Sabi Belhaj-Haddou MA

Mijn nieuwsgierigheid naar de manier waarop historische en maatschappelijke processen elkaar beïnvloeden, drijft me om de complexiteit van deze thema’s te onderzoeken. Door kwalitatieve en kwantitatieve methoden te combineren, probeer ik maatschappelijke vraagstukken te doorgronden en beleidsadvies te ontwikkelen dat de positie van kwetsbare groepen versterkt. Het is dan ook mijn doel is om met gedegen onderzoek bij te dragen aan een inclusievere en rechtvaardigere samenleving. Bij Regioplan houd ik me bezig met het onderzoeken van vraagstukken die betrekking hebben op integratie, migratie, gender en diversiteit.

Tweede deelrapportage Perspectief Inburgeraar

Onlangs is het tweede deelrapport van ons onderzoek Perspectief inburgeraar gepubliceerd en naar de Tweede Kamer verstuurd. In dit vierjarige onderzoek belichten we het perspectief van inburgeraars op het inburgeringsstelsel, door middel van vragenlijstonderzoek en kwalitatieve metingen. Voor dit onderzoek werken wij samen met Open Embassy en BMC.

Doel van het onderzoek

In het langlopende onderzoek kijken we in hoeverre de Wet inburgering 2021 (Wi2021) werkt vanuit het perspectief van de inburgeraars. Om een goed beeld te krijgen over de werking van de nieuwe inburgeringswet, wordt ook het perspectief van inburgeraars die onder Wi2013 vallen onderzocht. Het onderzoek kent twee hoofdvragen: in hoeverre werkt de Wi2021 zoals de wetgever heeft beoogd? En blijft er voldoende geschikt aanbod voor inburgeraars onder de Wi2013?

Resultaten van het onderzoek

De inzichten laten zien dat de ervaringen en percepties van inburgeraars heel divers zijn: Deze verschillen hangen bijvoorbeeld samen met hun achtergrond, inburgeringsroute en persoonlijke omstandigheden. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende ervaringen met het tempo van de inburgering. Enerzijds zijn er inburgeraars die stress ervaren doordat ze voor hun gevoel veel moeten leren in een korte tijd, terwijl ze ook andere zorgen hebben. Anderzijds komt het ook voor dat inburgeraars voor hun gevoel te lang moeten wachten voordat ze kunnen gaan inburgeren, wat demotiverend werkt. Op alle onderdelen die in dit onderzoek aan bod komen, zien we zowel positieve punten als belemmerende elementen naar voren komen vanuit het perspectief van de inburgeraars.

Benieuwd naar de rode draden in dit uiteenlopende beeld?

Een uitgebreidere beschrijving en het volledige rapport zijn hier te vinden!

Handreiking voor het begeleiden van statushouders op de werkvloer

Talentvolle statushouders staan nu nog vaak langs de kant, terwijl zij een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de krapte op de arbeidsmarkt. Ze brengen nieuwe perspectieven met zich mee die creativiteit en innovatie binnen organisaties kunnen bevorderen. Bovendien leren statushouders door te werken sneller de Nederlandse taal en cultuur, wat hun integratie in de Nederlandse samenleving bevordert. Het doel was om een handreiking voor werkgevers te ontwikkelen met inspiratie en concrete acties om statushouders te begeleiden op de werkvloer.

Wij hebben gesprekken gevoerd met zeven organisaties uit verschillende sectoren over hun ervaringen met het begeleiden van statushouders op de werkvloer. Daarnaast hebben we inzichten specifiek over het verkleinen van taal- en cultuurverschillen geïnventariseerd uit andere handreikingen en bestaand onderzoek. Deze handreiking geeft een overzicht van wat werkt bij het begeleiden van statushouders op de werkvloer. Nieuwe medewerkers vragen altijd om een extra investering, maar statushouders misschien net iets meer. Deze handreiking biedt inspiratie, houvast en praktische handvatten voor het succesvol begeleiden van statushouders in de organisatie.

Meer weten?

Download dan hieronder de handreiking of neem contact op met Miranda Witvliet.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Participatie, integratie en inburgering: hoe doeltreffend en doelmatig was het overheidsbeleid?

