Nieuw onderzoek: overzicht van effectieve inclusie-interventies

De rijksoverheid wil haar medewerkers een veilige werkomgeving bieden, vrij van uitsluiting, discriminatie, pesten en intimidatie. Binnen de verschillende ministeries worden daarom allerlei interventies ingezet om te komen tot een veilige en inclusieve cultuur. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om trainingen en workshops rondom thema’s als vooroordelen, in- en uitsluiting en sociale veiligheid, maar ook om onder meer coaching- en mentorprogramma’s en inclusieve gesprekken binnen teams.

Wetenschappelijk fundament

Maar welke interventies dragen nu écht het meeste bij aan die gewenste inclusieve cultuur? De komende maanden doet Regioplan – in opdracht van het ministerie van BZK – onderzoek naar de effectiviteit van deze inclusie-interventies, vertelt projectleider Heleen Schols. “Van lang niet alle interventies is bekend hoe ze zijn opgebouwd, welk effect ze precies beogen en in hoeverre ze ook daadwerkelijk bijdragen aan meer inclusie. Wij onderwerpen daarom twintig bestaande interventies aan een nader onderzoek.”

“Dat doen we allereerst door de interventies te voorzien van een wetenschappelijk fundament; door interventies die in de praktijk beproefd zijn nauwkeurig te beschrijven en door ze theoretisch te onderbouwen op basis van de meest actuele wetenschappelijke kennis. Daarnaast voeren we gesprekken met experts en met de uitvoerders van en deelnemers aan interventies.”

Praktische Inclusiegids

Uiteindelijk wordt er – op basis van de literatuurstudie en de gehouden interviews – een zogenoemde Inclusiegids samengesteld, vervolgt Heleen. “In deze gids keren uiteraard de inclusie-interventies terug die we onder de loep hebben genomen. Op basis van onze bevindingen geven we vervolgens praktische tips en adviezen voor het opzetten van interventies die aansluiten bij het specifieke inclusiebeleid en de structuur en cultuur van je organisatie. Wat zijn do’s en don’ts als je een succesvolle interventie wil opzetten? Op die manier biedt de gids een praktische en inspirerende basis voor beleidsadviseurs en leidinggevenden binnen de rijksoverheid die met dit thema aan de slag willen gaan.”

Bijdragen aan inclusie

Regioplan heeft veel ervaring met onderzoek naar het brede thema inclusie. Zo voerden we de afgelopen jaren onderzoeken uit voor onder meer het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Charter Diversiteit van SER Diversiteit in Bedrijf, het UWV en verschillende gemeentes. Heleen: “Enorm interessant om nu ook bij de rijksoverheid in dit boeiende thema te duiken en op die manier bij te dragen aan een inclusievere rijksoverheid.”

Meer weten over dit thema?

Neem dan gerust contact op met Miranda.

 

Overzicht van effectieve inclusie-interventies Rijksoverheid

De rijksoverheid wil haar medewerkers een veilige werkomgeving bieden, vrij van uitsluiting, discriminatie, pesten en intimidatie. Binnen de verschillende ministeries worden daarom allerlei interventies ingezet om te komen tot een veilige en inclusieve cultuur. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om trainingen en workshops rondom thema’s als vooroordelen, in- en uitsluiting en sociale veiligheid, maar ook om onder meer coaching- en mentorprogramma’s en inclusieve gesprekken binnen teams.

Wetenschappelijk fundament

Maar welke interventies dragen nu écht het meeste bij aan die gewenste inclusieve cultuur? In opdracht van het ministerie van BZK doen wij onderzoek naar de effectiviteit van deze inclusie-interventies. Dat doen we allereerst door de interventies te voorzien van een wetenschappelijk fundament; door interventies die in de praktijk beproefd zijn nauwkeurig te beschrijven en door ze theoretisch te onderbouwen op basis van de meest actuele wetenschappelijke kennis. Daarnaast voeren we gesprekken met experts en met de uitvoerders van en deelnemers aan interventies.

