Werkveld: Sociaal domein
Vindbaarheid en beschikbaarheid specialistische jeugdzorg Oss
Kunnen inwoners van de gemeente Oss de toegang tot de specialistische, complexe jeugdzorg vinden? En hoe verloopt de weg naar zorg verder als de toegang is gevonden? Om dit in kaart te brengen, spraken we met ouders en jongeren met een hulpvraag, partijen in het voorliggend veld, verwijzers en zorgaanbieders. Bijzondere aandacht is hierbij uitgegaan naar kwetsbare groepen. We integreerden perspectieven en formuleerden aanbevelingen.
Wij voerden dit onderzoek uit ter ondersteuning van de Rekenkamercommissie van de gemeente Oss.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frank.
Landelijke evaluatie Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees II
De Rijksoverheid heeft zich met RUPS II tot doel gesteld om een landelijk dekkend aanbod te realiseren voor sekswerkers die uit de prostitutie willen stappen. De vraag is hoe het aanbod van zogeheten uitstapprogramma’s er nu uitziet. We onderzochten in hoeverre er sprake is van een landelijke dekking van ondersteuningsaansbod, hoe toekomstige structurele gelden verdeeld en beheerd kunnen worden en wat bekend is over de resultaten voor uitstapprogramma’s.
Landelijk dekkend netwerk
Vanaf 2014 is in grote delen van het land uitstapaanbod beschikbaar gekomen, er is echter nog geen sprake van een volledig landelijk dekkend netwerk. Om daar te komen is, 1) een fijnmaziger netwerk nodig zodat binnen een regio alle gemeenten worden bediend, en 2) een beter doelgroepbereik nodig. Nu zien we dat nog niet alle doelgroepen voldoende worden bediend, zoals mannelijke sekswerkers, illegale sekswerkers, thuiswerkers, transgender sekswerkers en slachtoffers van seksuele uitbuiting.
Toekomstige financiële systematiek
Een vervolg van RUPS zou een stimulans kunnen betekenen voor het nastreven van volledige landelijke dekking. Het continueren en doorontwikkelen van de subsidieregeling lijkt op het moment van de evaluatie de meest wenselijke financiële systematiek voor de verdeling van middelen. De subsidieregeling heeft aantoonbaar een aanjagende functie voor de realisatie van een volledig landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s én biedt de mogelijkheid om ervaren administratieve lasten te verminderen.
Resultaten RUPS-programma’s
Op basis van de voortgangsdocumentatie van RUPS-aanbieders ontstaat een indicatie van de totale jaarlijkse instroom (circa 650 sekswerkers) en uitstap (circa 300 sekswerkers). Kanttekening bij dit onderdeel is dat de beschikbare informatie weinig uniform bleek, onder meer als gevolg van gebrekkige richtlijnen voor verantwoording. Op basis van interviews met RUPS-aanbieders maken we op dat het succes van uitstapprogramma’s mogelijk samenhangt met een stevige samenwerking met gemeenten en ketenpartners, een hoge mate van inbedding in de lokale structuren van zorg en ondersteuning en aanhoudende betrokkenheid bij cliënten in alle fasen van de ondersteuning inclusief perioden van uitval en motivatieverlies.
Meer informatie?
Wij voerden de evaluatie uit in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en in samenwerking met Cebeon, die advies uitbracht over de toekomstige inrichting van de financiële systematiek.
Van Almelo tot Zoetermeer: verschillen in koopkracht van senioren op lokaal niveau
Maakt het voor de koopkracht van senioren uit waar zij wonen? In gemeenten verspreid door het land zochten we het verschil in lokale lasten voor senioren.
Uit het onderzoek blijkt dat voor hulpbehoevende senioren de verschillen in de maximale eigen bijdrage aan thuishulp tussen gemeenten kunnen oplopen tot 500 euro per jaar. Daarnaast kan het verschil in waterschapslasten, gemeentelijke woonkosten en wegenbelasting oplopen tot jaarlijks meer dan 300 euro, afhankelijk van de woonplaats. Het onderzoek versterkt het beeld dat het voor de koopkracht van senioren uitmaakt in welke gemeente zij wonen.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de seniorenorganisaties KBO-PCOB, KNVG, NOOM, FASV en NOVG.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Verbetertraject ketenaanpak huiselijk geweld in Tilburg
De recidive na huiselijk geweld is in Tilburg hoog, bleek uit ons eerdere onderzoek voor de gemeente. Een belangrijke oorzaak daarvoor ligt in de wijze waarop in de keten meldingen worden afgehandeld en opgevolgd. In dit verbetertraject is de oplossing daarvoor gezocht in de inzet van stevige casuscoördinatie. Die zou moeten leiden tot sneller handelen, betere motivatie van betrokkenen, minder uitval uit trajecten en meer systeemgerichtheid. Het uiteindelijke doel daarbij is natuurlijk het (vaker) voorkomen van herhaling van geweld. Het traject is uitgevoerd met professionals van Veilig Thuis, de lokale Toegang en Sterk Huis. Het legt een mooie basis voor het stevig doorontwikkelen van systeemgericht werken en MDA++ in deze regio.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.