In hoeverre was het beleid van de rijksoverheid op het thema ‘Integratie en maatschappelijke samenhang’ doeltreffend en doelmatig? Dat was de centrale vraag in een synthesestudie die we uitvoerden in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Inmiddels is het eindrapport gepubliceerd en kwam het kabinet met een officiële reactie op het rapport.

In dit onderzoek namen we verschillende onderdelen van het beleid gericht op integratie en maatschappelijke samenhang onder de loep. In de eerste plaats ging het daarbij om het participatiebeleid als onderdeel van het integratiebeleid, met als doel het beter toerusten van mensen om een actieve bijdrage aan de maatschappij te kunnen leveren. In de tweede plaats keken we naar het beleid gericht op samenleven en een weerbare, inclusieve samenleving, waar iedereen ongeacht achtergrond dezelfde kansen krijgt. Ten derde onderzochten we het inburgeringsbeleid, waarbij de specifieke focus lag op het nieuwe inburgeringsbeleid onder de Wet inburgering 2021. Daarbij hebben we het ingezette beleid in de periode 2014-2021 onder de loep genomen.

Goede onderbouwing

De synthesestudie concludeert dat in de periode 2014-2021 sterk is ingezet op evidence-based beleidsontwikkeling en dat de kennis is toegenomen over welke beleidsinstrumenten wel en niet werken. Daarbij stellen we vast dat het beleid daadwerkelijk van deze inzichten gebruik maakt: het beleid is over het algemeen ingericht op basis van een goede theoretische en empirische onderbouwing en maakt gebruik van de bewezen werkzame mechanismen. In die zin is het beleid volgens ons doeltreffend.

Wet Inburgering 2021: doeltreffend instrument

Die conclusie gaat zeker ook op voor het nieuwe inburgeringsstelsel, dat het belangrijkste instrument vormt om de integratie en participatie van nieuwkomers in Nederland op gang te helpen. Er is volgens ons ‘brede bewijslast’ dat er bij de Wet Inburgering 2021 sprake is van een doeltreffend instrument. Ook met betrekking tot andere beleidsonderdelen luidt onze conclusie dat het beleid doeltreffend is en bijdraagt aan het dichterbij brengen van de beleidsdoelen.

Kanttekeningen

Tegelijkertijd plaatsen we ook kanttekeningen bij de omvang en intensiteit van de beleidsinzet. Zo concluderen we dat het programma VIA (voorheen Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt,
sinds 2022 Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt) te beperkt van omvang is, net als het beleid gericht op samenleven en een weerbare samenleving. Door de relatief geringe beschikbare capaciteit en middelen, is het beleid te kleinschalig om grote veranderingen in de samenleving te kunnen sorteren. Verder is het nieuwe inburgeringsstelsel weliswaar doeltreffend ingericht, maar spelen er ook problemen in de uitvoering die mogelijk afbreuk kunnen doen aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.

Verder stellen we rondom het beleidsonderdeel samenleven en weerbare samenleving vast, dat tijdens de evaluatieperiode de beleidsdoelen op hoog abstractieniveau waren geformuleerd. Die hoge mate van abstractie en het ontbreken van concrete (tussen)doelen, maakte het lastig om een vertaalslag te maken van doelstellingen naar meetbare indicatoren en daarmee naar de vaststelling van doelbereik.

‘Bruikbare input’

In haar reactie schrijft minister Van Gennip (SZW) dat onze inzichten ‘bruikbare input vormen bij de voortdurende gedachtenvorming over de bijstelling van het beleid […].’ Voor een deel heeft het ministerie van SZW al activiteiten ter hand genomen die aansluiten op de inzichten van de studie; bij een ander deel van de inzichten die de studie oplevert is het volgens de minister aan een nieuw
kabinet om hier beslissingen over te nemen.

Wetenschappelijk verantwoord

Ten slotte: bij een ‘Periodieke Rapportage’ als deze is het gebruikelijk dat een onafhankelijk expert een beredeneerd oordeel geeft over de kwaliteit van het onderzoek. In dit geval concludeert prof. dr. Han Entzinger (emeritus hoogleraar Integratie- en migratiestudies aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam) dat ‘Regioplan de synthesestudie op een wetenschappelijk verantwoorde wijze heeft onderbouwd en in methodologisch opzicht correct heeft uitgevoerd’.

Meer weten?

Download dan ons eindrapport. Voor specifieke vragen kun je contact opnemen met Miranda Witvliet.

