Werkveld: Ouderen
Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling: lokale aanpak centraal
Vandaag is het de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling. Een dag waarop we extra aandacht hebben voor het signaleren, stoppen en voorkomen van ouderenmishandeling. Bewustwording dat ouderenmishandeling bestaat, is de eerste stap om het te kunnen stoppen. In deze tijd is die bewustwording extra nodig, want de coronacrisis heeft het probleem nog onzichtbaarder gemaakt, terwijl de kwetsbaarheid van ouderen door de beperkende maatregelen is toegenomen.
Ouderenmishandeling: een onderbelicht fenomeen
Prevalentieonderzoek laat zien dat meer dan 1 op de 20 thuiswonende ouderen ooit slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Het kan daarbij gaan om opzettelijk misbruik, maar ook om geweld voortkomend uit onmacht of relatieproblematiek. Toch is ouderenmishandeling een relatief onderbelichte vorm van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zo blijft ouderenmishandeling een onderbelichte vorm van geweld in het beleid, maar ook in de signaleringsstructuur.
Ondersteuning lokale aanpak met workshops
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale aanpak en het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. Om gemeenten daarbij te ondersteunen, hebben wij een workshop ontwikkeld. Op dit moment organiseren wij deze workshop voor gemeenten in de regio West-Brabant, in opdracht van het regionaal programma Geweld hoort nergens Thuis. Tijdens de workshops komen belangrijke onderdelen van de lokale aanpak van ouderenmishandeling aan bod en werken gemeenten aan een kader voor hun eigen lokale plan van aanpak. Na afloop van de workshops hebben de gemeenten voldoende basis om het plan van aanpak verder op te stellen, passend bij hun lokale situatie.
KennisKamer: een tipje van de sluier
Op donderdag 1 juli, 9.30-11.00 uur, organiseren wij een KennisKamer waarin wij deelnemers kennis laten maken met deze workshop. Tijdens de interactieve sessie lopen we de drie thematische blokken die centraal staan in onze workshop langs: ken je doelgroep, betrekken van beleid en uitvoerders en opstellen van doelen. Deelnemers gaan hier zelf ook mee aan de slag. We laten de deelnemers ‘proeven’ van de opzet en de inhoud van de workshops; om te inspireren en te informeren. De KennisKamer is bedoeld voor beleidsmedewerkers en uitvoerende partners die betrokken (kunnen) zijn bij de aanpak van ouderenmishandeling.
Interesse in deelname? Meld je aan via info@regioplan.nl en gebruik ‘KennisKamer ouderenmishandeling’ als onderwerp van de mail. Deelname is gratis.
Meer weten?
Neem voor vragen over de KennisKamer, het aanbod van de workshops of het thema ouderenmishandeling contact op met Katrien.
Drie lessen over het verminderen van werkloosheid onder vijftigplussers
De rijksoverheid heeft in de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de arbeidsmarktpositie van ouderen. Wat heeft dit opgeleverd? Drie lessen uit ons evaluatieonderzoek.
Werkloosheid onder ouderen: een taai probleem
Wanneer vijftigplussers hun baan verliezen, hebben zij vaak moeite om weer aan het werk te komen. Ze blijven dan ook langer werkloos dan jongere werkzoekenden. Na de economische crisis van 2008 steeg de werkloosheid voor alle leeftijdsgroepen, maar het herstel kwam voor ouderen later dan voor jongeren, en was minder sterk. Er kunnen meerdere factoren aangewezen worden voor hun zwakke arbeidsmarktpositie, waaronder negatieve beeldvorming onder werkgevers, hogere loonkosten, verminderde wendbaarheid en een gebrek aan zoekvaardigheden.
Het Actieplan ‘Perspectief voor vijftigplussers’
In 2016 heeft het ministerie van SZW het actieplan ‘Perspectief voor vijftigplussers’ gelanceerd. De kern van de aanpak is om vijftigplussers te ondersteunen bij het vinden van een nieuwe baan, werknemers wendbaarder te maken op de arbeidsmarkt en werkgevers minder terughoudend te laten zijn bij het aannemen van vijftigplussers. Hiertoe bestaat het actieplan uit verschillende onderdelen die zich deels richten op het ondersteunen van de doelgroep ouderen en deels op het stimuleren van werkgevers om ouderen aan te nemen. Op verzoek van het ministerie van SZW hebben wij het actieplan geëvalueerd. Ons eindrapport is op 29 september 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer, en biedt een overzicht van de ontplooide activiteiten en de effecten die daarmee zijn bereikt. Wat leren we hieruit? Hieronder zetten we drie lessen uit het rapport op een rij.
