In hoeverre werkt inburgering vanuit het perspectief van de inburgeraars?

Mensen die voor lange tijd met een verblijfsvergunning in Nederland komen wonen, moeten Nederlands leren en weten hoe de samenleving in elkaar zit. In opdracht van het ministerie van SZW gaan Regioplan, OpenEmbassy en BMC de komende tijd onderzoek doen naar de ervaringen van deze inburgeraars. Het doel: goed zicht krijgen op potentiële verbeteringen in de wet- en regelgeving rondom inburgering en in de uitvoering van de inburgeringswetten Wi2021 en Wi2013.

Zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst met betaald werk: in een notendop is dat het doel van de Wet inburgering (Wi2021) die vorig jaar van kracht werd. De Wi2021 is de opvolger van eerdere inburgeringswetten, waaronder de Wi2013 uit 2013.

Het perspectief van inburgeraars is nog nooit op een grootschalige en systematische wijze onderzocht en gedocumenteerd. Om die reden wil het ministerie van SZW nu graag weten in hoeverre de wet- en regelgeving rondom inburgering ook ‘werkt’ voor de inburgeraars zélf.

Beter zicht

In opdracht van het ministerie gaan Regioplan, OpenEmbassy en BMC de komende tijd onderzoek doen naar het perspectief van inburgeraars, vertelt projectleider Miranda Witvliet van Regioplan. “Via onder meer vragenlijstonderzoek, actieonderzoek, expertpools en diepte-interviews willen we inzicht krijgen in de ervaringen van inburgeraars met de verschillende onderdelen van het inburgeringsstelsel. Wat zijn de percepties en verwachtingen van inburgeraars als het gaat om snel en volwaardig meedoen? In hoeverre sluiten het aanbod en de begeleiding aan bij hun individuele behoeften en mogelijkheden? En: welke praktische belemmeringen ervaren ze?”

Deze en tal van andere vragen keren in het onderzoek terug, schetst Miranda. “We willen graag vaststellen in hoeverre de inburgering heeft bijgedragen aan de realisatie van zowel het maatschappelijk doel als de beleidsdoelen. Om hier een goed beeld van te krijgen benaderen we een grote groep inburgeraars, onder ander via het netwerk aan gemeenten.”

Meer weten?

Neem dan contact op met Miranda.

Nieuw onderzoek: synthesestudie naar het Nederlandse integratiebeleid

Hoe heeft het Nederlandse integratiebeleid zich ontwikkeld in de afgelopen twintig jaar? En in hoeverre is er daarbij sprake geweest van effectief beleid? Om hier goed zicht op te krijgen brengen we de komende tijd – in opdracht van het ministerie van SZW – het uitgevoerde integratiebeleid in de periode 2000-2021 in kaart.

Integratiebeleid in de brede zin staat centraal bij het bevorderen van de positie van groepen met een migratieachtergrond in de Nederlandse samenleving, maar ook bij het waarborgen van sociale cohesie, verbinding, en anti-discriminatie.

In opdracht van het ministerie van SZW voeren wij nu een synthesestudie uit naar het uitgevoerde integratiebeleid in de periode 2000 – 2021. Daarbij gaan we in op de mate van doelbereik, doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende beleidsonderdelen. Specifiek richten we ons daarbij op de drie hoofddomeinen van het integratiebeleid: inburgering, participatie, en samenleven.

Voor deze studie voeren we een literatuurstudie uit en interviewen we verschillende betrokkenen en experts. Om de effectiviteit van de uitgevoerde beleid in kaart te brengen, maken we daarnaast gebruik van evaluaties en andere studies naar de uitvoering van de verschillende beleidsonderdelen.

Meer weten?

Het eindrapport wordt eind dit jaar opgeleverd. Meer weten over het onderzoek? Neem dan contact op met Miranda.

