Risicoprofielen slachtoffers van ouderenmishandeling

Ouderenmishandeling komt helaas regelmatig voor onder ouderen in Nederland. Om de vaak verborgen problematiek beter te kunnen herkennen heeft het ministerie van VWS ons gevraagd instrumentarium te ontwikkelen dat bij moet dragen aan verbeterde signalering van slachtoffers. Dat is een van de maatregelen in het Programma Geweld hoort nergens thuis van de ministeries VWS en JenV en de VNG, waarvan de aanpak ‘Veilig ouder worden’ onderdeel is.

Aanleiding

In 2018 deden wij onderzoek naar de aard en omvang van ouderenmishandeling. Uit het prevalentieonderzoek bleek dat ruim 1 op de 20 ouderen slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Het onderzoek bracht daarnaast enkele risicofactoren van ouderenmishandeling in kaart. De diversiteit van de groep slachtoffers van ouderenmishandeling is echter groot en risicofactoren zijn niet altijd op iedere oudere van toepassing. Door deze diversiteit in het oog te houden kan bijgedragen worden aan een betere signalering van slachtoffers van ouderenmishandeling.

Ontwikkeling van risicoprofielen

Het is daarom van belang de inzichten over kenmerken van slachtofferschap van ouderenmishandeling beter te benutten en te laten aansluiten bij de praktijk. Als vervolg op het prevalentieonderzoek heeft het ministerie van VWS ons daarom gevraagd om risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling te ontwikkelen. Op basis van data-analyse van de gezondheidsmonitor en kennis en praktijkervaringen van diverse professionals hebben wij zes risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling ontwikkeld.

De risicoprofielen geven inzicht in de typerende persoons- en achtergrondkenmerken van de slachtoffers van ouderenmishandeling. Ze laten zien dat slachtoffers op verschillende punten van elkaar verschillen. Door kennis te nemen van de profielen stellen we onszelf in staat om met een bredere blik naar (potentiële) slachtoffers van ouderenmishandeling te kijken wat kan bijdragen aan een verbeterde signalering. Een volgende stap is het nadenken over de wijze van verspreiding en toepassing van de risicoprofielen. Het ministerie van VWS gaat naar aanleiding van ons rapport een handzame tool ontwikkelen en verspreiden onder professionals zodat zij de risicoprofielen kunnen gebruiken in hun dagelijks werk.

Meer informatie?

Bekijk hier de zes risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling of lees ons onderzoeksrapport op de projectpagina. Voor meer informatie over de (ontwikkeling van de) risicoprofielen kunt u contact opnemen met Katrien.

(Oplopende) zorgkosten voor senioren in de Wlz

De hoogte van de maandelijks te betalen eigen bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz) is mede afhankelijk van het inkomen, vermogen en het type ontvangen zorg. We zochten voor verschillende typen seniorenhuishoudens het verschil in eigen bijdrage en de gevolgen hiervan voor de bestedingsruimte uit.

Hoogte eigen bijdrage Wlz afhankelijk van inkomen, vermogen en zorg

Ouderen die blijvend zijn aangewezen op 24-uurszorg of op ondersteuning in de nabijheid kunnen aanspraak maken op zorg vanuit de Wlz. Voor dergelijke zorg betalen zij een eigen bijdrage, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun inkomen, vermogen en de aard van de zorg. In de meeste gevallen betalen ontvangers van Wlz-zorg de eerste vier maanden een ‘lage eigen bijdrage’, om daarna permanent een ‘hoge eigen bijdrage’ te betalen.

Eigen bijdrage loopt sterk uiteen

De maandelijks te betalen eigen bijdrage Wlz voor de verschillende huishoudensprofielen loopt sterk uiteen. De hoogte kan voor AOW-gerechtigde huishoudens oplopen van circa 700 euro tot circa 2.360 euro. Daarmee kan de eigen bijdrage Wlz de bestedingsruimte van senioren in de Wlz onder druk zetten. Naarmate senioren een hoger inkomen hebben (bijvoorbeeld door een aanvullend pensioen) en eventueel over vermogen beschikken, gaan zij in de meeste gevallen ook een hogere eigen bijdrage betalen. In veel gevallen is een verlaging van het vermogen (bijvoorbeeld door spaargeld uit te geven, of eventueel door schenkingen aan kinderen/familie) de enige optie om de eigen bijdrage Wlz te verlagen.

Seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, FASv en NVOG hebben Regioplan gevraagd onderzoek te doen naar (de verschillen in) de hoogte van de maandelijkse eigen bijdrage Wlz in 2019 voor verschillende seniorenhuishoudensprofielen en de gevolgen hiervan voor hun bestedingsruimte. Naar aanleiding van dit onderzoek verscheen een artikel in Trouw.

Lees het volledige rapport hier: (Oplopende) zorgkosten voor senioren in de Wlz.

Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Katrien de Vaan.

(Oplopende) zorgkosten voor senioren in de Wlz

De hoogte van de maandelijks te betalen eigen bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz) is mede afhankelijk van het inkomen, vermogen en het type ontvangen zorg. We zochten voor verschillende typen senioren huishoudens het verschil in eigen bijdrage en de gevolgen hiervan voor de bestedingsruimte uit.

Hoogte eigen bijdrage Wlz afhankelijk van inkomen, vermogen en zorg

Ouderen die blijvend zijn aangewezen op 24-uurszorg of op ondersteuning in de nabijheid kunnen aanspraak maken op zorg vanuit de Wlz. Voor dergelijke zorg betalen zij een eigen bijdrage, waarvan de hoogte afhankelijk is van hun inkomen, vermogen en de aard van de zorg. In de meeste gevallen betalen ontvangers van Wlz-zorg de eerste vier maanden een ‘lage eigen bijdrage’, om daarna permanent een ‘hoge eigen bijdrage’ te betalen.

Eigen bijdrage loopt sterk uiteen

De maandelijks te betalen eigen bijdrage Wlz voor de verschillende huishoudensprofielen loopt sterk uiteen. De hoogte kan voor AOW-gerechtigde huishoudens oplopen van circa 700 euro tot circa 2.360 euro. Daarmee kan de eigen bijdrage Wlz de bestedingsruimte van senioren in de Wlz onder druk zetten. Naarmate senioren een hoger inkomen hebben (bijvoorbeeld door een aanvullend pensioen) en eventueel over vermogen beschikken, gaan zij in de meeste gevallen ook een hogere eigen bijdrage betalen. In veel gevallen is een verlaging van het vermogen (bijvoorbeeld door spaargeld uit te geven, of eventueel door schenkingen aan kinderen/familie) de enige optie om de eigen bijdrage Wlz te verlagen.

Seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, FASv en NVOG hebben Regioplan gevraagd onderzoek te doen naar (de verschillen in) de hoogte van de maandelijkse eigen bijdrage Wlz in 2019 voor verschillende senioren-huishoudensprofielen en de gevolgen hiervan voor hun bestedingsruimte.

Tweede Kamer geïnformeerd over voortgang Actieplan Perspectief voor vijftigplussers

Minister Koolmees heeft op 8 juli de definitieve versie van de monitorrapportage van het actieplan ‘Perspectief voor vijftigplussers’ aan de Tweede Kamer aangeboden.

Evaluatie Actieplan Perspectief voor vijftigplussers

De kern van het actieplan is om oudere werknemers te ondersteunen bij het vinden van een nieuwe baan. Het doel is dat vijftigplussers meer wendbaar worden op de arbeidsmarkt en dat werkgevers minder terughoudend zijn bij het aannemen van vijftigplussers.

Het WW-bestand bestaat voor bijna de helft uit mensen van 50 jaar of ouder. Deze groep stroomt minder gemakkelijk uit dan andere leeftijdsgroepen. Daarom is de beleidsaandacht met het actieplan gefocust op de vijftigplusser op de arbeidsmarkt. Bij de start van het actieplan is tussen sociale partners en het ministerie van SZW afgesproken het ingezette beleid, bestaande uit zes afzonderlijke beleidslijnen, te evalueren. Het onderzoek bestaat uit een tussentijdse monitor van het implementatieproces en de uitvoering en een evaluatie op proces en effect. Hierover gaat in 2020 gerapporteerd worden. De algemene vraagstelling luidt: In welke mate zijn de met het actieplan gefinancierde maatregelen doeltreffend, waardoor zijn de beleidsdoelen al dan niet gerealiseerd en welke leerpunten kunnen worden geformuleerd om de doeltreffendheid van de maatregelen te vergroten?

