Evaluatie Wet Bibob: handvatten voor meer lokale focus

Het zogenoemde Bibob-beleid – waarmee gemeentes hun eigen integriteit kunnen bewaken – is een belangrijk instrument gebleken bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Voor een middelgrote gemeente evalueerden we recent het lokale Bibob-beleid. Deze evaluatie leverde interessante inzichten op, waarmee de gemeente haar huidige Bibob-beleid verder kan toespitsen op de lokale problematiek.

Op grond van de Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) kunnen gemeenten onderzoek doen naar aanvragers en houders van vergunningen, overheidsopdrachten en subsidies, en naar wederpartijen bij vastgoedtransacties.

De bedoeling is dat de wet voorkomt dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert; door het verstrekken van subsidies of vergunningen bijvoorbeeld, door het aangaan van vastgoedtransacties of door het gunnen van overheidsopdrachten.

Belangrijk maatwerk-instrument

De Wet Bibob trad op 1 juni 2003 in werking. Later – in 2013 en 2020 – werd de reikwijdte van de wet verder verruimd. Inmiddels zijn nieuwe wijzigingen aanstaande, bedoeld om het toepassingsbereik van de wet verder te vergroten.

Maar niet alle toepassingsmogelijkheden zijn voor alle gemeenten relevant, vertelt onderzoeker Marije Kuin. “Bovendien beschikken gemeenten vaak over beperkte capaciteit en financiële middelen. Ook willen ze bonafide inwoners zo min mogelijk belasten met administratieve verplichtingen van Bibob-procedures. Dit vraagt van gemeenten dat zij goed zicht hebben op lokale problematiek, zodat ze het Bibob-beleid zo efficiënt mogelijk kunnen toepassen.”

Evaluatie op landelijk en lokaal niveau

In 2019/2020 voerde Regioplan al een landelijk onderzoek uit naar de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob 2013, vertelt Marije. “In deze evaluatie onderzochten we de implementatie en uitvoering van deze wet, waaronder de uitbreiding van het toepassingsbereik en de informatiepositie van bestuursorganen.”

“Daarnaast voerden we recent – om meer zicht te krijgen op de toepassing van de huidige Wet Bibob in de praktijk – voor een middelgrote gemeente een uitgebreide, lokale evaluatie uit. Hoe verhoudt de toepassing van de wet in deze gemeente zich tot de wettelijk mogelijke toepassingen? Hoe hebben andere, vergelijkbare gemeenten hun Bibob-beleid ingericht? En in hoeverre is het bestaande beleid voldoende toekomstbestendig? Deze en andere onderzoeksvragen passeerden de revue.”

Aanbevelingen

“Op basis van onder meer een literatuurstudie, interviews met Bibob-onderzoekers binnen de gemeente en in vergelijkbare gemeenten, werksessies met diverse ketenpartners én overkoepelende analyses, hebben we een uitgebreid eindrapport opgeleverd. Daarin hebben we handvatten opgenomen waarmee deze gemeente het huidige Bibob-beleid verder kan aanscherpen op basis van de lokale problematiek. Daarnaast hebben we aanbevelingen opgesteld voor hoe deze gemeente de uitvoering van het Bibob-beleid intern het beste kan organiseren.”

 

“Crimineel gedrag fascineert me enorm”

Voor een goede thriller kun je haar ’s nachts wakker maken: Ditte van Haalen. Als onderzoeker binnen ons team Zorg & Veiligheid is ze gefascineerd door crimineel gedrag: waar wordt het precies door veroorzaakt?

Vanuit haar brede algemene interesse koos Ditte na de middelbare school voor de interdisciplinaire bachelor Liberal Arts & Sciences in Utrecht. Daarbinnen volgde ze de minor Criminologie. Haar aansluitende masterstudie bracht haar vervolgens naar Leiden, waar ze Forensische Criminologie studeerde.

De appel valt in die zin niet ver van de boom, lacht Ditte. “Mijn ouders hebben allebei gewerkt in de forensische sector, en hun verhalen spraken al vroeg tot mijn verbeelding. Dat ik die richting op zou gaan, was dan ook geen grote verrassing. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de vraag waarom mensen crimineel gedrag vertonen. Waar komt het vandaan?”