- Een ontwikkeladvies maakt ouderen wendbaarder en bevordert een positieve houding
Oudere werkenden (en hun leidinggevenden) konden vanuit het Actieplan een traject volgen bij een loopbaanadviseur, om hun loopbaanbewustzijn en wendbaarheid te bevorderen. Veel ouderen hebben gebruik gemaakt van het ontwikkeladvies. De deelnemers oordelen hier positief over, en het traject zorgt bij hen voor een positievere houding, zelfkennis en zelfvertrouwen. Ook zijn ze meer gaan nadenken over hun loopbaan. Deze lessen zijn momenteel zeer actueel, nu het Rijk vanuit het programma NL Leert ontwikkeladviezen aanbiedt voor werkenden om zich te (her)oriënteren op hun arbeidsmarktpositie tijdens en na de coronacrisis.
- De huidige financiële instrumenten prikkelen werkgevers niet om ouderen aan te nemen
Het loonkostenvoordeel en de no-riskpolis zijn financiële instrumenten die beogen werkgevers te prikkelen om oudere werkzoekenden in dienst te nemen. Ons onderzoek laat zien dat de no-riskpolis zeer beperkt gebruikt wordt. Het loonkostenvoordeel wordt vaker ingezet, maar werkgevers zien dit eerder als ‘leuke bijkomstigheid’ dan dat het een doorslaggevende reden is voor aanname van een oudere werkzoekende. De minister heeft aangekondigd vervolgonderzoek te gaan doen naar de situaties waarin deze financiële instrumenten wel kunnen bijdragen.
- Oudere WW’ers zijn gebaat bij extra intensieve dienstverlening
Dankzij het Actieplan hebben oudere WW’ers vaker intensieve persoonlijke ondersteuning ontvangen van UWV bij het vinden van werk. De oudere WW’ers zijn hier positief over. De meerwaarde ligt vooral in het ontwikkelen van hun zoekvaardigheden en hun oriëntatie op kansrijk werk. Wel zou UWV in hun ogen meer aandacht mogen besteden aan de bemiddeling naar werk. Toekomstig onderzoek zal nog uitwijzen wat de netto-effectiviteit is van de intensieve dienstverlening ten opzichte van de reguliere online dienstverlening van UWV.
En nu?
De huidige coronacrisis zorgt voor snel stijgende werkloosheid. Vooralsnog worden echter vooral jongeren geraakt, en zien we opvallend genoeg dat de werkloosheid onder 55-plussers ten opzichte van vorig jaar juist is gedaald. De minister heeft echter aangekondigd de ontwikkeling van de werkloosheid onder ouderen zorgvuldig te blijven monitoren, en een aantal maatregelen uit het Actieplan te continueren.
Meer informatie?
Voor meer informatie over dit onderzoek, of ander onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van ouderen, neem contact op met Adriaan.
Online bijeenkomst: onderzoek Levensloopbanen werkloze 50-plussers
Wat gebeurt er wanneer iemand ouder dan vijftig zonder werk komt? We hebben samen met CentERdata, met subsidie van Instituut Gak, onderzoek gedaan naar Levensloopbanen van werkloze 50-plussers. Hoe vergaat het hen? Wat is nodig om hun (arbeids)situatie te verbeteren? We vertellen graag over dit onderzoek tijdens onze online (lunch)bijeenkomst op dinsdag 6 oktober om 12:00 uur.
Het verliezen van werk kan grote impact hebben op verschillende aspecten in het leven. Zo valt een belangrijk deel van de dagbesteding weg, kan het zelfvertrouwen een knauw krijgen en ook financieel kan het onzekerheid opleveren. Natuurlijk geldt dit voor de meeste mensen die hun baan verliezen, maar voor 50-plussers is dat probleem wellicht nog groter. Want hoe gemakkelijk is het om op latere leeftijd weer aan het werk te komen? En zijn er manieren om werkgevers te stimuleren een oudere werkloze aan te nemen?