In de eerste rapportage wordt een eerste beeld geschetst van de voortgang op de zes beleidslijnen: het ontwikkeladvies, de werkgeversdienstverlening, financiële instrumenten, intensieve dienstverlening aan WW’ers, experimenten Meer Werk en Campagne en Boegbeelden. De (eind)evaluatie in 2020 zal focussen op effectiviteit en leerpunten. De opbrengsten van deze evaluatie kunnen, tegen de achtergrond van het in de toekomst langer moeten doorwerken, zeer relevant worden voor beleid, gericht op de duurzame inzetbaarheid van werknemers.

Op 8 juli 2019 is onze monitorrapportage aangeboden aan de Tweede Kamer over de implementatie en uitvoering van het actieplan. In 2020 volgt de eindrapportage, gericht op het in kaart brengen van de doeltreffendheid van het actieplan. Meer weten? Neem contact op met Jos Mevissen.

 

Helft onderwijspersoneel verwacht pensionering vóór AOW-gerechtigde leeftijd

Helft onderwijspersoneel verwacht pensionering vóór AOW-gerechtigde leeftijd

Iets meer dan de helft van het oudere onderwijspersoneel verwacht vóór de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan. De meest genoemde reden om eerder te stoppen met werken is de werkdruk in het onderwijs. Meer dan de helft noemt deze reden. Andere veelgenoemde redenen zijn dat werknemers rustiger aan willen doen en andere dingen willen gaan doen.

Weinig bereidheid tot langer doorwerken

We hebben gevraagd of het onderwijspersoneel bereid zou zijn om tijdelijk langer door te werken wanneer de school dat vraagt, omdat er geen opvolger vindbaar is. Ongeveer één op de tien staat hier positief tegenover.

Achtergrond van het onderzoek

In het kader van het lerarentekort wilde de Algemene Onderwijsbond (AOb) in het voorjaar van 2019 laten onderzoeken wanneer zestigplussers in het onderwijs verwachten met pensioen te gaan. Vóór 1 mei maken scholen hun formatie rond en moeten leraren en onderwijsondersteuners aangegeven hebben of zij deze zomer vertrekken, zodat scholen voor de openvallende plaatsen kunnen gaan werven. Middels een enquête onder AOb-leden geboren voor 1962 hebben we de uitstroom van onderwijspersoneel in beeld gebracht.

In het nieuws

De AOb publiceerde naar aanleiding van dit onderzoek het nieuwsbericht ‘Werkdruk jaagt zestigplusser de klas uit‘. Nieuwsuur maakte een rapportage onder de titel ‘Helft oudere leraren wil eerder stoppen met werken‘.

Meer weten? Neem contact op met Bjørn Dekker of lees het het volledige onderzoeksrapport hier: Uitstroom richting pensioen in het po, vo en mbo

Uitstroom richting pensioen in het po, vo en mbo

Helft onderwijspersoneel wil voor AOW-leeftijd met pensioen

Iets meer dan de helft van het oudere onderwijspersoneel verwacht vóór de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen te gaan. De meest genoemde reden om eerder te stoppen met werken is de werkdruk in het onderwijs. Meer dan de helft noemt deze reden. Andere veelgenoemde redenen zijn dat werknemers rustiger aan willen doen en andere dingen willen gaan doen.
We hebben gevraagd of het onderwijspersoneel bereid zou zijn om tijdelijk langer door te werken wanneer de school dat vraagt, omdat er geen opvolger vindbaar is. Ongeveer één op de tien staat hier positief tegenover.

Achtergrond van het onderzoek

In het kader van het lerarentekort wilde de Algemene Onderwijsbond (AOb) in het voorjaar van 2019 laten onderzoeken wanneer zestigplussers in het onderwijs verwachten met pensioen te gaan. Vóór 1 mei maken scholen hun formatie rond en moeten leraren en onderwijsondersteuners aangegeven hebben of zij deze zomer vertrekken, zodat scholen voor de openvallende plaatsen kunnen gaan werven. Middels een enquête onder AOb-leden geboren voor 1962 hebben we de uitstroom van onderwijspersoneel in beeld gebracht.

Financieel veilig ouder worden met Lokale Allianties

Lokale Allianties, waarin banken, notarissen, mentoren en bewindvoerders samenwerken met hulpverleners, blijken een effectief middel te zijn om financieel misbruik van ouderen te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch gebeurt, aan te pakken.

Financieel misbruik is één van de veelvoorkomende vormen van ouderenmishandeling. Om financieel misbruik te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch plaatsvindt, effectief aan te pakken is samenwerking tussen banken, notarissen, bewindvoerders en hulpverleners van essentieel belang. De lokale allianties bieden een platform waar die samenwerking in de praktijk kan plaatsvinden. Inmiddels zijn er meer dan 60 lokale allianties actief in Nederland en dat aantal groeit nog steeds.