Nature & nurture

Een écht sluitend antwoord op die vraag heeft de wetenschap nog altijd niet gevonden, vertelt Ditte. “Waarschijnlijk is het echt een combinatie van nature en nurture: crimineel gedrag is vaak het gevolg van een slechte jeugd of een slechte opvoeding, maar het zit ook deels in je genen. Mensen maken de keuze voor criminaliteit lang niet altijd vrijwillig. Daar zou het beleid denk ik ook meer op gericht moeten zijn: hoe kunnen we voorkomen dat iemand verder afglijdt?”

Weigeraanpak

Na haar master Criminologie rondde Ditte in Utrecht nog cum laude de master Applied Cognitive Psychology af, waarna ze als junior onderzoeker in het Radboudumc onderzoek deed naar huiselijk geweld. Begin dit jaar begon ze bij Regioplan als onderzoeker binnen het Team Zorg & Veiligheid, vertelt ze. “Ook hier kan ik mijn hart ophalen. Zo werk ik op dit moment mee aan de evaluatie van de zogenoemde weigeraanpak. Sommige verdachten van een strafbaar feit weigeren om mee te werken aan een gedragskundig onderzoek, waardoor het lastiger wordt om een eventuele stoornis vast te stellen en TBS op te leggen. Dit was bijvoorbeeld het geval in de zaak van Michael P., die in 2017 Anne Faber verkrachtte en vermoordde.”

“Het Ministerie van Justitie en Veiligheid probeert al jaren om dit met verschillende maatregelen tegen te gaan, zoals het aanscherpen van definities en criteria en het verlengen van de observatieperiode in het Pieter Baan Centrum (PBC). In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onderzoeken wij momenteel in hoeverre deze maatregelen ook echt werken. Heeft de weigeraanpak het beoogde effect gehad? Erg interessant om daaraan bij te dragen.”

The Sinner

Bij Regioplan voelt Ditte zich erg thuis. Maar: ruimte voor ontspanning ná het werk is er ook. “In mijn vrije tijd lees ik graag detectives, en voor een spannende serie mag je me ook altijd wakker maken. Mijn kijktip? Recent heb ik op Netflix erg genoten van The Sinner, over een getroubleerde rechercheur die allerlei bizarre moorden oplost. Erg spannend en goed.”

Inzet Aware bij stalking

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deden wij onderzoek naar de inzet en beschikbaarheid van Aware bij stalking in centrumgemeenten. Aware (Abused Woman’s Active Response Emergency programme) is een mobiel alarmsysteem dat wordt ingezet voor slachtoffers van stalking en bedreiging. Als het slachtoffer bedreigd of lastiggevallen wordt, kan deze met één druk op de knop een melding doen. Vervolgens worden verschillende instanties ingeschakeld, waaronder de politie, justitie, reclassering en hulpverlening. Sinds 2016 is Aware een erkende interventie in de databank Effectieve Sociale Interventies van Movisie.  

Dit onderzoek naar de toeleiding naar, beschikbaarheid, inzet en het gebruik van, evenals de ervaringen met Aware en vergelijkbare interventies biedt inzicht in: 

  • de mate waarin Aware (of andere interventies ter verhoging van veiligheid) beschikbaar is voor alle slachtoffers van stalking en bedreiging in de relationele sfeer met de hoogste risicotaxatie; 
  • de factoren die de mate van inzet en beschikbaarheid bepalen;
  • mogelijkheden om de inzet van Aware (verder) te optimaliseren. 

Door middel van een enquête onder alle centrumgemeenten, een documentstudie en diverse thematische werksessies is informatie over de inzet en beschikbaarheid van Aware opgehaald. Bijna alle (32 van de 35) centrumgemeenten financieren de inzet van Aware. In alle centrumgemeenten is Aware beschikbaar voor slachtoffers van stalking (of bedreiging) in de relationele sfeer met de hoogste risicotaxatie. Sommige gemeenten stellen Aware ook beschikbaar voor andere doelgroepen. Een hulpverleningstraject voor het slachtoffer is vrijwel altijd gekoppeld aan de inzet van het alarmsysteem. Het werkproces voor de inzet van Aware is in alle regio’s op grote lijnen vergelijkbaar.

Het onderzoek brengt ook enkele succesfactoren en knelpunten in kaart. Zo zijn een goede ‘infrastructuur’ voor de inzet van Aware en de betrokkenheid van verschillende invalshoeken in de besluitvorming essentieel. Een sluitend netwerk van partners die voldoende tijd en capaciteit hebben en waarbinnen rollen en verantwoordelijkheden helder zijn komen snelle en goede toepassing ten goede. Knelpunten hebben o.a. te maken met informatiedeling tussen betrokken partners, afstemming over de hulpverlening van plegers en overdracht van casuïstiek naar andere partijen zoals lokale wijkteams.

