Werkveld: Jeugd
Gezond met Fit@weekendacademie
De Weekend academie wil een gezonde leefstijl van kinderen bevorderen en heeft daarom het project Fit@weekendacademie opgezet. Wij onderzochten de methodiek van het project en hielpen met onze uitkomsten bij de doorontwikkeling van de aanpak.
In juni 2019 is de ontwikkeling van het project Fit@weekendacademie afgerond. In dit project is een methodiek opgezet waarmee de Weekend Academie een gezonde leefstijl van kinderen in achterstandssituaties wil bevorderen. Dit past in de doelstelling van de Aanpak Gezond Gewicht van de gemeente Amsterdam, waarin het streven is dat alle jongeren in 2028 een gezond gewicht hebben. Wij hebben de ervaringen en resultaten van Fit@weekendacademie onderzocht. De Weekend Academie heeft de uitkomsten van het onderzoek gebruikt om de methodiek (door) te ontwikkelen. Het project is mogelijk gemaakt met subsidie van FNO.
Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek? Dan kunt u het rapport bekijken. Bekijk het filmpje hieronder voor een kijkje in de keuken van Fit@weekendacademie.
Meldcodetour 2019-2020
De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt nog te weinig gebruikt door professionals in de gezondheidszorg, de hulpverlening, het onderwijs, de kinderopvang en de justitiële sector. Om die reden heeft het ministerie van VWS ons en VNG Congressen gevraagd een zogenaamde meldcodetour door heel Nederland te organiseren.
In 28 regionale bijeenkomsten worden in de periode augustus 2019 tot oktober 2020 telkens enkele honderden professionals geïnformeerd over hoe ze de meldcode in hun werk toe kunnen passen en worden zij in de gelegenheid gesteld hiermee te oefenen. Het uiteindelijke doel is dat professionals huiselijk geweld en kindermishandeling eerder signaleren; sneller reageren op signalen; interveniëren als dat mogelijk en noodzakelijk is; en uiteindelijk ook melden bij Veilig Thuis.
Lees meer over de meldcodetour of ons andere onderzoek rondom huiselijk geweld en Veilig Thuis.
Professionals en de meldcode: opbrengsten van de Meldcodetour
De verbeterde meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling helpt professionals bij het maken van de juiste afwegingen bij een vermoeden van huiselijk geweld. In opdracht van het ministerie VWS hebben Regioplan en VNG Connect de zogenoemde Meldcodetour georganiseerd.
De verbeterde meldcode is vanaf 1 januari 2019 in werking getreden. Deze meldcode biedt professionals een beroepsgroep-specifiek afwegingskader, aan de hand waarvan ze een besluit kunnen nemen rondom het al dan niet te melden bij Veilig Thuis en rondom het wel of niet zelf hulp verlenen.
Tussen 2019 en 2021 hebben verschillende professionals uit het hele land deelgenomen aan bijeenkomsten rondom de verbeterde meldcode, de zogenoemde Meldcodetour. Deze reeks bijeenkomsten werd georganiseerd door Regioplan en VNG Connect, in opdracht van het ministerie van VWS.
Doel
Het doel van de Meldcodetour was om op regionaal niveau:
• de bekendheid van de verbeterde meldcode bij professionals te vergroten;
• het professioneel handelen van meldcodeplichtige professional te versterken door de handelingsverlegenheid in de praktijk weg te nemen;
• de dilemma’s bij het toepassen van de verschillende stappen van de meldcode zichtbaar te maken en op zoek te gaan naar het verminderen van de dilemma’s door met elkaar in gesprek te gaan;
• ervoor te zorgen dat meer professionals de meldcode toepassen, onder meer door te oefenen met gesprekvoering en het doorlopen van de stappen aan de hand van reële casuïstiek;
• de samenwerking tussen professionals uit verschillende domeinen te versterken.
Met als uiteindelijk doel om de veiligheid van slachtoffers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling te vergroten.
