Kwetsbare groepen en hun incassoproblematiek

Kwetsbare groepen als zwerfjongeren kampen met grote problemen. Ze hebben vrijwel allemaal schulden, ook bij overheidsorganisaties. Rigide incassoprocedures verergerden tot voor kort de problemen meer dan dat zij deze oplosten. Met de Brede Schuldenaanpak en de Rijksincassovisie komt daarin verandering maar vooralsnog zijn er ook nog knelpunten.

Over het onderzoek naar zwerfjongeren en andere kwetsbare groepen en hun incassoproblematiek bij de overheid, schreven we een artikel in het online tijdschrift Sociaal Bestek. Lees het artikel Onderzoek naar maatwerk bij schulden van zwerfjongeren hier.

Impactmonitor Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht

Overgewicht onder kinderen en jongeren neemt toe. Zo ook in Amsterdam. In 2012 startte de gemeente Amsterdam daarom met de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht (AAGG). Het uiteindelijk streven van het programma is dat alle Amsterdamse kinderen op gezond gewicht zijn in 2033. De AAGG wil graag meer zicht op het (mogelijke) succes van het programma en handvatten voor de verdere inrichting van de aanpak. Wij helpen de AAGG daarom bij het ontwikkelen van een impactmonitor.

Maatwerk en flexibiliteit vereist bij ondersteunen thuiszitters

De laatste jaren hebben de partners van het Thuiszitterspact en betrokken partijen de nodige inspanningen geleverd om tot een betere thuiszittersaanpak te komen. Dit zien we onder meer terug in het belang dat de partijen hechten aan dit thema en het gegeven dat het terugdringen van het aantal thuiszitters hoog op de agenda staat. Echter, stijging of daling van het aantal thuiszittende jongeren is niet zonder meer een succes- of faalfactor.

De (toegenomen) aandacht heeft onder meer geleid tot beter inzicht in het aantal thuiszitters en het met lokale partijen samen zoeken naar oplossingen voor thuiszittende jongeren. Hierin zit wel iets ‘dubbels’. Zo heeft het betere inzicht enerzijds bijgedragen aan meer geregistreerde thuiszitters en daarmee discussie over passend onderwijs, terwijl er anderzijds meer aandacht is gekomen voor thuiszittende leerlingen en het zoeken van een oplossing voor deze groep. Stijging of daling van het aantal thuiszittende jongeren is dan ook niet zonder meer een succes- of faalfactor.

In opdracht van de partners van het pact hebben wij onderzocht wat er aan landelijke ondersteuning geboden kan worden om het aantal thuiszitters terug te dringen en om de ambities van het Thuiszitterspact sneller te realiseren. Op basis van secundaire analyses van duo-data, web-enquêtes, groepsinterviews en een afsluitende interactieve sessie met vertegenwoordigers van gemeenten, zorg, onderwijs en ouders concluderen we dat het realiseren van een passend aanbod vaak (nog) een langere doorlooptijd dan drie maanden vraagt. Ook zien we dat de factoren die realisatie van een passend aanbod belemmeren dan wel bevorderen zeer divers zijn en samenhangen met de individuele en lokale situatie. Verder blijkt dat het voor betrokken partijen nog lastig is om gemaakte afspraken (in de sluitende aanpak) in de praktijk te brengen. Dit komt onder meer door diversiteit in de werkwijze en verantwoordelijkheden van de verschillende werkterreinen (onderwijs, gemeenten en zorg).

