Kernwoord: Leerplicht
Brede thuiszittersaanpak
Doel van het rapport – dat is opgesteld in opdracht van Ingrado – is om leerplichtorganisaties die de omslag naar leerrecht willen maken van input en inspiratie te voorzien. Daarom zijn twee werkwijzen van leerplichtorganisaties met een brede thuiszittersaanpak zo concreet mogelijk beschreven.
Daarbij is ervoor gekozen de belasting voor de organisaties zelf tot een minimum te beperken door eerst deskresearch uit te voeren op documentatie van de organisaties . Vervolgens is de casus nader in beeld gebracht in een groepsgesprek met vertegenwoordigers van de leerplichtorganisatie. De resultaten zijn verwerkt in geanonimiseerde casebeschrijvingen die met enkele vertegenwoordigers van andere leerplichtorganisaties zijn doorgenomen. Daarbij is gekeken of de beschrijvingen input leveren voor de leerplichtorganisatie voor een eigen aanpak, of de beschrijvingen helder zijn en of er nog eventuele aanvullende vragen zijn om in te vullen, zodat de teksten aanzetten tot inspiratie. Deze reacties zijn vervolgens weer besproken met de twee leerplichtorganisaties, wat heeft geleid tot verhelderingen en aanvullingen in de beschrijvingen.
Organisatie 1 richt zich op jongeren die ingeschreven staan op een school en geoorloofd structureel langer dan vier weken aaneengesloten) minder dan 50% onderwijs volgen. Daarbij zijn er vijf uitgangspunten leidend voor de uitwerking en wordt gewerkt vanuit een visie op leerrecht in plaats van leerplicht.
De werkwijze van organisatie 2 kenmerkt zich door een brede en vroegtijdige preventieve aanpak. Daarin zijn niet alleen afspraken gemaakt over het melden van ongeoorloofd verzuim voordat het wettelijk aantal uren bereikt is, maar ook over het vroegtijdig in beeld krijgen van zorgelijk geoorloofd verzuim. Deze preventieve aanpak is opgesteld vanuit zes bouwstenen en nadrukkelijk onderdeel van het voorkomen dat kinderen/jongeren langdurig – geoorloofd dan wel ongeoorloofd – thuis komen te zitten. In deze aanpak staat daarmee schoolaanwezigheid in plaats van schoolverzuim centraal.
Meer weten? Lees hier de publicatie van ons onderzoek of neem contact op met Jos Lubberman.
RMC-aanpak verzuim 18+ en monitoring van jongeren in een kwetsbare positie (JIKP)
Door de medewerkers van de verschillende Regionale Meld- en Coördinatiefunctieregio’s (RMC-(sub)regio’s) wordt op uiteenlopende manieren gewerkt aan het voorkomen en terugdringen van voortijdige schooluitval. Ingrado heeft ons gevraagd een verkennend onderzoek uit te voeren dat voorziet in een overkoepelend inzicht in de wijze waarop de RMC-(sub)regio’s werken aan hun verzuim 18+- en JIKP-aanpak en tevens inzicht geeft in mogelijkheden om de huidige invulling te verbeteren.
Onderzoeksmethode
Om te komen tot een overkoepelend inzicht van de verzuim 18+ en JIKP-aanpak van de verschillende regio’s is op verschillende manieren data verzameld. De onderzoeksaanpak bestond grofweg uit drie fases:
Fase 1: online quicksan onder RMC-coördinatoren van de verschillende RMC-(sub)regio’s;
Fase 2: verdiepende kwalitatieve interview met RMC-coördinatoren;
Fase 3: werksessie met RMC-coördinatoren en Ingrado.

Algemene conclusies
RMC-aanpak Verzuim 18+
In algemene zin kunnen we concluderen dat de invulling van de verzuimaanpak 18+ een stuk eenduidiger gaat dan de invulling van de monitoringstaak voor JIKP. Uit de gesprekken blijkt dat de RMC-coördinatoren een duidelijke visie hebben over hoe (en door wie) verzuim 18+ aangepakt moet worden. Het is duidelijk wat hun taken en verantwoordelijkheden zijn bij het voorkomen en verminderen van verzuim 18+. Ze zijn daarnaast beter bekend en meer ingebed in het verzuimnetwerk (leerplicht en onderwijs) en weten welke lijnen en middelen ze kunnen inzetten om kwesties rondom verzuim op te lossen. Hoewel in de RMC-(sub)regio’s de invulling van de aanpak divers wordt vormgegeven, is er wel een gemeenschappelijke lijn te herkennen. Alle regio’s werken vanuit een preventief kader aan verzuim 18+ en proberen waar mogelijk aan te sluiten op de verzuimaanpak van leerplicht (verzuim 18-). Een al bestaande nauwe samenwerking met leerplicht en het onderwijs en de landelijke campagnes van Ingrado over de RMC-routekaart en de aandacht voor ‘aanwezigheid’ in plaats van verzuim, dragen volgens de RMC-coördinatoren bij aan een meer gemeenschappelijke (landelijke) invulling van verzuim 18+.
