De seksbranche in 2020

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) hebben we een nulmeting uitgevoerd om later mogelijke effecten van de mogelijke, komende Wet regulering sekswerk te meten. Deze nulmeting ging over de aard en omvang van de seksbranche, het gemeentelijk beleid en de organisatie van toezicht en handhaving.

Gemeentelijk beleid

Gemeenten die prostitutiebeleid formuleren maken keuzes: Willen we überhaupt sekswerk in onze gemeente? En zo ja, hoe balanceren we dan tussen drempelverhogende maatregelen om misstanden en mensenhandel buiten de deur te houden en drempelverlagende maatregelen, die ervoor zorgen dat autonome sekswerkers hun werk kunnen doen.

Dit onderzoek laat op basis van een grootschalige enquête onder gemeenten zien hoeveel gemeenten prostitutiebeleid hebben, hoe het beleid in Nederlandse gemeenten te typeren is. En welke keuzes gemeenten in hun beleid maken.

Het blijkt dat ongeveer de helft van gemeenten prostitutiebeleid heeft. Dit is minder dan vijf jaar geleden, toen nog driekwart prositutiebeleid had. Veruit de meesten staan een maximaal aantal seksbedrijven toe. De gemeenten richten hun beleid met name op vergunningseisen, vestigingscriteria, handhaving en toezicht, gezondheidsaspecten en ook het bestrijden van mensenhandel.

Thema’s als de versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers, uitstapbeleid, participatie van seks-werkers in beleid, destigmatisering en versterking van de arbeidsmarktpositie komen relatief weinig in het beleid voor.

Halvering van vergunde seksbedrijven

Het aantal vergunde seksbedrijven in Nederland lijkt sinds 5 jaar geleden gehalveerd. Relatief veel gemeenten geven vergunningen aan seksclubs, privéhuizen en escortbureaus en in mindere mate aan de zelfstandige escort, raamsekswerk en thuisontvangst.

Dit onderzoek geeft ook een blik op de doorgaans onvergunde internetbranche. Gedurende een jaar werden er op de advertentiewebsites die we in ons onderzoek hebben meegenomen meer dan 27.000 unieke advertenties geplaatst.

Toezicht en handhaving

Samen met de politie zijn gemeenten de belangrijkste spelers in de organisatie van toezicht en handhaving. De bestuurlijke controles in de vergunde branche worden uitgevoerd door gemeentelijke handhavers, de politie of door beide.

Ook in de onvergunde branche zijn de gemeente en de politie de belangrijkste partijen. Hier worden de controles vaak nog door de Afdelingen Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) uitgevoerd.

Bij sommige gemeenten ligt de regie en uitvoering voor toezicht en handhaving volledig bij de gemeente, in andere gemeenten is men nog zoekende naar een juiste rolverdeling. Er spelen hier meerdere knelpunten.

Gemeenten zeggen soms dat ze de capaciteit en de expertise niet hebben. Daarnaast mogen gemeenten momenteel geen gegevens van onvergund werkende sekswerkers noteren en uitwisselen. Dat bemoeilijkt de handhaving.

Overigens zijn er gemeenten die gegevens van sekswerkers nog vermelden in bestuurlijke rapportages. Verder worden de grote beleidsverschillen tussen gemeenten genoemd als obstakel in het houden van toezicht op de branche.

Meer weten?

Neem contact op Yannick of lees ons rapport.

Seksbranche 2020

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) hebben we een nulmeting uitgevoerd om later mogelijke effecten van de mogelijke, komende Wet regulering sekswerk te meten. Deze nulmeting ging over de aard en omvang van de seksbranche, het gemeentelijk beleid en de organisatie van toezicht en handhaving.

Gemeentelijk beleid

Gemeenten die prostitutiebeleid formuleren maken keuzes: Willen we überhaupt sekswerk in onze gemeente? En zo ja, hoe balanceren we dan tussen drempelverhogende maatregelen om misstanden en mensenhandel buiten de deur te houden en drempelverlagende maatregelen, die ervoor zorgen dat autonome sekswerkers hun werk kunnen doen.

Dit onderzoek laat op basis van een grootschalige enquête onder gemeenten zien hoeveel gemeenten prostitutiebeleid hebben, hoe het beleid in Nederlandse gemeenten te typeren is. En welke keuzes gemeenten in hun beleid maken.