Praktische Inclusiegids

Uiteindelijk wordt er – op basis van de literatuurstudie en de gehouden interviews – een zogenoemde Inclusiegids samengesteld. In deze gids keren uiteraard de inclusie-interventies terug die we onder de loep hebben genomen. Op basis van onze bevindingen geven we vervolgens praktische tips en adviezen voor het opzetten van interventies die aansluiten bij het specifieke inclusiebeleid en de structuur en cultuur van je organisatie. Wat zijn do’s en dont’s als je een succesvolle interventie wil opzetten? Op die manier biedt de gids een praktische en inspirerende basis voor beleidsadviseurs en leidinggevenden binnen de rijksoverheid die met dit thema aan de slag willen gaan.

Meer weten?

Neem contact op met Miranda.

 

Luna van Dijk MA

Als beleidsonderzoeker combineer ik graag mijn achtergrond als socioloog en ethicus om me vooral te richten op projecten met een ethische component. Hierbij leg ik de focus op onderwerpen als sociale (on)gelijkheid, digitalisering en technologische ontwikkelingen, mensen- en kinderrechten, en zorg- en veiligheidsvraagstukken. Mijn interdisciplinaire achtergrond in de sociale wetenschappen stelt me in staat om zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden te hanteren en zo tot een compleet beeld van het onderzoeksobject te komen.

Verkenning nadere maatregelen en regelgeving ter voorkoming en tegengaan van LHBT+ conversie

Van zogenaamde ‘LHBT+ conversie’ is sprake wanneer geprobeerd wordt de seksuele orientatie, genderidentiteit of – expressie van een persoon te onderdrukken, verbieden of veranderen. De internationale term hiervoor is SOGIECE: Sexual Orientation and Gender Identity and Expression Change Efforts. In opdracht van het ministerie van OCW voeren we een verkennend onderzoek uit naar maatregelen en regelgeving ter voorkoming en tegengaan hiervan. Hiervoor werken we samen met onderzoekers Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit. De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘welke juridische en beleidsmogelijkheden staan de overheid ter beschikking om SOGIECE tegen te gaan, en hoe zijn deze te beoordelen wat betreft te verwachten effectiviteit, proportionaliteit, legitimiteit en uitvoerbaarheid?

In het onderzoek maken we gebruik van een combinatie van desk study, juridische analyse, expertbijeenkomsten, en interviews met deskundigen. Hierbij kijken we ook wat er te leren valt van ervaringen in het buitenland met maatregelen of regelgeving die Nederland niet kent.

“Een verbod op ‘homogenezing’ kan enorm waardevol zijn”

Een wettelijk verbod op zogenoemde ‘conversietherapie’ heeft grote symbolische waarde voor de LHBTI+-gemeenschap, zo blijkt uit onderzoek dat we recent (samen met de VU) uitvoerden naar ‘homogenezing’.

De Nederlandse grondwet beschermt personen tegen discriminatie op grond van hun seksuele geaardheid en genderidentiteit. Toch wil dat niet zeggen dat LHBTI+-personen overal geaccepteerd worden. Zo wordt in sommige gesloten culturele en religieuze gemeenschappen geprobeerd om iemands seksuele oriëntatie te onderdrukken of te veranderen via zogenoemde ‘conversietherapie’.

Maatregelen nodig

Uit eerder onderzoek kwam al naar voren dat het fenomeen ‘conversie’ moeilijk precies te definiëren en dat het vaak moeilijk is om zicht te krijgen op ‘conversietherapie’ in besloten gemeenschappen. Dat alles vermindert niet de politieke wens om in te grijpen. Om meer zicht te krijgen op de manieren waarop ingrijpen mogelijk zou kunnen zijn, onderzochten Regioplan en de VU (in opdracht van de ministeries van OCW en J&V) nadere maatregelen en regelgeving om deze ’therapie’ te voorkomen en te bestrijden.