21 maart: Internationale Dag Tegen Racisme en Discriminatie

Inclusief onderzoek: de stem van de respondent centraal stellen

Ervaringen uit de praktijk
Bij onderzoeken naar sociale vraagstukken staan vaak de ervaringen, belevingen, behoeftes en wensen van mensen centraal. Maar hoe kunnen de stem, het perspectief, en het belang van de te onderzoeken doelgroep het beste in de schijnwerpers worden gezet?

In het kader van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie bundelen we een selectie van inzichten uit onze ervaringen uit de praktijk over het goed en volwaardig vertegenwoordigen van doelgroepen in onderzoek. We besteden bijzonder aandacht aan doelgroepen die moeilijk te bereiken zijn en meer gemarginaliseerde groepen, wiens stem ook minder vaak wordt gehoord in de maatschappij en in onderzoek.

1 – Werk met ervaringsdeskundigen bij het opzetten en uitvoeren van onderzoek, en het analyseren van de bevindingen

Ervaringsdeskundigen hebben vanuit hun persoonlijke kennis van de doelgroep goed zicht op ervaringen die regelmatig onderbelicht blijven. Dit is van bijzonder belang voor onderzoek naar ondervertegenwoordigde groepen, wiens leefwereld niet altijd goed aansluit bij dat van de onderzoekers of van beleidsmakers. Inzet van ervaringsdeskundigheid kan helpen om die brug te slaan tussen de verschillende leefwerelden.

Bij samenwerking met ervaringsdeskundigen is het belangrijk om ze in het onderzoek te betrekken op gelijke voet met de overige onderzoekers. Ervaringsdeskundigen kunnen zelf als onderzoekers worden betrokken: ze kunnen topic- en vragenlijsten co-creëren, of gesprekken in het kader van het onderzoek uitvoeren, maar ze kunnen ook een meer adviserend rol nemen, bijvoorbeeld door feedback op een onderzoeksplan aan te leveren, of de bevindingen van een onderzoek kritisch tegen het licht te houden. De manier waarop een ervaringsdeskundige wordt ingezet kan variëren afhankelijk van het thema en de opzet, maar het bieden van een passende vergoeding die de (mate van) inzet weerspiegelt is een belangrijk element.

In ons onderzoek maken we steeds vaker gebruik van ervaringsdeskundigen als adviseurs, en als co-creators van het onderzoek. Zo betrekken we voor ons Nationaal Onderzoek naar Moslimdiscriminatie een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen die meedenken bij het opzetten en uitvoeren van onderzoek. Ook voor ons onderzoek naar het perspectief van inburgeraars op de wet inburgering in Nederland, in samenwerking met OpenEmbassy, leunen we op het advies en de kritische reflectie van een expertpool van huidige en voormalige inburgeraars om de opzet van het onderzoek goed aan te laten sluiten bij de ervaringen van inburgeraars. Een derde voorbeeld is het onderzoek naar de arbeidsmarktparticipatie van Oekraïense vluchtelingen, waarin we het perspectief van deze groep op verschillende manieren betrekken. Zo waren zij onderdeel van het onderzoeksteam (voor het voeren van interviews en het duiden van de resultaten) en betrokken bij de slotconferentie waar de resultaten werden gepubliceerd.

2 – Let op taalgebruik bij zowel het werven van respondenten, als het uitvoeren van interviews

Taalgebruik is een belangrijk aspect van onderzoek. Een onderzoeker moet zorgen dat een vraag helder en begrijpelijk is. Hiervoor is niet alleen nodig dat onderzoekers toegankelijke taal gebruiken, en vakjargon vermijden, maar het is ook nodig om taal te gebruiken die zoveel mogelijk bij de leefwereld van de respondenten aansluit. Een onderzoeker kan bijvoorbeeld aandacht besteden aan de wijze waarop een respondent over bepaalde onderwerpen spreekt. Welke woorden gebruiken ze om naar hun ervaringen met discriminatie te verwijzen? Hoe refereren ze naar een beperking waarmee ze leven? Hoe noemen ze overheidsbeleid die betrekking op hun leven heeft? Vragen zoals ‘Wat waren voor jou barrières?’ zijn vaak lastig te beantwoorden omdat de vraag erg specifiek is; stel juist open vragen zoals ‘Hoe ging het met …? Of ‘Wat ging er moeilijk met …?’ en stel vervolgvragen.

