Kansrijke maatregelen in de aanpak van personeelstekorten in onderwijs, zorg en kinderopvang voor de gemeente Haarlem

Nederland gaat momenteel gebukt onder grote krapte op de arbeidsmarkt. Ook in Haarlem doet zich dit tekort voelen. Voor de Rekenkamercommissie (2023) van de gemeente Haarlem voerden wij een verkennend onderzoek uit naar de aanpak van personeelstekorten in maatschappelijk essentiële sectoren.

Voor de Rekenkamercommissie (2023) van de gemeente Haarlem deden wij een verkennend onderzoek om voor de gemeenteraad inzichtelijk te maken welke mogelijkheden gemeenten – en vervolgens specifiek Haarlem – hebben om werkgevers te helpen bij het verkrijgen van personeel. De focus lag daarbij op de branches kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg; maatschappelijk essentiële branches.

Doel en aanpak

De vraag die de rekenkamercommissie stelde is of de gemeente op een of andere manier kan bijdragen aan de oplossing voor het tekort aan personeel. Wat mag een gemeente eigenlijk? Wat doet Haarlem al? Hoe doen andere gemeenten/regio’s dat, met welk effect? Antwoord op deze vragen maakt het voor de gemeenteraad mogelijk het onderwerp te agenderen, opties te benoemen en hiermee de werkgevers te steunen. Tegelijkertijd kan het hiermee ook haar eigen rol vervullen, te weten die van bestuur van een stad waar inwoners toegang behouden tot goed functionerende essentiële faciliteiten. Om tot een breed gedragen en bruikbare uitkomst voor de gemeente Haarlem te komen, is de volgende aanpak gevolgd:

  1. inventarisatie van bestaand beleid binnen de gemeente Haarlem (deskresearch en inventarisatiesessie met stakeholders);
  2. inventarisatie van mogelijkheden uit andere gemeenten (deskresearch en interviews met gemeenten); reflectie met stakeholders uit de gemeente Haarlem op het bestaande beleid en mogelijke kansrijke opties voor de gemeente (werksessie met stakeholders en interviews met werkgevers)

Doorkijk naar kansrijke mogelijkheden

De vraag naar personeel is door de gemeente niet heel eenvoudig te beïnvloeden, maar de matching tussen vraag en aanbod en het vergroten van het potentiële aanbod bieden daarbij mogelijk wel aanknopingspunten. Eén van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek is dat de gemeente meer en vaker een faciliterende en ondersteunende rol kan spelen in maatregelen die werkgevers in onderwijs, kinderopvang en zorg (al) treffen om personeelstekorten aan te pakken. Regionaal gebeurt al veel, maar voor de regio en gemeente zijn er nog kansen op het terrein van:

