Werkveld: Sociaal domein
Evaluatie van pilots ‘Sociaal juridische hulp om de hoek’
Om burgers met sociaal juridische hulpvragen beter te kunnen bereiken, wordt in drie gemeenten geëxperimenteerd met versteviging van samenwerking tussen dienstverleners aan de voorkant van het sociaal juridische domein (bv. sociaal werk, bibliotheken, sociaal raadslieden). Dit project ‘Sociaal juridische hulp om de hoek’ vindt plaats in het kader van de subsidieregeling Stelselherziening Rechtsbijstand, die beschikbaar is gesteld door de minister van Rechtsbescherming. De regeling is bedoeld voor het subsidiëren van activiteiten binnen projecten die op een innovatieve manier bijdragen aan de ontwikkeling van passende, duurzame en kwalitatief hoogwaardige oplossingen voor juridische problemen, waarbij de rechtzoekende en zijn hulpvraag centraal staan. In dit project werken Sociaal Werk Nederland en de Koninklijke Bibliotheek samen.
Wat is de aanleiding?
Binnen gemeenten zijn er aanzienlijke verschillen in de wijze waarop het aanbod van sociaal juridische dienstverlening georganiseerd is. Sociaal Werk Nederland (SWN) krijgt signalen dat aanbod van en/of samenwerking tussen dienstverleners aan de voorkant van het sociaal juridische domein onvoldoende georganiseerd is of zelfs helemaal ontbreekt. Hierdoor worden burgers niet/onvoldoende adequaat geholpen of vallen zelfs tussen wal en schip, met alle (financiële en psychosociale) gevolgen van dien.
Wat is het doel?
Het verbeteren van de lokale samenwerking tussen het voorveld en het sociaal juridische domein vraagt om uitproberen. Daarom heeft SWN samen met de Koninklijke Bibliotheek (KB) subsidie aangevraagd voor het inrichten van drie pilots. Deze pilots zijn gericht op het versterking van het aanbod van en de samenwerking tussen de dienstverleners aan de voorkant van het sociaal juridische domein. Parallel richten SWN en de KB een onderzoek in. Het doel van dit onderzoek is om het proces en het doelbereik van de pilots in kaart te brengen, om pilots van elkaar te laten leren, om knelpunten op systeemniveau aan te dragen en om bij te dragen aan opschaling van goede voorbeelden en succesfactoren.
Wat gaan we doen?
Gezien de aard en het doel van het onderzoek zijn er wat ons betreft drie uitgangspunten voor het formuleren van de aanpak. Ten eerste moet deze flexibel zijn. Ten tweede is het belangrijk dat de aanpak zo is ingericht dat we niet alleen beoordelen of het proces van de pilots goed verloopt en of de pilots hun doel bereiken, maar dat we ook kunnen bijdragen aan leren binnen, tussen en van de pilots. Ten derde is het belangrijk dat geleerde lessen kunnen worden gebruikt voor borging, doorontwikkeling en opschaling. Daarom richten we een lerende evaluatie in. Dit type onderzoek onderscheidt zich van klassiek onderzoek door onder meer het doel (verandering in plaats van verantwoording), de timing (tijdens in plaats van achteraf) en de rol van onderzoekers (betrokken in plaats van afstandelijk). Onze aanpak bestaat onder meer uit een probleemanalyse, een netwerkanalyse, praktijksessies, het samenstellen en monitoren van outcome-maps en het opstellen van eindproducten.
Wat levert dat op?
We leggen het geleerde vast in een onderzoeksrapport. Hierin is ook aandacht voor vervolgstappen voor borging, doorontwikkeling en opschaling. Naast een onderzoeksrapport reserveren we ruimte voor het opstellen van businesscases en exploitatiemodellen, het schrijven van tijdschriftartikelen en het organiseren van webinars.
Child Guarantee
Gender en huiselijk geweld: zo zit het!