Opbrengsten
Gedurende de tour heeft Regioplan opgehaald welke barrières er zijn bij het hanteren van de meldcode en hoe de Meldcodetour heeft bijgedragen aan het verminderen van deze barrières. Dit werd gedaan vanuit het perspectief van professionals, de organisaties en de regio’s.
Eén barrière was dat er bij professionals een grote mate van handelingsverlegenheid heerst; ze voelen zich onvoldoende geëquipeerd om de meldcode te hanteren. Dit komt bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis en vertrouwen in het eigen handelen. Ook weten ze zich onvoldoende gesteund door de eigen organisatie. Hiernaast ervaren ze ook onduidelijkheid over het functioneren van de ketensamenwerking.
Het bijwonen van de Meldcodetour heeft onder andere bijgedragen aan een versterking van de deelnemende professionals met betrekking tot hun kennisontwikkeling; het heeft geleid tot meer zelfvertrouwen om de meldcode te hanteren. De deelnemers zijn zich bewuster van hun (on)bekwaamheid om juist te handelen bij signalen van onveiligheid, zeggen eerder contact op te nemen met Veilig Thuis, en bespreken hun zorgen eerder met direct betrokkenen.
Bij deelnemende professionals is er een besef ontstaan dat aandacht voor de meldcode een integraal onderdeel moet worden van de organisatie waarin zij werken. Het werken met de meldcode vraagt – zowel vanuit het perspectief van de professional als de organisatie – continue agendering, sturing, training en verdieping om het echt onderdeel te kunnen maken van het professionele handelen.
Aanknopingspunten
Hieruit heeft Regioplan enkele belangrijke aanknopingspunten geformuleerd voor wat er verder nog nodig is om de handelingsbekwaamheid van meldcodeplichtige beroepsgroepen te versterken:
• continue aandacht voor de meldcode blijft nodig;
• de interne borging binnen organisaties dient versterkt te worden;
• om het gebruik van de meldcode te versterken is het verbeteren van de regionale samenwerking essentieel.
Meer weten?
Meer weten over de Meldcodetour? Of wilt u weten wat de lessen van de Meldcodetour voor uw regio of gemeente kunnen betekenen? Neem dan contact op met Katrien.
Maatschappelijk verantwoord incasseren bij zwerfjongeren met schulden? Maak maatwerk toegankelijk!
Zwerfjongeren met schulden bevinden zich in een ingewikkelde en kwetsbare positie. Overheidsinstanties willen schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren. Om de overheidsincasso bij zwerfjongeren te verbeteren, signaleren wij – naast mogelijkheden – een aantal knelpunten.
Zwerfjongeren hebben vaak schulden, ook bij de overheid, en weinig middelen om deze schulden af te lossen. In veel gevallen lukt het zwerfjongeren niet om volgens de standaardtermijnen en -bedragen af te lossen. Zwerfjongeren hebben dus maatwerk nodig. Overheidsinstanties die, onder andere bij zwerfjongeren, schulden innen, willen deze schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren, bijvoorbeeld door maatwerk te bieden waar dat nodig is. Om te weten hoe het maatwerk in overheidsincasso’s bij schulden van zwerfjongeren beter kan, hebben we een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en knelpunten in maatwerk voor zwerfjongeren met schulden.
Hiervoor spraken wij met beleidsmakers en uitvoerders bij Belastingdienst, CAK, CIJB, DUO en UWV en met professionals in de (schuld)hulpverlening aan zwerfjongeren.
Welk maatwerk bieden overheidsinstanties?