Het blijkt dat ongeveer de helft van gemeenten prostitutiebeleid heeft. Dit is minder dan vijf jaar geleden, toen nog driekwart prositutiebeleid had. Veruit de meesten staan een maximaal aantal seksbedrijven toe. De gemeenten richten hun beleid met name op vergunningseisen, vestigingscriteria, handhaving en toezicht, gezondheidsaspecten en ook het bestrijden van mensenhandel.

Thema’s als de versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers, uitstapbeleid, participatie van seks-werkers in beleid, destigmatisering en versterking van de arbeidsmarktpositie komen relatief weinig in het beleid voor.

Halvering van vergunde seksbedrijven

Het aantal vergunde seksbedrijven in Nederland lijkt sinds 5 jaar geleden gehalveerd. Relatief veel gemeenten geven vergunningen aan seksclubs, privéhuizen en escortbureaus en in mindere mate aan de zelfstandige escort, raamsekswerk en thuisontvangst.

Dit onderzoek geeft ook een blik op de doorgaans onvergunde internetbranche. Gedurende een jaar werden er op de advertentiewebsites die we in ons onderzoek hebben meegenomen meer dan 27.000 unieke advertenties geplaatst.

Toezicht en handhaving

Samen met de politie zijn gemeenten de belangrijkste spelers in de organisatie van toezicht en handhaving. De bestuurlijke controles in de vergunde branche worden uitgevoerd door gemeentelijke handhavers, de politie of door beide.

Ook in de onvergunde branche zijn de gemeente en de politie de belangrijkste partijen. Hier worden de controles vaak nog door de Afdelingen Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) uitgevoerd.

Bij sommige gemeenten ligt de regie en uitvoering voor toezicht en handhaving volledig bij de gemeente, in andere gemeenten is men nog zoekende naar een juiste rolverdeling. Er spelen hier meerdere knelpunten.

Gemeenten zeggen soms dat ze de capaciteit en de expertise niet hebben. Daarnaast mogen gemeenten momenteel geen gegevens van onvergund werkende sekswerkers noteren en uitwisselen. Dat bemoeilijkt de handhaving.

Overigens zijn er gemeenten die gegevens van sekswerkers nog vermelden in bestuurlijke rapportages. Verder worden de grote beleidsverschillen tussen gemeenten genoemd als obstakel in het houden van toezicht op de branche.

Meer weten?

Neem contact op Yannick of lees ons rapport.

Werken met co-creatie: do’s en don’ts

Evaluatie van pilots over re-integratie van statushouders in de spoorsector leert dat het werken in co-creatie ontegenzeggelijk sterke punten kent (denk aan draagvlak en netwerkvorming) maar ook grote afbreukrisico’s kent. De belangrijkste lessen: onderschat niet de moeilijkheidsgraad van deze werkvorm, manage de verwachtingen van de deelnemers en misschien wel vooral: regel vooraf de regie en beleg die bij een individuele (en sterke) partij en niet bij een collectief van partijen. In Sociaal Bestek verscheen een artikel over onze evaluatie. In dit artikel concentreren we ons op de ervaringen met deze werkwijze, de sterke punten en knelpunten.

Vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is in 2018 het programma ‘Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt’ (VIA) gestart. Het VIA-programma is gericht op het versterken van de arbeidsmarktpositie van niet-westerse migranten, waaronder statushouders, en Nederlanders met een migratieachtergrond door het achterhalen van werkzame elementen in de arbeidsre-integratie van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Wij deden onderzoek naar de VIA-pilot.

Meer weten? Neem contact op met Bob.

Willen, kunnen en doen van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Mensen die ziek zijn en gedeeltelijk niet kunnen werken, kunnen recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van UWV. UWV begeleidt uitkeringsgerechtigden bij hun re-integratie. Regioplan voert samen met Centerdata en de TU Delft een participatief actieonderzoek uit om te ontdekken hoe mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering nog beter geholpen kunnen worden. In het actieonderzoek creëren we nieuwe, gedragswetenschappelijke kennis over het willen, kunnen en doen van mensen met een uitkering. Samen met hen en met professionals ontwikkelen we vervolgens handelingsperspectieven om ondersteuning te verbeteren. Resultaten van het onderzoek worden in de tweede helft van 2022 openbaar gemaakt. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van UWV.

Willen, kunnen en doen van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Hoe kunnen professionals mensen met een arbeidsuitkering nog beter helpen re-integreren?