Maatregelen tegen ‘conversietherapie’ en – in bredere zin – homo-, bi- en transfobie zijn broodnodig, benadrukt onderzoeker Heleen Schols. “Maar dat is geen kwestie van ‘grote stappen, snel thuis’. Uiteindelijk gaat het om een cultuurverandering. Daarvoor is een gedegen pakket aan samenhangende maatregelen nodig, gericht op onder andere het creëren van begrip en
stellen van normen.”

Handhaving is lastig

Ook een wettelijk verbod op ‘conversietherapie’ zou deel kunnen uitmaken van zo’n pakket, blijkt uit het onderzoek. Heleen licht toe: “Zo’n verbod gaat er niet voor zorgen dat dit helemaal niet meer voorkomt. Ook zal een verbod waarschijnlijk niet op grote schaal leiden tot juridische vervolging, zeker niet als je bedenkt dat ‘homogenezing’ vaak plaatsvindt in het verborgene. Handhaving van zo’n verbod is moeilijk.”

Belangrijke steun in de rug

“Maar vergis je niet: een verbod op ‘conversietherapie’ kan wel degelijk grote symbolische waarde hebben. Uit buitenlandse casestudies – waarbij we gesproken hebben met beleidsmedewerkers en vertegenwoordigers van LHBTI+-organisaties – blijkt dat een verbod enorm waardevol kan zijn als steun in de rug voor LHBTI+-personen. Voor hen is het van grote waarde om te weten dat de overheid achter hen staat en dat er een duidelijke grens wordt getrokken. Dat lijkt me een belangrijke boodschap op deze Internationale Dag tegen Homo-, Lesbo-, Bi-, Trans- en Interseksefobie (IDAHOBIT).”

Meer weten?

Neem dan contact op met Miranda.

Of lees ons eindrapport.

Preventie van seksueel geweld: naar een lokale aanpak die wérkt

Seksueel geweld komt helaas nog altijd veel voor. Regioplan biedt daarom gerichte ondersteuning voor gemeenten die werk willen maken van preventie.

Meer dan de helft van de vrouwen en één op de vijf mannen heeft ooit te maken gehad met seksueel geweld en ongewenste aanrakingen. Soms met levenslange, ernstige psychologische en lichamelijke schade als gevolg, die ook nog eens leidt tot hoge economische en maatschappelijke kosten.

Juist lokale overheden kunnen veel invloed hebben op het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Gelukkig voelen steeds meer gemeenten de urgentie om serieus werk te maken van preventie.

Achtpuntenplan: stevige basis

Recent publiceerde kenniscentrum Rutgers een achtpuntenplan voor betere preventie van seksueel geweld in de gemeente. In acht stappen – van het in kaart brengen van het probleem tot het verankeren van preventie in het beleid – biedt het plan concrete aanknopingspunten voor een aanpak die wérkt. Met het plan kunnen lokale overheden een stevige basis leggen voor een veilige omgeving.

Specifieke ondersteuning voor gemeenten

Gemeenten die – binnen hun specifieke lokale context – nóg scherper in beeld willen krijgen wat de beste aanknopingspunten zijn en die ondersteuning zoeken bij het opzetten van preventief beleid, kunnen daarvoor terecht bij Regioplan, vertelt onderzoeker Heleen Schols. “Regioplan en Rutgers hebben de handen ineengeslagen om elkaar op dit belangrijke thema aan te vullen. Op basis van het achtpuntenplan van Rutgers hebben we ons eigen aanbod voor gemeenten daarom aangescherpt en op een rij gezet.”

“Van het ontwikkelen van een plan van aanpak tot het uitvoeren van een impactmeting: we bieden verschillende ondersteunende trajecten aan die een-op-een aansluiten bij het achtpuntenplan van Rutgers. Op die manier kunnen we gemeenten gericht helpen bij het opzetten, uitvoeren, monitoren en doorontwikkelen van een sluitende lokale aanpak. Trajecten maken we bovendien altijd op maat, zodat ze optimaal aansluiten bij de doelen en mogelijkheden van de gemeente.”

