Werkveld: Arbeid en sociale zekerheid
Onderzoek beheerskostenontwikkeling afdeling SoZaWe
Het aantal cliënten van de Sociale Dienst Nijmegen is in de periode 1996-2001 sterk verminderd; toch blijven de uitvoeringskosten hetzelfde. Hoe kan dit worden verklaard? Op verzoek van de Gemeenteraad van Nijmegen heeft de Nijmeegse Rekenkamer in 2002 de ontwikkeling van de uitvoeringskosten bij de Sociale Dienst onderzocht. Regioplan Beleidsonderzoek heeft de Rekenkamer ondersteund bij het opzetten en het uitvoeren van dit onderzoek. Het eerste deel van het onderzoek richtte zich op het in kaart brengen van de uitvoeringskosten van de diverse producten van de Sociale dienst. Het tweede deel van het onderzoek heeft zich gericht op de wijze waarop de dienst wordt aangestuurd en de kwaliteit van de managementinformatie.
Onderzoek Sluitende Aanpak 2000
Sinds 1999 stelt het Rijk extra middelen beschikbaar om langdurige werkloosheid te voorkomen. Dit beleid, de zogenaamde ‘sluitende aanpak’, komt voort uit afspraken die in EU-verband zijn gemaakt. Het is erop gericht om alle werkzoekenden een nieuwe start te bieden voordat zij twaalf maanden werkloos zijn. Regioplan heeft in kaart gebracht hoe groot de doelgroep was, wat het bereik en wat de resultaten van de sluitende aanpak waren in het jaar 2000.
Onderzoek spreidingsplan CWI’S Rotterdam
De SUWI-operatie heeft tot een nieuwe organisatiestructuur voor de uitvoering van de arbeidsvoorziening en de sociale zekerheid geleidt. Verschillende activiteiten zijn per 1 januari 2002 samengebracht in Centra voor Werk en Inkomen. Ter voorbereiding hebben Regioplan en Cap Gemini Ernst & Young in 2001 voor de gemeente Rotterdam onderzoek gedaan om te komen tot een spreidingsplan voor de op te richten CWI’s in deze gemeente. Onder andere over het aantal en het soort op te richten bedrijfsverzamelgebouw is advies gegeven.
Oneigenlijk gebruik van de bijstandswet.
De begrippen misbruik en oneigenlijk gebruik worden vaak in een adem genoemd. Opvallend is dat in de afgelopen jaren aspecten van misbruik wel, maar vormen van oneigenlijk gebruik niet veel aandacht hebben genoten. Oneigenlijk gebruik betreft handelingen die, hoewel niet strijdig met de letter van de wet, ingaan tegen de geest van de wet. Regioplan heeft onderzoek gedaan naar de verschijningsvormen van dit oneigenlijk gebruik.
Evaluatie KIP
In zes gemeenten is de Kennisbank Hoogwaardig Handhaven geïmplementeerd. De Kennisbank is samen met verschillende experts door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontwikkeld. Het omvat een brede set aan instrumenten, ingedeeld volgens de systematiek van de beleidscyclus. Sociale diensten kunnen de instrumenten gebruiken bij de uitvoering van de Algemene bijstandswet. Het uiteindelijke doel is een uitvoering van de Abw die leidt tot een toename van spontane naleving van wet- en regelgeving door cliënten. De zes gemeenten hebben tijdens het project hun beleid voor het controleren van cliënten ingericht volgens de Kennisbank. Regioplan heeft het project geëvalueerd. De ervaringen van de pilotgemeenten bieden een aantal aandachtspunten waarmee andere gemeenten die met de Kennisbank aan de slag willen gaan, hun voordeel kunnen doen.
Evaluatie Medezeggenschap gepensioneerden
Tussen de Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) is in 1998 een convenant gesloten gericht op de verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden bij de uitvoering van pensioenregelingen. Nagegaan moest worden in hoeverre de aanbevelingen uit dit convenant inmiddels zijn opgevolgd door pensioenfondsen. Dat betekent dat bij pensioenfondsen is geïnventariseerd hoe het staat met de deelname van gepensioneerden aan besturen en deelnemersraden en in hoeverre deze deelname sinds de totstandkoming van het convenant is toegenomen.
