Gevolgen verschillende inrichtingsvormen van sociaal domein voor de arbeidsmarkt

In een drieluik publiceren we de antwoorden op de centrale onderzoeksvragen van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein op onze website. De derde vraag waar we op ingaan: wat zijn gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

Geen eenduidige gevolgen van decentralisaties

Gemeenten maken verschillende keuzes in de manier waarop zij hun taken in het sociaal domein organiseren en laten uitvoeren. Deze verschillende keuzes leiden niet tot eenduidige gevolgen voor de arbeidsmarkt van het sociaal domein. Ook bij een bepaalde inrichtingsvorm zijn geen specifieke arbeidsmarktstructuren en -ontwikkelingen vast te stellen.

Er is echter wel een aantal meer generieke gevolgen te zien voor het werken in het sociaal domein. Zo zorgen aanbieders waar nodig ervoor dat hun personeelsbestand mee kan bewegen met variaties in de vraag van gemeenten. Daarnaast leidt de noodzaak tot meer samenwerken tot veranderingen in de vereiste kennis en competenties van medewerkers. De concurrentie op prijs en het opleggen van een tarief/prijs door gemeenten leidt tot meer werkdruk en ontevredenheid van werknemers over wat men de cliënt kan bieden.

Meer concurrentie

Het sociaal domein wordt meer dan voorheen door zorgaanbieders gezien als een markt. Hierbij is (meer dan vroeger) sprake van concurrentie. Er moet dus ook concurrerend gehandeld worden. Vrijwel alle zorgaanbieders zijn zich daar goed van bewust. Zij realiseren zich dat dit noopt tot (her)bezinning op de bedrijfsstrategie. De uitkomst daarvan verschilt van aanbieder tot aanbieder. Het is van veel meer afhankelijk dan alleen van de inrichting van het sociaal domein door die gemeente(n) waar de aanbieder actief is.

Er is dus meer sprake van marktwerking, maar feitelijk kan niet meer worden gesproken van één zorgmarkt. Eerder is sprake van het naast elkaar bestaan van vele, lokale/regionale, markten die soms fors van elkaar verschillen. Zij verschillen qua omvang en aard van de zorgvraag. Aanbieders moeten hierdoor ook verschillend reageren al naar gelang de regio’s waarin ze actief zijn.

In de zogenoemde nulde lijn (o.a. bestaande uit maatschappelijk werk en welzijn) wordt vooral aanbesteed via subsidierelaties. Deze worden doorgaans voor meerdere jaren aangegaan. Dit zijn subsidierelaties die niet fundamenteel anders zijn dan vóór de decentralisaties.

Geen eenduidig HR-beleid in het sociaal domein

Binnen de geschetste context van een veelheid aan markten en arbeidsmarkten hebben aanbieders hun eigen bedrijfsstrategieën en, daarvan afgeleid, hun eigen HR-beleid. Deze aanbieders opereren soms alleen lokaal, soms ook regionaal en bovenregionaal. Voor zover de opzet en reikwijdte van het onderzoek dat al toeliet, hebben we geen eenduidige HR-strategieën kunnen vaststellen in reactie op door gemeenten gekozen inrichtingsvormen. Zo reageren sommige aanbieders op de marktdynamiek en -onzekerheid door werknemers tijdelijke/flexibele contracten aan te bieden. Andere werkgevers daarentegen zetten juist in op het aantrekken en vasthouden van gespecialiseerd personeel. Hiermee spelen ze niet zozeer in op de marktdynamiek, maar op het gegeven dat door gemeenten steeds meer nadruk wordt gelegd op het resultaat. Van zorgaanbieders wordt hierbij dus gevraagd om te laten zien dat de geleverde zorg en ondersteuning het gewenste resultaat oplevert.

In het verlengde hiervan komt uit interviews met werknemers in het sociaal domein niet een eenduidig beeld van ontwikkelingen in arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Door werknemers in verschillende functiecategorieën is gewezen op de toegenomen ruimte voor de professional.