8 maart, internationale vrouwendag. Meer dan we denken worden de relaties tussen mannen en vrouwen nog steeds bepaald door de verwachtingen die we als samenleving aan de twee seksen opleggen. Dat is ook het geval bij geweld tegen vrouwen: gender is één van de factoren die geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld veroorzaken en in stand houden. Om dit geweld effectief aan te pakken is dan ook aandacht voor gender nodig. Maar wat is dat dan precies? En hoe ziet de relatie tussen gender en geweld tegen vrouwen/huiselijk geweld eruit? In deze analyse leggen we dat uit. We stelden de analyse op in het kader van onze nadere concretisering van de aanbevelingen die aan Nederland zijn gedaan in het kader van de opvolging van het Verdrag van Istanbul. Het hele rapport is hier te vinden.
Gender doet ertoe! Gendersensitiviteit maakt de aanpak van huiselijk geweld effectiever
Gender – de maatschappelijke betekenis die we aan man- en vrouwzijn geven – is een factor in het ontstaan én voortduren van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Toch is aandacht voor gender in de aanpak van deze problematiek niet vanzelfsprekend. Dat kan ertoe leiden dat de aanpak van HGKM minder effectief is dan die zou kunnen zijn; een effectieve aanpak richt zich immers op het verminderen van de oorzaken voor het probleem en dus ook op genderaspecten. Maar hoe hou je in de aanpak dan goed rekening met gender? In opdracht van het landelijk programma Geweld hoort nergens Thuis ontwikkelden wij daar de volgende instrumenten voor:
- Een handreiking voor casuïstiekbespreking met uitgebreide casusbeschrijvingen;
- Aandachtspunten voor gendersensitiviteit bij de uitvoering van gemeentelijke taken;
- Een toelichting op gendersensitief systeemgericht werken;
- Een Masterclass Gendersensitief handelen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling
De tools zijn te vinden op de website van het landelijk programma.
Meer weten?
Wil je meer informatie over de instrumenten of wat wij voor jou kunnen betekenen? Neem contact op met Katrien.
Vinger aan de pols voor mensen met een LVB
Veel mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben hun leven lang op veel verschillende levensterreinen begeleiding nodig. Lichte, langdurige hulp in de vorm van waakvlamondersteuning kan uitkomst bieden.
Uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) dat in 2019 is uitgevoerd naar de ondersteuning van mensen met een LVB blijkt dat gemeenten behoefte hebben aan het bieden van lichte, continue ondersteuning aan mensen met een LVB om zo het ontstaan van ergere problemen (deels) te voorkomen en te kunnen zorgen voor snelle opschaling. Dit wordt ook wel waakvlamondersteuning genoemd. Het onderzoek dat we hebben uitgevoerd voor het ministerie van VWS laat zien dat ongeveer 15 procent van alle Nederlandse gemeenten experimenteert met het aanbieden van een vorm van waakvlamondersteuning of van plan is dit in de nabije toekomst te gaan doen.
Rode draden in de praktijk
In de praktijk wordt waakvlamondersteuning vooral ingezet bij mensen die (veelal praktische) hulpvragen hebben op een groot scala aan leefdomeinen, maar geen intensieve ondersteuning (meer) nodig hebben om daar mee om te kunnen gaan. In de regel wordt deze ondersteuningsvorm ingezet als afschaling van intensievere begeleiding. Veel van de cliënten, waaronder mensen met een LVB, kunnen met hun lichte hulpvragen (post, administratie, aankopen, vragen over de woning et cetera) niet voldoende bij het eigen netwerk terecht. Ook zijn zij onvoldoende zelfredzaam om volledig zelfstandig hun leven op de rit te houden. Het risico is dat als deze mensen geen ondersteuning krijgen, hun problemen escaleren en zij in een crisis belanden. Het doel van de waakvlamondersteuning is dan ook om kwetsbare cliënten in beeld te houden en te monitoren, om daarmee een escalatie en verslechtering van de problematiek te voorkomen.
Geen blauwdruk, wel een bruikbaar kader
Er is geen blauwdruk te geven voor het effectief en efficiënt inzetten van waakvlamondersteuning, blijkt uit ons onderzoek. Gemeenten variëren in de praktijk in hoe ze deze ondersteuningsvorm opvatten, bijvoorbeeld wat betreft aspecten als duur, frequentie en contactvorm. Wel kunnen we een bruikbaar kader bieden voor gemeenten die met waakvlamondersteuning aan de slag willen. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat cliënten open staan voor begeleiding, begeleiders snappen hoe mensen met een LVB leren en informatie verwerken, is het aangaan van een vertrouwensband met de cliënt een cruciaal onderdeel van de begeleiding en dienen organisaties voldoende mogelijkheden te bieden voor flexibel op- en afschalen van de ondersteuning. Als er voldoende rekening wordt gehouden met deze uitvoerings- en organisatieaspecten, kan waakvlamondersteuning voorkomen dat er zwaardere individuele begeleiding nodig is en kan het preventief werken voor het ontstaan van crisissituaties.