  1. Het aanboren van andere doelgroepen om het potentieel arbeidsaanbod te vergroten: in de regio is de match tussen het huidig arbeidspotentieel dat in beeld is (m.n. mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) uitgeput (voor onderwijs- en zorgbanen). Voor de regio is het potentieel kansrijk om doelgroepen waar een match mee wordt gezocht te verbreden naar (het groeiend aantal) anderstaligen (in de regio) en inwoners die zich willen omscholen. De gemeente kan hierin een meer faciliterende rol vervullen (zoals het bieden van taalondersteuning binnen de bestaande scholings-instroomtrajecten voor anderstaligen en het faciliteren van zichtbare wervingscampagnes voor onderwijs- en zorgbanen in regio Haarlem).
  2. Het structureel verankeren van goedlopende projecten: in de regio hebben de sectoren onderwijs, kinderopvang en zorg op project- en subsidiebasis al een aantal succesvolle zij-instroomtrajecten georganiseerd (zoals ‘dubbel diplomeren in het BSO’ en ‘anderstaligen in de zorg’). Er ligt een kans voor de gemeente om deze succesvolle trajecten structureel te verankeren in het beleid (onder meer door het beschikbaar stellen van structurele middelen en formatie).
  3. Wonen en parkeren in Haarlem toegankelijk(er) maken/houden: het is duidelijk dat het tekort aan (betaalbare huur- en koop)woningen in de gemeente een drempel is voor (startende) werknemers om voor Haarlemse onderwijs-, kinderopvang- en zorgwerkgevers te kiezen. De bestaande (pilot) voorrangsregeling voor (sociale) huurwoningen voor onderwijs- en zorgpersoneel is (nog) te beperkt en kan mogelijk uitgebreid worden. Ook kan de gemeente meer investeren in het faciliteren van alternatieve woonvormen waar wonen en werken in de sector worden gecombineerd. Invoering van betaald parkeren in Haarlem, wat de gemeente momenteel overweegt, zal het aantrekken (en behouden) van personeel voor de tekortsectoren nog ingewikkelder maken. Idealiter blijft dit uit of komt de gemeente werkgevers en werknemers tegemoet met alternatieve regelingen om de woon-werkpendel betaalbaar te houden (parkeervergunning, reiskostenvergoeding, betere ov-bereikbaarheid e.d.).
  4. Werken met een integraal afwegingskader voor beleidsmaatregelen: vanuit de verschillende portefeuilles van de gemeente kan beter afgewogen worden wat beleid en specifieke maatregelen beteken voor het (werken) in de maatschappelijk essentiële sectoren. Versterken specifieke maatregelen de problemen die nu in de sectoren worden ervaren of kunnen ze helpen om die te verlichten (bijvoorbeeld bij het bepalen van het parkeerbeleid, de inkoop van zorg, huisvesting van scholen e.d.)? Dit zou door middel van een (integraal) afwegingskader vorm kunnen krijgen.
  5. Het faciliteren van (meer) begeleiding/ondersteuning van kwetsbare doelgroepen naar de tekortsectoren: arbeidspotentieel dat vanuit een uitkeringssituatie de sector kan en wil instromen is terughoudend om de stap naar de sector te zetten. Dit heeft te maken met het verlies van inkomenszekerheid. Er ligt een kans voor de gemeente om deze groep meer ondersteuning te bieden in de vorm van maatschappelijke begeleiding (bv. administratieve ondersteuning m.b.t. wijzigingen in uitkeringen) en inkomensondersteuning (bv. tijdelijk behoud van uitkering, inzicht bieden in toekomstig inkomen e.d.).
  6. Meer en betere communicatie (over het beleid) richting werkgevers: de mate waarin de gemeente Haarlem werkgevers tijdig en transparant informeert over beleidsmaatregelen die (hun wervings- en personeelsbeleid en het werken in hun) sectoren beïnvloeden is nog niet op het gewenste niveau (bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van voordeelregelingen voor werknemers, terugkoppeling van onderzoeksresultaten e.d.). Hier ligt een kans voor de gemeente om meer periodieke gesprekken tussen de gemeenteraad en werkgevers te faciliteren.

Meer weten? Lees het volledig rapport of neem contact op met de onderzoekers.

Inspiratiedocument brede thuiszittersaanpak beschikbaar

Leerplichtorganisaties verschillen in hun rolopvatting en werkwijze als het gaat om thuiszitters. Het inspiratiedocument brede thuiszittersaanpak beschrijft ter inspiratie twee organisaties die gericht zijn op het leerrecht van thuiszitters bij geoorloofd verzuim.

Hoe te komen tot een aanpak gericht op het ondersteunen van jongeren die langdurig geoorloofd niet naar school gaan? Dit is de vraag die centraal stond in ons onderzoek voor Ingrado, de branchevereniging voor Leerplicht en Doorstroompunten. De Leerplichtwet  – het kader voor leerplichtorganisaties – focust op ongeoorloofd verzuimende jongeren. De groep jongeren die langdurig geoorloofd thuiszit, waaronder bijvoorbeeld jongeren die vanwege mentale klachten lange tijd niet naar school gaan en daar als ziek staan geregistreerd – is echter veel groter. Zij hebben uiteraard ook recht op onderwijs. Op basis van gegevens van gemeenten die zich inzetten voor dit recht, schat Ingrado dat deze groep acht keer zo groot is. Hoe kan deze omvangrijke groep jongeren toch de passende zorg en het onderwijs krijgen? Hoe kunnen gemeenten een zogenoemde brede thuiszittersaanpak, gericht op (het voorkomen van) langdurig geoorloofd thuiszitten, organiseren?

