Werkveld: Jeugd
Huiselijk geweld in coronatijd: naar een ‘coronaproof’ aanpak voor de gemeente Arnhem
De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben grote impact op de manier hoe we in Nederland werken, wonen en leven. Dit levert vragen en zorgen op over het effect van de coronacrisis op de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Ook de gemeente Arnhem kampt met deze vragen. Zij wilden graag zicht op de prevalentie van HGKM in 2020 en of de Arnhemse aanpak bijsturing vraagt in én na de tijd vol coronamaatregelen. Wij deden onderzoek naar de HGKM-problematiek en aanpak in 2020 in Arnhem.
Onderzoek naar de impact van de coronacrisis
De aandacht voor HGKM en mogelijke gevolgen van de coronacrisis op deze problematiek is groot. Zowel wereldwijd als in Nederland is er op landelijk en lokaal niveau aandacht voor de signalering en aanpak van HGKM. Ook zijn er in het afgelopen jaar meerdere onderzoeken geweest naar de impact van de coronacrisis op HGKM. Deze onderzoeken geven echter nog geen eenduidig beeld over de prevalentie van HGKM. In verschillende landen is een stijging van het aantal HGKM-gevallen geconstateerd en verschillende hulporganisaties zien het aantal berichten of telefoontjes toenemen. Maar hoe zit dat in Arnhem? Welke gevolgen hebben de coronamaatregelen zoals de avondklok, de sluiting van de scholen en het thuiswerken voor de veiligheid in relaties en gezinnen? Leidt de lockdown waarin we als maatschappij meer binnen zijn gaan leven, en gezinnen meer ‘op elkaars lip’ zitten tot meer onveiligheid? En welke impact hebben de maatregelen op de aanpak? Is de problematiek minder zichtbaar geworden voor professionals? Hoe maak je als professional veiligheidsinschattingen vanuit je eigen huis? En welke impact hebben de maatregelen op de ketensamenwerking?
De prevalentie in Arnhem
Door middel van een analyse van Veilig Thuismeldingen en data van hulpverleningsorganisatie Moviera hebben we inzicht verschaft in de prevalentie van HGKM in 2020 en mogelijke veranderingen ten opzichte van 2019. Uit verschillende onderzoeken weten we welke risicofactoren er zijn voor het ontstaan van geweldssituaties. Tijdens de coronacrisis is het risico van een aantal van deze factoren nog groter. Op basis hiervan kan een toename van geweld verwacht worden. Dit zien we echter niet terug in de data van Veilig Thuis. Naast de daling van het aantal adviezen en meldingen constateren we dat ouderenmishandeling steeds meer uit beeld lijkt te verdwijnen.
De Arnhemse aanpak
De gemeente Arnhem heeft op verschillende manieren (chatfunctie, campagnes, intensiveren contact ketenpartners) gedurende de coronacrisis extra inzet gepleegd ten behoeve van de aanpak HGKM. De (gedeeltelijke) digitalisering van de uitvoering van de hulpverlening is de grootste aanpassing. Dit lijkt enkel een aanpassing in vorm, maar heeft wel degelijk een effect op de effectiviteit van de HGKM-aanpak: een beperktere signalering van (nieuw of opgelaaid) geweld, het ontstaan van nieuwe kwetsbare groepen en professionals die behoefte hebben aan gemeentelijke kaders en ondersteuning om in coronatijden veilig voor henzelf en cliënten te handelen.
Is de lokale HGKM-aanpak coronaproof?
In ons rapport is te lezen hoe we op basis van Veilig Thuismeldingen en data van Moviera de prevalentie in de gemeente Arnhem inzichtelijk hebben gemaakt. En hoe we met behulp van een analyse van risicofactoren, een literatuurstudie, interviews met landelijke en lokale professionals en reflectiesessie met ervaringsdeskundigen zicht hebben gekregen op de aanpak in coronatijd en de ervaringen, behoeftes, en best practices hebben meegenomen in een advies voor een meer ‘coronaproof’ aanpak. Het rapport biedt ook voor andere gemeenten een checklist van aandachtspunten voor bijsturing van de lokale HGKM-aanpak in coronatijd, zowel voor de gemeente als voor de professionals.
Enkele belangrijke aanknopingspunten voor een ‘coronaproof’ HGKM-aanpak zijn:
- Er is een versterkt bewustzijn over HGKM onder professionals, maar met name voor kinderen. Zet in op kennis en bewustwording bij professionals over de risico’s van de coronacrisis met extra aandacht voor signalering van en hulpverlening bij partnergeweld en ouderenmishandeling. -Vooral ouderenmishandeling dreigt buiten beeld te raken.
- Agendeer bij professionals de aandacht voor het ontstaan van nieuwe risicogroepen en kwetsbare situaties: bijvoorbeeld jongeren, mensen met een licht verstandelijke beperking, mantelzorgers, cliënten die niet digitaal vaardig zijn of de apparaten niet hebben, en ouders die een omgangsregeling hebben.
- Zet in op een risico-gestuurde aanpak: een deel van de HGKM-problematiek is verborgen. Daarom is het van belang om in de aanpak te sturen op ondersteuning van de nog verborgen problematiek, o.a. door risicofactoren voor HGKM een duidelijkere plek in die aanpak te geven. Kijk hierbij specifiek welke risicofactoren in verhoogde mate gelden in de betreffende regio of gemeente en verbind de lokale HGKM-aanpak hieraan.