Aanbevelingen

Oplossingen voor een deel van de groep vereisen een hoge(re) mate van maatwerk en flexibiliteit. Een duurzame oplossing binnen drie maanden is niet altijd mogelijk. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang er vanaf het ontstaan van de (dreigende) thuiszitsituatie gewerkt wordt aan een oplossing en er op korte termijn zicht is op een oplossing. We bevelen de partners in het Thuiszitterspact aan zich het komende jaar te richten op:

  • kind echt centraal zetten (wat verstaan we daaronder, wat mogen betrokkenen verwachten?);
  • deskundigheidsbevordering en kennisuitwisseling (versterken van kennis over wet- en regelgeving, uitwisselen praktijkervaringen);
  • elkaars taal spreken (meer uitwisseling tussen betrokken partijen en eenduidige communicatie);
  • regelen van betrokken medewerkers met mandaat (zodat betrokken medewerkers daadwerkelijk beslissingen kunnen nemen);
  • focus op preventie (vroegtijdige signalering door beter in beeld krijgen van en handelen op geoorloofd verzuim, vinger aan de pols houden);
  • regio-indeling kritisch bekijken (regionale verantwoordelijkheid voor thuiszitters verhelderen).

Onze adviezen zijn verwerkt in een impulsagenda en in de acties die op dit moment reeds lopen.

 

Meer informatie?

Meer informatie over de uitkomsten van het onderzoek en onze aanpak zijn te lezen in ons onderzoeksrapport. Heeft u nog vragen? Neem contact op met Jos Lubberman.

Gezond met Fit@weekendacademie

De Weekend academie wil een gezonde leefstijl van kinderen bevorderen en heeft daarom het project Fit@weekendacademie opgezet. Wij onderzochten de methodiek van het project en hielpen met onze uitkomsten bij de doorontwikkeling van de aanpak.

In juni 2019 is de ontwikkeling van het project Fit@weekendacademie afgerond. In dit project is een methodiek opgezet waarmee de Weekend Academie een gezonde leefstijl van kinderen in achterstandssituaties wil bevorderen. Dit past in de doelstelling van de Aanpak Gezond Gewicht van de gemeente Amsterdam, waarin het streven is dat alle jongeren in 2028 een gezond gewicht hebben. Wij hebben de ervaringen en resultaten van Fit@weekendacademie onderzocht. De Weekend Academie heeft de uitkomsten van het onderzoek gebruikt om de methodiek (door) te ontwikkelen. Het project is mogelijk gemaakt met subsidie van FNO.

Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek? Dan kunt u het rapport bekijken. Bekijk het filmpje hieronder voor een kijkje in de keuken van Fit@weekendacademie.

 

 

Meldcodetour 2019-2020

De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt nog te weinig gebruikt door professionals in de gezondheidszorg, de hulpverlening, het onderwijs, de kinderopvang en de justitiële sector. Om die reden heeft het ministerie van VWS ons en VNG Congressen gevraagd een zogenaamde meldcodetour door heel Nederland te organiseren.

In 28 regionale bijeenkomsten worden in de periode augustus 2019 tot oktober 2020 telkens enkele honderden professionals geïnformeerd over hoe ze de meldcode in hun werk toe kunnen passen en worden zij in de gelegenheid gesteld hiermee te oefenen. Het uiteindelijke doel is dat professionals huiselijk geweld en kindermishandeling eerder signaleren; sneller reageren op signalen; interveniëren als dat mogelijk en noodzakelijk is; en uiteindelijk ook melden bij Veilig Thuis.

Lees meer over de meldcodetour of ons andere onderzoek rondom huiselijk geweld en Veilig Thuis.

Professionals en de meldcode: opbrengsten van de Meldcodetour

De verbeterde meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling helpt professionals bij het maken van de juiste afwegingen bij een vermoeden van huiselijk geweld. In opdracht van het ministerie VWS hebben Regioplan en VNG Connect de zogenoemde Meldcodetour georganiseerd.

De verbeterde meldcode is vanaf 1 januari 2019 in werking getreden. Deze meldcode biedt professionals een beroepsgroep-specifiek afwegingskader, aan de hand waarvan ze een besluit kunnen nemen rondom het al dan niet te melden bij Veilig Thuis en rondom het wel of niet zelf hulp verlenen.