Meer weten?

Lees hier dan meer over ons aanbod.

Welke rol speelt gender bij huiselijk geweld?

Vrouwen zijn zes keer vaker slachtoffer van ernstig partnergeweld dan mannen. Ook wie niet voldoet aan de stereotype gendernormen, loopt een veel grotere kans om slachtoffer te worden van structureel en ernstig geweld. Regioplan werkte mee aan een speciale editie van Augeo Magazine waarin je alles kunt lezen over de rol die gender speelt in het ontstaan en in stand blijven van huiselijk geweld.

Onder gender verstaan we de beelden, opvattingen en verwachtingen die we hebben van wat mannelijkheid en vrouwelijkheid is. Hoewel mannen en vrouwen voor de wet gelijk zijn en hoewel het spectrum tussen man- en vrouwzijn een breed spectrum is, gelden op maatschappelijk niveau nog steeds overwegend verschillende normen en verwachtingen voor mannen en vrouwen en voor hoe zij zich dienen te gedragen en wordt veel opgehangen aan dit onderscheid tussen mannen en vrouwen. Die verschillen werken door in de verdeling van macht, gelijkheid en afhankelijkheid, ook in relaties. Zodoende kan gender een belangrijke rol spelen bij huiselijk geweld.

Dit magazine maakt concreet hoe je je als professional bewust wordt van heersende beelden van mannelijkheid en vrouwelijkheid, hoe die van invloed kunnen zijn op huiselijk geweld en hoe je je aanpak daarop aanpast.

 

Achtergrond en inspiratie

Een gendersensitieve aanpak is geen vrijblijvende opgave: ook Nederland heeft het Verdrag van Istanbul getekend en zich daarmee verplicht om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden. Britta Böhler, lid van het College Rechten van de Mens: ‘Geweld is altijd slecht, maar bij geweld tegen vrouwen speelt ongelijkheid en de ideeën over hoe vrouwen zich dienen te gedragen mee. Daarom is een aparte, gendersensitieve aanpak nodig.’

Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie, vertelt over conflictscheidingen. Dat de kinderen de dupe zijn, is meestal snel duidelijk. Maar wie van de ouders moet je als hulpverlener geloven? De Ruiter: ‘Je moet openstaan voor alle scenario’s. Anders is de kans groot dat je wordt meegezogen in het verhaal van een van beide partijen.’

Jurgen was pleger van huiselijk geweld: ‘Tijdens ruzies ging er bij mij een knop om en het enige wat ik nog kon was slaan en schoppen.’ Hij zocht hulp en is tegenwoordig ervaringswerker. ‘Het is mooi om anderen te ondersteunen op het gebied waar ik zelf vroeger heel kwetsbaar was.’

 

Internationale vrouwendag

Acht maart, internationale vrouwendag, staat in het teken van strijdbaarheid en solidariteit tussen vrouwen. Maar in de strijd voor gendergelijkheid hebben ook mannen een belangrijke rol te spelen, zoals we ook zien in de gemeenten die zich hebben aangesloten bij het programma Veilige Steden.

Het programma Veilige Steden verbindt 16 gemeenten die zich extra willen inzetten voor de veiligheid van meisjes en vrouwen in de openbare ruimte en bij het uitgaan. Want je vrij en veilig kunnen bewegen is een basis om je ten volle te kunnen ontplooien. Hierbij wordt de afgelopen jaren steeds meer gestuurd op de rol van jongens en mannen als bondgenoten voor gendergelijkheid. Dat sluit goed aan bij het thema van Internationale Vrouwendag 2022: solidariteit van mannen. Meer weten? Lees bijvoorbeeld deze handreiking over de rol van mannen. Benieuwd naar meer nieuws rondom Internationale Vrouwendag? Bekijk hier een overzicht per provincie.