Arbeidsongeschiktheidsuitkering

Mensen die ziek zijn en gedeeltelijk niet kunnen werken, kunnen recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van UWV. UWV begeleidt uitkeringsgerechtigden bij hun re-integratie. Regioplan voert samen met Centerdata en de TU Delft een participatief actieonderzoek uit om te ontdekken hoe mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering nog beter geholpen kunnen worden. Het al dan niet slagen van re-integratiedienstverlening van UWV staat of valt met de situatie en het perspectief van de cliënt. Het gaat hierbij om welke motivatie hij of zij ervaart om te re-integreren en aan het werk te komen (willen), hoe hij of zij de eigen mogelijkheden daarbij ziet (kunnen), en hoe dit tot uiting komt in het re-integratie-inspanningen van de cliënt (het doen, zoals het zoeken naar werk).

Actieonderzoek

In het actieonderzoek creëren we nieuwe, gedragswetenschappelijke kennis over het willen, kunnen en doen van mensen met een uitkering. Samen met hen en met professionals ontwikkelen we vervolgens handelingsperspectieven om ondersteuning te verbeteren. Zo zorgen we ervoor dat kennis in het project wordt vertaald naar de praktijk. Resultaten van het onderzoek worden in de tweede helft van 2022 openbaar gemaakt. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van UWV en in samenwerking met Centerdata en de TU Delft.

Onderzoek Platform Jongeren & Werk

Een betere wereld, waarin alle jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en vrije keuzes kunnen maken om onderwijs te volgen en te werken. Een Nederland waar jongeren werk kunnen vinden en aan het werk blijven, óók de meest kwetsbare jongeren. Dit is wat het Platform Jongeren & Werk wil bereiken, door professionals in het veld te versterken en verschillende betrokkenen met elkaar te verbinden. Het Platform Jongeren & Werk wordt gerund door Rebel en mede mogelijk gemaakt door de Goldschmeding Foundation.

Wij zijn als onafhankelijk onderzoekspartner aangesloten bij het Platform Jongeren & Werk. We bekijken de werking van de allianties die door het platform worden ondersteund en onderzoeken de impact van het platform. De verschillende publicaties die we op basis van ons onderzoek opstellen verschijnen op de website van het platform.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miranda.

Duurzame inzetbaarheid in de gemeentelijke sector

In 2021 hebben wij in opdracht van het A&O fonds Gemeenten een sectoranalyse uitgevoerd in het kader van duurzame inzetbaarheid van gemeentelijke ambtenaren. Aanleiding was de de Tijdelijke Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU). De regeling stelt subsidie beschikbaar om sectoren te helpen te investeren in duurzame inzetbaarheid, zodat zo veel mogelijk mensen gezond werkend hun pensioen kunnen bereiken.

De bevindingen wijzen op een vergrijzende ambtenarenpopulatie, een groeiend langdurig ziekteverzuim, een toenemende vraag naar personeel en verandering in werk. Het duurzaam inzetbaar houden van personeel is de komende jaren voor gemeenten dan ook een absolute must. Uit de analyse blijkt dat meer bewustwording hierover bij ambtenaren een belangrijk aandachtspunt is. De urgentie van duurzame inzetbaarheid moet op alle niveaus doordringen: medewerker, leidinggevende en hoger management. Een open gesprek over bijvoorbeeld werk-privébalans, werksituatie, opleiding en gezondheid, is een goed begin.

Meer informatie? Bekijk de website van het A&O fonds, of neem contact op met Jos Lubberman.

Samen Beslissen niet vanzelfsprekend in onderwijs zorgprofessionals

Samen met de patiënt beslissen over de behandeling wordt steeds belangrijker in de zorg. Wij hebben het afgelopen half jaar samen met Nivel onderzoek gedaan naar de manier waarop zorgprofessionals in de medisch-specialistische zorg tijdens hun opleiding hiervoor de benodigde competenties aanleren. Uit de inventarisatie blijkt dat er in uiteenlopende mate aandacht is voor Samen Beslissen in bestaande opleidings- en (na)scholingsaanbod.

Samen Beslissen in de opleidingsplannen
In de landelijke opleidingsplannen voor artsen, medisch specialisten, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in de medisch-specialistische zorg wordt Samen Beslissen in ongeveer een kwart expliciet genoemd. Daarnaast wordt in bijna veertig procent Samen Beslissen in algemene termen, omschreven. In de overige plannen komt Samen Beslissen niet of onduidelijk voor. Uit het onderzoek bleek ook dat we voorzichtig moeten zijn met het doorvertalen van deze cijfers naar de praktijk. Opleidingsplannen zijn namelijk richtinggevend en bieden onderwijsinstellingen ruimte om hier eigen invulling aan te geven. Daarnaast zijn een aantal opleidingsplannen recent vastgesteld waardoor individuele opleidingen nog niet gebaseerd zijn op deze plannen.