Synthesestudie resultaten integratiebeleid

Integratiebeleid in de brede zin staat centraal bij het bevorderen van de positie van groepen met een migratieachtergond in de Nederlandse samenleving, maar ook bij het waarborgen van sociale cohesie, verbinding, en anti-discriminatie. In opdracht van het ministerie van SZW voeren wij een synthesestudie uit naar het uitgevoerde integratiebeleid in de periode 2000–2021.

Voor deze synthesestudie schetsen wij allereerst een beeld van het uitgevoerde integratiebeleid in drie domeinen, namelijk inburgering, participatie en samenleven. Vervolgens onderzoeken we in hoeverre er sprake is van doelbereik, doeltreffendheid, en doelmatigheid van het beleid.

Hiervoor maken we gebruik van bronnen en data met betrekking tot de totstandkoming en ontwikkeling van het integratiebeleid, bijvoorbeeld kamerbrieven. Daarnaast gaan we ook in gesprek met verschillende betrokkenen vanuit de ministeries van SZW en OCW om de onderbouwing van het beleid in kaart te brengen.

Vervolgens maken wij gebruik van bestaande beleidsevaluaties om doelbereik, doeltreffendheid, en doelmatigheid van het beleid in kaart te brengen. Tot slot schrijven wij een synthesestudie over de ontwikkeling en evaluatie van alle drie beleidsdomeinen in de periode 2000-2021.

Hier bouwen we voort op een eerder door Regioplan uitgevoerde synthesestudie naar integratiebeleid.

Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen: oplossing voor 18 procent van deelnemende migranten

Van de 1.258 migranten die uitstroomden uit de pilot Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV), werd voor 18 procent een ‘bestendige oplossing’ gevonden. Daarnaast had de pilot positieve maatschappelijke effecten én verbeterde de samenwerking tussen de betrokken partijen. Dit blijkt uit de eindevaluatie van de pilot die we uitvoerden in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Komen tot een bestendige oplossing en perspectief voor migranten zonder recht op verblijf of Rijksopvang: dat is het doel van de pilot Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) van het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Door deelnemende migranten te begeleiden naar zelfstandige terugkeer, doormigratie of (indien aan de orde) legalisering van verblijf, wordt de
bijbehorende zorg- en of veiligheidsproblematiek aangepakt, zo is het idee.

De pilot ging medio 2019 van start in de gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Rotterdam en Utrecht. Tot afgelopen juli namen in totaal 2.065 migranten uit de doelgroep eraan deel.

Wat leverde de pilot op?

• Uiteindelijk werd voor 18 procent van de 1.258 uitstromende migranten een bestendige oplossing gevonden. Hun aanvraag voor een verblijfsvergunning is toch ingewilligd, zij zijn begeleid bij zelfstandige terugkeer naar het land van herkomst, of er was sprake van doormigratie naar een ander land.

• Daarnaast werd voor 41 procent een ‘semi-bestendige’ oplossing gevonden. Deze migranten dienden een nieuwe asielaanvraag in; bijvoorbeeld omdat er iets veranderde in hun persoonlijke situatie of in hun land van herkomst, of omdat er sprake was van uitstel van vertrek vanwege medische redenen.

• Voor de overige 41 procent van de uitgestroomde deelnemers is geen oplossing gevonden.

Overige effecten

De LVV heeft ook andere maatschappelijke effecten, zo blijkt uit ons onderzoek.

• Zo verbeterde het welzijn van veel deelnemers, doordat zij door de opvang meer zekerheid en minder stress en onrust ervaren.

• Door de pilot leven nu minder migranten op straat. Dat leidt tot een betere openbare orde en een groter gevoel van veiligheid.

• Ten slotte heeft de LVV ervoor gezorgd dat er nu meer zicht is op de problemen van de deelnemende migranten, waardoor deze ook geagendeerd kunnen worden bij de landelijke politiek.