Tijdens de online bijeenkomst op dinsdag 6 oktober geven we een inkijkje in de belevingswereld van werkloze 50-plussers. Verder gaan we het gesprek aan over de concrete verbetermogelijkheden die uit het onderzoek naar voren komen. Hierbij nodigen we u van harte uit om te komen luisteren en uw visie met ons te delen. Neem een broodje mee achter uw eigen scherm!
Programma
12.00 uur – Introductie door Prof. dr. Annet de Lange
12.10 uur – Hoe deden we het onderzoek?
12.25 uur – Drie werkloze 50-plussers vertellen
• Ervaringen met werk zoeken
• Weer aan het werk
• Een nieuw evenwicht gevonden
13.00 uur – Wat leren we van dit onderzoek: verbetermogelijkheden en discussie
13.30 uur – Napraten
Aanmelden kan door een mail te sturen naar meeting@centerdata.nl. U ontvangt dan op vrijdag 2 oktober een link waarmee u op 6 oktober kunt inloggen voor de lunchbijeenkomst.
Raadpleeg het onderzoeksrapport voor meer achtergrond.
Forse toename werkende AOW-gerechtigden
De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter bij die van de totale bevolking. Om koopkracht te behouden en eventueel te vergroten kunnen ouderen ervoor kiezen om door te blijven werken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. We onderzochten de samenhang tussen de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie van ouderen en hun inkomens- en vermogenspositie. Wat blijkt? Wie na de AOW schulden heeft, werkt vaker door.
Doorwerken na de AOW-leeftijd
In 2019 hadden ruim 215 duizend AOW-gerechtigden een betaalde baan. Tien jaar eerder waren dat er nog minder dan 140 duizend. De arbeidsparticipatie – het aandeel onder de AOW-gerechtigden met een betaalde baan – nam toe van bijna 6 procent in 2009 naar circa 7 procent in 2019.
Ouderen met schulden werken vaker door, maar doorwerken is niet altijd vanwege financiële nood
Het aantal AOW-gerechtigde alleenstaanden en paren (beide van AOW-gerechtigde leeftijd) met een negatief vermogen en een betaalde baan is in 2018 bijna verdubbeld ten opzichte van 2011. AOW-huishoudens met een negatief vermogen werken vaker dan gemiddeld door. Zowel huishoudens met een relatief laag als een hoog aanvullend inkomen (zoals een ouderdomspensioen) op de AOW werken door. Doorwerken na de AOW gebeurt dus niet altijd uit financiële noodzaak.
Doorwerken vaak enige optie voor behoud van koopkracht
Gepensioneerden kunnen zonder werk hun inkomenssituatie vaak niet meer veranderen, waardoor hun koopkracht sterk afhankelijk is van de indexering van de AOW en aanvullende pensioenen en van fiscale maatregelen. Doorwerken is vaak de enige optie voor het behoud van koopkracht.
Voor de groep ouderen met een inkomen lager dan de kritische inkomensgrens (ruim 73 duizend AOW-huishoudens in 2017), kan doorwerken na de AOW noodzakelijk zijn om maandelijks de eindjes aan elkaar te knopen. Ook ouderen met een inkomen op of (net) boven de lage-inkomensgrens kunnen doorwerken als noodzakelijk zien om financieel rond te komen, of om – gegeven de afnemende koopkracht waarmee zij te maken hebben – dezelfde levensstandaard te behouden.
Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de seniorenorganisaties KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, FASv en NOOM. Lees het volledige rapport hier.
Meer weten over dit onderzoek? Neem contact op met Katrien de Vaan.
Doorwerken na de AOW-leeftijd
De koopkracht van ouderen blijft al jaren achter bij die van de totale bevolking. Om koopkracht te behouden en eventueel te vergroten kunnen ouderen ervoor kiezen om door te blijven werken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. We onderzochten de samenhang tussen de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie van ouderen en hun inkomens- en vermogenspositie. Wat blijkt? Wie na de AOW schulden heeft, werkt vaker door.
Forse toename werkende AOW-gerechtigden
In 2019 hadden ruim 215 duizend AOW-gerechtigden een betaalde baan. Tien jaar eerder waren dat er nog minder dan 140 duizend. De arbeidsparticipatie – het aandeel onder de AOW-gerechtigden met een betaalde baan – nam toe van bijna 6 procent in 2009 naar circa 7 procent in 2019.
