Werkveld: Zorg
Summary Improving gender sensitivity of prevalence study domestic violence
In the spring of 2016, we, together with Bureau Dijkstra, conducted research with the aim of providing WODC with substantiated advice on how the issue of gender can be better addressed in the next prevalence study into domestic violence. The aim of this advice is to enable more precise measuring and interpreting of gender differences and similarities in victimhood and perpetratorhood and the context and impact of violence in the next prevalence study.
In formulating the advice, both national and international experts have been consulted. Subsequently, the 2010 study was assessed by means of an assessment framework based on literature research, and secondary analyses on the data of this 2010 prevalence study were conducted.
Small additions to the phase 1 questionnaire in the victim and perpetrator study will contribute to more possibilities of reaching a gender sensitive picture in the analysis. A more radical modification of the questionnaire, however, will make it possible to achieve a better and more gender sensitive measurement of domestic violence; for example by using measurement instruments that include questions about the impact of forms of violence. In-depth studies may also contribute to this.
More information?
You can contact our colleague Katrien.
The full text of the study is only available in Dutch. However, the summary is also available in English (see below).
Veilig financieel ouder worden
Financieel misbruik van ouderen is een veelvoorkomend probleem. Dat is in elk geval de overtuiging van deskundigen. Maar zicht op de aard en de omvang van financieel misbruik is er niet of nauwelijks. Daarbij staat de aanpak van financieel misbruik nog in de kinderschoenen.
Vanuit het actieplan Ouderen in Veilige Handen is een Brede Alliantie opgericht van partijen die financieel misbruik kunnen en willen aanpakken. Banken, ouderenbonden, notarissen, politie, Openbaar Ministerie en Veilig Thuis werken samen aan het opzetten van Lokale Allianties. Wij ondersteunden de voorzitter van deze Brede Alliantie.
Medio 2018 zijn er ongeveer 20 Lokale Allianties actief in Nederland. Dit aantal moet binnen één jaar verdriedubbeld zijn om zo de allianties stevig te verankeren in het lokale beleid rondom de aanpak van ouderenmishandeling. Om die verdriedubbeling te realiseren, is een aanjaagteam ingesteld waar wij deel van uitmaken. Binnen dit team zijn wij verantwoordelijk voor de verankering van het concept Lokale Alliantie in het gemeentelijke beleid.
Meer weten
Lees ook wat wij deden om de implementatie van het actieplan Ouderen in Veilige Handen te ondersteunen.
U kunt contact opnemen met Frank.
Relatie Hartstichting en Wetenschappers
In opdracht van de Hartstichting deden wij onderzoek naar de relatie tussen de Hartstichting en wetenschappers in het cardiovasculaire veld. Het onderzoek bestond met name uit brainstormsessies en een webenquête onder wetenschappers. De Hartstichting heeft de uitkomsten gebruikt als start van een relatiemanagement-programma.
Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting en binnenlandse mensenhandel
Over de aard en de omvang van seksuele uitbuiting en mensenhandel van jongens is erg weinig bekend. De grootste belemmerende factor voor zicht op aard en omvang is dat het zich in het verborgene afspeelt. Het fenomeen is onzichtbaar voor de samenleving als geheel, maar ook voor hulpverleningsinstellingen en organisaties blijft de doelgroep vaak verborgen.