Tussen 2019 en 2021 hebben verschillende professionals uit het hele land deelgenomen aan bijeenkomsten rondom de verbeterde meldcode, de zogenoemde Meldcodetour. Deze reeks bijeenkomsten werd georganiseerd door Regioplan en VNG Connect, in opdracht van het ministerie van VWS.

Doel

Het doel van de Meldcodetour was om op regionaal niveau:

• de bekendheid van de verbeterde meldcode bij professionals te vergroten;
• het professioneel handelen van meldcodeplichtige professional te versterken door de handelingsverlegenheid in de praktijk weg te nemen;
• de dilemma’s bij het toepassen van de verschillende stappen van de meldcode zichtbaar te maken en op zoek te gaan naar het verminderen van de dilemma’s door met elkaar in gesprek te gaan;
• ervoor te zorgen dat meer professionals de meldcode toepassen, onder meer door te oefenen met gesprekvoering en het doorlopen van de stappen aan de hand van reële casuïstiek;
• de samenwerking tussen professionals uit verschillende domeinen te versterken.

Met als uiteindelijk doel om de veiligheid van slachtoffers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling te vergroten.

Opbrengsten

Gedurende de tour heeft Regioplan opgehaald welke barrières er zijn bij het hanteren van de meldcode en hoe de Meldcodetour heeft bijgedragen aan het verminderen van deze barrières. Dit werd gedaan vanuit het perspectief van professionals, de organisaties en de regio’s.

Eén barrière was dat er bij professionals een grote mate van handelingsverlegenheid heerst; ze voelen zich onvoldoende geëquipeerd om de meldcode te hanteren. Dit komt bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis en vertrouwen in het eigen handelen. Ook weten ze zich onvoldoende gesteund door de eigen organisatie. Hiernaast ervaren ze ook onduidelijkheid over het functioneren van de ketensamenwerking.

Het bijwonen van de Meldcodetour heeft onder andere bijgedragen aan een versterking van de deelnemende professionals met betrekking tot hun kennisontwikkeling; het heeft geleid tot meer zelfvertrouwen om de meldcode te hanteren. De deelnemers zijn zich bewuster van hun (on)bekwaamheid om juist te handelen bij signalen van onveiligheid, zeggen eerder contact op te nemen met Veilig Thuis, en bespreken hun zorgen eerder met direct betrokkenen.

Bij deelnemende professionals is er een besef ontstaan dat aandacht voor de meldcode een integraal onderdeel moet worden van de organisatie waarin zij werken. Het werken met de meldcode vraagt – zowel vanuit het perspectief van de professional als de organisatie – continue agendering, sturing, training en verdieping om het echt onderdeel te kunnen maken van het professionele handelen.

Aanknopingspunten

Hieruit heeft Regioplan enkele belangrijke aanknopingspunten geformuleerd voor wat er verder nog nodig is om de handelingsbekwaamheid van meldcodeplichtige beroepsgroepen te versterken:

• continue aandacht voor de meldcode blijft nodig;
• de interne borging binnen organisaties dient versterkt te worden;
• om het gebruik van de meldcode te versterken is het verbeteren van de regionale samenwerking essentieel.

Meer weten?

Meer weten over de Meldcodetour? Of wilt u weten wat de lessen van de Meldcodetour voor uw regio of gemeente kunnen betekenen? Neem dan contact op met Katrien.

Maatschappelijk verantwoord incasseren bij zwerfjongeren met schulden? Maak maatwerk toegankelijk!

Zwerfjongeren met schulden bevinden zich in een ingewikkelde en kwetsbare positie. Overheidsinstanties willen schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren. Om de overheidsincasso bij zwerfjongeren te verbeteren, signaleren wij – naast mogelijkheden – een aantal knelpunten.

Zwerfjongeren hebben vaak schulden, ook bij de overheid, en weinig middelen om deze schulden af te lossen. In veel gevallen lukt het zwerfjongeren niet om volgens de standaardtermijnen en -bedragen af te lossen. Zwerfjongeren hebben dus maatwerk nodig. Overheidsinstanties die, onder andere bij zwerfjongeren, schulden innen, willen deze schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren, bijvoorbeeld door maatwerk te bieden waar dat nodig is. Om te weten hoe het maatwerk in overheidsincasso’s bij schulden van zwerfjongeren beter kan, hebben we een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en knelpunten in maatwerk voor zwerfjongeren met schulden.