Dé arbeidsmarkt van het sociaal domein bestaat niet

Op basis van het voorgaande lijkt het niet voor de hand te liggen om over dé arbeidsmarkt van het sociaal domein te spreken. Feitelijk is (nog) sprake van heel veel lokale en regionale van elkaar verschillende arbeidsmarkten. De vraag-aanbodsituatie per branche of beroepsgroep kan per regio heel verschillend zijn, al naar gelang keuzes die gemeenten én zorgaanbieders maken. Tegelijkertijd wordt in kostprijsberekeningen wel steeds meer duidelijk welke deskundigheidsniveaus bij verschillende typen ondersteuning nodig zijn. Mogelijk gaat dit in vergelijkbare inrichtingsvormen tot convergentie van arbeidsvoorwaarden leiden.

Onderzoek arbeidsmarkt van het sociaal domein

Naar aanleiding van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein geven we in een drieluik antwoord op de centrale onderzoeksvragen. Andere vragen waar we op ingaan zijn: 1. Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld? 2. Hoe ziet het sociaal domein er nu uit? 3. Wat zijn de gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

Het rapport en een samenvattende factsheet vindt u op de website van het AZW-programma. De antwoorden op de centrale onderzoeksvragen zijn uiteraard ook te lezen in het rapport (eerste hoofdstuk).

Hoe ziet het sociaal domein er nu uit?

In een drieluik publiceren we de antwoorden op de centrale onderzoeksvragen van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein op onze website. De tweede vraag waar we op ingaan: hoe ziet het sociaal domein er nu uit?

Sociale teams

Gemeenten hebben gekozen voor verschillende inrichtingsvormen van het sociaal domein. Een belangrijke constante daarbij is dat het merendeel van de gemeenten de zorg dichter bij en rondom de burger organiseert in de vorm van sociale teams. Die teams zijn er in verschillende, nog steeds veranderende, varianten (wel niet zelf zorg verlenen, bestaande uit specialisten of juist generalisten, gericht op alle leeftijden of gesplitst in een team voor jongeren en een team voor volwassenen). Voor een deel van de aanbieders betekent dit dat een deel van hun personeel onderdeel wordt van die teams. Hierdoor wordt de band met het moederbedrijf losser en verandert de aard van hun werkzaamheden geleidelijk. Die ontwikkeling heeft invloed op de aard en samenstelling van het personeelsbestand van de zorgaanbieders. Vastgesteld is dat verschuivingen plaatsvinden; bijvoorbeeld in vereiste expertise en vaardigheden, de verhouding tussen uitvoerend en ondersteunend personeel en die tussen generalisten en specialisten.

Inhoud term ‘sociaal domein’ verschilt per gemeente

Het sociaal domein is zeker nog geen afgebakend domein. In sommige gemeenten omvat het alleen de drie decentralisaties (Jeugdwet, Wmo en Participatiewet); in andere gemeenten worden ook domeinen als wonen en ruimte, sport en cultuur, onderwijs en kinderopvang, bijstand en schuldhulpverlening en de dienstverlening vanuit de sociale basis (zoals welzijn) tot het sociaal domein gerekend. Kleinere gemeenten hanteren vaker de brede, integrale definitie van het sociaal domein dan grotere gemeenten.

De intentie in het sociaal domein is vanuit een integrale werkwijze de zorg en ondersteuning rond de burger te organiseren. Bij een brede, integrale definitie van het sociaal domein moeten heel veel disciplines met elkaar samen (leren) werken.

Branches in het sociaal domein

Juist omdat de decentralisaties hebben geleid tot veel veranderingen in de zorgvraag en daarmee ook het zorgaanbod, is de afbakening van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein niet gemaakt op basis van wetgeving of financiële stromen. Naast de ‘traditionele’ zorgsectoren, zijn ook andere branches bevraagd op hun rol in het sociaal domein: de ggz, gehandicaptenzorg, huisartsenzorg, jeugdzorg, kinderopvang, re-integratiesector, Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT), het sociaal werk, woningcorporaties en gemeenten. Het aandeel bedrijven per branche dat aangeeft in het sociaal domein te werken verschilt sterk. Dat aandeel is met 96 procent van de organisaties het grootst in de jeugdzorg en de VVT (negen op de tien organisaties).