Ter inspiratie voor een dergelijke aanpak, beschrijven we in dit document twee organisaties die een dergelijke aanpak hebben ingericht. Beide organisaties hebben hun eigen aanpak en doelgroep, maar lopen ook tegen vergelijkbare zaken aan.  Zo lopen ze tegen het verschil aan tussen geoorloofd en ongeoorloofd verzuim, zou er meer mogelijk moeten zijn in het creëren van onderwijs-zorgarrangementen en is de huidige thuiszittersdefinitie van de Inspectie van het Onderwijs in hun ogen te smal. Verder zijn onder meer bestuurlijk commitment op alle niveaus en accuraat actueel inzicht in de cijfers cruciale uitgangspunten.

Meer weten? Lees hier het inspiratiedocument of neem contact op met Jos Lubberman.

 

Brede thuiszittersaanpak

Doel van het rapport – dat is opgesteld in opdracht van Ingrado – is om leerplichtorganisaties die de omslag naar leerrecht willen maken van input en inspiratie te voorzien. Daarom zijn twee werkwijzen van leerplichtorganisaties met een brede thuiszittersaanpak zo concreet mogelijk beschreven.

Daarbij is ervoor gekozen de belasting voor de organisaties zelf tot een minimum te beperken door eerst deskresearch uit te voeren op documentatie van de organisaties . Vervolgens is de casus nader in beeld gebracht in een groepsgesprek met vertegenwoordigers van de leerplichtorganisatie. De resultaten zijn verwerkt in geanonimiseerde casebeschrijvingen die met enkele vertegenwoordigers van andere leerplichtorganisaties zijn doorgenomen. Daarbij is gekeken of de beschrijvingen input leveren voor de leerplichtorganisatie voor een eigen aanpak, of de beschrijvingen helder zijn en of er nog eventuele aanvullende vragen zijn om in te vullen, zodat de teksten aanzetten tot inspiratie. Deze reacties zijn vervolgens weer besproken met de twee leerplichtorganisaties, wat heeft geleid tot verhelderingen en aanvullingen in de beschrijvingen.

Organisatie 1 richt zich op jongeren die ingeschreven staan op een school en geoorloofd structureel langer dan vier weken aaneengesloten) minder dan 50% onderwijs volgen. Daarbij zijn er vijf uitgangspunten leidend voor de uitwerking en wordt gewerkt vanuit een visie op leerrecht in plaats van leerplicht.

De werkwijze van organisatie 2 kenmerkt zich door een brede en vroegtijdige preventieve aanpak. Daarin zijn niet alleen afspraken gemaakt over het melden van ongeoorloofd verzuim voordat het wettelijk aantal uren bereikt is, maar ook over het vroegtijdig in beeld krijgen van zorgelijk geoorloofd verzuim. Deze preventieve aanpak is opgesteld vanuit zes bouwstenen en nadrukkelijk onderdeel van het voorkomen dat kinderen/jongeren langdurig – geoorloofd dan wel ongeoorloofd – thuis komen te zitten. In deze aanpak staat daarmee schoolaanwezigheid in plaats van schoolverzuim centraal.

Meer weten? Lees hier de publicatie van ons onderzoek of neem contact op met Jos Lubberman.

 

Goed geïnformeerd uit elkaar met kinderen?

