Hogeropgeleide allochtonen op weg naar werk: successen en belemmeringen

De Raad voor Werk en Inkomen wenst meer zicht te krijgen op de positie van hogeropgeleide allochtonen op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Raad heeft hiertoe een onderzoek laten uitvoeren door Regioplan Beleidsonderzoek. Hogeropgeleide allochtonen nemen een veel gunstiger arbeidsmarktpositie in dan lageropgeleide allochtonen. Desondanks blijft de positie van allochtonen met een hbo- of wo-opleiding achter bij die van hogeropgeleide autochtonen. Hiermee is de etnische achtergrond nog altijd van nadelige invloed op de arbeidsmarktprestaties in Nederland. Het onderzoek geeft uitsluitsel over de belangrijkste factoren en mechanismen die hogeropgeleide allochtonen in Nederland belemmeren op weg naar een duurzame positie op de arbeidsmarkt.

Arbeidsmarktbarometer 2003-2004 BVE

Het ministerie van OCW laat de ontwikkelingen op de onderwijsarbeidsmarkt onder andere volgen door de Arbeidsmarktbarometers. De Arbeidsmarktbarometer is een jaarlijks terugkerende rapportage over de onderwijsarbeidsmarkt en strekt zich uit over drie onderwijssectoren: het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en de bve-sector. Deze publicatie betreft de Arbeidsmarktbarometer BVE-sector in het derde kwartaal van 2003. Na enkele jaren van oplopende krapte konden we in het derde kwartaal van 2003 spreken van een positieve ontwikkeling op de onderwijsarbeidsmarkt: door het ingezette beleid om de arbeidsmarktpositie van het onderwijs te versterken enerzijds en de teruglopende conjunctuur anderzijds zijn de tekorten tijdelijk verminderd.

Arbeidsmarktbarometer BVE 2004-2005

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voert Regioplan de Arbeidsmarktbarometer uit. Met de Arbeidsmarktbarometer wordt de actuele stand van zaken op de onderwijsarbeidsmarkt gemeten. Het onderzoek wordt uitgevoerd in primair en het voortgezet onderwijs en in de bve-sector. Er worden gegevens verzameld over vacatures voor management, leraren en ondersteunend personeel. In deze publicatie worden de cijfers over het derde kwartaal van 2004 voor de bve-sector gepresenteerd. In deze periode lijken zich bij de vervulling van vacatures weinig problemen te hebben voorgedaan.

Arbeidsmarktbarometer Voortgezet Onderwijs 2004-2005. Vacatures in het derde kwartaal van 2004

Momenteel is er sprake van enige ontspanning op de onderwijsarbeidsmarkt: de tekorten aan personeel van enkele jaren geleden zijn verminderd en kwantitatief sluit het aanbod weer beter aan op de vraag. Het aantal openstaande vacatures is na jaren van stijging weer gedaald. Dit wil echter niet zeggen dat er zich in de toekomst geen problemen meer zullen voordoen. Om de actuele ontwikkelingen op de onderwijsarbeidsmarkt nauwgezet te kunnen volgen en een gericht arbeidsmarktbeleid te kunnen voeren, laat het ministerie van OCW jaarlijks verschillende metingen voor de Arbeidsmarktbarometer uitvoeren. Deze publicatie gaat in op vacatures in het voortgezet onderwijs voor directie, leraren en ondersteunend personeel in het derde kwartaal van 2004.

Monitor CAO Sociale Werkvoorziening

Regioplan Beleidsonderzoek heeft een monitorinstrument ontwikkeld om de implementatie van CAO-afspraken te volgen. De monitor brengt van een aantal CAO-regelingen de toepassing, de uitwerking en het gebruik in kaart. Ook behandelt de monitor de redenen voor gebruik en factoren die het gebruik beïnvloeden.Het instrument – dat bestaat uit één vragenlijst voor personeelsmanagers en één vragenlijst voor OR-voorzitters – is ontwikkeld in opdracht van de sociale partners in de Sociale Werkvoorziening. Het nieuwe instrument is ook toegepast in in deze sector. Het betreft een zogenaamde ‘nulmeting’. Mede door de actieve rol van de sociale partners in dit project, was de deelname door personeelsmanagers en OR-voorzitters zeer hoog.