Werknemers in het sociaal domein

Aan opdrachtgevers en uitvoerders is ook gevraagd welk deel van het personeel volgens hen werkt in het sociaal domein. Daarbij hebben we ons beperkt tot personeel in het sociaal domein dat in cliëntgebonden functies werkt. Op basis van deze ‘toerekening’ aan het sociaal domein van personeel werken is een schatting gemaakt. In totaal werkt, met een brede betrouwbaarheidsrange, zo’n 350.000 werknemers in het sociaal domein in cliëntgebonden functies. Dit is exclusief ingeleend personeel (uitzendkrachten, zzp’ers, e.d.). De meeste werknemers zijn werkzaam in de VVT, de minste bij woningcorporaties.

Onderzoek arbeidsmarkt van het sociaal domein

Naar aanleiding van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein geven we in een drieluik antwoord op de centrale onderzoeksvragen. Andere vragen waar we op ingaan zijn: 1. Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld? 2. Hoe ziet het sociaal domein er nu uit? 3. Wat zijn de gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

Het rapport en een samenvattende factsheet vindt u op de website van het AZW-programma. De antwoorden op de centrale onderzoeksvragen zijn uiteraard ook te lezen in het rapport (eerste hoofdstuk).

Kwetsbare groepen en hun incassoproblematiek

Kwetsbare groepen als zwerfjongeren kampen met grote problemen. Ze hebben vrijwel allemaal schulden, ook bij overheidsorganisaties. Rigide incassoprocedures verergerden tot voor kort de problemen meer dan dat zij deze oplosten. Met de Brede Schuldenaanpak en de Rijksincassovisie komt daarin verandering maar vooralsnog zijn er ook nog knelpunten.

Over het onderzoek naar zwerfjongeren en andere kwetsbare groepen en hun incassoproblematiek bij de overheid, schreven we een artikel in het online tijdschrift Sociaal Bestek. Lees het artikel Onderzoek naar maatwerk bij schulden van zwerfjongeren hier.

Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

In een drieluik publiceren we de antwoorden op de centrale onderzoeksvragen van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein op onze website. De eerste vraag waar we op ingaan: hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Onzekerheid door veranderingen in inrichting sociaal domein

Met de decentralisaties van de Wmo, de Jeugdzorg en de invoering van de Participatiewet zijn de gemeentelijke taken, gericht op de kwetsbare burger, uitgegroeid tot een substantieel cluster. Dit cluster wordt wel aangeduid als ‘sociaal domein’. Het bestaat uit bovengenoemde nieuwe taken, plus taken die al daarvoor tot het gemeentelijke takenpakket behoorden. Voorbeelden  van die ‘oude’ taken zijn de zorg voor passend onderwijs (in samenwerking met onderwijsinstellingen), welzijn, schuldhulpverlening en de (bijzondere) bijstand. De ‘nieuwigheid’ van (onderdelen van) dit cluster ging gepaard met veel onzekerheid. Dat gold zowel voor de burger/cliënt als voor gemeenten en de aanbieders van zorg en ondersteuning. Het is nog steeds zoeken naar de beste uitvoeringsmodaliteiten.

Uiteenlopende keuzes gemeenten

De uitbreiding van het gemeentelijke takenpakket is gepaard gegaan met (soms forse) bezuinigingen. Ze hebben geleid tot een sterkere focus op een doelmatige uitvoering van de taken in het sociaal domein. Als gezamenlijke verantwoordelijken voor de zorg en ondersteuning aan kwetsbare burgers hebben gemeenten en aanbieders elkaar steeds beter weten te vinden. Gemeenten in de rol als (lokale en regionale) opdrachtgevers en aanbieders als opdrachtnemers. Hun verhouding is echter nog verre van uitgekristalliseerd. Het sociaal domein is nog volop in ontwikkeling. Gemeenten maken uiteenlopende keuzes op het brede spectrum van zelf doen en uitbesteden. Waar bijvoorbeeld de ene gemeente kiest voor vergaande protocollering van de (toewijzing van) zorg en ondersteuning, kiest de andere gemeente er juist voor om de professional (en de burger) zo veel mogelijk vrij te laten in zijn/haar handelen.
Die verschillende keuzes leiden tot verschillende reacties van zorgaanbieders. Een belangrijke generieke ontwikkeling is echter een toenemende nadruk op samenwerking. Samenwerking tussen gemeente en aanbieder, met collega-aanbieders, met aanbieders in aanpalende sectoren, met organisaties en instellingen in de sociale basis-infrastructuur en niet in de laatste plaats met de burger en diens vertegenwoordigers.