Ouderen met schulden werken vaker door, maar doorwerken is niet altijd uit financiële nood geboren
AOW-huishoudens met schulden werken vaker door dan huishoudens met een positief vermogen. Zowel huishoudens met een relatief laag als een hoog aanvullend inkomen (zoals een ouderdomspensioen) op de AOW werken door. Doorwerken na de AOW gebeurt dus niet altijd uit financiële noodzaak.
Doorwerken vaak enige optie voor behoud van koopkracht
Gepensioneerden kunnen zonder werk hun inkomenssituatie vaak niet meer veranderen, waardoor hun koopkracht sterk afhankelijk is van de indexering van de AOW en aanvullende pensioenen en van fiscale maatregelen. Doorwerken is vaak de enige optie voor het behoud van koopkracht.
Voor de groep ouderen met een inkomen lager dan de kritische inkomensgrens (ruim 73 duizend AOW-huishoudens in 2017), kan doorwerken na de AOW noodzakelijk zijn om maandelijks de eindjes aan elkaar te knopen. Ook ouderen met een inkomen op of (net) boven de lage-inkomensgrens kunnen doorwerken als noodzakelijk zien om financieel rond te komen, of om – gegeven de afnemende koopkracht waarmee zij te maken hebben – dezelfde levensstandaard te behouden.
Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de seniorenorganisaties KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden, FASv en NOOM.
Minder zicht op ouderenmishandeling door beperkende maatregelen corona
Op 15 juni, de Dag tegen Ouderenmishandeling, organiseerden we een Regioplan Online Kenniskamer over de vraag wat de coronacrisis betekent voor de aanpak van deze problematiek. In een interessant gesprek met uitvoerders, projectleiders en experts bespraken we de gevolgen van de beperkende maatregelen voor de kwetsbaarheid voor en zichtbaarheid van de problematiek.
De maatregelen die genomen zijn om de verspreiding van het coronavirus te beperken betekenen voor ouderen, nog meer dan voor andere groepen, een toegenomen isolement. Sociale contacten zijn verminderd en een deel van de zorg is weggevallen. Tegelijkertijd is de druk op zorgverleners toegenomen: in zorginstellingen en daarbuiten hebben verpleging en thuiszorg onder grote druk moeten werken en mantelzorgers hebben vaak extra taken op zich genomen. En voor ouderen geldt wat ook voor de rest van de bevolking geldt: er is minder gelegenheid om te ontsnappen aan spanningen in huis, spanningen die bovendien kunnen oplopen doordat huisgenoten dichter op elkaar zitten.
Daarmee is het risico op ouderenmishandeling in bepaalde situaties toegenomen, terwijl het zicht op deze situaties is verminderd. Dat gaat zowel om de thuissituatie als de situatie in instellingen en het gaat om alle vormen van ouderenmishandeling: verwaarlozing, financieel misbruik en fysieke, psychische en seksuele mishandeling. Ouderen hebben waarschijnlijk nog langere tijd te maken met beperkingen in hun bewegingsvrijheid vanwege hun grotere kwetsbaarheid in het kader van corona. Laten we dan ook lessen trekken uit de afgelopen maanden. Zicht op kwetsbare ouderen is en blijft belangrijk. Binnen zorginstellingen is het nodig dat er zicht is op de bejegening van ouderen door zorgverleners; in de thuissituatie gaat het om zicht op toegenomen druk op mantelzorgers en veranderende relaties van ouderen met hun naasten. Dat zicht valt te organiseren, bijvoorbeeld door slim gebruik te maken van bestaande netwerken, door de drempel tot de huisarts laag te houden en door fysiek contact te handhaven waar mogelijk. En is fysiek contact dan echt niet mogelijk, dan blijken digitale middelen een mooi alternatief te zijn.
Lees ook de notities van het gesprek tijdens de KennisKamer.
Dag tegen Ouderenmishandeling: waar staan we in de aanpak?
Vandaag is het de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling. Een dag waarop we extra aandacht hebben voor het signaleren, stoppen en voorkomen van ouderenmishandeling. Prevalentieonderzoek laat zien dat meer dan 1 op de 20 thuiswonende ouderen ooit slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Het kan daarbij gaan om opzettelijk misbruik, maar ook om geweld voortkomend uit onmacht of relatieproblematiek.
