Re-integratie hoogopgeleide jonggehandicapten

Regioplan onderzocht voor UWV welke belemmeringen hoogopgeleide jonggehandicapten, met name mensen met een Wajong-uitkering, tegenkomen bij het vinden van werk. De belangrijkste belemmeringen bij het vinden van werk zijn de feitelijke beperkingen van de jonggehandicapte en de daar tegenover staande geringe flexibiliteit en geringe oplossingsgerichtheid van de werkgever. De spanningsverhouding die hierdoor bestaat tussen jonggehandicapte en werkgever wordt beïnvloed door de manier waarop de jonggehandicapte en de werkgever tijdens de sollicitatieprocedure communiceren. Succesfactoren voor jonggehandicapten bij het vinden van werk zijn onder meer ervaring met stage, vrijwilligerswerk of netwerken, een duidelijke houding ten aanzien van de eigen handicap en inzicht in de eigen arbeidsmogelijkheden.

De ketenbenadering en het ROA

In opdracht van het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA) heeft Regioplan onderzocht wat de mogelijke bijdrage is van het ROA op het gebied van de ketenbenadering rond onderwijs-VSV-arbeidsmarkt. In het onderzoek zijn de achtergrond van de problematiek en de actoren in kaart gebracht. Op basis daarvan, en van een vergelijking met enige andere regio’s, zijn de positie en rolscenario’s voor het ROA geschetst. Het rapport is niet openbaar.

Eindevaluatie Arboconvenant Sociale Werkvoorziening

Uit de eindevaluatie van het Arboconvenant Sociale Werkvoorziening blijkt dat in de afgelopen jaren meer aandacht is gekomen voor de arbeidsomstandigheden van de medewekers in bedrijven. Grosso mode is het aantal klachten van SW-medewerkers over fysieke belasting gelijk gebleven. De klachten over psychosociale belasting zijn de afgelopen vier jaar gestegen. Het ziekteverzuim is licht gedaald in de sector, maar de WAO-instroom is niet afgenomen. Aandacht voor de arbeidsomstandigheden blijft dus onverminderd belangrijk. Lees meer over de onderzoeksbevindingen in het eindrapport dat hier is te downloaden.

Evaluatie Arboconvenant Koek & Snoep

De sector Koek & Snoep realiseerde in de afgelopen tweeënhalf jaar een daling van 17 procent van het sectoraal ziekteverzuim. Ook zijn in dezelfde periode vele instrumenten ontwikkeld die daadwerkelijk effectief zijn in het tegengaan van verzuim en uitval van werknemers. Dit blijkt uit de evaluatie van het arboconvenant Koek & Snoep dat Regioplan uitvoerde. In eindrapport dat u hieronder kunt downloaden, leest u hier alles over.

Minder dan 35% arbeidsongeschikt: blijven werken of toch niet?

Regioplan heeft in opdracht van de Stichting van de Arbeid onderzoek gedaan naar de situatie van werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard. Aanleiding voor het onderzoek is de afspraak die gemaakt is in de Stichting van de Arbeid dat voor deze werknemers “op het niveau van de arbeidsorganisatie tot maatwerkoplossingen dient te worden gekomen”. Uit het onderzoek komt naar voren dat een groot deel van de werknemers (43%) na de WIA-beoordeling geen werk meer heeft. Belemmeringen die werkgevers en werknemers ervaren bij re-integratie liggen vooral op het vlak van gezondheid en het gebrek aan passend werk.

Arbeidsmarktbarometer BVE-sector 2005-2006. Vacatures in het derde kwartaal van 2005

Om de actuele ontwikkelingen op de onderwijsarbeidsmarkt nauwgezet te kunnen volgen en een gericht arbeidsmarktbeleid te kunnen voeren, laat het ministerie van OCW jaarlijks verschillende metingen voor de Arbeidsmarktbarometer uitvoeren. Deze publicatie gaat in op vacatures in de bve-sector voor management, leraren en ondersteunend personeel in het derde kwartaal van 2005. In vergelijking met het derde kwartaal van 2003 en 2004 is voor alle functiegroepen het aantal vacatures dat in het derde kwartaal is ontstaan weer toegenomen. Hetzelfde geldt voor het aantal vacatures dat onvervuld blijft.