In april 2023 ging de website uitelkaarmetkinderen.nl (het DigiPlein) online. Het doel van het DigiPlein is om ouders en professionals te helpen een scheiding beter te laten verlopen, zodat de kinderen er zo min mogelijk schade van ondervinden. In opdracht van het WODC, evalueerden we samen met Motivaction in hoeverre de website aan dit doel bijdraagt.

Het DigiPlein is een van de opbrengsten van het landelijke programma Scheiden Zonder Schade, dat moet bijdragen aan het beter laten verlopen van scheidingen en het terugdringen van het aantal complexe scheidingen. In het kader van dit programma is onder andere het DigiPlein ontwikkeld: een website waar ouders en professionals terecht kunnen voor betrouwbare informatie over de diverse thema’s die bij een scheiding komen kijken. Daartoe behoren thema’s als financiën, juridische vraagstukken en emotionele ondersteuning van ouders en kinderen. Een toegankelijk en compleet informatieaanbod moet voorkomen dat ouders tijdens een scheiding overweldigd raken door een overvloed aan versnipperde informatie en dat professionals langs elkaar heen werken.

Onze evaluatie van het DigiPlein bestond uit een reconstructie van de beoogde werking van de website, gecombineerd met literatuuronderzoek naar wetenschappelijke inzichten over goede scheidingsvoorlichting. Vervolgens hebben we onderzocht of de website in de praktijk ook werkt zoals beoogd. Daarvoor hebben we interviews en enquêtes afgenomen onder ouders en professionals. Een rode lijn in onze onderzoeksbevindingen was daarbij dat het DigiPlein inhoudelijk goed aansluit op de behoeften van ouders, maar dat meer bekendheid van de website nodig is om de effectiviteit te verhogen.

Op basis van dit onderzoek hebben we een aantal aanbevelingen gedaan, die zich met name richten op hoe het bereik van de website kan worden verbeterd en de wijze waarop professionals hierbij kunnen worden betrokken.

Meer weten? Download hier dan het hele eindrapport en de bijbehorende factsheet, of neem contact op met onderzoekers Katrien de Vaan of Niek van Ansem.

 

 

Nieuw werkpakket gepubliceerd: Bouwstenen voor sterke lokale teams op veiligheid

Op 6 maart is het werkpakket op basis van de ‘Leidraad Werken aan Veiligheid’ gepubliceerd! Dit pakket helpt gemeenten bij de inrichting van stevige lokale teams op het thema veiligheid.

Als lid van de Expertgroep ‘Leidraad Werken aan Veiligheid’ heeft Katrien de Vaan dit werkpakket ontwikkeld, samen met Els van der Weele, Marieke Blanken en Trijntje Kootstra. De afgelopen vijf jaar heeft de Expertgroep – als strategische adviseurs en projectleiders – al meer dan 50 gemeenten ondersteund bij de implementatie van de Leidraad.

Met dit nieuwe werkpakket bieden we vijf bouwstenen om dit fundament verder te versterken. Heb je vragen of behoefte aan ondersteuning binnen jouw gemeente? Neem dan gerust contact op met Katrien!

Beyza Avcu BSc

Als projectondersteuner bij Regioplan ben ik betrokken bij uiteenlopende onderzoeken naar maatschappelijke vraagstukken binnen verschillende domeinen. Mijn interesse gaat vooral uit naar jeugd en het sociaal domein, waar mijn orthopedagogische achtergrond mij helpt om de dynamieken en uitdagingen binnen deze thema’s beter te begrijpen. Ik ondersteun onderzoekers bij hun onderzoeksprocessen en methodes, zodat de resultaten niet alleen wetenschappelijk onderbouwd zijn, maar ook praktisch toepasbaar.

Wat mij drijft, is de overtuiging dat goed onderzoek de basis vormt voor blijvende verandering. Jongeren verdienen de juiste ondersteuning en kansen om zich optimaal te ontwikkelen, zowel op persoonlijk als maatschappelijk vlak. Door onderzoek te vertalen naar concrete aanbevelingen, wil ik bijdragen aan beleidsoplossingen die niet alleen het systeem versterken, maar vooral jongeren helpen om een stabiele en kansrijke toekomst op te bouwen.