Samen Beslissen in de onderwijspraktijk
In het bekostigde onderwijs is Samen Beslissen zelden een apart vak of module, maar wordt het geïntegreerd aangeboden in vakken die zich richten op communicatievaardigheden. In vrijwel al deze vakken ligt de nadruk op het oefenen van vaardigheden. In hoeverre deze vaardigheden ook in de praktijk worden geoefend, loopt sterk uiteen tussen de opleidingen en de fase van de opleiding waarin het vak wordt aangeboden. Doordat Samen Beslissen meestal niet als apart vak of module wordt aangeboden, wordt het ook zelden apart getoetst. Deze verwevenheid met andere vakken of modules maakt het lastig te beoordelen in hoeverre Samen Beslissen ‘expliciet’ onderdeel is van bestaande opleidingen. We hebben 53 post-initiële opleidingen, trainingen en e-learning gevonden die zich expliciet richt op Samen Beslissen.

Succesfactoren
Voor het succesvol verankeren van Samen Beslissen in het onderwijs hebben we op basis van het onderzoek drie randvoorwaarden geformuleerd. Allereerst is het belangrijk om competenties op het gebied van Samen Beslissen een expliciete plaats te geven in het opleidingsplan om daarmee de afhankelijkheid van individuele onderwijsinstellingen en docenten te verkleinen. Daarnaast is het belangrijk dat alle professionals weten wat Samen Beslissen inhoudt en hun rol en positie hierin kennen. Tenslotte is draagvlak voor Samen Beslissen in de praktijk noodzakelijk anders gaan aangeleerde vaardigheden snel weer verloren.

Vervolg
De werkgroep ‘Samen Beslissen in scholing en opleiding’ binnen het Programma Uitkomstgerichte Zorg gaat op basis van onze inventarisatie verder met het ontwikkelen van leermiddelen en implementatieadviezen om opleiders te ondersteunen en om de verankering van Samen Beslissen in opleidingen te verbeteren.

Meer informatie? Lees het onderzoeksrapport en infographic op de site van het Kennisplatform Uitkomstgerichte Zorg of neem contact op met Hetty Visee.

Samen Beslissen niet vanzelfsprekend in onderwijs zorgprofessionals

Samen met de patiënt beslissen over de behandeling wordt steeds belangrijker in de zorg. Wij hebben het afgelopen half jaar samen met Nivel onderzoek gedaan naar de manier waarop zorgprofessionals in de medisch-specialistische zorg tijdens hun opleiding hiervoor de benodigde competenties aanleren. Uit de inventarisatie blijkt dat er in uiteenlopende mate aandacht is voor Samen Beslissen in bestaande opleidings- en (na)scholingsaanbod.

Samen Beslissen in de opleidingsplannen
In de landelijke opleidingsplannen voor artsen, medisch specialisten, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in de medisch-specialistische zorg wordt Samen Beslissen in ongeveer een kwart expliciet genoemd. Daarnaast wordt in bijna veertig procent Samen Beslissen in algemene termen, omschreven. In de overige plannen komt Samen Beslissen niet of onduidelijk voor. Uit het onderzoek bleek ook dat we voorzichtig moeten zijn met het doorvertalen van deze cijfers naar de praktijk. Opleidingsplannen zijn namelijk richtinggevend en bieden onderwijsinstellingen ruimte om hier eigen invulling aan te geven. Daarnaast zijn een aantal opleidingsplannen recent vastgesteld waardoor individuele opleidingen nog niet gebaseerd zijn op deze plannen.

Samen Beslissen in de onderwijspraktijk
In het bekostigde onderwijs is Samen Beslissen zelden een apart vak of module, maar wordt het geïntegreerd aangeboden in vakken die zich richten op communicatievaardigheden. In vrijwel al deze vakken ligt de nadruk op het oefenen van vaardigheden. In hoeverre deze vaardigheden ook in de praktijk worden geoefend, loopt sterk uiteen tussen de opleidingen en de fase van de opleiding waarin het vak wordt aangeboden. Doordat Samen Beslissen meestal niet als apart vak of module wordt aangeboden, wordt het ook zelden apart getoetst. Deze verwevenheid met andere vakken of modules maakt het lastig te beoordelen in hoeverre Samen Beslissen ‘expliciet’ onderdeel is van bestaande opleidingen. We hebben 53 post-initiële opleidingen, trainingen en e-learning gevonden die zich expliciet richt op Samen Beslissen.