Wij hebben het functioneren van de lokale allianties in opdracht van het Ministerie van VWS onderzocht en geconcludeerd dat ze een effectief instrument kunnen zijn in de aanpak van financieel misbruik. Niet alleen van ouderen, maar van iedereen die slachtoffer dreigt te worden. De lokale allianties vormen een unieke publiek private samenwerking en worden ondersteund door landelijke koepelorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Banken, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en door het Ministerie van VWS.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Katrien of het rapport bekijken.

Ondersteuningsstructuur Lokale Allianties

Lokale Allianties, waarin banken, notarissen, mentoren en bewindvoerders samenwerken met hulpverleners, blijken een effectief middel te zijn om financieel misbruik van ouderen te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch gebeurt, aan te pakken.

Financieel misbruik is één van de veelvoorkomende vormen van ouderenmishandeling. Om financieel misbruik te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch plaatsvindt, effectief aan te pakken is samenwerking tussen banken, notarissen, bewindvoerders en hulpverleners van essentieel belang. De lokale allianties bieden een platform waar die samenwerking in de praktijk kan plaatsvinden. Inmiddels zijn er meer dan 60 lokale allianties actief in Nederland en dat aantal groeit nog steeds.

Wij hebben het functioneren van de lokale allianties in opdracht van het Ministerie van VWS onderzocht en geconcludeerd dat ze een effectief instrument kunnen zijn in de aanpak van financieel misbruik. Niet alleen van ouderen, maar van iedereen die slachtoffer dreigt te worden. De lokale allianties vormen een unieke publiek private samenwerking en worden ondersteund door landelijke koepelorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Banken, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en door het Ministerie van VWS.

Meer informatie?
Wilt u meer weten over dit project of wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met Frank.

Ontwikkeling risicoprofielen ouderenmishandeling

Ouderenmishandeling komt helaas regelmatig voor onder ouderen in Nederland. Om de vaak verborgen problematiek beter te kunnen herkennen heeft het ministerie van VWS ons gevraagd instrumentarium te ontwikkelen dat bij moet dragen aan verbeterde signalering van slachtoffers. Dat is een van de maatregelen in het Programma Geweld hoort nergens thuis van de ministeries VWS en JenV en de VNG, waarvan de aanpak ‘Veilig ouder worden’ onderdeel is.

Op basis van data-analyse van de gezondheidsmonitor en de kennis en praktijkervaringen van diverse professionals hebben we zes risicoprofielen voor ouderenmishandeling opgesteld. Ieder risicoprofiel geeft een schets van typerende persoons- en achtergrondkenmerken van slachtoffers van ouderenmishandeling. De zes risicoprofielen laten zien dat slachtoffers van ouderenmishandeling op verschillende punten van elkaar verschillen. Het ministerie van VWS gaat naar aanleiding van het rapport en risicoprofielen een handzame tool ontwikkelen en verspreiden onder professionals zodat zij de risicoprofielen kunnen gebruiken in hun dagelijks werk.


Meer informatie?

Neem kennis van de risicoprofielen of het rapport of neem contact op met Katrien.

(Onder)benutting zorgtoeslag en huurtoeslag door senioren

De koopkracht van senioren heeft sinds het uitbreken van de economische crisis onder druk gestaan. Jaarlijks wordt met Prinsjesdag de Miljoenennota gepresenteerd, met daarin ook een landelijk beeld van de koopkrachtontwikkeling van deze doelgroep. Deze prognoses gaan er echter vanuit dat senioren gebruikmaken van voor hen beschikbare toeslagen, zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag, indien zij voldoen aan de bij de toeslagen behorende voorwaarden.

Het koopkrachtplaatje ziet er anders uit voor huishoudens die niet alle toeslagen ontvangen waarop zij recht hebben. Seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, NVOG en FasV hebben ons daarom gevraagd om de onderbenutting van de zorgtoeslag en de huurtoeslag door senioren in kaart te brengen.

Uit analyse van gegevens van het CBS blijkt dat in 2016 maximaal een op de tien seniorenhoudens hun recht op zorgtoeslag liet liggen. In datzelfde jaar liet 17 procent van deze huishoudens het recht op huurtoeslag mogelijk liggen.

Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.