Inventarisatie capaciteit zorg en welzijn Caribisch Nederland

Op dit moment is er een tekort aan zorgprofessionals in Caribisch Nederland. In combinatie met de toenemende vergrijzing en de verwachte toename van de zorgvraag, zal ertoe leiden dat het tekort wellicht zal toenemen en vraagt om maatregelen die het (toekomstige) tekort aan zorgpersoneel kunnen oplossen. Regioplan gaat hiervoor, in opdracht van het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport – directie Zorg en Jeugd Caribisch Nederland, onderzoek doen naar de huidige capaciteit en eventuele capaciteitstekorten van zorg- en welzijnsinstellingen op de BES-eilanden.

 

Onderzoeksactiviteiten

Het doel van het onderzoek is om op te halen wat de huidige personele capaciteit is van de zorg- en welzijnsinstellingen, de in- door- en uitstroom in de zorg en welzijnsfuncties inzichtelijk te maken. Op basis van die gegevens maken we vervolgens een inschatting van welke capaciteit nodig is voor een passend en dekkend aanbod van zorg en welzijn in 2035 op de BES-eilanden.

Voor het onderzoek voeren we allereerst een documentanalyse uit (gericht op het in beeld brengen van de huidige capaciteit in zorg en welzijn, evenals de relevantie demografische, sociale en medische ontwikkelingen op de BES-eilanden en het huidige en toekomstige beleid inzake zorg en welzijn op de eilanden) en voeren we verdiepende gesprekken met professionals in zorg en welzijn. Vervolgens vragen we zorgorganisaties om via een digitale enquête hun huidige capaciteit te rapporteren en een inschatting te maken van de huidige en toekomstige tekorten.

De resultaten van het onderzoek zullen we verwerken in een rapportage die we presenteren en bespreken met een delegatie van (zorg)organisaties van de drie eilanden.

Evaluatie aanpak valpreventie Gemeente Den Haag

Valongevallen vormen een belangrijk probleem onder senioren. Valongevallen kunnen leiden tot letsel bij ouderen en kunnen daarnaast zorgen voor angst om opnieuw te vallen. Hierdoor kan de zelfredzaamheid van senioren aanzienlijk afnemen, bepaalde activiteiten kunnen of durven zij niet meer alleen te ondernemen. Hierdoor moeten zij vaker een beroep doen op (mantel)zorg of is er sneller een opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis nodig. De verwachting is dat, ook in Den Haag, het aantal inwoners met een verhoogd valrisico op blijft lopen.

Aanpak valpreventie ‘Den Haag blijft staan’

De gemeente Den Haag maakt voor de valpreventie-aanpak gebruik van de aanpak ‘Den Haag blijft staan’ van Sportief Plus. Met deze aanpak wordt beoogd meer bewustwording, meer zelfvertrouwen en minder beweegangst te creëren. Het doel van de valpreventietraining is dat senioren uiteindelijk minder zullen vallen waardoor de zorgkosten lager zijn en ze langer thuis kunnen wonen met een hogere kwaliteit van leven. De training richt zich daarom op het stimuleren van duurzaam ander gedrag in een veiligere omgeving.

Onderzoek

Het doel van dit onderzoek is om na te gaan of, maar vervolgens met name ook op welke manier, de aanpak ‘Den Haag blijft staan’ werkt. Om dit te onderzoeken zijn er allereerste relevante gemeentelijke beleidsstukken bestudeerd en is er een werksessie gehouden met de betrokken beleidsmedewerkers en medewerkers van Sportief Plus om de beoogde werking van de aanpak in kaart te brengen. Om na te gaan of dit in de praktijk ook zo werkt zijn (telefonische) interviews met deelnemers van de trainingen gehouden, heeft een groepsgesprek met stakeholders plaatsgevonden, zijn onderzoekers aanwezig geweest bij een aantal trainingen, is er een vragenlijst onder zowel de trainers als de deelnemers gehouden. Om de effecten op de langere termijn inzichtelijk te maken zijn deelnemers een jaar na deelname nogmaals (telefonisch) geïnterviewd.