Hiervoor spraken wij met beleidsmakers en uitvoerders bij Belastingdienst, CAK, CIJB, DUO en UWV en met professionals in de (schuld)hulpverlening aan zwerfjongeren.

Welk maatwerk bieden overheidsinstanties?

De belangrijkste vormen van maatwerk binnen de onderzochte overheidsinstanties zijn persoonlijke betalingsregelingen en uitstel van betaling, mits aanvragers voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een maximaal besteedbaar inkomen). Het gaat in wezen om gestandaardiseerd maatwerk, maatwerk dat onder bepaalde voorwaarden voor iedereen te ontvangen is. Voor zeer ingewikkelde casussen volstaat dit niet; daarvoor zijn er bij de Belastingdienst, CJIB, DUO en UWV speciale teams die deze zaken kunnen oppakken. Bij deze casussen moeten meerdere problemen samenkomen, eerdere oplossingen niet gewerkt hebben en de schuldenaar echt gemotiveerd zijn om mee te werken aan de oplossing. Het gaat dan om persoonsspecifiek maatwerk. Deze vorm van maatwerk is in zijn algemeenheid lastig te omschrijven, juist omdat er per situatie naar een oplossing wordt gezocht.

Waar knelt het maatwerk voor zwerfjongeren?

De gevonden knelpunten zijn samen te vatten in drie problemen. Ten eerste is het aangeboden maatwerk onvoldoende ingericht op de complexiteit van schulden van zwerfjongeren. Als iemand één schuld heeft, niet verwijtbaar heeft gehandeld en weet welk formulier ingevuld moet worden, is het goed mogelijk en vrij eenvoudig om een betalingsregeling op maat af te spreken. Maar de situatie van zwerfjongeren is vaak ingewikkelder en dan is maatwerk krijgen lastig. Eigenlijk zouden zwerfjongeren bij de teams voor ingewikkelde casussen moeten komen, maar het is voor zwerfjongeren en hun hulpverleners niet eenvoudig om bij deze teams terecht te komen. Ofwel: het knelpunt zit bij de toegang tot het persoonsspecifieke maatwerk.

Een tweede knelpunt is het ontbreken van een adresregistratie in de BRP. Wanneer er geen adres is kunnen schulden niet of nauwelijks geïncasseerd worden en zijn betalingsregelingen vaak niet mogelijk. Wanneer er een adresinschrijving komt, starten de overheidsorganisaties direct met het innen van schulden, bijvoorbeeld met een beslag op de uitkering. Hierdoor wordt de situatie van jongeren weer instabiel of trekken ze zich zelfs terug uit de hulpverlening.

Het derde knelpunt betreft de obstakels om de schulden te regelen via een schuldhulpverleningstraject. Door de ingewikkelde schuldensituatie en lage afloscapaciteit is een schuldhulpverleningstraject in veel gevallen noodzakelijk. Het blijkt echter lastig om voor zwerfjongeren een schuldregeling te treffen. Bij sommige gemeenten komen zwerfjongeren de schuldhulpverlening niet in; en wanneer dat wel lukt, worden voorstellen regelmatig afgewezen op vooral procedurele gronden, bijvoorbeeld omdat het niet voldoet aan de normen van NVVK.

Meer te weten komen?

Het rapport is te downloaden op de projectpagina van het onderzoek Maatwerk bij schulden van zwerfjongeren. In de brief voortgang Brede Schuldenaanpak geeft de staatssecretaris een reactie op het onderzoek. We maakten bovendien een wegwijzer voor (schuld)hulpverleners met een schematische weergave van de incassoprocessen en de maatwerkmogelijkheden.

