Huiselijk geweld blijkt hardnekkig: veel uitval na overdracht Veilig Thuis

Huiselijk geweld is moeilijk te doorbreken. In Flevoland onderzochten we oorzaken voor de hoge caseload van Veilig Thuis. Daarbij constateerden we hoge recidive en veel uitval uit trajecten. Belangrijke oorzaken liggen in de kwaliteit van hulp en in de toerusting van het lokaal veld.

Recidive en uitval uit hulpverleningstrajecten

In het onderzoek is een representatieve steekproef van 100 meldingen bij Veilig Thuis Flevoland (VTF) onderzocht. In bijna twee derde van die casussen was minstens één keer eerder al sprake van melding bij VTF; bij een kwart betrof het 3 tot 7 eerdere meldingen. Melding bij Veilig Thuis en het daarop volgende (hulpverlenings-)traject leiden in een groot deel van de gevallen dus niet tot duurzame veiligheid. In het onderzoek zelf is voor een periode van 12-15 maanden onderzocht of er sprake was van nieuw geweld; dat bleek in bijna een derde van de casussen het geval en in nog eens 11 procent van de casussen was sprake van nieuwe zorgen over de veiligheid. Daarmee vormt het gebrek aan effectiviteit van de aanpak die volgt op een melding een belangrijke oorzaak voor de hoge caseload bij Veilig Thuis, naast het bestaan van risicofactoren in de populatie. Dat gebrek aan effectiviteit is echter niet zozeer Veilig Thuis aan te rekenen, maar betreft het resultaat van het handelen in het hele netwerk van partijen die zich met de opvolging van Veilig Thuismeldingen bezig houden.

Het onderzoek laat zien dat het beter moet: de uitval uit hulp is onacceptabel hoog en partijen werken in de aanpak onvoldoende samen. Met elke nieuwe Veilig Thuismelding wordt de kans op succesvol ingrijpen kleiner en de volwassenen en kinderen die het betreft krijgen niet de hulp die ze nodig hebben.

Aanknopingspunten voor de aanpak

De aanpak van huiselijk geweld kan ook echt beter. Het onderzoek biedt daar een aantal duidelijke aanknopingspunten voor. Ten eerste bevordert voldoende capaciteit en expertise bij het lokaal veld vroegtijdig handelen op signalen en voorkomt een opwaartse druk naar Veilig Thuis. Ten tweede zien we dat de aanwezigheid van één integrale plek waaraan Veilig Thuis casussen kan overdragen de samenwerking tussen Veilig Thuis en het lokaal veld ten goede komt. Met een beter geïnformeerde beslissing over het vervolgtraject als gevolg. En tot slot valt er nog veel winst te behalen met duidelijke regie en een systeemgerichte aanpak in casuïstiek, zowel in het verminderen van uitval, als in het realiseren van duurzame veiligheid. In een tijd waarin sprake is van hoge druk op de capaciteit van het lokaal veld en van specialistische hulp is dat mogelijk een lastige boodschap. Maar het is er ook één die hoop biedt: lukt het om effectiever te handelen, dan is de winst op de caseload bij alle betrokken partijen namelijk aanzienlijk.

Lees voor meer informatie ons rapport of bekijk de infographic.

15 juni – Dag tegen Ouderenmishandeling: wat betekent de coronacrisis voor de aanpak van ouderenmishandeling?

Op 15 juni is het de Dag tegen Ouderenmishandeling. In het kader daarvan organiseren wij een Online KennisKamer om in gesprek te gaan over de impact van de coronacrisis en bijbehorende maatregelen op de aanpak van ouderenmishandeling.

Ouderenmishandeling is een relatief onzichtbaar fenomeen. De coronacrisis heeft het probleem nog onzichtbaarder gemaakt, terwijl de kwetsbaarheid van ouderen voor mishandeling door de beperkende maatregelen is toegenomen. Zowel voor thuiswonende als voor intramuraal wonende ouderen geldt dat er minder zicht is op hoe het met hen gaat. Situaties van mogelijke uitbuiting of mishandeling vallen daardoor minder snel op. Voor kwetsbare ouderen die thuis wonen met een partner of andere huisgenoten geldt dat de beperkende maatregelen kunnen zorgen voor meer spanningen in huis.

Juist bij deze doelgroep duurt de beperkende situatie langer: ouderen zijn kwetsbaarder voor corona en zullen dus langer beperkingen ervaren in hun bewegingsvrijheid en het bezoek dat zij kunnen ontvangen. Wat betekent dat voor de zichtbaarheid en aanpak van ouderenmishandeling? Op 15 juni, de Dag tegen Ouderenmishandeling, voeren Katrien de Vaan en Eline Verbeek van Regioplan, samen met Inger Plaisier van het SCP, daar graag het gesprek over met aandachtsfunctionarissen uit de uitvoeringspraktijk en gemeentelijk beleidsadviseurs tijdens de Online KennisKamer.