Evaluatie onderzoeksprogramma’s CAZ-convenant en CAWJ-convenant
De convenanten arbeidsmarktbeleid zorg (CAZ) en arbeidsmarktbeleid welzijn en jeugdhulpverlening (CAWJ) kenden beide een onderzoeksprogramma. Regioplan Beleidsonderzoek heeft in 2003 onderzocht in hoeverre de doelstellingen van deze onderzoeksprogramma’s zijn gehaald, in hoeverre de programma’s voldeden aan de verwachtingen van de verschillende convenantspartijen en welke mogelijke veranderingen in de toekomst wenselijk zouden zijn. Gekeken is naar bruikbaarheid, gebruik en impact van de onderzoeksopbrengsten. De belangrijkste opbrengst van het gestructureerd en het gezamenlijk laten uitvoeren van arbeidsmarktonderzoek was volgens de respondenten het beschikbaar komen van brancheoverstijgende informatie en de efficiëntie die afstemming van sectoraal onderzoek met zich meebrengt. Enkele aanbevelingen uit het onderzoek richten zich op het vergroten van de bruikbaarheid. Er zou onder andere meer duidelijkheid dienen te komen over de beoogde gebruikers van de onderzoeksprogramma’s en een grotere afstemming van het uit te voeren onderzoek op de informatiebehoeften. Dit moet voorkomen dat te veel informatie verzameld wordt die niet of weinig gebruikt wordt (met als onbedoeld effect onderzoeksmoeheid in het veld). Ook is geadviseerd ad hoc onderzoek zo min mogelijk onderdeel te laten zijn van de programma’s en meer over te laten aan de partijen die er behoefte aan hebben.
Evaluatie pilot sociaal bestek rijksoverheid
In 1999 is het Ministerie van SZW samen met organisaties binnen en buiten de overheid gestart met een experiment om langdurig werklozen naar de bouwarbeidsmarkt te leiden door middel van contract compliance. In het bouwbestek van een aantal projecten van de Rijksgebouwendienst (onderdeel van het Ministerie van VROM), het Ministerie van V&W en het Ministerie van Defensie zou een verplichting tot het inschakelen van werklozen worden opgenomen, in de orde van grootte van 2% tot 5% van de loonsom van het project. De aanpak is nooit goed van de grond gekomen. Er zijn slechts vijf werklozen ingestroomd. Als externe oorzaken gelden (1) de omslag van een ruime naar een krappe arbeidsmarkt, waardoor het steeds moeilijker werd om kandidaten te vinden, en (2) de lange periode tussen het vaststellen van het bestek en de start van de bouwwerkzaamheden op het project, waardoor het experiment veel meer tijd vroeg dan voorzien. De evaluatie laat zien dat de methode van sociaal bestek niet zo geschikt is voor grote en langlopende projecten. Deze vorm van contract compliance lijkt een verplichting voor de aannemers, maar is in de praktijk vooral een verplichting voor de overheid, die kandidaten moest aanleveren. De voorbereiding en de uitvoering blijken erg tijdrovend.
Evaluatie poortwachtersfunctie en nieuw partnerbegrip.
Eén van de centrale aspecten van de nieuwe bijstandswet van 1996 is de explicitering van de poortwachtersfunctie van de uitvoerders. In een vrij omvangrijk onderzoek is nagegaan welke veranderingen zich als gevolg van de invoering van de nAbw hebben voorgedaan bij de uitvoering van deze poortwachtersfunctie. Het gaat met name om de veranderingen bij de aantoonlast door de burgers en verificatie door de sociale diensten. Daarnaast is nagegaan of de veranderingen in de wet in het zogenaamde partnerbegrip de gewenste grotere duidelijkheid en misbruikbestrijding c.q. -preventie hebben opgeleverd.
Evaluatie SWI Meetlat
Het streven naar één loket voor werk en Inkomen heeft ertoe geleid dat betrokken instanties (gemeenten, UVI’s en Arbeidsvoorziening) een faseringsinstrument hebben ontwikkeld waarmee in de toekomst alle CWI’s kunnen gaan werken in het kader van de administratieve intake. Dit instrument om de afstand tot de arbeidsmarkt te meten (de Meetlat) is door Regioplan geëvalueerd tijdens een proefneming. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen en verbeteringen die hun beslag hebben gekregen in de inmiddels ingevoerde ‘Kansmeter’.