Monitoringstaak JIKP
De mate waarin RMC-regio’s verschillen in hoe ze hun monitoringstaak voor JIKP invullen is een stuk groter dan de regionale verschillen voor verzuim 18+. Sommige regio’s monitoren en signaleren alleen in cijfers en hebben een bescheiden rol in de uitvoering van de vervolgacties, andere regio’s zoeken actief de samenwerking op binnen het jeugdveld en het onderwijs om JIKP meer hands-on te begeleiden. De RMC-medewerkers moeten zich voor de aanpak voor JIKP navigeren door een netwerk waarin ze relatief minder bekend zijn (dan het onderwijs). De rol (toegevoegde waarde) van de RMC in de monitoring van JIKP is voor sommige RMC-coördinatoren en voor de ketenpartners niet altijd evident. De onderliggende redenen voor deze onduidelijkheid zijn onder meer het ontbreken van gezamenlijke doelstellingen en financiering voor de monitoring van JIKP en het ontbreken van een eenduidige definitie voor JIKP/ kwetsbare jongeren binnen de keten.
Aanbevelingen
Het is bijzonder dat de RMC-(sub)regio’s een beter beeld hebben van hun taken en verantwoordelijkheden als het gaat om het verminderen van verzuim 18+ en juist minder als gaat om het monitoren van JIKP. Dit is bijzonder omdat er geen wetgeving is over de invulling van de aanpak van verzuim 18+ maar wel over de monitoringstaak van JIKP. Op basis van de bevindingen hebben we Ingrado aangeraden om aan de slag te gaan met de volgende punten:
- Werk samen met de MBO Raad aan het versterken en verbeteren van een eenduidig verzuimbeleid op mbo-instellingen (waarin een eenduidige lijn wordt getrokken tussen de aanpak van verzuim 18 min en verzuim 18 plus).
- Communiceer de onduidelijkheden over de monitoringstaak van JIKP aan het ministerie van OCW.
- Stel een handreiking op over de doelgroep JIKP om te komen tot een scherpere definitie afbakening van de doelgroep en duidelijkheid over de taak/doelstelling van de RMC bij JIKP (onder meer t.b.v. een heldere communicatie binnen de gemeentelijke organisatie).
Meer informatie? Lees meer over de bevindingen in het onderzoeksrapport of neem contact op met Suna Duysak.
Thuiszitters en schoolverzuim in Apeldoorn
In opdracht van de Rekenkamercommissie van Apeldoorn hebben we onderzoek gedaan naar de aard en omvang van het schoolverzuim en het aantal thuiszitters in Apeldoorn. Het onderzoek geeft niet alleen inzicht in de aard en omvang van de problematiek van de afgelopen jaren, maar biedt ook een doorkijk naar de achterliggende redenen.
Algemeen beeld
In het onderzoek hebben we allereerst de algemene stand van zaken geschetst voor wat betreft het beleid, de uitvoering en de ervaringen van stakeholders omtrent schoolverzuim en thuiszitters. De huidige cijfers laten zien dat de verzuim- en thuiszittersaantallen van Apeldoorn onder het landelijk gemiddelde liggen. De daling in het aantal thuiszitters wordt echter met name verklaard door de definitiewijziging van het begrip. De officiële leerplichttellingen geven geen volledig beeld van het aantal jeugdigen dat daadwerkelijk thuiszit. Daarnaast lijkt de gemeente nog onvoldoende inzicht en grip te hebben op leerlingen die zorgwekkend verzuimen (bijvoorbeeld leerlingen met frequent ziekteverzuim), onder meer door beperkingen in wet- en regelgeving om in te grijpen bij dit type verzuim.
Daarnaast worden de schotten in de geldstromen tussen onderwijs en zorg (nog steeds) als erg hoog ervaren. De betrokken professionals hebben behoefte aan betere afspraken over casusregie en terugkoppeling en meer flexibiliteit en maatwerkoplossingen in de aanpak van de thuiszittersproblematiek. De gesproken ouders van thuiszittende leerlingen geven aan zich onvoldoende gehoord te voelen door de school en zorgverleners. De kernboodschap is dat ouders en kinderen met name een persoonlijk en open gesprek hebben gemist met de school en zorgverleners.