Het sociaal domein kent vele gezichten

De uitgaven in het sociaal domein zijn in menig gemeente de grootste post op de begroting geworden. Daarmee heeft het sociaal domein er voor de aanbieders een politiek bestuurlijke dimensie bij gekregen. Voorheen had het vooral een zorginhoudelijke dimensie. De overheid was verantwoordelijk voor de inrichting van het zorgstelsel. De aanbieder was verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg. Er was dus sprake van onderscheiden verantwoordelijkheden. Nu is een tendens waarneembaar dat die verantwoordelijkheden naar elkaar toegroeien. De kwaliteit van zorg is mede afhankelijk van de inrichting van het stelsel en andersom. Het gaat hier weliswaar om nog prille ontwikkelingen, maar aanbieders moeten wel degelijk rekening houden met die verschillende dimensies van het stelsel. Zij moeten er mee om kunnen gaan en hun bedrijfsstrategie erop afstemmen. Het sociaal domein kent met andere woorden niet één gezicht, maar meerdere gezichten, waarvan de mimiek met enige regelmaat kan veranderen.

Onderzoek arbeidsmarkt van het sociaal domein

Naar aanleiding van ons onderzoek naar de arbeidsmarkt van het sociaal domein geven we in een drieluik antwoord op de centrale onderzoeksvragen. Andere vragen waar we op ingaan zijn: 1. Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld? 2. Hoe ziet het sociaal domein er nu uit? 3. Wat zijn de gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

Het rapport en een samenvattende factsheet vindt u op de website van het AZW-programma. De antwoorden op de centrale onderzoeksvragen zijn uiteraard ook te lezen in het rapport (eerste hoofdstuk).

De arbeidsmarkt van het sociaal domein

De arbeidsmarkt van het sociaal domein heeft de afgelopen jaren te maken gehad met grote veranderingen in de manier waarop het sociaal domein is georganiseerd. We onderzochten, samen met onze zusterorganisatie Cebeon, welke gevolgen deze veranderingen hebben gehad.

Hierbij beantwoordden we de volgende drie onderzoeksvragen:

  1. Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
  2. Hoe ziet het sociaal domein er nu uit?
  3. Wat zijn de gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

Het rapport en een samenvattende factsheet vindt u op de website van het AZW-programma.

AZW rapport ‘De arbeidsmarkt van het sociaal domein’ openbaar

De arbeidsmarkt van het sociaal domein heeft de afgelopen jaren te maken gehad met grote veranderingen in de manier waarop het sociaal domein is georganiseerd. We onderzochten, samen met onze zusterorganisatie Cebeon, welke gevolgen deze veranderingen hebben gehad.

Hierbij beantwoordden we de volgende drie onderzoeksvragen:

  1. Hoe heeft het sociaal domein zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
  2. Hoe ziet het sociaal domein er nu uit?
  3. Wat zijn de gevolgen van de verschillende inrichtingsvormen voor de arbeidsmarkt?

In het onderstaande filmpje licht projectleider Jos Mevissen de uitkomsten van het onderzoek toe.

Het rapport en een samenvattende factsheet vindt u op de website van het AZW-programma. De komende weken publiceren we in een drieluik op onze website de antwoorden van de centrale onderzoeksvragen, welke uiteraard ook te lezen zijn in het rapport (eerste hoofdstuk).

Monitor plegeraanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Tilburg

Gemeente Tilburg zet recent stevig in op een passende plegeraanpak voor plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Wij volgen de casuïstiek en behaalde resultaten.

In situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling is professionele hulp nodig. Hulp direct na een incident heeft de grootste kans van slagen, zo weten ze in Tilburg. Sterk Huis is samen met haar partners begonnen met een pilot om plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling zo snel mogelijk naar passende hulpverlening te leiden. Gemeente Tilburg heeft ons uitgenodigd om casusonderzoek uit te voeren. Hiermee is inzichtelijk gemaakt in hoeverre de doelen zijn behaald.