Arbeidsmarktbarometer 2004/2005 beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE)

De arbeidsmarktbarometer wordt gebruikt om de stand van zaken op de onderwijsarbeidsmarkt te bepalen. De barometer bestaat nu ruim tien jaar en wordt verzorgd voor de sectoren po, vo en bve. In deze jaarrapportage BVE presenteren we de jaarcijfers voor management, leraren en ondersteunend personeel in de bve-sector. Voor alle functiegroepen gold dat de verschillen in het aantal ontstane, vervulde en onvervulde vacatures ten opzichte van het voorgaande schooljaar (2003-2004) gering waren. Van grote spanningen op de arbeidsmarkt was geen sprake.

Aan de slag met het werkdeel. Achtergronden van de besteding van het werkdeel

Dit rapport doet verslag van de resultaten van een webenquête die Regioplan samen met Divosa heeft uitgezet onder sociale diensten over de oorzaken van de onderbenutting van het W-deel van het WWB-budget. Gemeenten hielden in 2004 8% van dat budget over en in 2005 14%. De belangrijkste oorzaken van de onderbenutting zijn het feit dat de behoefte aan re-integratie leidend is en niet de omvang van het budget, de afbouw van de gesubsidieerde arbeid en de tegenvallende prestaties van re-integratiebedrijven. Verder blijkt dat gemeenten met een overschot voorzichtiger zijn met het uitgeven van geld uit het W-budget dan tekortgemeenten. Verder ervaren zij vaker wettelijke belemmeringen bij de besteding van dat geld en zetten zij minder vaak nieuwe vormen van loonkostensubsidies en/of work first in. Driekwart van de gemeenten verwacht dat de re-integratie-uitgaven gaan toenemen en 90% van de gemeenten verwacht daarom ook het W-budget vanaf 2007 geheel op te maken. Dit rapport is een gezamenlijk product van Divosa en Regioplan en is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van SZW en de VNG.

Onderbenutting W-deel

Jaarlijks houden bijna alle gemeenten geld over van het aan hen toegewezen Werkdeel van het WWB-budget. Regioplan onderzocht in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wat de oorzaken van deze onderbenutting zijn.Gesteld kan worden dat er niet één oorzaak is die voor alle onderzochte gemeenten de belangrijkste verklaring is voor het overschot. Uit het onderzoek zijn 5 belangrijke oorzaken naar voren gekomen die vaak in meer of mindere samenhang tegelijk spelen. Eén van de belangrijkste oorzaken is de snelle afbouw van oude vormen van gesubsidieerde arbeid (ID/WIW). Een andere veel genoemde reden is het overschot dat ontstaat door het verschil tussen het door het Rijk gehanteerde kasstelsel en het door de gemeenten gehanteerde baten-lastenstelsel. Terwijl voor de eerstgenoemde reden verondersteld mag worden dat deze in de toekomst een minder grote rol zal (gaan) spelen, kan voor de tweede reden worden gesteld dat deze structureel van aard is en dat daarmee een (beperkt) overschot inherent is aan het systeem.

Methodenstudie meting nalevingsniveaus sociale zekerheid

De mate van naleving van regels in de sociale zekerheid is als prestatie-indicator in de begroting van het ministerie van SZW opgenomen. Het vaststellen van de nalevingsniveaus gebeurt met behulp van de zogenaamde randomized-responsemethode. Bij deze methode ligt de nadruk op het waarborgen van de anonimiteit van de respondent. Dit moet het voor respondenten gemakkelijker maken om regelovertreding toe te geven. De methodiek heeft echter ook nadelen, waaronder het kostenaspect en de ruime betrouwbaarheidsmarges. Regioplan heeft de gebruikswaarde van de methodiek nader bepaald en onderzocht of er aantrekkelijke alternatieven voorhanden zijn. Het onderzoek leerde dat de randomized-responsemethode tot meer valide onderzoeksresultaten leidt dan eventuele alternatieven. Suggesties voor verbetering betreffen onder andere het steekproefkader en de operationalisering van de prestatie-indicatoren.