Aanbevelingen Rekenkamercommissie
Aan het college hebben wij aanbevolen om alle thuiszitters (ook die met een geoorloofde reden thuiszitten) te rapporteren in de jaarlijkse leerplichtverslagen en om het beleid omtrent geoorloofd verzuim meer in lijn te brengen met de preventieve verzuimaanpak. Dit kan door de (al ingevoerde) M@ZL-methodiek (Medische Advisering van Ziekgemelde Leerling) op meer vo-scholen uit te rollen (M@ZL is een beproefde methodiek voor een integrale aanpak van zorgwekkend ziekteverzuim bij scholieren in het vo en mbo). Ook vragen we aandacht voor het evalueren van de vernieuwde regieafspraken, het creëren van een frictiebudget tussen onderwijs en zorg en het organiseren van jaarlijkse gesprekken tussen raadsleden en (ouders van) thuiszittende jeugdigen.
Meer informatie
De PMA en het gespreksverslag zijn via de gemeentelijke website terug te zien en lezen. Raadpleeg het volledige onderzoeksrapport voor meer informatie of neem contact op met onderzoeker Suna Duysak.
Versnelling in het Thuiszitterspact
“Wij verbinden ons aan de ambitie dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg.” Zo luidt de eerste afspraak in het Thuiszitterspact dat de ministeries van OCW, VWS en J&V, de PO-Raad, de VO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2016 met elkaar hebben gesloten. Ze werken hierbij samen met Ingrado, Gedragswerk, LECSO, Netwerk LPO, NJI, Ouders & Onderwijs en de sectorraad swv VO in het thuiszittersoverleg. Samen stimuleren en ondersteunen ze gemeenten en samenwerkingsverbanden bij het opstellen van een sluitende (regionale) aanpak van thuiszitters.
Ondanks alle inspanningen van lokale, regionale en landelijke organisaties blijft het landelijke aantal thuiszitters toenemen. Reden voor de partners van het Thuiszitterspact om hun ondersteuning te verbeteren en hun aanpak te versnellen. Hiervoor wensen zij meer zicht op het verhaal achter de cijfers: voor hoeveel thuiszitters ligt er binnen drie maanden een aanbod van onderwijs en/of zorg? Wat maakt dat het wel of niet lukt om een passend aanbod te creëren?
Wij zijn door het Steunpunt Passend Onderwijs gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Daarvoor is middels een digitale enquête informatie opgehaald uit de regio’s, met vervolgens een kwalitatieve verdieping via groepsgesprekken, interviews een interactieve bijeenkomst.
Meer informatie?
Neem contact op met Jos.
Methodische Aanpak Schoolverzuim
Nog geen 18 jaar en wegblijven van school? Dan is de kans groot dat een minderjarige te maken krijgt met de leerplichtambtenaar. Hoe gaat de leerplichtambtenaar het beste te werk en hoe borg je dat overal een vergelijkbare werkwijze wordt gevolgd? De voornaamste partners in de verzuimketen, te weten het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, Stichting HALT en de branchevereniging leerplichtambtenaren en RMC (Ingrado) stelden zichzelf deze vragen. Ze vroegen ons een Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) te ontwikkelen, met meer aandacht voor tijdige inzet van passende hulp en minder systematische inzet op een strafrechtelijke aanpak van verzuim.
Collega Jos Lubberman heeft het ontwikkelingstraject in opdracht van Ingrado begeleid. In intensieve werksessies met leerplichtambtenaren en partners in de schoolverzuimketen is gewerkt aan een breed gedragen aanpak. Samen met collega Maartje Timmermans is tevens een signaleringsinstrument ontwikkeld dat leerplichtambtenaren helpt bij het kiezen van de gewenste ‘route’ binnen de methodische aanpak. Dit instrument maakt integraal deel uit van de aanpak. De MAS is in maart 2017 gelanceerd en wordt sindsdien blijvend gemonitord.
Meer informatie?
Neem contact op met Jos.
Proeftuin herkennen en begeleiden jeugd met lvb
Leerlingen met een licht verstandelijke beperking (LVB) worden niet altijd tijdig herkend, ook niet in het onderwijs. Leerlingen met een LVB lopen zo risico op overvraging door school en de omgeving wat kan leiden tot frustraties, faalervaringen en mogelijk problematiek zoals schoolverzuim en voortijdig schooluitval. (H)erkenning van een LVB is nodig om als (onderwijs)professional onderscheid te kunnen maken tussen ‘onwil’ en ‘onmacht’ en effectiever om te gaan met leerlingen met een LVB. De Proeftuin Herkenning en begeleiding van leerlingen met een LVB en schoolverzuimproblematiek (gesubsidieerd door ZonMw) bood de kans kennis rond dit thema te bevorderen en te experimenteren met het screenen op LVB om zo leerlingen met een LVB beter te kunnen ondersteunen. De Proeftuin is een gezamenlijk initiatief van Hogeschool Leiden en Regioplan, in samenwerking met Da Vinci College in Leiden, Leerplicht (RBL Holland Rijnland), Ingrado en gemeente Leiden.