Meer informatie?
Lees het onderzoeksrapport of de factsheet of neem contact op met Miranda.
Waakvlamondersteuning voor mensen met een LVB
Mensen met een LVB hebben vaak langdurige begeleiding nodig op verschillende levensterreinen: gedurende hun schoolloopbaan, in hun woonsituatie, bij het regelen van financiën en bij het verwerven en behouden van een positie op de arbeidsmarkt. Uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (2019) naar de ondersteuning van mensen met een LVB blijkt dat gemeenten waakvlamondersteuning willen inzetten: langdurige lichte ondersteuning die snel opgeschaald kan worden, zodat escalatie van problemen kan worden voorkomen. Verschillende gemeenten experimenteren met deze vorm van waakvlamondersteuning.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ons gevraagd om de inzet van waakvlamondersteuning in gemeenten te onderzoeken en om een bruikbaar inzicht te bieden in de kenmerken van de ondersteuning die relevant zijn voor een doelmatige en doeltreffende inzet van waakvlamondersteuning bij mensen met een LVB.
Wij hebben aan de hand van kwalitatief onderzoek en via een maatschappelijke-business-methodiek onderzocht op welke wijze waakvlamondersteuning door gemeenten wordt ingezet, welke aspecten in de praktijk van belang zijn voor een goede inzet en welke ervaringen met waakvlamondersteuningen zijn opgedaan. De inzichten zijn bruikbaar voor gemeenten die met waakvlamondersteuning aan de slag willen.
De uitkomsten van het onderzoek zijn samengevat in een korte factsheet en in een onderzoeksrapport.
Meer informatie?
Neem contact op met Miranda.
Evaluatie Van Wijken Weten gemeente Arnhem
In 2016 is in de gemeente Arnhem gestart met het programma Van Wijken Weten. Dit programma heeft als ambitie om te sturen vanuit de leefwereld van inwoners: vraaggericht. Enerzijds om inwoners (meer) invloed te geven op hun directe leefomgeving, anderzijds om goede keuzes te kunnen maken in de uitvoering. De gemeente Arnhem wil daarbij de uitvoering meer en de regels minder centraal stellen, en toewerken naar datgene wat nodig is om aan te sluiten op de ambities en ideeën van inwoners. Dit vraagt om ruimte voor een andere aanpak.
Het programma loopt inmiddels drie jaar en het is tijd om een tussenbalans op te maken. Dat doen we door middel van actieonderzoek: onderzoek waarin leermomenten zijn ingebouwd die de uitvoeringspraktijk kunnen bijsturen. Aan de hand van geselecteerde thema’s (veiligheid, leefbaarheid en ontmoeten) en trajecten uit de praktijk onderzoeken we sterke punten, zwakke punten, kansen en bedreigingen. Het perspectief van burgers en externe stakeholders nemen we daarbij als uitgangspunt. Tegelijkertijd peilen we de ervaringen en verwachtingen van interne stakeholders bij de gemeente. Tussentijdse resultaten worden steeds gespiegeld en getoetst, om uiteindelijk tot bredere inzichten en aanbevelingen te komen waar Van Wijken Weten, en alle betrokken partijen, echt mee verder kunnen.
Week tegen Kindermishandeling: leren van én met elkaar
Deze week is het de Week tegen Kindermishandeling. Verhalen van professionals, ouders en kinderen staan centraal om extra aandacht voor de complexe problematiek te vragen. Het delen van verhalen en ervaringen moet leiden tot het optimaal benutten van deze inzichten in de aanpak van de problematiek. Ook wij houden ons in onze onderzoeken bezig met de aanpak van kindermishandeling.