De belangrijkste vormen van maatwerk binnen de onderzochte overheidsinstanties zijn persoonlijke betalingsregelingen en uitstel van betaling, mits aanvragers voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een maximaal besteedbaar inkomen). Het gaat in wezen om gestandaardiseerd maatwerk, maatwerk dat onder bepaalde voorwaarden voor iedereen te ontvangen is. Voor zeer ingewikkelde casussen volstaat dit niet; daarvoor zijn er bij de Belastingdienst, CJIB, DUO en UWV speciale teams die deze zaken kunnen oppakken. Bij deze casussen moeten meerdere problemen samenkomen, eerdere oplossingen niet gewerkt hebben en de schuldenaar echt gemotiveerd zijn om mee te werken aan de oplossing. Het gaat dan om persoonsspecifiek maatwerk. Deze vorm van maatwerk is in zijn algemeenheid lastig te omschrijven, juist omdat er per situatie naar een oplossing wordt gezocht.
Waar knelt het maatwerk voor zwerfjongeren?
De gevonden knelpunten zijn samen te vatten in drie problemen. Ten eerste is het aangeboden maatwerk onvoldoende ingericht op de complexiteit van schulden van zwerfjongeren. Als iemand één schuld heeft, niet verwijtbaar heeft gehandeld en weet welk formulier ingevuld moet worden, is het goed mogelijk en vrij eenvoudig om een betalingsregeling op maat af te spreken. Maar de situatie van zwerfjongeren is vaak ingewikkelder en dan is maatwerk krijgen lastig. Eigenlijk zouden zwerfjongeren bij de teams voor ingewikkelde casussen moeten komen, maar het is voor zwerfjongeren en hun hulpverleners niet eenvoudig om bij deze teams terecht te komen. Ofwel: het knelpunt zit bij de toegang tot het persoonsspecifieke maatwerk.
Een tweede knelpunt is het ontbreken van een adresregistratie in de BRP. Wanneer er geen adres is kunnen schulden niet of nauwelijks geïncasseerd worden en zijn betalingsregelingen vaak niet mogelijk. Wanneer er een adresinschrijving komt, starten de overheidsorganisaties direct met het innen van schulden, bijvoorbeeld met een beslag op de uitkering. Hierdoor wordt de situatie van jongeren weer instabiel of trekken ze zich zelfs terug uit de hulpverlening.
Het derde knelpunt betreft de obstakels om de schulden te regelen via een schuldhulpverleningstraject. Door de ingewikkelde schuldensituatie en lage afloscapaciteit is een schuldhulpverleningstraject in veel gevallen noodzakelijk. Het blijkt echter lastig om voor zwerfjongeren een schuldregeling te treffen. Bij sommige gemeenten komen zwerfjongeren de schuldhulpverlening niet in; en wanneer dat wel lukt, worden voorstellen regelmatig afgewezen op vooral procedurele gronden, bijvoorbeeld omdat het niet voldoet aan de normen van NVVK.
Meer te weten komen?
Het rapport is te downloaden op de projectpagina van het onderzoek Maatwerk bij schulden van zwerfjongeren. In de brief voortgang Brede Schuldenaanpak geeft de staatssecretaris een reactie op het onderzoek. We maakten bovendien een wegwijzer voor (schuld)hulpverleners met een schematische weergave van de incassoprocessen en de maatwerkmogelijkheden.
Maatwerk bij schulden van zwerfjongeren
Zwerfjongeren met schulden bevinden zich in een ingewikkelde en kwetsbare positie. Overheidsinstanties willen schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren. Om de overheidsincasso bij zwerfjongeren te verbeteren, signaleren wij – naast mogelijkheden – een aantal knelpunten.
Zwerfjongeren hebben vaak schulden, ook bij de overheid, en weinig middelen om deze schulden af te lossen. In veel gevallen lukt het zwerfjongeren niet om volgens de standaardtermijnen en -bedragen af te lossen. Zwerfjongeren hebben dus maatwerk nodig. Overheidsinstanties die, onder andere bij zwerfjongeren, schulden innen, willen deze schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren, bijvoorbeeld door maatwerk te bieden waar dat nodig is. Om te weten hoe het maatwerk in overheidsincasso’s bij schulden van zwerfjongeren beter kan, hebben we een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en knelpunten in maatwerk voor zwerfjongeren met schulden.