Wat is anno 2020 de stand van zaken in de aanpak van ouderenmishandeling? Wij ondersteunen de ontwikkeling van de aanpak van ouderenmishandeling al lange tijd met onderzoek, ontwikkeling en implementatie. We vroegen een aantal van onze collega’s naar hun actuele visie op deze vraag.
Katrien de Vaan: “Er is al ontzettend veel ontwikkeld”
Sinds in 2011 het eerste landelijke actieplan Ouderen in Veilige Handen werd vastgesteld, is er steeds meer aandacht voor ouderenmishandeling als specifieke vorm van huiselijk geweld.
In de loop der jaren is er ontzettend veel gebeurd en ontwikkeld. Landelijk zijn er campagnes geweest om het probleem op de agenda te zetten; er is gewerkt aan preventie, voorlichting, signalering en handelingsperspectief; er zijn in veel regio’s netwerken opgericht om te werken aan verbetering van de samenwerking rondom ouderenmishandeling; en verschillende gemeenten hebben specifiek beleid op het probleem ontwikkeld. Rond 2015 zagen we de aandacht van gemeenten voor dit thema verslappen; ze waren druk met de decentralisaties in het sociaal domein en met de Veilig Thuisvorming. Inmiddels staat het thema echter, mede door het landelijk programma Geweld hoort nergens Thuis, weer stevig op de agenda. Dat er inmiddels zoveel materiaal beschikbaar is biedt een enorme kans: als je weet waar de doelgroep in jouw gemeente zit, kun je vrijwel meteen aan de slag. Momenteel helpen wij gemeenten om op alle kennis en ervaring die er inmiddels is hun eigen lokaal actieplan ouderenmishandeling te baseren.
Wat we wel zien, is dat er vooral veel is ontwikkeld op de ‘voorkant’ van de aanpak: het bespreekbaar maken, signaleren en melden. Als het gaat om het interveniëren bij ouderenmishandeling en het verlenen van hulp aan slachtoffers en plegers dan is de aanpak nog niet zo kant-en-klaar. Deze thematiek vraagt toch echt wat anders dan andere vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de sterke loyaliteitsbanden tussen slachtoffer en pleger, met de wilsbekwaamheid van de slachtoffers en met de noodzaak om andere partijen te betrekken. Een paar jaar geleden ontwikkelden we met gemeenten en veldpartijen de ‘Basisaanpak ontspoorde mantelzorg’. Daarbij viel de belangrijke rol van welzijn op, een partner die bij andere vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling veel minder nadrukkelijk betrokken is.
Frank Kriek: Financieel misbruik als specifieke verschijningsvorm
Dat specifieke karakter van ouderenmishandeling zie je juist ook terug bij een vorm van relationeel geweld die alleen bij ouderen in afhankelijkheidsrelaties wordt gezien als huiselijk geweld: financieel misbruik. En juist ook op dit vlak zijn in het afgelopen decennium grote stappen gezet. Waar het probleem voorheen vaak niet gezien of niet erkend werd, staat het inmiddels stevig op de agenda. Bij de aanpak zijn heel andere partners betrokken dan bij de rest van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Banken en notarissen horen bij de pioniers van de aanpak van financieel misbruik. Het levenstestament is een belangrijk preventief instrument. Banken hebben in de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker hun rol gepakt in het signaleren van financieel misbruik van hun cliënten en het handelen daarop. In steeds meer regio’s ontstaan ‘lokale allianties Veilig financieel ouder worden’. Dat zijn samenwerkingsverbanden van publieke (gemeenten, Veilig Thuis, zorgaanbieders, Politie) en private partijen als banken en notarissen, huisartsen die met elkaar werken aan het op de kaart zetten van en effectief ingrijpen bij financieel misbruik. Recent onderzoek naar deze allianties laat zien dat zij een belangrijke toegevoegde waarde hebben bij het vroegtijdig signaleren van (kansen op) financieel misbruik en daarmee een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen ervan.
Eline Verbeek: Wie zijn deze slachtoffers?