In de infosheet ‘Licht verstandelijke beperking in regulier onderwijs’ staat kort het idee achter de Proeftuin beschreven. De opzet van de Proeftuin en opgedane ervaringen en resultaten zijn terug te lezen in het eindrapport. Tevens heeft de Proeftuin een handreiking ‘LVB voor regulier onderwijs’ opgeleverd met concrete tips voor de omgang met leerlingen met een licht verstandelijke beperking.
Meer informatie
Wilt u meer informatie over het screenen van LVB-problematiek of deze Proeftuin? Neem dan contact op met Miranda.
Evaluatie Landelijke Commissie Geschillen WMS en Geschillencommissie Passend Onderwijs
Er is een Landelijke Commissie voor Geschillen bij de Wet medezeggenschap op scholen (LCG WMS) en een Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Die krijgen een jaarlijkse subsidie van het ministerie van OCW. OCW-subsidies worden elke vijf jaar geëvalueerd. Wij voerden het recente evaluatieonderzoek uit.
We verzamelden daarvoor informatie over de ontwikkeling van de werkzaamheden van de commissies. Bovendien hielden we interviews met geschilpartijen, belanghebbende organisaties en samenwerkingsverbanden passend onderwijs. De commissies vervullen een belangrijke functie en worden over het algemeen als deskundig en onafhankelijk gezien.
Evaluatie inzet onderwijs(zorg)consulenten
Onderwijs(zorg)consulenten kunnen worden ingezet bij problematiek rond plaatsing, schorsing of verwijdering van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, of bij vraagstukken rond organisatie en bekostiging van onderwijszorgarrangementen. De consulenten ondersteunen en adviseren partijen zoals scholen en ouders om tot een goede invulling van onderwijs(ondersteuning) en zorg voor een kind in schooltijd te komen. Bureau Onderwijsconsulenten ontvangt hiervoor subsidie van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS). OCW en VWS hebben ons gevraagd een evaluatieonderzoek uit te voeren naar de inzet van onderwijs(zorg)consulenten in de subsidieperiode 2014 tot 2018, om handvatten aan te reiken voor de organisatie van onderwijs(zorg)consulenten in de nieuwe projectsubsidie.
Het onderzoek had tot doel om inzicht te krijgen in de werkwijze van onderwijs(zorg)consulenten en het ondersteunend bureau, de kwalitatieve resultaten van hun inzet en eventuele verbetermogelijkheden op landelijk en lokaal niveau. De afgelopen drie schooljaren is steeds vaker een beroep gedaan op de hulp van onderwijs(zorg)consulenten. In het onderzoek hebben we tevens gekeken naar de oorzaken van deze stijging. Benieuwd naar onze bevindingen? Download het rapport hieronder.
Doorwerking van de adviezen van de Geschillencommissie passend onderwijs
Bij de invoering van passend onderwijs heeft de overheid een tijdelijke, landelijke geschillencommissie ingesteld. Deze Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) is belegd bij de Stichting Onderwijsgeschillen. Ouders kunnen hier terecht met een geschil over:
- (weigering van) toelating van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben;
- verwijdering van een leerling;
- vast- en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
In het voorjaar van 2016 waren er ruim 60 adviezen uitgebracht en wilde men meer zicht op de effecten hiervan. In opdracht van het Expertisecentrum van Stichting Onderwijsgeschillen hebben wij de tevredenheid over de procedure, de uitkomsten van de procedure en mogelijke verbeteringen onderzocht.
De Delftse zorgstructuur rondom scholieren: De gemeente een zorg?
Het onderwijs is samen met de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van zorg aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De zorg voor jeugd is sterk in beweging. Regioplan heeft daarom samen met de Delftse Rekenkamer onderzoek gedaan naar het functioneren van de zorgstructuur rondom leerlingen en de aansluiting tussen de zorg binnen het onderwijs en het gemeentelijk beleid rond zorg voor jeugd. Het rapport biedt de Delftse gemeenteraad handvatten voor het oppakken van haar kaderstellende en controlerende taak ten aanzien van de (nieuwe integrale) zorg voor jeugd.