 

Verbeterde subsidiesystematiek sociaal domein

Naar een verantwoorde manier van werken en een werkbare wijze van verantwoorden in het sociaal domein.

Aanbod van Movisie en Regioplan

Movisie en Regioplan hebben de handen ineengeslagen en bieden gemeenten en maatschappelijke instellingen ondersteuning aan bij het verbeteren van de subsidiesystematiek in het sociaal domein.

Aanleiding om dit gezamenlijke aanbod te ontwikkelen was de constatering dat de jaarlijkse verantwoordingsinformatie van maatschappelijke instellingen niet of nauwelijks duidelijk maakte in hoeverre de activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen en er dus geen zicht is op een doelmatige en doeltreffende besteding van subsidiegelden in het sociaal domein. In samenwerking met de gemeente Haarlem én de maatschappelijke instellingen hebben Movisie en Regioplan samen  gewerkt aan een het opzetten en implementeren van een verbeterde subsidiesystematiek.

De verbeteringen hebben betrekken op alle stappen in de systematiek: de gemeentelijke uitvraag, de aanvraag van de instellingen en de verantwoordingsinformatie. De verbeterde systematiek leidt tot meer grip op effectiviteit en beperkt de administratieve lasten tot het noodzakelijke minimum.

Geïnteresseerd? Dan kunt u contact opnemen met Katrien de Vaan of Miranda Witvliet.

Financieel veilig ouder worden met Lokale Allianties

Lokale Allianties, waarin banken, notarissen, mentoren en bewindvoerders samenwerken met hulpverleners, blijken een effectief middel te zijn om financieel misbruik van ouderen te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch gebeurt, aan te pakken.

Financieel misbruik is één van de veelvoorkomende vormen van ouderenmishandeling. Om financieel misbruik te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch plaatsvindt, effectief aan te pakken is samenwerking tussen banken, notarissen, bewindvoerders en hulpverleners van essentieel belang. De lokale allianties bieden een platform waar die samenwerking in de praktijk kan plaatsvinden. Inmiddels zijn er meer dan 60 lokale allianties actief in Nederland en dat aantal groeit nog steeds.

Wij hebben het functioneren van de lokale allianties in opdracht van het Ministerie van VWS onderzocht en geconcludeerd dat ze een effectief instrument kunnen zijn in de aanpak van financieel misbruik. Niet alleen van ouderen, maar van iedereen die slachtoffer dreigt te worden. De lokale allianties vormen een unieke publiek private samenwerking en worden ondersteund door landelijke koepelorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Banken, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en door het Ministerie van VWS.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Katrien of het rapport bekijken.

Ondersteuningsstructuur Lokale Allianties

Lokale Allianties, waarin banken, notarissen, mentoren en bewindvoerders samenwerken met hulpverleners, blijken een effectief middel te zijn om financieel misbruik van ouderen te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch gebeurt, aan te pakken.

Financieel misbruik is één van de veelvoorkomende vormen van ouderenmishandeling. Om financieel misbruik te voorkomen, tijdig te signaleren en als het dan toch plaatsvindt, effectief aan te pakken is samenwerking tussen banken, notarissen, bewindvoerders en hulpverleners van essentieel belang. De lokale allianties bieden een platform waar die samenwerking in de praktijk kan plaatsvinden. Inmiddels zijn er meer dan 60 lokale allianties actief in Nederland en dat aantal groeit nog steeds.

Wij hebben het functioneren van de lokale allianties in opdracht van het Ministerie van VWS onderzocht en geconcludeerd dat ze een effectief instrument kunnen zijn in de aanpak van financieel misbruik. Niet alleen van ouderen, maar van iedereen die slachtoffer dreigt te worden. De lokale allianties vormen een unieke publiek private samenwerking en worden ondersteund door landelijke koepelorganisaties zoals de Nederlandse Vereniging van Banken, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en door het Ministerie van VWS.

Meer informatie?
Wilt u meer weten over dit project of wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met Frank.