De (nog steeds) onduidelijke status van de zzp’er

13-02-2019
Arbeid en sociale zekerheid

Zzp’ers in het nieuws

Medio januari bepaalde een rechter in Amsterdam dat Deliveroo een zodanige relatie met haar fietsende thuisbezorgers onderhield dat hen een normaal arbeidscontract moest worden aangeboden, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Blijkbaar was die fietsende zelfstandige ondernemer in de dagelijkse praktijk en volgens het arbeidsrecht eigenlijk een werknemer. Over dit rechterlijk oordeel maakte Rosanne Hertzberger zich in haar column in NRC Handelsblad (19 januari 2019) druk. De titel van die column was: ‘Laat die koeriers met rust, ze willen dit zelf’. Zonder in te gaan op de feitelijke arbeidsrelaties van deze koeriers met Deliveroo stelde zij de retorisch bedoelde vraag: ‘Wilden de koeriers dit?”.

Ongeveer een week later publiceerde de Groene Amsterdammer een artikel over de schuldhulp voor zzp’ers. Een rode draad in dit artikel is dat privé en zakelijk bij zzp’ers vaak door elkaar lopen. Daardoor zouden ze niet alleen sneller in de schulden komen, maar zou ook de schuldhulpverlening vaak tekort schieten. Immers, zo bleek uit het onderzoek dat aan het artikel ten grondslag lag, gemeenten behandelen de hulp vragende zzp’er de ene keer als zzp’er en de andere keer als privépersoon. Voor hulpbehoevende zelfstandigen is er in Nederland de BBZ (Besluit bijstandverlening zelfstandigen), waarmee het onder voorwaarden mogelijk is een eigen (levensvatbaar) bedrijfje door een moeilijke situatie heen te helpen. Voor privépersonen is er de schuldsanering vanuit de Bijstand. Of, zoals in het artikel opgetekend over het beleid van de gemeente Den Haag: ‘Een ondernemer die geen ondernemersbijstand kan krijgen moet een keuze maken…… Men kan ook het bedrijf opzeggen en de bijstand ingaan.’ Hier zit dus blijkbaar voor zzp’ers een spanningsveld tussen zakelijk en privé. Dit blijkt ook uit een citaat van een professioneel (commercieel) hulpverlener: ‘Maar vaak zien gemeenten hun zzp’ers als ondernemers die zelf de winst opstrijken en dus ook de verliezen moeten kunnen dragen.’ Uit het artikel komt ook naar voren dat een deel van de benaderde gemeenten het strikte onderscheid tussen privé en zakelijk voor zzp’ers heeft losgelaten en hen ook toegang geeft tot de schuldhulpverlening.

De Januskop van de zzp’er

Wat achter beide voorbeelden schuilgaat, is een vraag die al heel lang speelt. Naar aanleiding van een onderzoek voor de toenmalige Raad voor Werk en Inkomen naar de gemeentelijke ondersteuning van zzp’ers heb ik er in 2011 al een artikel aan gewijd in het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. Ook daarin stond de vraag centraal wat een zzp’er nu eigenlijk is.

Die vraag is, helaas, nog steeds actueel: is de zzp’er een moderne versie van de dagloner, steeds op zoek naar een opdrachtgever met een nieuwe klus, een verkapte werknemer of een zelfstandige ondernemer? Vele partijen, waaronder sociale partners in SER-verband, hebben zich over deze vraag gebogen. In 2015 was het zelfs onderwerp van een uitgebreid Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO). Al dat onderzoek en alle beraadslagingen hebben tot op heden niet geleid tot een eenduidige beleidslijn. Sterker nog, de enige poging die ondernomen is om tot een zekere regulering te komen, de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR), is na korte tijd gestrand omdat er veel kritiek op was. De voortdurende onduidelijkheid over de status van zzp’ers maakt hun positie in het arbeidsbestel en het sociaal stelsel er niet duidelijker op. Dat verklaart bijvoorbeeld ook de voortslepende discussie over een verplichte pensioenverzekering. Echter ook opdrachtgevers lijken de huidige situatie onduidelijk te vinden. In een onderzoek uit 2017 stelt de Kamer van Koophandel vast dat opdrachtgevers onzeker waren over het inhuren van zzp’ers en daardoor minder inhuren of vaker intermediairs inschakelen om risico’s te beperken.