Succesfactoren
Voor het succesvol verankeren van Samen Beslissen in het onderwijs hebben we op basis van het onderzoek drie randvoorwaarden geformuleerd. Allereerst is het belangrijk om competenties op het gebied van Samen Beslissen een expliciete plaats te geven in het opleidingsplan om daarmee de afhankelijkheid van individuele onderwijsinstellingen en docenten te verkleinen. Daarnaast is het belangrijk dat alle professionals weten wat Samen Beslissen inhoudt en hun rol en positie hierin kennen. Tenslotte is draagvlak voor Samen Beslissen in de praktijk noodzakelijk anders gaan aangeleerde vaardigheden snel weer verloren.

Vervolg
De werkgroep ‘Samen Beslissen in scholing en opleiding’ binnen het Programma Uitkomstgerichte Zorg gaat op basis van onze inventarisatie verder met het ontwikkelen van leermiddelen en implementatieadviezen om opleiders te ondersteunen en om de verankering van Samen Beslissen in opleidingen te verbeteren.

Meer informatie? Lees het onderzoeksrapport en infographic op de site van het Kennisplatform Uitkomstgerichte Zorg of neem contact op met Hetty Visee.

Arbeidsmarktonderzoek woningcorporaties

De arbeidsmarkt van woningcorporaties is in beweging: diverse interne en externe ontwikkelingen maken dat de werkgelegenheid toeneemt, en tegelijkertijd het werk verandert. Uitdagingen liggen hierdoor onder andere op het gebied van werven, behouden en duurzaam inzetbaar houden van personeel. Dit blijkt uit het arbeidsmarktonderzoek woningcorporaties dat wij hebben uitgevoerd.

In opdracht van FLOW

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties (FLOW). Welke ontwikkelingen zijn er op de arbeidsmarkt van woningcorporaties tussen nu en 2025? Deze en andere vragen zijn aan bod gekomen, waarin zowel het perspectief van werkgever als werknemer is meegenomen. 124 werkgevers en 4233 werknemers namen deel aan het onderzoek.

Sector in verandering

Door belangrijke ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, verduurzaming, leefbaarheid, de coronacrisis en veranderingen in wet- en regelgeving komt er veel op de woningcorporatiesector af. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt binnen de sector. Zo is de werkgelegenheid sinds 2018, na een eerdere daling, weer toegenomen. Ook betekenen de ontwikkelingen veranderingen in werkzaamheden: een groot deel van de werknemers (85%) ziet namelijk binnen de huidige functie voor de komende vijf jaar het werk veranderen. Er is sprake van zowel een toenemende complexiteit in het werk als een verbreding van het takenpakket.

Een krappe arbeidsmarkt

Zeven op de tien corporaties hebben voor bepaalde functies moeite het juiste personeel te vinden. De landelijke krapte op de arbeidsmarkt, die na het begin van de coronacrisis weer hoog opgelopen is, wordt door de meeste corporaties als een verklaring genoemd. Op het gebied van vastgoed en projectontwikkeling lijken de grootste problemen te zijn door concurrentie van marktpartijen, maar ook (hoger opgeleid) financieel personeel, technici en ICT’ers zijn soms moeilijk te vinden. Voor de komende vijf jaar verwachten er meer woningcorporaties wervingsproblemen dan dat de afgelopen twee jaar het geval was.

Aandacht voor duurzame inzetbaarheid

Binnen het onderzoek is extra aandacht besteed aan duurzame inzetbaarheid van werknemers binnen corporaties. Dat dit thema belangrijk is, blijkt uit het feit dat een meerendeel van de werknemers een uitdaging zien om inzetbaar te blijven in hun werk. Zeker gezien de stijgende pensioenleeftijd, vergrijzing van het personeelsbestand en verandering van werk is het belangrijk te investeren in medewerkers van alle leeftijden, zodat zij hun werk goed, gezond en gemotiveerd kunnen blijven doen.

Meer informatie?

Lees het rapport op de website van FLOW, of bekijk onze projectpagina. Neem voor meer informatie contact op met Jos of Stef.