Nieuw project: verkenning maatregelen LHBT+ conversie

Welke maatregelen en regelgeving zouden in Nederland in kunnen worden gezet om zogenaamde ‘LHBT+ conversie’ tegen te gaan? Om deze vraag te beantwoorden brengen we, in samenwerking met de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit, in kaart welke mogelijkheden er zijn. Daarbij kijken we ook wat er te leren valt van ervaringen in het buitenland.

Van zogenaamde ‘LHBT+ conversie’ is sprake wanneer geprobeerd wordt de seksuele oriëntatie, genderidentiteit of – expressie van een persoon te onderdrukken, verbieden of veranderen. De internationale term hiervoor is SOGIECE: Sexual Orientation and Gender Identity and Expression Change Efforts. In opdracht van het ministerie van OCW voeren we een verkennend onderzoek uit naar maatregelen en regelgeving ter voorkoming en tegengaan hiervan. De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘Welke juridische en beleidsmogelijkheden staan de overheid ter beschikking om SOGIECE tegen te gaan, en hoe zijn deze te beoordelen wat betreft te verwachten effectiviteit, proportionaliteit, legitimiteit en uitvoerbaarheid? ‘. Voor het onderzoek maken we gebruik van een combinatie van desk study, juridische analyse, expertbijeenkomsten, en interviews met deskundigen.

Meer informatie? Neem contact op met onze collega Miranda Witvliet.

Gender doet ertoe! Maar hoe doe ik aan gender?

Gender is één van de oorzaken van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Wil je effectief handelen in je aanpak van HGKM, dan richt je je dus ook op de relevante genderaspecten. In de praktijk is dit niet voor elke professional even gemakkelijk. In dit artikel beschrijft Hanna Harthoorn enkele concrete acties om gendersensitiviteit in de praktijk te bevorderen.

Gender is de maatschappelijke betekenis die we aan man- en vrouwzijn geven. Het is één van de oorzaken voor het ontstaan én voortduren van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Wil je effectief handelen in je aanpak van HGKM, dan richt je je dus ook op gender. Dit betekent nadrukkelijk niet: een aanpak die is gericht op het ondersteunen van vrouwelijke slachtoffers en het veroordelen van mannelijke plegers en die voorbijgaat aan het systemische karakter van HGKM. Het betekent wel: inzetten op het herkennen, erkennen, aanpakken en wegnemen van oorzaken van HGKM die samenhangen met gender. Dit doe je door expliciet te kijken naar patronen van macht, controle en afhankelijkheden en door aandacht te besteden aan de relatie daarvan met conflict en geweld in HGKM. Een aanpak die rekening houdt met gender noemen we gendersensitief.

Wat levert het op?

Een gendersensitieve aanpak draagt bij aan veiligheid. Het helpt professionals te zien of patronen van macht, controle en afhankelijkheden onveilige situaties veroorzaken. Daarnaast helpt gendersensitiviteit om onderliggende problemen op tafel te krijgen voor het creëren van stabiele veiligheid. Dus: tijdens het handelen om de onveiligheid te stoppen zal gendersensitief kijken je ondersteunen om de dynamiek en de ernst van het geweld steeds duidelijker te zien. Een gebrek aan gendersensitiviteit leidt ertoe dat we signalen van soms zeer ernstige dreiging niet op waarde schatten met soms de dood tot gevolg.

 
Samengevat: gendersensitief handelen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling

Gender: de sociaal-culturele rollen die aan de twee (dominante) seksen man/vrouw gekoppeld zijn.
Sekse: het biologische verschil tussen mannen en vrouwen.