Resultaten

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden gesteld dat de training effectief is:
• over het algemeen scoren de deelnemers aan het eind van de training beter op de balans oefeningen dan aan het begin van de training;
• Na een jaar geeft 69 procent van de respondenten aan in de afgelopen twaalf maanden niet te zijn gevallen; degenen die wel zijn gevallen zeggen dat dit niet meer is dan voorheen;
• De valpreventie heeft daarnaast de zelfverzekerdheid van deelnemers bij het bewegen aanzienlijk vergroot;
• Inhoudelijk wordt de training door deelnemers hoog gewaardeerd op laagdrempeligheid, door de mate waarin de oefeningen aansluiten op hun individuele niveau.

Meer weten?
Neem dan contact op met Coco Bastiaansen of lees hier het eindrapport!

Daar waar er een wil tot regie is, is er een weg!

Landelijke hervormingen zoals beoogd met het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming
en de Hervormingsagenda Jeugd gaan de komende jaren veel vragen van gemeenten.
Gemeenten krijgen een grotere rol in het organiseren én bieden van passende hulp aan hun
inwoners, waaronder jeugdigen en gezinnen. Concreet houdt dit in dat de lokale teams van
gemeenten meer verantwoordelijkheden krijgen, en zowel basale hulpvragen als hulpvragen die
meer specialisme vereisen moeten kunnen oppakken. Complexe casuïstiek is een voorbeeld van casuïstiek die meer specialisme vereist. Regie op complexe casuïstiek helpt om effectieve hulpverlening van de grond te krijgen: dat is een belangrijk inzicht uit onze onderzoeken en uit de Online Kenniskamer die wij organiseerden voor gemeenten, waarover we dit artikel schreven! 

 

Belang van regie op complexe casuïstiek

Bij complexe casuïstiek spelen er bij inwoners tegelijkertijd problemen op meerdere leefgebieden, zoals financiële problemen, opvoedproblematiek en psychische problematiek. Deze problemen houden doorgaans verband met elkaar. De hulpverlening is dan gebaat bij een integrale aanpak vanuit een systeemgerichte blik, die is gebaseerd op een diepgaande analyse van de problematiek. Wat we in de praktijk echter veel in complexe casussen zien gebeuren, is dat deze wijze van hulpverlening niet goed tot stand komt. Er zijn dan meerdere hulpverlenende partijen aangehaakt die allemaal actief zijn op hun eigen stukje expertise, zonder dat er (voldoende) verbinding tussen hulpverleningstrajecten wordt gelegd. Dat maakt de hulpverlening ineffectief en leidt tot veel frustraties bij zowel cliënten als hulpverleners.

Complexe casuïstiek vraagt om een stevige vorm van regie door capabele regisseurs die
weliswaar zelf slechts beperkt hulp bieden, maar die wel over hulpverleningsvaardigheden
moeten beschikken om te komen tot een effectieve aanpak. Het is aan gemeenten om deze
vorm van regie in te richten, vanuit de wettelijke verantwoordelijkheden die zij hebben op het
gebied van zorg en ondersteuning. Het inrichten van stevige regie op complexe casuïstiek kan
onderdeel zijn van een algehele herziening van het lokaal veld. Dat is iets waar actuele
ontwikkelingen momenteel om vragen, ontwikkelingen die door de VNG zijn vervat in het
Richtinggevend Kader Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening.