Aanmelden?

De Online KennisKamer vindt plaats op maandag 15 juni, 15.00 tot 16.00 uur.

  • Stuur een mail naar eline.verbeek@regioplan.nl om je aan te melden. Vermeld in de titel van deze mail ‘KennisKamer Ouderenmishandeling’.
  • Je ontvangt van ons een link naar de Online KennisKamer.
  • Er is ruimte voor maximaal tien deelnemers. Deelname is gratis.

 

Risicoscore huiselijk geweld geeft meer inzicht in problematiek

Voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) is zicht op een zo groot mogelijk deel van de problematiek van belang. Daarom berekenen we voor de regio Zuid-Holland Zuid, op basis van data van risicofactoren, een risicoscore HGKM.

Huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) is een probleem dat gedeeltelijk onzichtbaar is. Voor de aanpak van de HGKM-problematiek is zicht op een zo groot mogelijk deel van de problematiek van belang. Door het meetbaar maken van risicofactoren voor HGKM kan een onderbouwde schatting van de aard en omvang van HGKM gemaakt worden (de risicoscore huiselijk geweld). Voor de regio Zuid-Holland Zuid berekenen wij een dergelijke risicoscore. Hiermee wordt zichtbaar waar in de regio zich de meeste risico’s op HGKM voordoen en hoe zich dat verhoudt tot het zichtbare deel van de problematiek. Een vergelijkbare exercitie voerden we eerder al uit voor de regio Rotterdam-Rijnmond, in het kader van de regiovisie Geweld hoort nergens thuis.

Meer informatie?

Houd de projectsite in de gaten of neem contact op met Katrien.

Tekort aan opvangplaatsen voor acute crisissituaties

In oktober 2019 verschenen er berichten in de media over mogelijke opvangtekorten in de vrouwenopvang. Die signalen vormden voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de VNG de aanleiding om ons onderzoek te laten uitvoeren naar de capaciteit van opvangplaatsen voor acute crisissituaties en de werkbaarheid van de afspraken zoals neergelegd in het beleidskader landelijke in-, door- en uitstroom crisisopvang & opvang in acute crisissituaties van slachtoffers huiselijk geweld in de vrouwenopvang.

In samenwerking met de Vereniging Valente voerden we onderzoek uit naar de capaciteit aan opvangplaatsen in de vrouwenopvang voor personen die zich in een acute crisissituaties bevinden. We constateerden dat er in 2018 en 2019 een feitelijk tekort aan opvangplaatsen voor acute crisissituaties was. In beide jaren is het in meerdere centrumgemeenten voorgekomen dat cliënten niet geplaatst konden worden op de daarvoor bestemde opvangplaatsen. Het capaciteitstekort werd mede veroorzaakt door de gebrekkige door- en uitstroom in de opvangketen als geheel. Dat heeft onder andere te maken met autonome ontwikkelingen die buiten de sector liggen, zoals het landelijk tekort aan beschikbare woningen en geschikte en beschikbare hulpverlening.

Daarnaast blijkt uit ons onderzoek dat de meeste vrouwenopvanginstellingen samen met de centrumgemeenten alles op alles zetten om cliënten toch een veilige opvangplaats te bieden als zij dat nodig hebben. Hiervoor zoeken zij veelal intern naar alternatieve opvangmogelijkheden, werken zij samen met andere opvanginstellingen of maken zij afspraken met bijvoorbeeld hotels en vakantieparken. Het is in het onderzoek echter niet altijd duidelijk geworden of én hoe er in deze gevallen zicht wordt gehouden op de veiligheid van deze cliënten. Gemeenten en de opvanginstellingen doen er goed aan gezamenlijk te overwegen om de landelijke capaciteit van opvangplaatsen voor acute crisissituaties te verhogen, afspraken te maken om de veiligheidsscreening van deze cliënten te waarborgen en op zoek te gaan naar oplossingen voor de knelpunten die buiten de opvangketen liggen.

In de voorjaarsnota 2020 heeft het kabinet extra middelen voor de vrouwenopvang aangekondigd. Dit betreft o.a. structureel 14 miljoen euro voor het creëren van benodigde extra opvangplekken voor acute crisissituaties in de vrouwenopvang en voor het oplossen van door- en uitstroomproblematiek.

Meer informatie?
Lees meer over de bevindingen van ons onderzoek naar de capaciteit aan opvangplaatsen voor acute crisissituaties in het eindrapport.
Kijk voor meer informatie over dit project op de projectsite of neem contact op met Katrien.