Geweld stopt niet
Circa 3 procent van alle kinderen groeit op in onveilige gezinssituaties. Verschillende onderzoeken laten zien dat het geweld na interventies door de veiligheids- en hulpverleningsketen vaak niet stopt. Zo bleek uit ons onderzoek naar de hulpverlening waar Veilig Thuis aan overdraagt (in verschillende regio’s) het geweld in 30 tot 60 procent van de casussen aantoonbaar niet te stoppen. Ook recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut laat zien dat in meer dan de helft van de gezinnen het geweld niet stopt na melding bij Veilig Thuis.
Oorzaken
Er kunnen een aantal oorzaken gedefinieerd worden voor het niet stoppen van het geweld. Zo laat reconstructie van hulpverleningstrajecten veel uitval van hulp zien in het vrijwillig kader. Ook zien we dat een discrepantie bestaat tussen de aard van de onderliggende problematiek (complex en langdurig) en de hulp die wordt ingezet (licht en kortdurend). Daarnaast is vaak onvoldoende sprake van een systeemgerichte aanpak en werken de zorg- en veiligheidsketen nog gescheiden van elkaar.
Het kan ook anders
Er is in Nederland veel kennis over wat nodig is voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Die kennis is bijvoorbeeld gebundeld in de visie op gefaseerde ketenzorg die is opgesteld door Van Arum en Vogtländer en wordt toegepast in de actuele ontwikkelingen rondom MDA++ en het Centrum HGKM. Als we naar die kennis en ervaringen kijken, dan kunnen we een aantal uitgangspunten formuleren om te komen tot een meer effectieve aanpak van HGKM:
- Beschouw de casus als één geheel: het is belangrijk dat alle losstaande hulpverleningstrajecten een geheel gaan vormen. Hiervoor is inzet van verschillende domeinen en hulpverleningskaders en stevige regie op het hulpverleningstraject noodzakelijk.
- Houd zicht op veiligheid en pak door op onveiligheid: zicht op veiligheid en doorpakken daarop is essentieel. Die taak moet dus goed belegd zijn en gefaciliteerd worden. Wanneer de veiligheid in het gedrang komt, is het zaak direct door te pakken en daarbij, indien passend, instrumenten uit het dwang- en drangkader aan te grijpen.
- Erken het belang van de relatie tussen hulpverlener en cliënt: effectieve hulp vereist een goede relatie en vertrouwensband tussen hulpverlener en cliënt. Daarvoor is het nodig dat een hulpverlener een blijvend gezicht vormt, bijvoorbeeld in de vorm van een centrale hulpverlener voor het gehele gezinssysteem, waarnaast andere hulpverleners wisselend betrokken zijn.
- Zorg voor passende hulp: de hulp die wordt ingezet moet passen bij de aard en zwaarte van de problematiek. Begin daarom met een goede, diepgaande analyse, waarbij gekeken wordt naar het systeem, de relatiedynamiek, patronen in het systeem en de individuen die deel uitmaken van dat systeem. Hier kan vervolgens het hulpverleningsplan op gebaseerd worden.
Werken aan verandering
In verschillende trajecten werken wij samen met het veld aan het verbeteren van de aanpak, in lijn met het bovenstaande. Daarin hebben we aandacht voor regie, voor systeemgericht en multidisciplinair werken en voor domeinoverstijgende samenwerking. Ook hebben we aandacht voor de balans tussen protocollen en kaders enerzijds en de professionele ruimte van de hulpverleners anderzijds. We maken gebruik van kennis en voorbeelden die er al liggen uit eerder uitgevoerd onderzoek en de ervaringspraktijk. Daarnaast volgen we door middel van actiegericht onderzoek verbeter- en verandertrajecten om daar overkoepelende lessen uit te trekken.
Meer weten over wat wij doen in het kader van de aanpak HGKM? Neem dan contact op met Katrien.
Snijden of investeren in de sociale basis, het hoeft geen dilemma te zijn
In tijden van bezuinigingen snijden of juist investeren in de sociale basis? Veel gemeenten worstelen met dit dilemma. Ze weten wel dat nu investeren betekent dat straks kosten worden uitgesteld of voorkomen. Maar hoe krijg je dat rendement aangetoond? In onderstaand artikel van Movisie verzamelen collega Frank Kriek en expert bij Movisie Hilde van Xanten praktijkvoorbeelden die laten zien dat het wel degelijk mogelijk is.