Meer informatie?

Lees het onderzoeksrapport of neem contact op met Katrien.

Kabinet voelt voor alomvattende aanpak van ‘homogenezing’

In lijn met het onderzoek dat we recent samen met de VU (Faculteit Religie en Theologie) uitvoerden, streeft het kabinet naar een meer alomvattende aanpak van zogenaamde therapieën voor ‘homogenezing’. Om de menselijke waardigheid van eenieder te kunnen waarborgen, zo schrijven de betrokken ministers, wil het kabinet deze praktijken nu en in de toekomst voorkomen en tegengaan. Een wettelijk verbod zou hieraan kunnen bijdragen: zo’n verbod is normstellend en biedt steun voor mensen die conversiepraktijken hebben ondergaan, stellen de betrokken ministers. Maar: het initiatief hiervoor laat het kabinet aan de Tweede Kamer.

In sommige gesloten culturele en religieuze gemeenschappen wordt geprobeerd om iemands seksuele oriëntatie of genderidentiteit te onderdrukken of te veranderen via zogenoemde ‘conversietherapie’. Een wettelijk verbod op deze omstreden ‘therapie’ zou grote symbolische waarde hebben voor de LHBTI+-gemeenschap, zo blijkt uit onderzoek dat we onlangs samen met de VU uitvoerden naar ‘homogenezing’.

‘Onverteerbaar’

We voerden het onderzoek uit in opdracht van de ministeries van OCW en J&V. De betrokken ministers Dijkgraaf (OCW) en Yeşilgöz (J&V) scharen zich in hun op 5 juli verstuurde beleidsreactie achter onze conclusie dat een wettelijk verbod op conversietherapieën een steun in de rug kan zijn voor de slachtoffers.

Minister Dijkgraaf benadrukt dat zulke praktijken niet passen binnen onze samenleving: “Iedereen moet de ruimte hebben om zich te ontwikkelen, zonder beperkingen.”

Minister Yeşilgöz noemt het ‘onverteerbaar’ als mensen onder zware druk gedwongen worden te ontkennen wie ze zijn: “Door duidelijk de norm te stellen en door veilige plekken om hierover te spreken, weten slachtoffers dat ze hulp kunnen krijgen en aangifte kunnen doen.”

De ministers onderschrijven echter ook onze bevinding dat de handhaving van een verbod lastig uitvoerbaar is en dat er bij een verbod rekening gehouden moet worden met verschillende rechten van betrokkenen. Het kabinet wacht nu op een wetsvoorstel dat D66, VVD, PvdA en GroenLinks vorig jaar hebben aangekondigd, schrijven de ministers aan de Tweede Kamer. Na indiening maakt het kabinet zijn standpunt kenbaar.

Samenhangend pakket

Regioplan-onderzoeker Heleen Schols vindt het goed om te zien dat het kabinet de belangrijkste conclusies uit het eindrapport onderschrijft en actie wil ondernemen. “Het is goed om te lezen dat het kabinet wil sturen op een samenhangend pakket aan maatregelen, waarbij de boodschap duidelijk is: de overheid keurt ‘conversietherapie’ af.”

“Alleen zo’n aanpak kan de voedingsbodem voor deze praktijken verkleinen en het begrip voor LHBTI+-personen vergroten. Want uiteindelijk is het niet voldoende om deze praktijken te verbieden, maar is er een cultuurverandering nodig om ’homogenezing’ te voorkomen en tegen te gaan.”

Meer weten?

Neem dan contact op met Miranda.

Lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling

Het tegengaan van ouderenmishandeling is één van de speerpunten die de gemeenten in de regio West-Brabant in hun regionale aanpak ‘Geweld hoort nergens thuis’ hebben benoemd. De gemeente Roosendaal heeft nu prioriteit gegeven aan het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. Regioplan schrijft dit plan, in nauwe samenwerking met de gemeente.