Impactanalyse van de Telecomcode en uitrol van 5G

Na de introductie van 4G is 5G de volgende generatie mobiele communicatie om aan het steeds verder toenemende gebruik van mobiel dataverkeer te kunnen blijven voldoen. Met 5G kan niet alleen de toenemende vraag naar mobiele data beter worden opgevangen, het maakt ook een scala aan nieuwe toepassingen mogelijk voor zakelijk en maatschappelijk dataverkeer.

De ambitie van de Europese Unie is om in 2020 in elke lidstaat tenminste één stad te hebben waar 5G is geïntroduceerd. Ook in Nederland wordt gewerkt aan de uitrol van 5G. Om 5G te kunnen faciliteren is de plaatsing van kleine antennes (small cells) benodigd op plaatsen waar veel mensen samenkomen en behoefte is aan een snel mobiel netwerk, zoals winkelcentra, stations en sportcentra. Volgens de Telecomcode (artikel 57) hebben Telecomproviders recht op toegang – bij een redelijk verzoek hiertoe – tot overheidsgebouwen en andere publieke infrastructuur (zoals lichtmasten en verkeerslichten) voor de plaatsing van de voor 5G benodigde antennes.

Maar wanneer is een verzoek nu precies redelijk? Welke extra werkzaamheden en kosten komen er op gemeenten en andere overheidsinstanties af? En welke kosten kunnen worden verhaald op telecomproviders? Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft Regioplan en Cebeon gevraagd om door middel van een impactanalyse antwoorden op deze vragen te geven.

Meer informatie?
Neem voor meer informatie over dit project contact op met Coen.

Risicoscore huiselijk geweld Zuid-Holland Zuid

Huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) is een probleem dat gedeeltelijk onzichtbaar is. Voor de aanpak van de HGKM-problematiek is zicht op een zo groot mogelijk deel van de problematiek van belang. Door het meetbaar maken van risicofactoren voor HGKM kan een onderbouwde schatting van de aard en omvang van HGKM gemaakt worden (de risicoscore huiselijk geweld). Voor de regio Zuid-Holland Zuid berekenen wij een dergelijke risicoscore. Hiermee wordt zichtbaar waar in de regio zich de meeste risico’s op HGKM voordoen en hoe zich dat verhoudt tot het zichtbare deel van de problematiek. Een vergelijkbare exercitie voerden we eerder al uit voor de regio Rotterdam-Rijnmond, in het kader van de regiovisie Geweld hoort nergens thuis.

Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.

Workshops ‘opstellen lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling’

Ouderenmishandeling is een relatief onderbelichte vorm van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zo blijft ouderenmishandeling een onderbelichte vorm van geweld in het beleid, maar ook in de signaleringsstructuur. Bij verschillende gemeenten leeft de behoefte een lokaal plan van aanpak voor de bestrijding van ouderenmishandeling op te stellen. Dit komt mede door de expliciete aandacht voor de bestrijding van ouderenmishandeling in het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT).

Om de behoefte die leeft in meerdere gemeenten te ondersteunen, wil de GHNT-regio West-Brabant workshops aanbieden. Wij zullen daarom voor de gemeenten in deze regio workshops vormgeven en organiseren, in het kader van het opstellen van een lokaal plan van aanpak ouderenmishandeling. Tijdens de workshops komen belangrijke onderdelen van de lokale aanpak van ouderenmishandeling aan bod en werken gemeenten aan een kader voor hun eigen lokale plan van aanpak. Na afloop van de workshops hebben de gemeenten voldoende basis om het plan van aanpak verder op te stellen, passend bij hun lokale situatie.

We organiseren de workshops in opdracht van het regionaal programma Geweld hoort nergens thuis West-Brabant. Bij de voorbereiding van de workshops worden vertegenwoordigers van het regionaal programma, gemeenten en Veilig Thuis West-Brabant actief betrokken om ervoor te zorgen dat de workshops zo goed mogelijk aansluiten op de regionale en lokale situatie in de gemeenten in de regio West-Brabant.

Meer informatie?
Neem contact op met Katrien.

Risicoprofielen slachtoffers van ouderenmishandeling

Ouderenmishandeling komt helaas regelmatig voor onder ouderen in Nederland. Om de vaak verborgen problematiek beter te kunnen herkennen heeft het ministerie van VWS ons gevraagd instrumentarium te ontwikkelen dat bij moet dragen aan verbeterde signalering van slachtoffers. Dat is een van de maatregelen in het Programma Geweld hoort nergens thuis van de ministeries VWS en JenV en de VNG, waarvan de aanpak ‘Veilig ouder worden’ onderdeel is.

Aanleiding

In 2018 deden wij onderzoek naar de aard en omvang van ouderenmishandeling. Uit het prevalentieonderzoek bleek dat ruim 1 op de 20 ouderen slachtoffer wordt van ouderenmishandeling. Het onderzoek bracht daarnaast enkele risicofactoren van ouderenmishandeling in kaart. De diversiteit van de groep slachtoffers van ouderenmishandeling is echter groot en risicofactoren zijn niet altijd op iedere oudere van toepassing. Door deze diversiteit in het oog te houden kan bijgedragen worden aan een betere signalering van slachtoffers van ouderenmishandeling.