Hiervoor spraken wij met beleidsmakers en uitvoerders bij Belastingdienst, CAK, CIJB, DUO en UWV en met professionals in de (schuld)hulpverlening aan zwerfjongeren.
Welk maatwerk bieden overheidsinstanties?
De belangrijkste vormen van maatwerk binnen de onderzochte overheidsinstanties zijn persoonlijke betalingsregelingen en uitstel van betaling, mits aanvragers voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een maximaal besteedbaar inkomen). Het gaat in wezen om gestandaardiseerd maatwerk, maatwerk dat onder bepaalde voorwaarden voor iedereen te ontvangen is. Voor zeer ingewikkelde casussen volstaat dit niet; daarvoor zijn er bij de Belastingdienst, CJIB, DUO en UWV speciale teams die deze zaken kunnen oppakken. Bij deze casussen moeten meerdere problemen samenkomen, eerdere oplossingen niet gewerkt hebben en de schuldenaar echt gemotiveerd zijn om mee te werken aan de oplossing. Het gaat dan om persoonsspecifiek maatwerk. Deze vorm van maatwerk is in zijn algemeenheid lastig te omschrijven, juist omdat er per situatie naar een oplossing wordt gezocht.
Waar knelt het maatwerk voor zwerfjongeren?
De gevonden knelpunten zijn samen te vatten in drie problemen. Ten eerste is het aangeboden maatwerk onvoldoende ingericht op de complexiteit van schulden van zwerfjongeren. Als iemand één schuld heeft, niet verwijtbaar heeft gehandeld en weet welk formulier ingevuld moet worden, is het goed mogelijk en vrij eenvoudig om een betalingsregeling op maat af te spreken. Maar de situatie van zwerfjongeren is vaak ingewikkelder en dan is maatwerk krijgen lastig. Eigenlijk zouden zwerfjongeren bij de teams voor ingewikkelde casussen moeten komen, maar het is voor zwerfjongeren en hun hulpverleners niet eenvoudig om bij deze teams terecht te komen. Ofwel: het knelpunt zit bij de toegang tot het persoonsspecifieke maatwerk.
Een tweede knelpunt is het ontbreken van een adresregistratie in de BRP. Wanneer er geen adres is kunnen schulden niet of nauwelijks geïncasseerd worden en zijn betalingsregelingen vaak niet mogelijk. Wanneer er een adresinschrijving komt, starten de overheidsorganisaties direct met het innen van schulden, bijvoorbeeld met een beslag op de uitkering. Hierdoor wordt de situatie van jongeren weer instabiel of trekken ze zich zelfs terug uit de hulpverlening.
Het derde knelpunt betreft de obstakels om de schulden te regelen via een schuldhulpverleningstraject. Door de ingewikkelde schuldensituatie en lage afloscapaciteit is een schuldhulpverleningstraject in veel gevallen noodzakelijk. Het blijkt echter lastig om voor zwerfjongeren een schuldregeling te treffen. Bij sommige gemeenten komen zwerfjongeren de schuldhulpverlening niet in; en wanneer dat wel lukt, worden voorstellen regelmatig afgewezen op vooral procedurele gronden, bijvoorbeeld omdat het niet voldoet aan de normen van NVVK.
Meer informatie?
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De staatssecretaris reageerde op het rapport in een brief over voortgang van de Brede Schuldenaanpak.
Voor (schuld)hulpverleners maakten we een wegwijzer die voor de onderzochte vijf overheidsinstellingen laat zien hoe het incassotraject loopt en welke maatwerkmogelijkheden er zijn.
Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Bob.
Over dit onderzoek verscheen tevens het artikel Onderzoek naar maatwerk bij schulden van zwerfjongeren in Sociaal Bestek.