Laten we eerst eens kijken naar het begrip sociale basis. Waar hebben we het dan eigenlijk over? Er zijn smalle en bredere omschrijvingen te vinden, maar de gemene deler is dat het gaat over informele en immateriële verbanden tussen inwoners, over leefbaarheid en sociale veerkracht: de gemeenschapskracht. Dat buren elkaar een bakje soep brengen, dat buurtgenoten begrijpen dat iemand met een ggz-achtergrond soms wat luidruchtig is.
Geen indicatie nodig
Naast de informele verbanden tussen inwoners, scharen veel omschrijvingen er ook meer formele verbanden met vrijwilligers en professionals onder. En behalve de immateriële zaken nemen velen ook de materiële infrastructuur erbij, bijvoorbeeld de gebouwen van algemene voorzieningen zoals buurthuis en trapveldje. De ene gemeente bakent het bijbehorende beleids- en uitvoeringsterrein bovendien ruimer af dan de andere: van enkel voorzieningen in het sociaal domein, tot ook cultuur en sport. Het gaat daarbij over voorzieningen waarvoor geen indicatie nodig is.
Preventieve waarde
Welke omschrijving gemeenten ook hanteren, altijd ligt er een veronderstelling van preventieve waarde onder. Zo kan effectieve mantelzorgondersteuning overbelasting voorkomen en opname van de zorgvrager uitstellen. Deze notie van preventie maakt investeren in de sociale basis voor velen vanzelfsprekend, aldus collega Frank Kriek: ‘Alle professionals, beleidsmakers en ook wetenschappers wéten dat investeren in de sociale basis verstandig is, zeker in tijden van bezuinigingen.’ Toch staan deze investeringen in veel gemeenten tegenwoordig onder druk.
Financiële ruimte houden
Hilde van Xanten, expert bij Movisie, heeft daar wel een verklaring voor: ‘Gemeenten hebben wettelijk gezien geen verplichtingen bij de invulling van de sociale basis. Dat is anders dan bij bijvoorbeeld Wmo-maatwerkvoorzieningen. Veel gemeenten hebben nu vooral aandacht voor kostenbeheersing. Maar als je tegelijkertijd zegt dat je de beweging naar de voorkant wilt maken, dan moet je daar financiële ruimte voor houden. Als je niet investeert, dan weet je nooit wat je had kunnen bereiken.’
Uitvoering opzoeken
Deze opmerking over wat je had kúnnen bereiken is cruciaal, want het gaat over de maatschappelijke resultaten die gemeenten voor ogen hebben. Van Xanten: ‘Het is belangrijk dat beleidsmakers en de uitvoerders daarover goed met elkaar in gesprek gaan.’ Ze ziet in steeds meer gemeenten dat ambtenaren dat ook ‘oprecht willen. Ze willen de uitvoerders structureel opzoeken. Door de langdurige, echte dialoog groeit het vertrouwen en een gezamenlijke koers. Ze hebben het samen over vragen als: Wat willen we bereiken voor en met de inwoners? Welke activiteiten dragen daar aan bij?’
Niet eenvoudig
Van Xanten maakt het concreet aan de hand van het voorbeeld van dagbesteding voor ouderen. ‘Een beoogd maatschappelijk resultaat kan zijn dat ouderen langer in hun eigen buurt hun dagelijkse bezigheden kunnen hebben. Als buurtcentra hun reguliere inloop zo organiseren dat mensen met beginnende dementie zich ook welkom voelen, kan geïndiceerde dagbesteding worden uitgesteld.’ Daarbij is het dan wel belangrijk dat het inloopcentrum zo nodig wat extra middelen krijgt, die elders immers ruim bespaard worden. Het centrum kan dat inzetten voor bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering of enige extra personele inzet. Maar dat blijkt vaak nog niet zo eenvoudig.
Rendement aantonen
En dat is meteen een andere, misschien wel de belangrijkste, reden waardoor investeringen in de sociale basis onder druk staan. ‘Ook al weten de profs wel dat nu investeren betekent dat je later bespaart’, zegt Kriek, ‘het is lastig om dat rendement te laten zien. Met de huidige wijze van verantwoorden die veel gemeenten hanteren, lukt dat althans onvoldoende. Dat roept vragen op bij de gemeenteraad. En als er toch keuzes gemaakt moeten worden, dan ligt het voor het voor de hand te snijden in activiteiten waarvan onvoldoende duidelijk is gemaakt hoe ze renderen.’