Onderzoek laat zien dat meer dan 1 op de 20 thuiswonende ouderen ooit slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Maar wie zijn die slachtoffers? Welke kenmerken hebben deze ouderen en is het mogelijk profielen te schetsen op basis van deze kenmerken? Om deze vragen te beantwoorden, hebben wij risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling ontwikkeld. De diversiteit van de groep slachtoffers is groot en er bestaat een groot aantal risicofactoren van ouderenmishandeling. Het combineren van kenmerken van slachtoffers maakt het mogelijk verschillende profielen van slachtoffers vast te stellen. De risicoprofielen geven inzicht in typerende persoons- en achtergrondkenmerken van de oudere slachtoffers. Ze laten zien dat groepen slachtoffers overeenkomsten hebben, maar ook verschillen kennen. Door kennis te nemen van de profielen stellen we onszelf in staat om met een bredere blik naar (potentiële) slachtoffers van ouderenmishandeling te kijken wat kan bijdragen aan een verbeterde signalering. Daarbij geeft het vaststellen van risicoprofielen (bijvoorbeeld in een gemeente) aanknopingspunten voor beleid; het helpt de juiste accenten te leggen en de juiste partners voor de aanpak te selecteren.
Het effect van intensief klantmanagement voor oudere bijstandsgerechtigden
Met de Aanpak 45+ werden in de gemeente Almere bijstandsgerechtigden van vijfenveertig jaar en ouder intensief begeleid bij het vinden van werk. Ook met begeleiding bleek het lastig voor deze groep om werk te vinden. De afstand naar de arbeidsmarkt is vaak groot, onder andere door fysieke problemen en werkervaring in krimpende sectoren. Klantmanagers zijn desondanks enthousiast, omdat zij merken dat ook klanten die (nog) geen werk vinden, wel actiever worden, bijvoorbeeld als vrijwilliger.
Intensieve begeleiding voor bijstandsgerechtigden in Almere
In de gemeente Almere hebben bijstandsgerechtigden van 45 jaar en ouder die al langere tijd werkloos waren intensieve begeleiding van een klantmanager gekregen. Het doel van de aanpak was om meer klanten uit te laten stromen naar werk en klanten voor wie dat een stap te ver bleek meer te laten participeren in de samenleving. Klantbegeleiders hadden een kleine caseload waardoor ze klanten (twee)wekelijks konden spreken. Daarnaast hadden ze een maatwerkbudget van maximaal 2000 euro per klant tot hun beschikking en konden ze klanten aanmelden voor de training Focus op Werk. In de hele aanpak stond maatwerk centraal: de duur en aard van de begeleiding, de ingezette instrumenten en de intensiteit van het contact werden afgestemd op de situatie van de klant.
Vooral meer kleine banen door intensieve begeleiding
Van september 2017 tot juni 2019 onderzochten we de effectiviteit van de aanpak 45+ van de gemeente Almere. Het onderzoek was ingericht als experiment: een groep geselecteerde bijstandsgerechtigden werd willekeurig ingedeeld in een experimentgroep (die de intensieve begeleiding werd aangeboden) en een controlegroep (die dat niet kreeg). In juni 2019 is gekeken of er verschillen zijn in uitstroom naar werk tussen beide groepen. Klanten uit de experimentgroep hebben iets vaker werk gevonden dan klanten uit de controlegroep: afhankelijk van het meetmoment (6, 12 of 18 maanden na de start van de begeleiding) wat dit verschil 7 tot 9 procentpunten. Dit gaat wel vooral om kleine banen (minimaal 1 uur per week). Als we alleen kijken naar banen van minimaal 48 uur per maand, is er ook wel een licht positief effect, maar dat is niet significant. Dat betekent dat we niet met voldoende zekerheid kunnen zeggen dat het verschil door de aanpak komt en niet op toeval berust.
Voor wie is deze aanpak geschikt?
Deze aanpak blijkt niet de oplossing voor alle oudere bijstandsgerechtigden, maar uit de procesevaluatie blijkt dat het voor veel kanten toch meerwaarde heeft. Ten eerste blijkt dat een kwart van de klanten die intensief begeleid is weliswaar niet naar werk te zijn uitgestroomd, maar wel meer zijn gaan participeren door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, een opleiding of een werkervaringsplaats te doen. Ten tweede blijkt uit ons procesonderzoek (bestaande uit interviews met klanten en uitvoerders) dat er klanten zijn die blij zijn met de hulp die ze krijgen en positieve effecten ervaren. Intensief klantmanagement lijkt met name geschikt voor klanten die zelf de moed opgegeven hebben (niet meer solliciteren) of een verkeerde zoekstrategie hanteren (bijv. in hun oude sector) in combinatie met enkele andere belemmeringen die redelijk eenvoudig kunnen worden aangepakt wanneer een klantmanager daar de tijd voor kan nemen. Deze klanten werden weer gemotiveerd om aan de slag te gaan, gestimuleerd om aan andere sectoren of functies te denken en kregen de mogelijkheid aan bepaalde belemmeringen te werken (een cursus, EMDR-therapie, enz.).