Betere samenwerking

Verder blijkt uit onze evaluatie dat de samenwerking tussen de bij de LVV betrokken partijen – waaronder de vijf pilotgemeenten, ngo’s, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) – is verbeterd sinds de start van de LVV. Vóór de start van de pilot werkten deze partijen niet tot nauwelijks samen.

Tegelijkertijd zagen we dat er toch ook nog vaak sprake was van tegengestelde visies tussen partijen, onder meer als het gaat om het (gedwongen) vertrek van deelnemende migranten.

Uniforme werkwijze gewenst

De pilot loopt nog tot eind 2022. Onze evaluatie biedt input voor het besluit over een eventuele landelijke uitrol van de LVV. Een van onze aanbevelingen is dat, voor de uitvoerbaarheid van een landelijke uitrol, meer uniformiteit in de werkwijze is gewenst. Op die manier kunnen ook andere gemeenten de LVV-aanpak adopteren. Ook voorkomt zo’n uniforme werkwijze dat migranten gaan ‘shoppen’ door zich aan te melden bij verschillende LVV’s.

Meer weten?

In ons eindrapport lees je meer over onze evaluatie van de pilot LVV.

“Mensen lijken veel meer op elkaar dan ze denken”

Even voorstellen: Marina Lazëri (30). Als onderzoeker heeft ze een brede blik en is ze – zowel bij Regioplan als daarbuiten – gefascineerd door thema’s als migratie, identiteit en diversiteit.

Een opleiding aan het University College Utrecht bracht Marina twaalf jaar geleden vanuit haar geboorteland Albanië naar de Domstad. Aansluitend voltooide ze in dezelfde stad de master Migration, Ethnic Relations and Multiculturalism. En inmiddels is ze – nadat ze een tijdje lesgaf aan de Universiteit Utrecht – aan de Vrije Universiteit Amsterdam begonnen met een promotieonderzoek rondom migratie, diversiteit en nationale identiteit.

Superdiversiteit

Een onderwerp dat dicht bij haar staat, vertelt ze. “Zelf ben ik natuurlijk ook een migrant. Toch ben ik niet zozeer geïnteresseerd in het perspectief van de migrant zelf, maar vooral in dat van de níet-migrant. Zo richt mijn promotieonderzoek zich op mensen zónder migratieachtergrond die in zogenoemde ‘superdiversiteit’ leven.”

“Dat wil zeggen dat deze mensen ergens wonen – in grote steden als Amsterdam en Rotterdam bijvoorbeeld – waar er geen strikt dominante groep meer is en waar zij dus ook niet langer de meerderheid vormen. Tegelijkertijd zijn niet-migranten – oftewel mensen zonder migratieachtergrond – in Nederland als gehéél natuurlijk wél nog de dominante groep. Wat betekent dit voor hoe mensen zonder migratieachtergrond in superdiversiteit denken over diversiteit? In hoeverre worden de opvattingen van deze mensen gevormd door de omgeving waar ze wonen? Hoe is die wisselwerking?”

Nationale identiteit

Marina’s onderzoek richt zich voornamelijk op nationale identiteit. “Hoe mensen nationale identiteit definiëren, heeft veel te maken met de manier waarop zij die identiteit begrenzen. Voor veel mensen is het vaak vrij vaag en ontastbaar wat die identiteit precies inhoudt, maar de begrenzing van identiteit is vaak vrij duidelijk voor mensen. Daar hechten ze ook veel betekenis aan.”

“Zo beweren mensen vaak dat er fundamentele verschillen bestaan tussen zichzelf en anderen die buiten deze grenzen vallen. Maar als je beter kijkt, zie je dat we die grenzen vaak op dezelfde manier construeren – ongeacht waar we vandaan komen of waar we leven. De onderliggende processen zijn dus overal grotendeels hetzelfde, en nationale identiteit bestaat dus ook vaak uit dezelfde bouwstenen. Denk bijvoorbeeld aan hoe veel landen taal gebruiken om nationale identiteit te begrenzen. Op een fundamenteel niveau lijken we dus stiekem véél meer op elkaar dan we denken, en dat gegeven fascineert me enorm.”