Evaluatie wijkteams Vlaardingen
Vlaardingen zet stevig in op de wijkteams, en dat werpt vruchten af. Onze evaluatie van de teams, die we samen met Cebeon uitvoerden, laat zien dat het steeds beter lukt om de transformatiegedachte via de wijkteams vorm te geven. Ook blijkt het mogelijk om hulpvragen in een eerder stadium af te vangen: onze benchmark laat zien dat met name voor jeugd minder wordt doorverwezen dan in vergelijkbare gemeenten en we zien positieve effecten op zelfredzaamheid. Ook blijken de investeringen die de gemeente in de wijkteams doet, realistisch.
De beweging die de gemeente met de wijkteams beoogt is zeker niet makkelijk en gaat met vallen en opstaan: systeemgericht werken en het op de juiste plek inzetten van de juiste expertise zijn belangrijke ontwikkelpunten voor de toekomst. Ook zijn de wijkteams deels afhankelijk van het goed functioneren van het voorliggend veld en de specialistische zorg, en op beide vlakken zien we knelpunten. Onze belangrijkste aanbevelingen richten zich dan ook op een goede differentiatie naar cliëntgroepen en het scheppen van de juiste randvoorwaarden in de voorzieningen waar de wijkteams voor hun functioneren mede van afhankelijk zijn.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien of lees de rapportage Evaluatie wijkteams Vlaardingen.
Nieuw onderzoekscahier arbeidsparticipatie jongeren met een beperking
Sinds 10 april is er een nieuw digitaal onderzoekscahier met relevant onderzoek naar arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking. Het cahier biedt snel en toegankelijk een overzicht van actueel onderzoek en helpt beleidsmakers gebruik te maken van beschikbare kennis op dit terrein.
Aansluiten bij uitvoeringspraktijk gemeenten
Vanaf 2015 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van de arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking die niet langer in de Wajong terecht kunnen. Om gemeentelijke beleidsmakers te helpen bij het maken van beleid voor deze ‘nieuwe’ doelgroep is een digitaal onderzoekscahier gemaakt. In het cahier zijn relevante onderzoeken gebundeld die sinds 2015 gedaan zijn en direct aansluiten bij de uitvoeringspraktijk van gemeenten. In het cahier is gemakkelijk en snel te zien welk onderzoek er per thema is en waar het onderzoek over gaat. Bovendien hebben de onderzoekers over elk onderzoek een korte beschrijving en toelichting gemaakt.
Betrokken organisaties
Het onderzoekscahier is een initiatief van de Vrije Universiteit, het Verwey-Jonker Instituut en Divosa, en is mede gefinancierd door Instituut Gak. Het cahier wordt ieder jaar in december aangevuld met recent onderzoek.
Betrokken organisaties zijn: Berenschot, Centerdata, De Beleidsonderzoekers, Inspectie SZW, Panteia, Regioplan, SBCM, SEO, Verwey-Jonker Instituut, Vrije Universiteit en Divosa.
Ga naar het onderzoekscahier arbeidsparticipatie jongeren met een beperking
Het veelkoppige monster van het arbeidsmarktbeleid
Veel beleidsproblemen hebben het karakter van zogenoemde ‘wicked problems’. Dit zijn complexe problemen die vaak worden omschreven als veelkoppige monsters. Ook arbeidsmarktproblemen kenmerken zich vaak door hun ‘wicked’ karakter, al worden ze meestal niet als zodanig omschreven. Wij grepen daarom ons 35-jarig jubileum aan als gelegenheid om nu eens niet eendimensionaal, maar integraal te kijken naar arbeidsmarktproblemen.
Dit deden we door op 8 februari een winterwerksessie te organiseren. Tijdens deze sessie keken we samen met beleidsmakers en andere deskundigen vanuit een integraal perspectief naar achtergronden en oplossingsrichtingen van een aantal prangende problemen. Marinka Kuijpers, bijzonder hoogleraar Leeromgeving en Loopbaanleren aan de Open Universiteit, trad op als inhoudelijk moderator om vanuit haar kennis en expertise te reflecteren op de aangedragen discussiepunten.