3 – Verlaag de drempel tot meedoen in het onderzoek

Wil je daadwerkelijk inclusief onderzoek doen? Dan moet je deelname in het onderzoek zo toegankelijk mogelijk maken. Hierbij is het zeker belangrijk om toegankelijke taal te gebruiken om over het onderzoek te communiceren, zoals hierboven vermeld. Zorg verder voor een goede introductie van het onderzoek: het doel van het onderzoek moet duidelijk zijn, en het kan nuttig zijn om informatie over het onderzoek te delen via een bron die betrouwbaar is voor de doelgroepen. Hierbij kan het raadzaam zijn om voor de werving van respondenten samen te werken met ngo’s die actief bezig zijn met de doelgroepen, of sleutelpersonen in gemeenschappen (maar ook ervaringsdeskundigen, zoals hierboven genoemd).

Daarnaast is het ook belangrijk om het zo makkelijk mogelijk te maken voor de beoogde deelnemers om ook daadwerkelijk mee te doen. Bied deelnemers bijvoorbeeld zoveel mogelijk verschillende opties voor de vorm van een gesprek – bellen kan bijvoorbeeld helpen om mensen mee te laten doen die het druk hebben, of die een video- of face- to-face gesprek te belastend vinden. Bied een vergoeding wanneer je veel tijd en inzet van mensen vergt, en denk ook goed na over de vorm van de vergoeding. Waar voor de ene kan een digitale waardebon een interessante optie zijn, kan dat voor de ander juist een extra drempel vormen om de bon digitaal te gebruiken. Kijk ook naar welke mogelijkheden er zijn om naar een respondent toe te gaan of buiten de werktijden van een respondent met hen in gesprek te gaan (natuurlijk is hierbij ook belangrijk om rekening te houden met de eigen werktijden en werk-privé grenzen). Schakel een (gebaren)tolk in als de communicatie moeizaam gaat in een taal waarmee de respondent niet heel goed bekend is.

Onze onderzoeken

Regioplan doet regelmatig onderzoek waarin we een brug willen slaan tussen de ervaringen van verschillende doelgroepen, waaronder van mensen in gemarginaliseerde posities, en de wereld van het beleid. Zie onze website voor voorbeelden van onze projecten.

In de afgelopen jaren heeft Regioplan meerdere onderzoeken uitgevoerd met oog op inclusie van de doelgroep. Zoals de Eindevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen, Informatieoverdracht COA naar asielzoekers, Evaluatie ontwikkeling Familiecontact, onderzoek naar de groep inburgeraars onder de Wi2007, onderzoek naar intersectionele obstakels voor mensen met een beperking, onderzoek naar de arbeidsmarktintegratie van mensen uit Oekraïne, onderzoek naar het perspectief van inburgeraars op de Wet inburgering, en het nationaal onderzoek naar moslimdiscriminatie in Nederland.

Leidschendam-Voorburg: wat zijn de ervaringen van inburgeraars?

Wat zijn de ervaringen van inburgeraars met de nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit de Wet inburgering (Wi2021) en met de bijbehorende dienstverlening? In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg voeren we dit jaar een kwalitatief monitoringsonderzoek uit naar die vraag.

In 2021 is de nieuwe Wet inburgering (Wi2021) van kracht geworden. Deze nieuwe wet moet eraan bijdragen dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen. Inburgering wordt hiermee onderdeel van het brede sociaal domein. Om volledige inburgering te verwezenlijken zijn hiervoor nieuwe eisen gesteld aan inburgeraars.

Onder de nieuwe wet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Gemeenten zijn verplicht om inburgeringsplichtige asielmigranten tijdig een inburgeringsaanbod te doen. Binnen de Wi2021 zijn er drie leerroutes om in te burgeren. Elk van deze routes biedt de inburgeraar manieren om de taal te leren en te participeren in de Nederlandse samenleving.

Knelpunten in kaart

De gemeente Leidschendam-Voorburg wil graag weten welke ervaringen inburgeraars hebben met deze nieuwe verplichtingen en met de gemeentelijke dienstverlening op dit vlak.