Maatwerk bij schulden van zwerfjongeren

Zwerfjongeren met schulden bevinden zich in een ingewikkelde en kwetsbare positie. Overheidsinstanties willen schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren. Om de overheidsincasso bij zwerfjongeren te verbeteren, signaleren wij – naast mogelijkheden – een aantal knelpunten.

Zwerfjongeren hebben vaak schulden, ook bij de overheid, en weinig middelen om deze schulden af te lossen. In veel gevallen lukt het zwerfjongeren niet om volgens de standaardtermijnen en -bedragen af te lossen. Zwerfjongeren hebben dus maatwerk nodig. Overheidsinstanties die, onder andere bij zwerfjongeren, schulden innen, willen deze schulden graag maatschappelijk verantwoord incasseren, bijvoorbeeld door maatwerk te bieden waar dat nodig is. Om te weten hoe het maatwerk in overheidsincasso’s bij schulden van zwerfjongeren beter kan, hebben we een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en knelpunten in maatwerk voor zwerfjongeren met schulden.

Hiervoor spraken wij met beleidsmakers en uitvoerders bij Belastingdienst, CAK, CIJB, DUO en UWV en met professionals in de (schuld)hulpverlening aan zwerfjongeren.

Welk maatwerk bieden overheidsinstanties?

De belangrijkste vormen van maatwerk binnen de onderzochte overheidsinstanties zijn persoonlijke betalingsregelingen en uitstel van betaling, mits aanvragers voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld een maximaal besteedbaar inkomen). Het gaat in wezen om gestandaardiseerd maatwerk, maatwerk dat onder bepaalde voorwaarden voor iedereen te ontvangen is. Voor zeer ingewikkelde casussen volstaat dit niet; daarvoor zijn er bij de Belastingdienst, CJIB, DUO en UWV speciale teams die deze zaken kunnen oppakken. Bij deze casussen moeten meerdere problemen samenkomen, eerdere oplossingen niet gewerkt hebben en de schuldenaar echt gemotiveerd zijn om mee te werken aan de oplossing. Het gaat dan om persoonsspecifiek maatwerk. Deze vorm van maatwerk is in zijn algemeenheid lastig te omschrijven, juist omdat er per situatie naar een oplossing wordt gezocht.

Waar knelt het maatwerk voor zwerfjongeren?

De gevonden knelpunten zijn samen te vatten in drie problemen. Ten eerste is het aangeboden maatwerk onvoldoende ingericht op de complexiteit van schulden van zwerfjongeren. Als iemand één schuld heeft, niet verwijtbaar heeft gehandeld en weet welk formulier ingevuld moet worden, is het goed mogelijk en vrij eenvoudig om een betalingsregeling op maat af te spreken. Maar de situatie van zwerfjongeren is vaak ingewikkelder en dan is maatwerk krijgen lastig. Eigenlijk zouden zwerfjongeren bij de teams voor ingewikkelde casussen moeten komen, maar het is voor zwerfjongeren en hun hulpverleners niet eenvoudig om bij deze teams terecht te komen. Ofwel: het knelpunt zit bij de toegang tot het persoonsspecifieke maatwerk.

Een tweede knelpunt is het ontbreken van een adresregistratie in de BRP. Wanneer er geen adres is kunnen schulden niet of nauwelijks geïncasseerd worden en zijn betalingsregelingen vaak niet mogelijk. Wanneer er een adresinschrijving komt, starten de overheidsorganisaties direct met het innen van schulden, bijvoorbeeld met een beslag op de uitkering. Hierdoor wordt de situatie van jongeren weer instabiel of trekken ze zich zelfs terug uit de hulpverlening.

Het derde knelpunt betreft de obstakels om de schulden te regelen via een schuldhulpverleningstraject. Door de ingewikkelde schuldensituatie en lage afloscapaciteit is een schuldhulpverleningstraject in veel gevallen noodzakelijk. Het blijkt echter lastig om voor zwerfjongeren een schuldregeling te treffen. Bij sommige gemeenten komen zwerfjongeren de schuldhulpverlening niet in; en wanneer dat wel lukt, worden voorstellen regelmatig afgewezen op vooral procedurele gronden, bijvoorbeeld omdat het niet voldoet aan de normen van NVVK.