Recentelijk is ook een artikel van Marina gepubliceerd, waarbij ze de Nederlandse nationale identiteit onderzoekt. “Deels laat dit onderzoek ook zien hoe vasthoudend de grenzen van nationale identiteit zijn. Maar, geen spoilers: je kunt mijn artikel zelf online lezen.”

Diversiteit en inclusie

Marina besteedt nu nog één dag per week aan haar promotieonderzoek; de overige vier dagen werkt ze sinds mei als onderzoeker binnen ons team Mens & Samenleving. Een van de onderzoeken waaraan ze meewerkt richt zich op succesvolle inclusie-interventies bij de rijksoverheid. “Het is goed om te zien dat onderwerpen als diversiteit en inclusie tegenwoordig echt op de agenda staan, vanuit de gedachte dat iedereen een plek moet kunnen vinden binnen de rijksoverheid.”

Nieuwkomers en werk

“Een ander onderzoek richt zich op nieuwkomers en werk. Veel nieuwkomers ondervinden belemmeringen op de arbeidsmarkt omdat hun professionele achtergrond niet goed matcht met de vraag op de Nederlandse arbeidsmarkt. Tal van projecten proberen daar iets aan te doen door vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen. Ons onderzoek richt zich op dit soort, door OpenEmbassy gesteunde projecten. In hoeverre lukt het om mensen daadwerkelijk aan werk te helpen?”

Relevante onderwerpen

Een enorm interessant onderzoek, vindt Marina. “Dat is het mooie aan het werken bij Regioplan: je krijgt de kans om je in sneltreinvaart te verdiepen in tal van maatschappelijk relevante onderwerpen. Wat dat betreft is de dynamiek heel anders dan bij een promotieonderzoek, waarbij je jezelf jarenlang vastbijt in één onderwerp en maar blijft kauwen en herkauwen. Het heeft allebei zijn charme.”

Korte verhalen

Naast haar werk bij Regioplan en haar promotietraject heeft Marina nóg een bezigheid die een aanzienlijk deel van haar tijd opslokt: het schrijven van fictie. “Dat is een uit de hand gelopen coronahobby, haha. Ik schrijf vooral korte verhalen, die vaak een link hebben met mijn thuisland Albanië en waarin ik ook thema’s als migratie en heimwee verken. Vorig jaar publiceerde online magazine Vers Beton nog een verhaal van mij en een co-auteur. Dit keer niet over migratie, maar wél in de beste traditie van Nederlandstalige literatuur.”

Nieuw onderzoek naar belemmeringen voor werkzoekende asielzoekers

Welke belemmeringen ervaren asielzoekers als ze willen toetreden tot de Nederlandse arbeidsmarkt? Dat is de centrale vraag in een onderzoek dat we de komende maanden uitvoeren in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Binnen het onderzoek kijken we onder meer naar de zogenoemde 24 weken-eis, die bepaalt dat asielzoekers – als aan bepaalde aanvullende voorwaarden is voldaan – binnen een tijdsbestek van 52 weken maximaal 24 weken betaald mogen werken. In hoeverre belemmert deze eis de toetreding van asielzoekers tot de arbeidsmarkt? En: welk effect zou een eventuele aanpassing of afschaffing van deze maatregel hebben?

Voor het onderzoek analyseren we de komende maanden tal van data (waaronder een bestandanalyse van de tewerkstellingsvergunningen). Daarnaast interviewen we onder meer diverse experts en bevragen we asielzoekers en statushouders over hun ervaringen en ideeën. Voor de juridische analyse werken we samen met prof. mr. Lieneke Slingenberg, hoogleraar Migrants and the Rule of Law bij de VU.

Het eindrapport wordt begin volgend jaar verwacht.

Meer weten?
Neem dan contact op met projectleider Miranda Witvliet.

