverlegen naar handelingsbekwaam. Het uitwisselen en het verspreiden van kennis, vaardigheden en ervaringen om handelingsverlegenheid bij signalen van ouderenmishandeling te doorbreken.
- Pilots ontspoorde mantelzorg. We ondersteunden gemeenten die een aanpak van ontspoorde mantelzorg (verder willen) ontwikkelen bij het vormgeven en uitvoeren daarvan.
- Stand van zaken preventie en aanpak ouderenmishandeling in gemeenten. We onderzochten de wijze waarop gemeenten de preventie en aanpak vormgeven.
In de deelprojecten werkten we samen met gemeenten en verschillende uitvoerende organisaties aan kennisvermeerdering en aan het vasthouden en borgen van lessen uit het project.
Wij ondersteunden de implementatie van het actieplan in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam en Moetd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Meer informatie
U kunt contact opnemen met Katrien.
Ouderenhuisvesting in Roosendaal en Geertruidenberg
Als gevolg van vergrijzing, de decentralisaties in het sociaal domein en het streven om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen, is het belang van gemeentebeleid voor ouderenhuisvesting toegenomen. Dit is voor de Rekenkamer West-Brabant aanleiding geweest om het onderwerp ‘Huisvesting voor ouderen’ op te nemen in haar onderzoeksprogramma van 2015. De Rekenkamer wilde graag weten of het beleid rondom ouderenhuisvesting (nog) wel doeltreffend en actueel was in Roosendaal en Geertruidenberg, en wat de gemeenten van elkaar kunnen leren op dit vlak.
Om deze vragen te beantwoorden, hebben we eerst een normenkader opgesteld. Vervolgens hebben we in beide gemeenten relevante documenten bestudeerd, zoals woonvisies, woononderzoeken, uitvoeringsplannen en prestatieafspraken. Tot slot hebben we via interviews met vertegenwoordigers van de gemeenten, woningcorporaties en ouderenbelangenstichtingen de documentenanalyse verdiept en verbreed.
Meer informatie
U kunt contact opnemen met Ger.
Herhaling quickscan huisverbod en crisisopvang bij ouderenmishandeling
In 2011 voerde Regioplan in opdracht van het ministerie van VWS een quickscan uit naar het gebruik van het huisverbod en crisisopvang bij de aanpak van ouderenmishandeling. Dit onderzoek vond plaats in het kader van het Actieplan Ouderen in veilige handen. De quickscan resulteerde in een handreiking voor de toepassing van deze instrumenten bij deze vorm van huiselijk geweld. In deze nieuwe quickscan onderzochten we opnieuw het gebruik van het huisverbod en crisisopvang bij ouderenmishandeling, maar ook de bekendheid en het gebruik van de handreiking. Het rapport is niet openbaar.