Meer informatie?
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De staatssecretaris reageerde op het rapport in een brief over voortgang van de Brede Schuldenaanpak.

Voor (schuld)hulpverleners maakten we een wegwijzer die voor de onderzochte vijf overheidsinstellingen laat zien hoe het incassotraject loopt en welke maatwerkmogelijkheden er zijn.

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Bob.

Over dit onderzoek verscheen tevens het artikel Onderzoek naar maatwerk bij schulden van zwerfjongeren in Sociaal Bestek.

Evaluatie wijkteams Vlaardingen

Vlaardingen zet stevig in op de wijkteams, en dat werpt vruchten af. Onze evaluatie van de teams, die we samen met Cebeon uitvoerden, laat zien dat het steeds beter lukt om de transformatiegedachte via de wijkteams vorm te geven. Ook blijkt het mogelijk om hulpvragen in een eerder stadium af te vangen: onze benchmark laat zien dat met name voor jeugd minder wordt doorverwezen dan in vergelijkbare gemeenten en we zien positieve effecten op zelfredzaamheid. Ook blijken de investeringen die de gemeente in de wijkteams doet, realistisch.

De beweging die de gemeente met de wijkteams beoogt is zeker niet makkelijk en gaat met vallen en opstaan: systeemgericht werken en het op de juiste plek inzetten van de juiste expertise zijn belangrijke ontwikkelpunten voor de toekomst. Ook zijn de wijkteams deels afhankelijk van het goed functioneren van het voorliggend veld en de specialistische zorg, en op beide vlakken zien we knelpunten. Onze belangrijkste aanbevelingen richten zich dan ook op een goede differentiatie naar cliëntgroepen en het scheppen van de juiste randvoorwaarden in de voorzieningen waar de wijkteams voor hun functioneren mede van afhankelijk zijn.

Meer informatie?
Neem contact op met Katrien of lees de rapportage Evaluatie wijkteams Vlaardingen.

Nieuw onderzoekscahier arbeidsparticipatie jongeren met een beperking

Sinds 10 april is er een nieuw digitaal onderzoekscahier met relevant onderzoek naar arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking. Het cahier biedt snel en toegankelijk een overzicht van actueel onderzoek en helpt beleidsmakers gebruik te maken van beschikbare kennis op dit terrein.

 

Aansluiten bij uitvoeringspraktijk gemeenten

Vanaf 2015 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen van de arbeidsparticipatie van jongeren met een beperking die niet langer in de Wajong terecht kunnen. Om gemeentelijke beleidsmakers te helpen bij het maken van beleid voor deze ‘nieuwe’ doelgroep is een digitaal onderzoekscahier gemaakt. In het cahier zijn relevante onderzoeken gebundeld die sinds 2015 gedaan zijn en direct aansluiten bij de uitvoeringspraktijk van gemeenten. In het cahier is gemakkelijk en snel te zien welk onderzoek er per thema is en waar het onderzoek over gaat. Bovendien hebben de onderzoekers over elk onderzoek een korte beschrijving en toelichting gemaakt.

 

Betrokken organisaties

Het onderzoekscahier is een initiatief van de Vrije Universiteit, het Verwey-Jonker Instituut en Divosa, en is mede gefinancierd door Instituut Gak. Het cahier wordt ieder jaar in december aangevuld met recent onderzoek.

Betrokken organisaties zijn: Berenschot, Centerdata, De Beleidsonderzoekers, Inspectie SZW, Panteia, Regioplan, SBCM, SEO, Verwey-Jonker Instituut, Vrije Universiteit en Divosa.

 

Ga naar het onderzoekscahier arbeidsparticipatie jongeren met een beperking