Werkveld: Onderwijs
Sponsoring in het onderwijs. Integrale evaluatie van het convenant sponsoring in het primair en voortgezet onderwijs
Begin 1997 is er een convenant gesloten dat bedoeld is om scholen een handreiking te bieden om op een zorgvuldige manier met sponsoring om te gaan. In het voorjaar van 2001 is een integrale evaluatie uitgevoerd naar de ervaringen van verschillende partijen met betrekking tot sponsoring en de werking van het convenant. Daarbij is onderzocht of het convenant voldoende werkt als instrument voor ‘zelfbinding’ waarmee scholen op verantwoorde wijze sponsorbeleid kunnen formuleren en/of voeren en er is gekeken naar de plaats die sponsoring inneemt op scholen.
Tegemoetkoming in de schoolkosten door gemeenten en scholen
In dit onderzoek is nagegaan wat scholen doen om ouders tegemoet te komen in de schoolkosten. Aanleiding voor het onderzoek is de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten die sinds augustus 2001 van kracht is. Onderzocht is hoeveel scholen en gemeenten ouders tegemoetkomen in de schoolkosten, wat voor soort regelingen er zijn, welke criteria voor een tegemoetkoming worden gehanteerd en om welke bedragen het gaat.
Tussentijdse evaluatie deelconvenant arbo- en verzuimbeleid psychische belasting BVE
In opdracht van het SBO evalueert Regioplan het deelconvenant arbo- en verzuimbeleid psychische belasting. In deze rapportage zijn de eerste uitkomsten van de verschillende deelonderzoeken opgenomen waaronder de evaluatie van het Arboservicepunt, onderzoek naar de verzuimregistratie op de instellingen en de monitoring van de reïntegratiesubsidie.
Tussentijdse evaluatie deelconvenant arbo- en verzuimbeleid psychische belasting HOO
In opdracht van het SBO evalueert Regioplan het deelconvenant arbo- en verzuimbeleid psychische belasting. In deze rapportage zijn de eerste uitkomsten van de verschillende deelonderzoeken opgenomen, waaronder de evaluatie van het Arboservicepunt en de monitoring van de reïntegratiesubsidie.
Je verweren kun je leren; evaluatie van de Marietje Kesselsprojecten
Om de weerbaarheid van jonge kinderen te vergroten, is tien jaar geleden in Tilburg het Marietje Kesselsproject ontwikkeld. Het project is genoemd naar het elfjarige Tilburgse meisje dat in 1900 vermoord werd aangetroffen in een kerk. Het project bestaat uit twaalf lessen, die worden gegeven in groep 7 en 8 van de basisschool.
Kenmerkend voor het Marietje Kesselsproject is dat deze lessen worden gegeven door een gespecialiseerde preventiewerker. Een tweede kenmerk is de seksespecifieke aanpak. Jongens krijgen les van een mannelijke preventiewerker, meisjes van een vrouwelijke. In de derde plaats is de training van zowel de mentale weerbaarheid (leren om ‘nee’ te zeggen) als de fysieke weerbaarheid (technieken voor zelfverdediging) typerend voor het Marietje Kesselsproject.
De subsidiegever, het ministerie van Justitie heeft onderzoek laten verrichten naar de effecten. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd door Regioplan, onder leerkrachten, leerlingen, ouders en preventiewerkers. Bovendien is onderzoek gedaan onder een controlegroep van scholen die niet aan het project hebben meegedaan. De uitkomsten zijn hoopgevend: weerbaarheid is te leren.
Evaluatie-onderzoek schoolinternaten
Met het oog op het voorkomen van marginalisering van (allochtone) schoolgaande jongeren hebben de ministeries van VWS en OCW voor het schooljaar 2002-2003 een eenmalige subsidie toegekend aan (school-)internaten en internaatachtige voorzieningen. Regioplan heeft deze subsidieregeling geëvalueerd. Eind 2003 hebben vijftien internaten gebruik gemaakt van de regeling. Tien daarvan komen voort uit particuliere initiatieven uit de Turkse gemeenschap. De internaten bieden naschoolse opvang of intern verblijf en werken voor het overgrote deel met vrijwilligers. Omdat het een eenmalige subsidie betrof, zijn geen eisen gesteld aan de besteding. Wel hebben de ministeries bij de selectie van internaten als voorwaarde gesteld dat de internaten zich bezighouden met opvoedingsondersteuning en onderwijsbegeleiding. Voor de meeste internaten vormde de subsidie een substantiële aanvulling op het budget. Twee van de vijftien voorzieningen zijn met behulp van de subsidie opgezet. In de overige instellingen is de subsidie vooral besteed aan materiaal, inrichting en bevordering van deskundigheid.
Kwaliteitszorg op Rotterdamse basisscholen
Aandacht voor kwaliteitszorg in het onderwijs is de laatste jaren toegenomen. De Dienst Stedelijk Onderwijs Rotterdam wilde een beeld hebben van de terreinen waarop deze kwaliteitszorg volgens de scholen betrekking moet hebben: het meten van leerresultaten, de vernieuwing van het onderwijs en de professionaliteit van de schoolorganisatie. De resultaten van het onderzoek maken tevens duidelijk in hoeverre kwaliteitsverbetering incidenteel plaatsvindt danwel een cyclisch proces is.
Lerarentekorten en opbrengsten in het VO: 2000-2001
Door het tekort aan leraren bestaat het gevaar dat de kwaliteit van het onderwijs wordt aangetast. In opdracht van de Inspectie van het Onderwijs is op basis van bestaande gegevens een aantal analyses verricht die meer licht kunnen werpen op de vraag of tekorten de kwaliteit van het onderwijs bedreigen. Uit deze analyses blijkt dat over het geheel genomen niet kan worden gezegd dat er een sterk en eenduidig verband bestaat tussen openstaande vacatures enerzijds en de kwaliteit (onder meer uitgedrukt in eindexamencijfers) anderzijds.
Lerarentrek in de vier grote steden: 1997/1998
In dit onderzoek is onderzocht of er sprake is van lerarentrek van achterstandsscholen naar niet-achterstandsscholen binnen het basisonderwijs en voortgezet onderwijs in de vier grote steden. Reeds enige jaren bestaat de indruk dat leraren die op scholen werken met een hoge concentratie achterstandsleerlingen, vertrekken naar rustiger scholen in de buurt, bijvoorbeeld in omringde gemeenten. In vergelijking met een meting van drie jaar geleden blijkt dat de uitstroom op niet-achterstandsscholen groter is dan op achterstandsscholen.
Lesuitval 2004
In opdracht van het Ministerie van OCW heeft Regioplan in samenwerking met Research voor Beleid onder een beperkte groep scholen en instellingen een pilotonderzoek naar de aard en omvang van lesuitval uitgevoerd. Hoofddoelen waren het verzamelen van informatie over lesuitval en het testen van de werkwijze ter voorbereiding op een eventueel grootschaliger onderzoek.