Ontwikkeling van risicoprofielen

Het is daarom van belang de inzichten over kenmerken van slachtofferschap van ouderenmishandeling beter te benutten en te laten aansluiten bij de praktijk. Als vervolg op het prevalentieonderzoek heeft het ministerie van VWS ons daarom gevraagd om risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling te ontwikkelen. Op basis van data-analyse van de gezondheidsmonitor en kennis en praktijkervaringen van diverse professionals hebben wij zes risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling ontwikkeld.

De risicoprofielen geven inzicht in de typerende persoons- en achtergrondkenmerken van de slachtoffers van ouderenmishandeling. Ze laten zien dat slachtoffers op verschillende punten van elkaar verschillen. Door kennis te nemen van de profielen stellen we onszelf in staat om met een bredere blik naar (potentiële) slachtoffers van ouderenmishandeling te kijken wat kan bijdragen aan een verbeterde signalering. Een volgende stap is het nadenken over de wijze van verspreiding en toepassing van de risicoprofielen. Het ministerie van VWS gaat naar aanleiding van ons rapport een handzame tool ontwikkelen en verspreiden onder professionals zodat zij de risicoprofielen kunnen gebruiken in hun dagelijks werk.

Meer informatie?

Bekijk hier de zes risicoprofielen van slachtoffers van ouderenmishandeling of lees ons onderzoeksrapport op de projectpagina. Voor meer informatie over de (ontwikkeling van de) risicoprofielen kunt u contact opnemen met Katrien.

Huiselijk geweld: vergeet de rol van gender niet!

GREVIO rapporteerde over de naleving door Nederland van het Verdrag van Istanbul. Zij benadrukken daarbij het belang van het onderscheid tussen mannen en vrouwen in de aanpak van huiselijk geweld. Wij ontwikkelden enkele jaren geleden een toolkit om dit onderscheid in beleid en uitvoering te ondersteunen.

Onlangs rapporteerde GREVIO over de naleving door Nederland van het Verdrag van Istanbul. In het rapport staan veel complimenten aan de Nederlandse aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar GREVIO uit ook een belangrijke zorg: doordat we in de Nederlandse aanpak geen onderscheid tussen mannen en vrouwen maken, dreigen we voorbij te gaan aan de rol die gender speelt bij het ontstaan en voortduren van deze problematiek. Gender als in de maatschappelijke betekenis die we geven aan man- en vrouwzijn. Die leidt tot ongelijkheid, en die ongelijkheid hangt samen met verschillen in dader- en slachtofferschap tussen mannen en vrouwen. Vrouwen worden bijvoorbeeld veel vaker slachtoffer van structureel geweld door hun (ex-)partner dan mannen en ondervinden daar ook meer schade van, zo blijkt uit recent prevalentieonderzoek. Maar rekening houden met gender: wat betekent dat voor beleid en uitvoering? Wij ontwikkelden een aantal jaren geleden samen met Movisie en Atria een toolkit om dat te ondersteunen. Je vindt de toolkit hier.

 

Seksuele uitbuiting in Amsterdam, een onderzoek naar aard en patronen

Seksuele uitbuiting komt voor in Amsterdam. Maar eigenlijk weten we nog niet zoveel over de aard ervan. Met welke vormen kunnen slachtoffers te maken krijgen? En voelen zij zich eigenlijk wel slachtoffer? Hoe gaan daders te werk? En wat kunnen gemeenten doen?

We onderzochten op verzoek van de gemeente Amsterdam de aard en patronen van seksuele uitbuiting. We schetsten de contouren van integraal beleid gericht op het voorkomen en aanpakken van seksuele uitbuiting. Het onderzoeksrapport over seksuele uitbuiting en de aanbevelingen over dit onderwerp vindt u hier.

Speelveld van de gemeente bij seksuele uitbuiting

Onderstaande infographic geeft het speelveld in een gemeente goed weer. Te zien is met welke maatschappelijke domeinen beleidsmakers te maken hebben, met wie zij per domein moeten samenwerken en welke concrete handelingsperspectieven ze hebben. Het speelveld maakt inzichtelijk dat beleid gericht op het tegengaan van seksuele uitbuiting divers moet zijn en domeinen sterk moeten samenhangen. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de drempel naar de legale branche voor autonome sekswerkers laag is, maar tegelijkertijd hoog is voor personen die misbruik van die branche willen maken?

Speelveld gemeenten voor integrale aanpak seksuele uitbuiting
Speelveld gemeenten voor integrale aanpak seksuele uitbuiting