Stevige regie betekent dat er iemand is – de regisseur – die vanuit een diepgaande analyse het
voortouw neemt om te komen tot integrale en systeemgerichte hulp en de verbindingen legt die
nodig zijn om tot duurzame oplossingen te komen. Stevige regie houdt in dat een regisseur het
centrale aanspreekpunt wordt voor álle betrokkenen in een casus – cliënt(en) en hulpverleners –
en de hulp coördineert vanuit een alomvattende probleemanalyse, die sámen met cliënten tot
stand is gekomen. Hulpverlening vindt dan in samenhang plaats, zorgt ervoor dat problemen in
de kern worden aangepakt en dat iedereen daar zijn verantwoordelijkheid in neemt.

 

Lessen uit de Online Regioplan Kenniskamer over ‘Regie op complexe casuïstiek’

In verschillende van onze onderzoeken brachten wij de werkzame elementen van regie in kaart.
Om deze kennis te delen, organiseerden we in mei 2024 een Online Kenniskamer voor
gemeenten, waarin we het met hen hadden over de mogelijkheden, succesverhalen én
knelpunten rondom regie op complexe casuïstiek. Want hoewel regie een effectief middel kan
zijn om in dit soort casuïstiek verder te komen, is het effectief inrichten ervan makkelijker gezegd
dan gedaan. Dit effectief inrichten vraagt namelijk allereerst een zeker geloof in het effect dat
met regie kan worden bereikt. Te vaak horen we echter in onze onderzoeken terug dat ‘de
mogelijkheden in het vrijwillig kader nu eenmaal beperkt zijn’. Dergelijke opvattingen zorgen
ervoor dat regie geen echte kans krijgt. Om die kansen te creëren is het cruciaal dat gemeenten zelf de regie nemen over de implementatie van regie op complexe casuïstiek. Wil je meer weten over lessen uit ons onderzoek over hoe je als gemeente regie effectief kunt implementeren? Lees dan ons artikel over de opbrengsten uit de Online Kenniskamer!

Meer weten over ons onderzoek op dit thema? Neem dan contact op met Katrien de Vaan!

Onderzoek naar het beter beschermen van huishoudens met kinderen tegen afsluitingen van drinkwater- en energie

Afgelopen jaar heeft Regioplan, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en het Ministerie van Economische Zaken, onderzoek gedaan naar de vraag of en wat er nodig is om kinderen beter te beschermen tegen de afsluiting van drinkwater en energie. Middels interviews met experts en betrokkenen en kwantitatieve data van onder andere het CBS hebben we onderzocht wat er nodig zou zijn om huishoudens met kinderen beter te beschermen tegen afsluiting van drinkwater en energie. Daarnaast hebben we een internationale verkenning uitgevoerd om maatregelen uit het buitenland te beschrijven en daarmee oplossingsmogelijkheden voor Nederland te onderzoeken. Specifiek daarbij hebben we de mogelijkheden voor een drinkwaterfonds onderzocht.

De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot een aantal aanbevelingen zoals:

  • Optimaliseren van het (vroeg)signaleringsproces door de signalen die drinkwaterbedrijven en gemeenten uitwisselen te harmoniseren: bijvoorbeeld door middel van een minimaal bedrag en een minimaal aantal maanden betalingsachterstanden voor een vroegsignaal, informatie over de aanwezigheid van kinderen en verplicht drinkwaterbedrijven om een afsluitsignaal te sturen voordat zij tot afsluiting overgaan.
  • Optimaliseer de afsluitregeling drinkwater naar voorbeeld van de afsluitregeling energie.
  • Verken de mogelijkheid van schuldenbewind om mensen te beschermen tegen verdere financiële problemen.
  • Het overwegen om kinderen op te nemen onder de definitie van kwetsbare afnemers in de afsluitregeling voor drinkwater.

Op basis van onder andere onze aanbevelingen gaat het kabinet aan de slag met het verbeteren van het sociaal incassoproces en de afsluitregeling voor drinkwater.

De volledige reactie van de ministers kun je in deze kamerbrief lezen.

Hier kun je ons volledige rapport lezen. Voor meer informatie of vragen kun je contact opnemen met Coco Bastiaansen MSc.