Onderzoek: beter zicht op uit beeld geraakte inburgeraars

Een deel van de inburgeringsplichtingen onder de Wet inburgering 2007 is nog steeds niet ingeburgerd. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) brengen we deze groep momenteel in beeld en formuleren we oplossingen om deze mensen alsnog te laten uitstromen uit hun inburgeringstraject.

Zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst met betaald werk: in een notendop is dat het doel van de nieuwste Wet inburgering (Wi2021) die vorig jaar van kracht werd. Inburgeraars die onder deze nieuwe wet vallen, maken verplicht een zogenoemde Leefbaarheidstoets. Daarnaast stelt elke inburgeraar – samen met de gemeente – een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op.

Niet meer actief

De Wi2021 is de opvolger van eerdere inburgeringswetten uit 2013 (de Wi2013) en 2007 (de Wi2007). Op dit moment zijn er in Nederland nog zo’n 7.500 personen die oorspronkelijk onder de Wi2007 vielen, maar die – om wat voor reden dan ook – nog steeds niet aan hun inburgeringsplichten hebben voldaan. Deze inburgeraars zijn doorgaans niet meer actief in een inburgeringstraject en zijn vaak ook buiten beeld geraakt van de gemeente.

Beter zicht

Het ministerie van SWV wil deze groep mensen graag beter in beeld krijgen en beter zicht krijgen op hun situatie en beweegredenen. Deze inzichten kunnen wellicht leiden tot oplossingen om deze groep mensen alsnog te laten uitstromen.

Het ministerie heeft Regioplan gevraagd om dit onderzoek op te zetten en uit te voeren. Voor het onderzoek – dat inmiddels van start is gegaan en dat we naar verwachting eind dit jaar afronden – gaan we in gesprek met de doelgroep en spreken we daarnaast met gemeenten over hun wensen en mogelijkheden.

Het onderzoek wordt eind 2022 afgerond met een eindrapportage. Uiteraard delen we te zijner tijd onze belangrijkste bevindingen en aanbevelingen.

Meer weten?

Neem dan contact op met Miranda of Gianni.

“Migratie is van alle tijden”

Sinds 1 september maakt Job Velseboer (26) deel uit van ons team Mens & Samenleving, waar hij onderzoek verricht op het snijvlak van migratie, inburgering en diversiteit. “Het is de taak van de onderzoeker om orde te scheppen in de chaos.”

Na zijn bachelor Interdisciplinaire Sociale Wetenschappen aan de UvA volgde Job eerst de master Sociologie, met als specialisatie migratie. “Ik heb het altijd enorm interessant gevonden hoe mensen samenleven in een wereld die bol staat van de verschillende perspectieven, inzichten en achtergronden. Parallel daaraan vind ik het interessant om te onderzoeken hoe groepen mensen kunnen samenleven in een land dat steeds diverser wordt.”

Polarisatie

Migratie en diversiteit zijn natuurlijk hele actuele onderwerpen, vertelt Job. “Wat me opvalt is hoe het maatschappelijke debat rondom dit thema de afgelopen jaren zo enorm is ontspoord. Uiteindelijk is migratie van alle tijden, en persoonlijk denk ik dat je daar zo humaan mogelijk mee moet omgaan. Maar de laatste tijd lijkt het alsof het debat steeds harder wordt. Dat zie je ook terug in de huidige situatie, waarin er structureel te weinig opvang is geregeld voor vluchtelingen. Als beleidsmaker zul je daarin je weg moeten zien te vinden.”

“Het is de taak van onderzoeker om dit soort processen objectief te bekijken en orde in de chaos te scheppen. Dat klinkt misschien een tikkeltje idealistisch, maar uiteindelijk is dat wel wat je wil: met objectieve kennis een bijdrage leveren aan goede beleidskeuzes rondom zo’n lastig en bij uitstek gepolariseerd onderwerp.”