Sectorstudies onderwijs

Voor het kennisportaal onderwijspersoneel van het SBO heeft Regioplan een inhoudelijke bijdrage geleverd over de arbeidsmarkt in vijf onderwijssectoren: primair en voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve), hbo en het wetenschappelijk onderwijs. De informatie op het kennisportaal is gerangschikt naar thema’s en sectoren. U kunt het portaal vinden op de site van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt. Deze sectorstudies waren een vervolg op de Strategische Analyse Onderwijsarbeidsmarkt die Regioplan in 2006 voor het SBO heeft uitgevoerd. In die studie zijn ook de onderzoeksinstellingen en universitaire medische centra aan bod gekomen.

Hoogopgeleide jonggehandicapten aan het werk. Succes- en faalfactoren bij het behouden van werk.

Regioplan heeft onderzoek verricht naar de succes- en faalfactoren voor werkzame jonggehandicapten met minimaal mbo-niveau bij het behouden van werk. Het onderzoek is gefinancierd door het UWV Wajongsubsidiefonds. Daartoe hebben wij diepte-interviews gehouden met dertien werkende jonggehandicapten en tien werkgevers die jonggehandicapten in dienst hebben. De belangrijkste succesfactor voor een duurzame arbeidsrelatie tussen jonggehandicapte en werkgever is dat de functie is afgestemd op de mogelijkheden van de jonggehandicapte. Niet alleen moeten de functie-inhoud, de arbeidsomstandigheden en het gebouw zo nodig zijn aangepast, ook moeten jongere, werkgever en collega’s goed van elkaar weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Open communicatie over de arbeidsbeperkingen van de jongere is voor een duurzame arbeidsrelatie een noodzakelijke voorwaarde. Bij jongeren met psychiatrisch of autistisch ziektebeeld is daarnaast intensieve externe begeleiding nodig.

Evaluatie Very Able

Regioplan heeft de door CNV Jongeren georganiseerde banenmarkt Very Able geëvalueerd. De banenmarkt was gericht op Wajong’ers en werkgevers, en heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2005 in Utrecht. De evaluatie is gefinancierd door het UWV Wajongsubsidiefonds. De doelstelling was te bepalen in welke mate en onder welke voorwaarden een banenmarkt een effectief instrument is om jonggehandicapten aan het werk te helpen. De belangrijkste conclusie is dat het project als kleinschalig evenement voor het verschaffen van informatie over Wajong en werk aan Wajong’ers en het uitwisselen van ervaringen tussen Wajong’ers, geslaagd is. Voor het organiseren van een echte banenmarkt is een vooronderzoek noodzakelijk. Daarin moet worden vastgesteld hoe groot de groep Wajong’ers is met hbo+ voor wie een banenmarkt nuttig kan zijn. Verder moet onderzocht worden welke werkgevers bereid zijn via een banenmarkt jonggehandicapten te werven voor hun vacatures.

Belangrijkste bevindingen onderzoek klanten van Voedselbank Zoetermeer

Landelijk onderzoek leert dat klanten van Voedselbanken in zeer geringe mate gebruikmaken van de bestaande gemeentelijke voorzieningen zoals bijzondere bijstand. Voor de gemeente Zoetermeer hebben wij, met behulp van diepte-interviews met klanten, onderzocht waarom dit zo is en om welke redenen zij gebruikmaken van de Voedselbank. Op basis van het onderzoek hebben wij een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd om het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen te optimaliseren.

‘OP DE HOOGTE’ – een studie naar het werken op hoogte

Bedrijven die bijvoorbeeld met ladders en steigers op hoogte werken, staan positief tegenover de nieuwe regelgeving voor werken op hoogte. Dit blijkt uit een onderzoek dat Regioplan heeft uitgevoerd voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De aanleiding voor het onderzoek was het van kracht worden van de nieuwe Europese richtlijn Werken op Hoogte per 15 juli 2006. De richtlijn stelt beperkingen aan het gebruik van ladders, trappen en lijnen op de werkplek. Het doel van het onderzoek was om – vooruitlopend op invoering van de richtlijn – kennis te vergaren die nodig is om de richtlijn goed te kunnen invoeren, handhaven en evalueren. Uit het onderzoek komt naar voren dat tweederde van de bedrijven aangeeft dat het valgevaar afneemt door het invoeren van regels voor werken op hoogte. Ruim 92 procent van de bedrijven zegt goed op de hoogte te zijn van de regels. Meer dan 80 procent van de bedrijven wist dat het gebruik van ladders vanaf juli 2006 beperkt dient te worden. Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van Hoof liet in een reactie weten dat gezien de grote kennis van de regelgeving, erop te vertrouwen dat de inspanningen van de brancheorganisaties voldoende borging bieden voor de naleving van de regels.