Tijdens de sessie stonden drie wicked arbeidsmarktproblemen centraal. Zo besprak onze collega Jos Lubberman het grote tekort aan leraren die leerlingen kunnen opleiden voor bepaalde (groei)sectoren, waaronder technische beroepen. Jos Mevissen adresseerde de gevolgen van een langere deelname aan het arbeidsproces, waarvan de negatieve consequenties hoger uit kunnen pakken dan de besparingen die met de verhoogde arbeidsparticipatie worden beoogd. Als derde punt ging Miranda Witvliet in op de haperende overgang van onderwijs naar werk voor jongeren in kwetsbare posities.
Meer weten over de uitkomsten van de winterwerksessie?
Wij hebben een artikel geschreven in Sociaal Bestek, waarin we uitgebreider zijn ingegaan op de sessie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda Witvliet.
Save the date! Symposium over LVB en schoolverzuim

Meer informatie?
Ga naar www.hsleiden.nl/lvb-en-schoolverzuim
Algemeen overleg onderwijs en zorg
Vanmiddag vergadert de Tweede Kamer over onderwijs en zorg. In dit AO wordt onder andere de kamerbrief ‘Onderwijs en Zorg’ van 23 november 2018 besproken. In deze brief kondigden minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) en minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) tien maatregelen aan om de combinatie van onderwijs en zorg beter te regelen.
Meer subsidie voor onderwijs(zorg)consulenten
Eén van de maatregelen om de aansluiting tussen onderwijs en zorg te verbeteren, is meer subsidie voor onderwijs(zorg)consulenten. Onderwijs(zorg)consulenten kunnen worden ingezet bij problematiek rond plaatsing, schorsing of verwijdering van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, of bij vraagstukken rond organisatie en bekostiging van onderwijszorgarrangementen. Wij evalueerden hun inzet en onderzochten om welke redenen er steeds vaker een beroep op hen wordt gedaan. Naar aanleiding van onze bevindingen concluderen de ministers dat de consulenten onmisbaar zijn. De verhoogde subsidie moet hen niet alleen helpen om te voldoen aan de groeiende caseload, maar hen ook in staat stellen om hun expertise verder uit te breiden en te werken aan een betere monitoring en nazorg.
Aanpassen Leerplichtwet
In de brief kondigden ministers Slob en De Jonge tevens aan dat de Leerplichtwet wordt aangepast, zodat de expertise van samenwerkingsverbanden wordt meegewogen bij vrijstellingen 5 onder a. Dit is een vrijstelling van de Leerplichtwet voor kinderen die niet in staat zijn onderwijs te volgen als gevolg van een fysieke of psychische beperking. In 2016 onderzochten wij de oorzaken van de groei van deze vrijstellingen. De vrijstellingen ontstaan van rechtswege als ouders hierop een beroep doen, ondersteund door een verklaring van een onafhankelijke arts. Dit riep de vraag op in hoeverre alle artsen voldoende op de hoogte zijn van onderwijsontwikkelingen om de leerbaarheid van kinderen goed te beoordelen. Een van onze aanbevelingen luidde dan ook om onderwijsdeskundigheid te borgen bij de artsen die de leerbaarheid van kinderen moeten beoordelen. Dit jaar zullen de ministers een wetsvoorstel aan de Kamer voorleggen.
Stijging thuiszitters
In het AO wordt uiteraard ook de Kamerbrief ‘Stand van zaken thuiszitters’ besproken, die afgelopen vrijdag uitkwam. Het afgelopen schooljaar is het aantal thuiszitters wederom gestegen. De aanhoudende stijging vraagt om extra inzet van de partners van het Thuiszitterspact. Om hen hierbij te ondersteunen voeren wij komende maanden een onderzoek uit naar het verhaal achter de cijfers. Klik hier voor meer informatie.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos Lubberman.