Onderzoeksmaster

Om zijn onderzoeksvaardigheden verder te ontwikkelen, besloot Job na zijn master Sociologie ook nog een onderzoeksmaster te volgen: Migration, Ethnic Relations & Multiculturalism aan de Universiteit Utrecht. “Ook die master beviel enorm goed, wat me sterkte in de overtuiging dat een carrière als onderzoeker goed bij me zou passen. Ik twijfelde nog even over een promotietraject, maar omdat ik ook graag meer praktisch aan de slag wilde besloot ik op zoek te gaan naar een baan bij een onderzoeksbureau. Zo kwam ik uiteindelijk bij Regioplan terecht.”

Meerdere projecten

Bij Regioplan is Job momenteel betrokken bij het project Nieuwkomers & Werk (dat zich richt op een meer succesvolle arbeidsintegratie voor nieuwkomers), bij een onderzoek naar succesvolle inclusie-interventies bij de rijksoverheid, en bij de ontwikkeling van de Kinderrechtenmonitor. “Interessante en actuele projecten, waarin ik mijn voorliefde voor onderzoek en maatschappelijk relevante thema’s goed kwijt kan. En verder heerst hier ook gewoon een fijne en collegiale sfeer.”

Grenzen verkennen

Maar: er is meer dan studie en werk alléén. Zo kruipt Job in zijn vrije tijd graag op de racefiets voor een sportief ritje. “In 2019 ben ik met een vriend zelfs helemaal naar Marrakesh gefietst. In drie maanden tijd legden we een slordige vierduizend kilometer af. Altijd fijn om je grenzen te verkennen en te verleggen.”

Inburgeraars onder de Wet inburgering 2007

Een deel van de inburgeringsplichtingen die onder de Wet inburgering 2007 vielen zijn nog steeds niet ingeburgerd. Wij gingen op zoek naar een beter zicht op de situatie van deze groep en naar mogelijkheden om deze groep alsnog te laten uitstromen.

De nieuwe Wet inburgering (Wi2021) schept geen wettelijke verplichtingen voor de groepen die vallen onder de oude inburgeringsstelsels, waaronder de Wet inburgering 2007 (Wi2007). Voor de inburgeraars die onder deze wet vallen gelden nog steeds de bepalingen uit de Wi2007.

Zo’n 7.500 personen die vallen onder de Wi2007, hebben nog steeds niet aan hun verplichtingen voldaan. In dit onderzoek, dat we uitvoerden in opdracht van het ministerie van SZW, wilden we beter zicht krijgen op de situatie en beweegredenen van deze groep. Ook gingen we op zoek naar oplossingsrichtingen om deze groep tóch nog te laten uitstromen. Hiervoor gingen we in dit onderzoek in gesprek met de doelgroep, met sleutelpersonen, en spraken we daarnaast met gemeenten over hun wensen en mogelijkheden. Het onderzoek werd in december 2022 afgerond.

Meer weten?

Lees het eindrapport of neem contact op met Miranda Witvliet.

Eindevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen

De Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) is in het leven geroepen om te komen tot bestendige oplossingen en perspectief voor migranten zonder recht op verblijf of rijksopvang. Wij brengen de resultaten en lessen voor de toekomst in kaart.

Eind 2018 hebben het Rijk en de VNG een samenwerkingsovereenkomst afgesloten voor het realiseren van een landelijk netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen voor migranten zonder recht op verblijf en rijksopvang. Voor deze zogenoemde Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV) is een ontwikkeltraject ingezet, waarbij vijf gemeenten een pilot uitvoeren.

Om de resultaten van dit ontwikkeltraject in kaart te brengen voeren we een eindevaluatie uit. Dit onderzoek borduurt onder andere voort op de door Regioplan eerder uitgevoerde plan- en procesevaluatie van de LVV. De resultaten van de eindevaluatie moeten lessen opleveren voor de landelijke uitrol van de LVV.

In het najaar 2022 wordt de eindevaluatie afgerond met een eindrapport. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.