Signalering jongensslachtoffers
Volgens professionals staat de signalering van de jongensslachtoffers nog in de kinderschoenen. Welke mogelijke kenmerken wijzen op slachtofferschap is moeilijk te zeggen. De onbekendheid met het fenomeen en de grote diversiteit onder de jongens uit deze doelgroep maken het lastig om eenduidig te bepalen welk gedrag bij deze jongens als opvallend en verontrustend moet worden gezien. Een passend zorg- en ondersteuningsaanbod ontbreekt dan ook wanneer het om jongensslachtoffers gaat. Het is volgens professionals niet voldoende om te wachten tot de casuïstiek binnendruppelt. De jongensslachtoffers die in dit onderzoek zijn gevonden hebben hulp nodig, los van de precieze aard en definitie van hun slachtofferschap. Het onderzoek laat zien dat dit de hulpverlening voor grote uitdagingen stelt.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Dit onderzoek hebben wij, in samenwerking met Shop Den Haag, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Het delen van informatie bij huiselijk geweld en kindermishandeling
Wanneer mag en moet je, ondanks je medisch beroepsgeheim, informatie delen over huiselijk geweld en kindermishandeling? Die vraag stond centraal in een traject dat we voor de gemeente Rotterdam begeleidden. Informatie delen mag namelijk wel degelijk. Sterker nog: soms moet het gewoon. Maar er is veel onduidelijkheid over en er is zeker ook angst voor de gevolgen. We brachten onder andere in kaart hoe het precies zit met informatie delen bij deze problematiek in relatie tot het medisch beroepsgeheim. En we ondersteunden de gemeente bij het organiseren van een conferentie over dit onderwerp.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Recidive huiselijk geweld Tilburg
In opdracht van de gemeente Tilburg onderzochten wij de recidive op de meldingen huiselijk geweld die Veilig Thuis behandelt. Naast de recidive brachten we ook het verloop van de ketenaanpak in kaart. Het onderzoek heeft een beeld opgeleverd van de recidive in de casuïstiek. De recidive na huiselijk geweld is in Tilburg hoog. Een belangrijke oorzaak daarvoor ligt in de wijze waarop in de keten meldingen worden afgehandeld en opgevolgd. Naar aanleiding van deze uitkomsten heeft de gemeente ons gevraagd om, samen met professionals van Veilig Thuis, de lokale Toegang en Sterk Huis, een verbetertraject te starten.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Detachering: Beleidsadviseur sociaal domein Lelystad
Voor de gemeente Lelystad is onze collega Frank Kriek vier maanden ingezet als adviseur sociaal domein. In die periode heeft hij de gemeente vertegenwoordigd in diverse regionale overlegorganen en actief meegewerkt aan de doorontwikkeling van verschillende dossiers zoals beschermd wonen, de aanpak van verwarde personen en de eigen bijdrage regeling.
Meer informatie?
Neem contact op met Frank.
Naar een nieuwe onderzoeksagenda voor het Longfonds
Regioplan heeft het Longfonds ondersteund bij het opstellen van een nieuwe onderzoeksagenda. Het project bestond uit vijf focusgroepen. De eerste gesprekken vonden plaats met patiënten en behandelaars, om in kaart te brengen waar mensen met longziekten tegenaan lopen. Hieraan hebben patiënten met verschillende longziekten en van verschillende leeftijden deelgenomen. Ter afsluiting van het project vond een groepsgesprek met wetenschappers plaats, om potentiële onderzoeksvragen voor de nieuwe onderzoeksagenda van het Longfonds te bediscussiëren. Het rapport is niet openbaar.
Evaluatie Sterk in je Netwerk, opvolgonderzoek SIJN II
De methodiek Sterk In Je Netwerk (SIJN) is door RIBW K/AM ontwikkeld in opdracht van de gemeenten Haarlem en Zandvoort en is erop gericht het sociale netwerk van zorgvragers te vergroten en te versterken.
Na de pilotfase in 2013 is de methodiek doorontwikkeld en gedigitaliseerd, en wordt nu in toegepast in meerdere sectoren: GGZ, welzijn en maatschappelijk werk. De inzet van de methodiek moet inzicht bieden in het netwerk van de cliënt, de mogelijkheden om het netwerk optimaal in te zetten en de eigen kracht en zelfredzaamheid te vergroten. Hierdoor zou op termijn de professionele zorg kunnen afnemen. Regioplan verricht de monitoring en evaluatie van het gebruik van de methodiek, om onder andere vast te stellen of beoogde resultaten daadwerkelijk zijn behaald.
Ervaringen van instellingen na een jaar decentralisatie
Een jaar na de decentralisaties in het sociale domein maken instellingen voor zorg en begeleiding zich grote zorgen over de toegankelijkheid en over de kwaliteit van de ondersteuning die zij cliënten kunnen bieden. Dat blijkt uit een enquête uitgevoerd door Regioplan onder ruim 175 instellingen voor zorg en begeleiding. Ruim de helft van de bevraagde aanbieders twijfelt of gemeenten wel goed in staat zijn om te bepalen welke ondersteuning burgers nodig hebben. Steeds meer cliënten zitten thuis omdat er onvoldoende aanbod aan ondersteuning is.