Dikke verantwoordingsrapporten
Kriek werkt met verschillende gemeenten aan het zichtbaar maken van het rendement van de sociale basis. Hij ziet geregeld dat de huidige manier van verantwoorden vooral laat zien dat de activiteiten volgens afspraak zijn uitgevoerd. ‘Er komen ongelooflijk dikke verantwoordingsrapporten langs, die heel beschrijvend opsommen waaraan het geld is uitgegeven.’ Maar dat zegt volgens Kriek onvoldoende over of de centrale doelen van de gemeente daadwerkelijk gerealiseerd zijn.
Werkzame mechanismes
‘Als je wilt kunnen aantonen dat het geld effectief is besteed, dan moet je als aanbieder jouw activiteiten koppelen aan de gemeentelijke doelen’, zegt Kriek. Of eigenlijk, zoals Van Xanten ook al benadrukte: de gemeentelijke doelen vertalen naar activiteiten in de sociale basis. Kriek: ‘De crux in die vertaalslag zit hem erin dat je daarbij kennis gebruikt over wat werkzame mechanismes zijn.’ Bij Movisie is veel informatie te vinden over werkzame elementen in interventies, zoals in de Wat werkt bij-dossiers.
Effectief tegen eenzaamheid
Kriek legt dit verder uit met het voorbeeld van eenzaamheid. ‘Het gemeentelijke macrodoel kan bijvoorbeeld zijn dat het percentage eenzame ouderen daalt van veertig naar dertig procent. Dan volstaat het niet om in je verantwoording te vermelden dat je vijftien koffieochtenden hebt georganiseerd. Uit onderzoek blijkt immers dat ontmoetingsmogelijkheden lang niet altijd afdoende zijn.’ Het verminderen van negatieve gedachten blijkt juist wel te werken. En specifiek voor ouderen is het leren omgaan met computer en internet effectief tegen eenzaamheid.
Ongelooflijk sterk verhaal
‘Bied je bijvoorbeeld computerles aan ouderen, dan kun je dat in de verantwoording opnemen’, vervolgt Kriek. ‘Daarbij dien je wel te laten zien dat je dat op de goede manier doet. En vervolgens kun je vermelden hoeveel mensen uit de beoogde doelgroep je daarmee bereikt. De deelnemers kun je persoonlijk uitvragen, ook over of het werkzame mechanisme inderdaad werkt: Is het aantal sociale contacten dat u heeft veranderd? Hoe denkt u dat dit komt?’ Als uitvoerders hun verantwoording op deze gelaagde manier inrichten, dan hebben ze volgens Kriek ‘een ongelooflijk sterk verhaal.’ Regioplan heeft een systematiek ontwikkeld om op deze manier te verantwoorden.
De keuze snel gemaakt
Kortom, het gezamenlijk vaststellen van maatschappelijke doelen en die met behulp van bewezen werkzame mechanismes vertalen naar activiteiten, helpt om te sturen op rendement van de sociale basis. De combinatie met de gelaagde manier van verantwoorden, maakt dit rendement bovendien inzichtelijk in termen van maatschappelijke winst. En dan zou het zo maar kunnen zijn dat er helemaal geen dilemma meer is, dan is de keuze snel gemaakt: investeren loont.
Neem voor meer informatie contact op met Katrien.
Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn
De gemeente Hoorn heeft geconstateerd dat er in de eigen gemeente relatief veel multiprobleemgezinnen zijn waarbij langdurige en gestapelde zorg wordt ingezet. Ondanks de betrokken inzet van hulpverleners en cliënten zelf, heeft de hulpverlening regelmatig niet het gewenste effect en blijven forse hulpvragen bestaan. Daarom voeren we in opdracht van de gemeente Hoorn het Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn uit. Het doel is inzicht te geven in waar en hoe er winst te behalen is bij het effectief beantwoorden van complexe hulpvragen. We gaan hiervoor in gesprek met professionals en direct betrokkenen om te onderzoeken waar de verbetermogelijkheden liggen.