Werkveld: Arbeid en sociale zekerheid
Vrijwilligers gevraagd: een verkenning van de vraag naar vrijwillige inzet
Er is in de loop der jaren veel onderzoek uitgevoerd naar het aanbod van vrijwilligers. De vraag die organisaties uitoefenen naar vrijwilligers is tot nu toe echter onderbelicht gebleven. Om beter zicht te krijgen op de vraagkant van vrijwillige inzet en de ontwikkelingen die zich daarin voordoen, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht gegeven aan Regioplan Beleidsonderzoek om hiernaar een verkennend onderzoek uit te voeren. Er is informatie verzameld via interviews en er is een grootschalige enquête uitgezet onder organisaties waarvan het aannemelijk is dat ze werken met vrijwilligers. De vragen hadden betrekking op drie thema’s: de kenmerken van vragende organisaties, de inhoud van de vraag en de omvang van de vraag.
Aanpassingsvermogen van organisaties aan veranderende marktomstandigheden. De rol van dispensatie en andere aanpassingsmogelijkheden.
Ondernemers moeten continu reageren op veranderingen in hun omgeving: het stijgen van de grondstofprijzen, veranderende voorkeuren van consumenten, collectieve loonstijgingen, fusies, overnames, toenemende buitenlandse concurrentie et cetera. De reacties van ondernemers op deze marktveranderingen kunnen verschillen. Uit eerdere onderzoeken van o.a. Regioplan blijkt dat weinig gebruik wordt gemaakt van dispensatiemogelijkheden. Het ministerie van Economische Zaken wilde derhalve uitgezocht hebben hoe ondernemingen reageren op marktveranderingen en of deze reacties samenhangen met het geringe gebruik van de mogelijkheid tot dispensatie. Zoeken ondernemers vooral de oplossing in prijsaanpassingen of kijken ze eerder naar volumeaanpassingen? En hoe verhouden deze aanpassingen zich tot de cao? Om antwoord op deze vragen te kunnen geven, heeft Regioplan Beleidsonderzoek ruim vijfhonderd organisaties met een bedrijfstak-cao geïnterviewd die in de periode 2002-2007 met veranderende marktomstandigheden geconfronteerd zijn geweest. De resultaten van dit onderzoek zijn niet openbaar.
De participatieladder: meetlat voor het participatiebudget
Regioplan ontwikkelt in opdracht van en samen met twaalf gemeenten en de VNG een participatieladder. Hiermee kunnen gemeenten de mate van participatie van burgers in beeld brengen. De participatieladder onderscheidt zes participatieniveaus: geïsoleerd, informele sociale contacten, deelname aan georganiseerde activiteiten, onbetaald werk, betaald werk met en zonder ondersteuning. Gemeenten kunnen met de participatieladder de participatie-effecten van het participatiebeleid in de breedte volgen en ook de effecten van afzonderlijke instrumenten. Het maakt daarbij niet uit of het om re-integratie-, inburgerings- of educatie-instrumenten gaat. Hiermee kunnen gemeenten in het kader van het nieuwe participatiebudget een optimale mix van instrumenten vaststellen en tot een integrale aanpak komen.
Laat het werkbudget werken voor het zittend bestand
Voor de vierde keer op een rij had een groot deel van de gemeenten in 2007 een overschot op hun re-integratiebudget. De oorzaken van de structurele onderbenutting van de re-integratiegelden worden in dit artikel toegelicht. Ook krijgen managers van sociale diensten handvatten aangereikt om de benutting van hun re-integratiebudget te vergroten en tegelijkertijd de re-integratie effectiever te maken.
Vrijwilligers langs de meetlat?
Wat isde waarde van een bestuur van een sportclub? Wat is de waarde van de activiteiten van een vrijwilliger die zich inzet voor ouderen? Het moge duidelijk zijn dat deze waarden niet gemakkelijk zijn te duiden, laat staan in geld uit te drukken. Toch kan het in sommige gevallen nuttig zijn om de waarde van vrijwillige inzet in kaart te brengen.
Onderzoek naar gebruik scholingsprotocol
Ongeveer één op de zeven cliënten van UWV die in aanmerking komen voor een re-integratietraject krijgt scholing als onderdeel van het traject of als los instrument. De groep waarvoor scholing noodzakelijk is, wordt op basis van het scholingsprotocol afgebakend. De kans dat deze mensen zonder scholing aan het werk komen, acht UWV zeer klein.
Werkgever laat zieke werknemer niet ‘met rust’
Het doel van de huidige wetgeving rond ziekte en re-integratie van werknemers is een lager ziekteverzuim en een lagere WIA-instroom. Deze daling vindt ook daadwerkelijk plaats. Regioplan onderzocht welke investeringen werkgevers doen om hun werknemers te re-integreren sinds de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting.
Geen WIA, wel werk
Het onderzoeksrapport ‘Geen WIA, wel werk’ is een vervolg op het onderzoek dat in het najaar van 2006 is uitgevoerd onder werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard. In dit eerste onderzoek werd gecontstateerd dat meer dan de helft van de werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt werden verklaard na de WIA-beoordeling niet werkten. Een jaar later is dit beeld veranderd. Zat eind 2006 nog meer dan de helft van de werknemers werkloos thuis, eind 2007 werkte 62 procent weer na de WIA-beoordeling.
Persoonlijke aandacht en resultaat leiden tot een hogere tevredenheid met re-integratiebedrijf
Persoonlijke aandacht voor cliënten die een re-integratietraject volgen is van essentieel belang voor de mate waarin een klant tevreden is over het bedrijf dat het traject verzorgt. Stichting Blik op Werk heeft in 2006/2007 voor het derde achtereenvolgende jaar een klanttevredenheidsonderzoek laten uitvoeren door Regioplan Beleidsonderzoek onder cliënten van re-integratiebedrijven in Nederland.
Het werkbudget investeren in toekomstig rendement
Voor de derde keer op een rij had een groot deel van de gemeenten in 2006 een
fors overschot op het reïntegratiebudget (het w-deel). Bram Berkhout en Luuk
Mallee lichten in dit essay de oorzaken van de (structurele) onderbenutting van het
werkbudget toe. Wat zijn handvatten voor managers van sociale diensten om de
benutting van het werkbudget te vergroten en tegelijkertijd reïntegratie effectiever
te maken?