Een oplossing op maat?

Modewoorden van deze tijd zijn individualisering en maatwerk. Zzp-schap wordt ook vaak in verband gebracht met de wens van werkenden om zelf invulling te geven aan hun werkzame leven. Uit onderzoeken komt dit motief altijd wel naar voren en het zal dus zeker gelden voor dat deel van de zzp-populatie dat niet uit noodzaak ervoor ‘kiest’ (bijvoorbeeld omdat gedwongen door de voormalige werkgever of omdat men vooral niet als werkloos door het leven wil gaan).

Misschien schuilt in deze woorden ook de oplossing van het probleem dat al te lang boven de markt hangt: is de zzp’er een werknemer of een ondernemer? Waarom laten we het antwoord op deze vraag, uiteraard binnen de wettelijke kaders, niet over aan de zzp’ers zelf?

Als het antwoord van de zzp’er is: ‘ik ben een ondernemer’ betekent dit vervolgens dat zij of hij ook zo behandeld gaat worden. Men moet zich dan inschrijven bij de KvK, men wordt geacht er een deugdelijke boekhouding op na te houden, zelf het pensioen en verzekeringen te regelen en voor bijscholing te zorgen. Ook heeft men dan aansprakelijkheid bij het uitvoeren van opdrachten en men kan een aantal fiscale regelingen voor starters en kleine ondernemers gebruiken. Deze zzp-ondernemer bepaalt zelf zijn tarieven en wat hij wel en niet verzekert.

Als het antwoord is ‘ik ben een werknemer’ betekent dit, ongeacht hoeveel opdrachtgevers de zzp’er op jaarbasis heeft, dat de inhurende partij aansprakelijk is voor de ingehuurde zzp’er en bijvoorbeeld loonheffing moet inhouden en betalen, de arbeidsomstandigheden moet bewaken, conform de voor het bedrijf geldende cao moet betalen en verantwoordelijk is voor verzekeringen en opleidingen. Deze zzp-werknemer heeft een arbeidsrelatie en werkt tegen het loon dat voor het betreffende werk in de betreffende sector gebruikelijk is en kan geen gebruik maken van fiscale regelingen voor ondernemers.

Aan deze keuze-invalshoeken zitten wat mij betreft twee randvoorwaarden vast. De eerste is dat de fiscale en wettelijke kaders blijven gelden. Met andere woorden: de rechterlijke uitspraak over de Deliveroo-casus zal niet anders uitpakken omdat de regels van het arbeidsrecht worden overtreden. De tweede voorwaarde is dat er voorafgaand aan de keuze een goede, goed toegankelijke en eenduidige voorlichting moet zijn over alle (mogelijke) consequenties van het kiezen voor het ondernemerschap of werknemerschap. Dat geldt ook voor de voorlichting aan werkgevers: zij moeten kunnen nagaan/opvragen welke status een zzp’er heeft.

In deze situatie blijft de vrijheid het werk zelf te organiseren, zij het voor de zzp-ondernemer in de regel meer dan voor de zzp-werknemer. In deze situatie is ook voor iedereen duidelijk wat rechten en plichten zijn en is de VAR of de modelovereenkomst als zodanig niet meer nodig. Dan krijgt Rosanne Hertzberger ook het antwoord, van de koeriers zelf, op de vraag ‘Wilden de koeriers dit?’.

Auteur: J. Mevissen/11-2-2019

Relevante publicaties

Klik hier voor meer relevante publicaties over het thema zzp