Meer informatie?
Er zijn vier rapporten uitgekomen over het onderzoek, en over de belangrijkste bevindingen is een artikel uitgekomen op Zorg+Welzijn.
Dit onderzoek vond plaats in het kader van het ZonMw-programma ‘Vakkundig aan het werk’.
15 juni – Dag tegen Ouderenmishandeling: wat betekent de coronacrisis voor de aanpak van ouderenmishandeling?
Op 15 juni is het de Dag tegen Ouderenmishandeling. In het kader daarvan organiseren wij een Online KennisKamer om in gesprek te gaan over de impact van de coronacrisis en bijbehorende maatregelen op de aanpak van ouderenmishandeling.
Ouderenmishandeling is een relatief onzichtbaar fenomeen. De coronacrisis heeft het probleem nog onzichtbaarder gemaakt, terwijl de kwetsbaarheid van ouderen voor mishandeling door de beperkende maatregelen is toegenomen. Zowel voor thuiswonende als voor intramuraal wonende ouderen geldt dat er minder zicht is op hoe het met hen gaat. Situaties van mogelijke uitbuiting of mishandeling vallen daardoor minder snel op. Voor kwetsbare ouderen die thuis wonen met een partner of andere huisgenoten geldt dat de beperkende maatregelen kunnen zorgen voor meer spanningen in huis.
Juist bij deze doelgroep duurt de beperkende situatie langer: ouderen zijn kwetsbaarder voor corona en zullen dus langer beperkingen ervaren in hun bewegingsvrijheid en het bezoek dat zij kunnen ontvangen. Wat betekent dat voor de zichtbaarheid en aanpak van ouderenmishandeling? Op 15 juni, de Dag tegen Ouderenmishandeling, voeren Katrien de Vaan en Eline Verbeek van Regioplan, samen met Inger Plaisier van het SCP, daar graag het gesprek over met aandachtsfunctionarissen uit de uitvoeringspraktijk en gemeentelijk beleidsadviseurs tijdens de Online KennisKamer.
Aanmelden?
De Online KennisKamer vindt plaats op maandag 15 juni, 15.00 tot 16.00 uur.
- Stuur een mail naar eline.verbeek@regioplan.nl om je aan te melden. Vermeld in de titel van deze mail ‘KennisKamer Ouderenmishandeling’.
- Je ontvangt van ons een link naar de Online KennisKamer.
- Er is ruimte voor maximaal tien deelnemers. Deelname is gratis.
Workshops ‘opstellen lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling’
Ouderenmishandeling is een relatief onderbelichte vorm van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zo blijft ouderenmishandeling een onderbelichte vorm van geweld in het beleid, maar ook in de signaleringsstructuur. Bij verschillende gemeenten leeft de behoefte een lokaal plan van aanpak voor de bestrijding van ouderenmishandeling op te stellen. Dit komt mede door de expliciete aandacht voor de bestrijding van ouderenmishandeling in het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT).
Om de behoefte die leeft in meerdere gemeenten te ondersteunen, wil de GHNT-regio West-Brabant workshops aanbieden. Wij zullen daarom voor de gemeenten in deze regio workshops vormgeven en organiseren, in het kader van het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. Tijdens de workshops komen belangrijke onderdelen van de lokale aanpak van ouderenmishandeling aan bod en werken gemeenten aan een kader voor hun eigen lokale plan van aanpak. Na afloop van de workshops hebben de gemeenten voldoende basis om het plan van aanpak verder op te stellen, passend bij hun lokale situatie.
We organiseren de workshops in opdracht van het regionaal programma Geweld hoort nergens thuis West-Brabant. Bij de voorbereiding van de workshops worden vertegenwoordigers van het regionaal programma, gemeenten en Veilig Thuis West-Brabant actief betrokken om ervoor te zorgen dat de workshops zo goed mogelijk aansluiten op de regionale en lokale situatie in de gemeenten in de regio West-Brabant.
Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.