Ouderenmishandeling is een aparte vorm van huiselijk geweld waarbij andere vormen, dynamieken en samenwerkingspartners aan de orde zijn. Dit maakt dat een eigen plan van aanpak de aanpak van ouderenmishandeling ten goede komt. Het plan voor de gemeente Roosendaal bestaat uit verschillende onderdelen. Zo maken we een risicoanalyse om risicofactoren en -profielen in beeld te brengen en benoemen we welke lokale en regionale partners een belangrijke rol (kunnen) vervullen in de lokale aanpak. In het plan zijn een aantal actielijnen opgenomen waaraan concrete doelen en acties verbonden zijn. Deze zijn vervolgens aan een tijdlijn verbonden om inzichtelijk te maken welke focus voor de korte en lange termijn gekozen is.
Het plan is in nauwe samenwerking met de gemeente en uitvoerende organisaties opgesteld; hun (praktijk)kennis is essentieel om te komen tot een solide en concrete aanpak.

Meer weten?
Heeft uw gemeente ook interesse in ondersteuning bij het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling? Of wilt u weten wat wij verder voor u kunnen betekenen in het kader van de aanpak ouderenmishandeling? Neem dan contact op met Katrien.

Luna van Dijk MA

Als beleidsonderzoeker combineer ik graag mijn achtergrond als socioloog en ethicus om me vooral te richten op projecten met een ethische component. Hierbij leg ik de focus op onderwerpen als sociale (on)gelijkheid, digitalisering en technologische ontwikkelingen, mensen- en kinderrechten, en zorg- en veiligheidsvraagstukken. Mijn interdisciplinaire achtergrond in de sociale wetenschappen stelt me in staat om zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden te hanteren en zo tot een compleet beeld van het onderzoeksobject te komen.

Verkenning nadere maatregelen en regelgeving ter voorkoming en tegengaan van LHBT+ conversie

Van zogenaamde ‘LHBT+ conversie’ is sprake wanneer geprobeerd wordt de seksuele orientatie, genderidentiteit of – expressie van een persoon te onderdrukken, verbieden of veranderen. De internationale term hiervoor is SOGIECE: Sexual Orientation and Gender Identity and Expression Change Efforts. In opdracht van het ministerie van OCW voeren we een verkennend onderzoek uit naar maatregelen en regelgeving ter voorkoming en tegengaan hiervan. Hiervoor werken we samen met onderzoekers Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit. De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘welke juridische en beleidsmogelijkheden staan de overheid ter beschikking om SOGIECE tegen te gaan, en hoe zijn deze te beoordelen wat betreft te verwachten effectiviteit, proportionaliteit, legitimiteit en uitvoerbaarheid?

In het onderzoek maken we gebruik van een combinatie van desk study, juridische analyse, expertbijeenkomsten, en interviews met deskundigen. Hierbij kijken we ook wat er te leren valt van ervaringen in het buitenland met maatregelen of regelgeving die Nederland niet kent.

Sociaal Bestek: artikel over pilot verbetering rechtsbijstand

In Sociaal Bestek verscheen onlangs een interessant artikel over de door Regioplan geëvalueerde pilot naar de verbetering van de rechtsbijstand.

In de pilot ‘Samenwerken in de eerstelijn’ gingen het Juridisch Loket, sociaal raadslieden en sociaal advocaten op lokaal niveau na hoe ze de dienstverlening aan rechtzoekenden kunnen verbeteren.

Regioplan voerde een evaluatie van deze pilot uit. Naar aanleiding van deze evaluatie schreven Regioplan-onderzoekers Bob van Waveren en Annemieke Mack onlangs (samen met Jan Arkeveld) een artikel in Sociaal Bestek over de positieve uitkomsten van de pilot.

Lees het artikel

Het volledige artikel is te vinden op de website van Sociaal Bestek.

Preventie van seksueel geweld: naar een lokale aanpak die wérkt

Seksueel geweld komt helaas nog altijd veel voor. Regioplan biedt daarom gerichte ondersteuning voor gemeenten die werk willen maken van preventie.

Meer dan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen heeft ooit te maken gehad met seksueel geweld en ongewenste aanrakingen. Soms met levenslange, ernstige psychologische en lichamelijke schade als gevolg, die ook nog eens leidt tot hoge economische en maatschappelijke kosten.

Juist lokale overheden kunnen veel invloed hebben op het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Gelukkig voelen steeds meer gemeenten de urgentie om serieus werk te maken van preventie.

Achtpuntenplan: stevige basis

Recent publiceerde kenniscentrum Rutgers een achtpuntenplan voor betere preventie van seksueel geweld in de gemeente. In acht stappen – van het in kaart brengen van het probleem tot het verankeren van preventie in het beleid – biedt het plan concrete aanknopingspunten voor een aanpak die wérkt. Met het plan kunnen lokale overheden een stevige basis leggen voor een veilige omgeving.