Op verzoek van de gemeente gaan we deze ervaringen de komende tijd in kaart te brengen. De gemeente voert zelf een kwantitatieve monitoring uit. Als aanvulling voeren wij twee kwalitatieve monitoringsrondes uit, waarin we de ervaringen van inburgeraars in kaart willen brengen voor de gemeente. Voor deze kwalitatieve monitoring spreken we met aanbieders van taalcursussen, met consulenten van de gemeente én met inburgeraars zelf. Op die manier willen we inzicht krijgen in mogelijke knelpunten met betrekking tot participatie en het leren van de Nederlandse taal, zodat de gemeente haar dienstverlening op het gebied van inburgering verder kan aanscherpen.

Meer weten?

Neem dan contact op met Miranda Witvliet.

Slotconferentie: Oekraïense vluchtelingen op de arbeidsmarkt

Hoe staat het met de arbeidsmarktparticipatie van Oekraïense vluchtelingen? En: wat kunnen we leren van de succesvolle arbeidsmarktintegratie van deze groep? Samen met OpenEmbassy deden we afgelopen jaar (met financiering van Instituut Gak) onderzoek naar deze vragen, met als doel om lessen te kunnen trekken uit de succesvolle arbeidsdeelname van deze groep voor Oekraïners zelf én voor andere groepen nieuwkomers. Donderdag 18 januari presenteerden we onze bevindingen tijdens een inspirerende slotconferentie.

Sinds de Russische inval in Oekraïne, in februari 2022, zijn tienduizenden Oekraïners naar Nederland gevlucht. Van de 68.000 Oekraïners tussen de 15 en 65 jaar die sinds februari 2022 in Nederland zijn gevestigd, was op 1 mei 2023 50 procent werkzaam. Daarmee is de arbeidsparticipatie van Oekraïners hoog in vergelijking met andere groepen met een vluchtachtergrond.

De intrede van de Oekraïners op de arbeidsmarkt vormde daarmee een uitgelezen mogelijkheid om meer te leren over arbeidsmarktintegratie. Welke verschillen in wet- en regelgeving zijn er, en hoe stimuleren of belemmeren die verschillen de arbeidsparticipatie? Hoe kunnen we de bestaande kennis over werkzame mechanismen van arbeidstoeleiding aanvullen? En welke individuele kenmerken doen ertoe?

Onderzoeksopzet

Voor ons onderzoek hebben we onder meer een kwantitatieve analyse van CBS- en UWV-data uitgevoerd; daarnaast vond er deskresearch plaats van wet- en regelgeving en bestaand onderzoek.

In het kwalitatieve onderdeel voerden we gesprekken met Oekraïense vluchtelingen, werkgevers, professionals en lokale beleidsmedewerkers.

Slotconferentie

Een ander onderzoek rondom dit onderwerp werd uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut in samenwerking met Opora Foundation. De gezamenlijke partijen organiseerden op 18 januari een slotconferentie. Tijdens deze inspirerende middag hebben we onze onderzoeksbevindingen gepresenteerd en hebben we gezamenlijk met de deelnemers gereflecteerd op de geleerde lessen die hieruit voortkomen.

Belangrijke geleerde lessen die uit de onderzoeken voortkwamen, zijn onder andere:
– investeer in taalvaardigheid;
– focus op de duurzaamheid van werk;
– bied duidelijkheid over het langetermijnperspectief;
– benut informele netwerken voor ondersteuning;
– bied ruimte voor differentiatie en oriëntatie.

Meer weten?

In ons uitgebreide eindrapport vind je alle bevindingen, conclusies en aanbevelingen.

Monitoring implementatie nieuwe wet Inburgering

Regioplan voert een monitoring uit naar de implementatie van de nieuwe Wet inburgering in de gemeente Leidschendam-Voorburg, om zo de ervaringen van inburgeraars met de nieuwe verplichtingen en de dienstverlening die daarbij wordt geleverd in kaart te brengen.

Voor deze kwalitatieve monitoring wordt gesproken met aanbieders, consulenten van de gemeente en inburgeraars zelf, om zo inzicht te krijgen in mogelijke knelpunten met betrekking tot participatie en het leren van de Nederlandse taal.

In 2021 is de nieuwe Wet inburgering (Wi2021) van kracht gegaan. Deze nieuwe wet moet eraan bijdragen dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen. Gemeenten zijn verplicht om inburgeringsplichtige asielmigranten tijdig een inburgeringsaanbod te doen. Binnen de Wi2021 zijn er drie leerroutes om in te burgeren. Elk van deze routes biedt de inburgeringsplichtige manieren om de taal te leren en te participeren aan de Nederlandse samenleving.