Het rapport is (nog) niet openbaar.
Ontwikkeling subsidiesystematiek sociaal domein gemeente Haarlem
Samen met de gemeente Haarlem en twee uitvoerders in het sociaal domein ontwikkelden we een nieuwe subsidiesystematiek, om beter zicht te krijgen op de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidiegelden. Dit project was een vervolg op een eerder onderzoek waarin we de huidige subsidiesystematiek hebben geanalyseerd en verbetervoorstellen hebben geformuleerd. Met dit onderzoek brachten we die verbetervoorstellen in praktijk.
Het onderzoek vond plaats in opdracht van de Rekenkamercommissie Haarlem. Dit heeft geresulteerd in de rapportage Leren waarderen. Vergroten van de evalueerbaarheid van welzijnssubsidies.
Meer informatie?
Neem contact op met Frank.
‘Eigen kracht’ in het Amersfoortse sociaal domein
Wat betekent dat eigenlijk: ‘inzetten op eigen kracht’? Voor de rekenkamer van Amersfoort onderzochten we wat verschillende stakeholders in het sociaal domein onder ‘eigen kracht’ verstaan. De invulling van dat begrip heeft namelijk gevolgen voor wat inwoners aan zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Het onderzoek helpt de betrokken partijen om tot een duidelijk, gezamenlijk beeld te komen van wat zij kunnen verwachten van hulpvragers zelf.
Meer informatie?
Het rapport is te vinden op de website van de Rekenkamer Amersfoort.
Voor vragen kan contact op genomen worden met Katrien.
De drie D’s in Venlo
Wat veroorzaakt de budgetoverschrijdingen in het Venlose sociaal domein? Om deze vraag te beantwoorden maakten we een financiële benchmark en voerden we een inhoudelijke analyse van de budgetoverschrijdingen uit. We concludeerden enerzijds dat Venlo in het verleden keuzes heeft gemaakt die hebben geleid tot een hoge zorgconsumptie. Daarnaast belemmerden deze keuzes een verschuiving van zwaardere naar lichtere vormen van hulp en ondersteuning. Aan de andere kant is de begroting waarmee wordt gewerkt te laag; een realistisch kostenniveau ligt voor deze gemeente hoger.
We voerden het onderzoek samen met Cebeon uit in opdracht van de rekenkamer van Venlo.
Meer informatie
Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport. Voor vragen kunt u contact opnemen met Katrien.
Stoppen met sekswerk: belemmerende factoren voor een duurzame uitstap
In 2008 stelde het ministerie van Justitie de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS) op. Deze regeling spoorde gemeenten en maatschappelijke instellingen aan om ondersteuningsprogramma’s te ontwikkelen voor sekswerkers die willen uitstappen. Deze regeling stopte in 2011. De gemeente Amsterdam financierde voortzetting van de uitstapprogramma’s alvorens het ministerie in 2014 RUPS II in het leven riep. Teneinde de ondersteuningsprogramma’s in Amsterdam te verbeteren zijn in opdracht van de gemeente Amsterdam en HVO-Querido belemmeringen die sekswerkers kunnen tegen komen in kaart gebracht. Hiervoor spraken we onder meer met ongeveer twintig (ex)sekswerkers.
Meer informatie?
Neem contact op met Yannick.
Summary Improving gender sensitivity of prevalence study domestic violence
In the spring of 2016, we, together with Bureau Dijkstra, conducted research with the aim of providing WODC with substantiated advice on how the issue of gender can be better addressed in the next prevalence study into domestic violence. The aim of this advice is to enable more precise measuring and interpreting of gender differences and similarities in victimhood and perpetratorhood and the context and impact of violence in the next prevalence study.
In formulating the advice, both national and international experts have been consulted. Subsequently, the 2010 study was assessed by means of an assessment framework based on literature research, and secondary analyses on the data of this 2010 prevalence study were conducted.
Small additions to the phase 1 questionnaire in the victim and perpetrator study will contribute to more possibilities of reaching a gender sensitive picture in the analysis. A more radical modification of the questionnaire, however, will make it possible to achieve a better and more gender sensitive measurement of domestic violence; for example by using measurement instruments that include questions about the impact of forms of violence. In-depth studies may also contribute to this.
More information?
You can contact our colleague Katrien.
The full text of the study is only available in Dutch. However, the summary is also available in English (see below).
Wijkaanpak huiselijk geweld Tilburg
Wat kunnen en moeten de partners in de wijk doen in de aanpak van huiselijk geweld? Die vraag staat centraal in dit project. In een aantal Tilburgse wijken werkten we samen met wijkteams en andere partners in de wijk aan een effectieve aanpak. Die aanpak is gebaseerd op een stevig kennisfundament: per wijk brachten we met behulp van innovatieve methoden kwantitatief in kaart wat de belangrijkste risicofactoren voor huiselijk geweld zijn. Een aanpak is immers pas effectief als die lokaal maatwerk levert. Vervolgens stelden we op basis daarvan een preventieve aanpak op waarmee de partners in de wijk actief èn effectief aan de slag kunnen.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.