Specifieke ondersteuning voor gemeenten

Gemeenten die – binnen hun specifieke lokale context – nóg scherper in beeld willen krijgen wat de beste aanknopingspunten zijn en die ondersteuning zoeken bij het opzetten van preventief beleid, kunnen daarvoor terecht bij Regioplan, vertelt onderzoeker Heleen Schols. “Regioplan en Rutgers hebben de handen ineengeslagen om elkaar op dit belangrijke thema aan te vullen. Op basis van het achtpuntenplan van Rutgers hebben we ons eigen aanbod voor gemeenten daarom aangescherpt en op een rij gezet.”

“Van het ontwikkelen van een plan van aanpak tot het uitvoeren van een impactmeting: we bieden verschillende ondersteunende trajecten aan die een-op-een aansluiten bij het achtpuntenplan van Rutgers. Op die manier kunnen we gemeenten gericht helpen bij het opzetten, uitvoeren, monitoren en doorontwikkelen van een sluitende lokale aanpak. Trajecten maken we bovendien altijd op maat, zodat ze optimaal aansluiten bij de doelen en mogelijkheden van de gemeente.”

Meer weten?

Lees hier dan meer over ons aanbod.

“Kwetsbaarheid is een enorm breed en interessant begrip”

Even voorstellen: Niels Raaijmakers (30). Naast zijn (bijna afgeronde) promotieonderzoek bij de politie werkt hij sinds kort bij Regioplan als onderzoeker bij het team Zorg & Veiligheid.

In het laatste jaar van zijn researchmaster Social and Cultural Science kreeg Niels de mogelijkheid om zijn afstudeerstage bij de politie te volbrengen. Een enorm interessante tijd, vertelt hij. “Ik kwam terecht in een klein onderzoeksteam dat via data-analyse de politiepraktijk probeert te ondersteunen. Zelf deed ik onderzoek naar de recidivekansen van jongeren die in een justitiële jeugdinrichting hebben gezeten. Ik merkte dat ik dat heel leuk vond: complexe materie vertalen naar resultaten die voor de praktijk relevant zijn.”

Kwetsbaarheid van slachtoffers

Na zijn afstuderen werkte Niels inmiddels anderhalf jaar voor een onderzoeksbureau in zijn woonplaats Nijmegen, toen hij een telefoontje kreeg van een oude bekende: de politie. Of hij misschien interesse had in een promotietraject? “Dat had ik wel”, lacht Niels. “Zo’n kans komt niet vaak voorbij, dus die keuze was snel gemaakt. Inmiddels zit ik in de afrondende fase van mijn onderzoek naar slachtofferkwetsbaarheid en hoe de politie daarop reageert. Samen met andere onderzoekers en medewerkers van de politie ben ik betrokken geweest bij de ontwikkeling en validering van een risicotaxatie-instrument dat het risico op herhaald slachtofferschap inschat. Daarnaast deed ik zelf onderzoek naar hoe politiemedewerkers slachtofferkwetsbaarheid begrijpen en hoe ze daarop reageren.”

Academisch interessant

Wat kwetsbaarheid precies is, dáár lopen de meningen volgens Niels over uiteen. “Er is geen eensluidende definitie. Zo kan het gaan om het risico dat iets ernstigs gebeurt, maar het kan óók gaan om hoe de mate van impact varieert per slachtoffer. Aan de ene kant is er dus geen consensus over wat kwetsbaarheid nou precies is; tegelijkertijd gebruiken overheidsinstellingen ‘kwetsbaarheid’ veelvuldig als criterium om te bepalen in hoeverre iemand in aanmerking komt voor aanvullende diensten of regelingen. Juist die tegenstelling maakt het onderwerp in academische zin heel interessant.”

Praktijkgericht onderzoek

Het promotietraject van Niels zit inmiddels in de laatste fase. Eén dag per week werkt hij aan zijn promotie; de overige vier dagen werkt hij (sinds februari) bij Regioplan als onderzoeker bij het team Zorg & Veiligheid. “Qua thematiek sluit mijn werk bij Regioplan goed aan bij mijn promotie: praktijkgericht onderzoek op het snijvlak van dader- en/of slachtofferschap, vaak ook met een link met instituten als de politie of het OM. Hoe gaat de (semi-)overheid om met dit soort thema’s? Erg leuk om dat thema nu ook hier verder te mogen uitdiepen.”