Oekraïense vluchtelingen op de arbeidsmarkt

Regioplan en OpenEmbassy hebben met financiering van Instituut Gak onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsmarktparticipatie van Oekraïense vluchtelingen.

Van de 68.000 Oekraïners tussen de 15 en 65 jaar die sinds februari 2022 in Nederland zijn gevestigd, was op 1 mei 2023 50% werkzaam. Regioplan en OpenEmbassy hebben een onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsmarktparticipatie van deze groep. Het doel was om lessen te trekken uit de succesvolle arbeidsdeelname van deze groep voor Oekraïners, maar ook voor andere groepen nieuwkomers.

Wij hebben een kwantitatieve analyse van CBS- en UWV-data uitgevoerd, en een deskresearch van wet- en regelgeving en bestaand onderzoek. In het kwalitatieve onderdeel zijn gesprekken gevoerd met Oekraïense vluchtelingen, werkgevers, professionals en lokale beleidsmedewerkers.

De belangrijkste geleerde lessen:
– investeer in taalvaardigheid;
– focus op duurzaamheid van werk;
– bied duidelijkheid over het langetermijnperspectief;
– benut informele netwerken voor ondersteuning;
– bied ruimte voor differentiatie en oriëntatie.

Meer weten?

Download dan hieronder ons eindrapport of neem contact op met Miranda Witvliet.

Nieuwe wet moet positie arbeidsmigranten verbeteren

Op 1 januari 2025 gaat hij in: de nieuwe Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Regioplan stelt momenteel een kader op voor de evaluatie van deze wet, die op termijn moet zorgen voor een betere positie voor werknemers die worden uitgeleend aan een ander bedrijf (in het bijzonder arbeidsmigranten). Ook voeren we een nulmeting uit.

Arbeidsmigranten spelen een belangrijke rol in de Nederlandse economie, vooral in sectoren als de industrie, logistiek en land- en tuinbouw. Tegelijkertijd kent de uitzendbranche veel misstanden die met name arbeidsmigranten raken, bijvoorbeeld op het gebied van onderbetaling, huisvesting en gezond en veilig werken.

Verplichte toelating

Om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren, presenteerde het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (beter bekend als de Commissie Roemer) in 2020 het rapport Geen tweederangsburgers. Het rapport bevatte een groot aantal voorstellen om de positie van arbeidsmigranten in Nederland te verbeteren. Eén van de aanbevelingen: voer een verplichte toelating in voor uitzendbureaus, en geef werkgevers die met niet-toegelaten uitzendbureaus werken een boete. Het doel: misstanden en malafide praktijen in de uitzendbranche tegengaan.

Betere rechtspositie

Om dit doel te bereiken, wordt in 2025 een nieuwe wet ingevoerd: de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Dit betekent dat uitleners (uitzendbureaus) straks verplicht een ‘toelating’ nodig hebben die pas verstrekt wordt als zij voldoen aan een aantal vooropgestelde criteria. Niet-toegelaten uitleners mogen geen uitzendkrachten uitlenen. Tegelijkertijd wordt het inleners (organisaties die gebruik maken van uitzendkrachten) verboden om gebruik te maken van niet-toegelaten uitleners.

Met de Wtta zet de overheid een eerste stap om de rechtspositie van arbeidskrachten (arbeidsmigranten in het bijzonder) te verbeteren en om misstanden op de arbeidsmarkt tegen te gaan door malafide uitleners aan te pakken.

Evaluatie en nulmeting

Vijf jaar na de inwerkingtreding wordt de wet geëvalueerd. Ter voorbereiding ontwikkelen wij de komende tijd – op verzoek van het ministerie van SZW – een kader voor de evaluatie van de wet. Op basis daarvan voeren we ook een nulmeting uit, om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de wet in kaart te brengen.

De eerste stap in het onderzoek is het beschrijven van de doelstellingen, de kernpunten van de wet, en op welke manier de wet veronderstelt dat de doelstellingen bereikt worden. Deze informatie biedt vervolgens een kapstok voor het bepalen van diverse indicatoren waarmee we kunnen meten of de wet voldoet aan haar doelstellingen.

Meer weten?

Neem dan contact op met Rosanne Schaap.