Gendersensitiviteit is:

  • Aandacht besteden aan opvattingen, rolpatronen, verwachtingen en ongelijkheden in macht, controle en afhankelijkheid die samenhangen met gender.
  • Aandacht besteden aan de relatie daarvan met conflict en geweld in afhankelijkheidsrelaties.
  • Kijken naar het effect op individuen en de manier waarop ze naar zichzelf kijken, en naar de druk die de maatschappij (denk ook aan de invloed van sociale media) en sociale netwerken (kunnen) leggen op partners en hun onderlinge relaties.

Meer lezen over de relatie tussen gender en HGKM? Lees onze analyse.

Maar hoe dan?

De kern voor gendersensitief werken ligt in:

  1. het kunnen herkennen van de rol die gender in een casus speelt,
  2. de realisatie dat aandacht voor gender heel goed samengaat met aandacht voor het hele systeem van directbetrokkenen,
  3. bewustwording dat eigen opvattingen van professionals gendersensitiviteit in de weg kunnen staan.

In de praktijk blijkt gendersensitief handelen niet voor elke professional even gemakkelijk. Vaak wordt de rol van gender in een casus niet herkend, soms lijkt het of een werkwijze of protocol geen ruimte laat voor gendersensitiviteit en worden we begrensd door onze eigen genderopvattingen (vooroordelen en verwachtingen). In alle gevallen geldt echter: als je het niet weet, zie je het ook niet. Professionals die werken binnen de aanpak van HGKM moeten daarom beschikken over kennis over de relatie tussen gender en HGKM om gendersensitief te kunnen werken; en dus: om de uit gender voortvloeiende onveilige situaties en risicofactoren te herkennen, op waarde te schatten en weg te nemen.

Enkele concrete suggesties om te doen:

  • Sta zelf (en met collega’s) stil bij de begrippen gender, sekse en gendersensitiviteit. Wat betekenen deze begrippen concreet en wat is de relatie met HGKM? Verdiep je in de samenhang tussen gender en geweld. En lees bijvoorbeeld deze analyse.
  • Agendeer gendersensitiviteit in je organisatie. Zet het thema niet alleen op de agenda van een teambespreking, maar denk ook aan een overleg met ketenpartners. Bespreek bijvoorbeeld welke informatie je nodig hebt om zicht te krijgen op de veiligheidssituatie vanuit het uitgangspunt gender. En welke informatie moet jij doorgeven aan ketenpartners zodat zij ook voldoende zicht hebben op hoe de problematiek samenhangt met gender en geweld?
  • Onderzoek met elkaar hoe je meer oog kunt hebben voor gender en je eigen gendervooroordelen en -verwachtingen in casuïstiek. Maak hiervoor bijvoorbeeld gebruik van voorbeeldcasussen in de Handreiking casuïstiekbespreking, maar probeer het ook toe te passen op eigen casuïstiek.
  • Bevraag je eigen genderopvattingen; hierin is er geen goed of fout, maar ga na wat je eigen perspectief op gender is en bedenk hoe dat je handelen als hulpverlener beïnvloedt. Kijk met deze bril eens naar je eigen opvattingen over het gedrag van mannen en vrouwen. Je eigen vooroordelen kunnen maken dat je vastloopt in een casus.
  • Veranker gendersensitiviteit in de aanpak. Bespreek met elkaar waar huidige instrumenten, werkwijzen of protocollen onvoldoende gendersensitief van aard zijn. Zoek hierin passende momenten om gendersensitiviteit expliciet te maken. Denk bijvoorbeeld aan de systeemgerichte aanpak: een gendersensitieve aanpak gaat uitstekend samen met een systeemgerichte aanpak, omdat gender één van de factoren is die de relatiedynamiek in het (gezins-)systeem beïnvloeden. Lees hier waarom gendersensitief werken binnen een systeemgerichte aanpak vanzelfsprekend is.
  • Benut bestaande instrumenten om in je aanpak goed rekening te houden met gender. In opdracht van het landelijke programma Geweld hoort nergens Thuis ontwikkelden wij daar verschillende tools voor. Deze zijn te vinden op de website van het landelijke programma.