- De digitalisering van de hulpverlening biedt kansen, maar creëert ook risico’s zowel voor cliënten als professionals. Er zijn nieuwe mogelijkheden om hulp te vragen (chatfunctie) en hulpverlening doorgang te laten vinden via beeldbellen ontstaan en die worden ook breed ingezet en gebruikt. Tegelijkertijd geven professionals en ervaringsdeskundigen aan dat het signaleren van (nieuwe) onveiligheid via digitale wegen zeer lastig is. Onveilige situaties kunnen hierdoor gemist worden, met mogelijke escalatie tot gevolg.
- Faciliteer lokale en regionale afstemming over richtlijnen, handvatten en werkwijzen. Stuur bijvoorbeeld actief op het behouden van de mogelijkheid om veilig fysieke afspraken en hulpverlening door gang te laten vinden.
Meer weten over dit onderzoek of wat wij voor jou kunnen betekenen? Lees het onderzoeksrapport.
Huiselijk geweld ten tijde van Corona
De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben grote impact op de manier hoe we in Nederland werken, wonen en leven. Dit levert vragen en zorgen op over het effect van de coronacrisis op de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Ook de gemeente Arnhem kampt met deze vragen. Zij wilden graag zicht op de prevalentie van HGKM in 2020 en of de Arnhemse aanpak bijsturing behoeft. Wij deden onderzoek naar de HGKM-problematiek en aanpak in 2020 in Arnhem.
Met behulp van een analyse van risicofactoren, een literatuurstudie, interviews met landelijke en lokale professionals en reflectiesessie met ervaringsdeskundigen zicht hebben gekregen op de aanpak in coronatijd en de ervaringen, behoeftes, en best practices hebben meegenomen in een advies voor een meer coronaproof aanpak. Het rapport biedt ook voor andere gemeenten een checklist van aandachtspunten voor bijsturing van de lokale HGKM-aanpak in coronatijd, zowel voor de gemeente als voor de professionals.
Obstakels voor Caribische studenten in Nederland
Studenten vanuit het Caribisch deel van het Koninkrijk, die naar Nederland komen om te studeren, hebben met verschillende uitdagingen te maken. Voor veel studenten heeft dit een nadelig effect op hun studiesucces en leven in Nederland.
Onderzoek
Recent is dit probleem vanuit verschillende invalshoeken door onder andere de Nationale Ombudsman, de Vereniging Levende Talen -sectie Papiaments en door onderzoeksinstituut ResearchNed in opdracht van ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) onderzocht. Uit de onderzoeken blijkt dat het studierendement relatief laag is en het uitvallen, stoppen of switchen van opleiding hoog. Verder zijn er talige, sociale, academische en praktische uitdagingen die zorgen voor aansluitingsproblemen. Deze zijn bijvoorbeeld gebrek aan (studiekeuze)begeleiding, gebrek aan voldoende informatie over de studie en de Nederlandse samenleving, problemen met betrekking tot Burgerservicenummer (BSN), het niet hebben van een Nederlandse zorgverzekering, onbekendheid met het Nederlandse belastingen- en toeslagensysteem en de bijkomende gevolgen, het cultuurverschil en het ontbreken van een sociaal vangnet.
Naast de uitdagingen waarmee deze studenten te maken krijgen, wijst onderzoek ook op het belang van benutten van de kansen die er liggen met betrekking tot de kracht van deze studenten, onder andere op het gebied van sociale kwaliteiten, meertaligheid, aanpassingsvermogen en zelfstandigheid na migratie. Vanuit deze onderzoeken is er een reeks aan mogelijke oplossingen en aanbevelingen aangereikt. De Nationale Ombudsman heeft aangegeven dat er te weinig aandacht is voor de problemen van deze studenten en heeft alle overheden binnen het Koninkrijk opgeroepen om samen voor verbetering voor deze groep te zorgen. Verschillende partijen, waaronder ministeries en stakeholders aan beide kanten van de oceaan en een speciale regiegroep van Nederlandse hogescholen willen deze problemen het hoofd bieden. De regiegroep bijvoorbeeld werkt aan een plan voor integrale aanpak ter verbeteringen van de situatie van Caribische studenten.
Competente onderzoekers Regioplan
Vanuit Regioplan willen onderzoekers Sabrina Dinmohamed en Kristen Martina zich inzetten voor deze problematiek. Zij hebben (onderzoeks)ervaring met de Caribische gemeenschap. Hiernaast hebben ze affiniteit en gevoel van verbondenheid met de gemeenschap in het algemeen en de studenten in het bijzonder. Om deze redenen willen ze zich niet alleen inzetten door middel van onderzoek, advies, monitoring en ondersteuning van beleidsaanpak, maar vooral door actie. Hun kennis en ervaring met betrekking tot de historische, sociale en culturele context van de Caribische rijksdelen is van meerwaarde en wordt hierbij meegenomen. In september 2021 organiseren zij een kenniskamer over de aanpak van deze problematiek. Meer informatie hierover volgt nog.
Samen met de bibliotheek de COVID-19-achterstanden te lijf
Met de bibliotheek als derde leeromgeving wil de Koninklijke bibliotheek een bijdrage leveren aan de bevordering van kansengelijkheid. De pilot laat zien dat er op dit terrein mogelijkheden liggen voor de bibliotheken.
Evaluatie
Onlangs evalueerden we voor de Koninklijke Bibliotheek haar pilot ‘De bibliotheek als derde leeromgeving’. De pilot omvat twee initiatieven voor kinderen in kwetsbare thuissituaties: Plek 3 (bibliotheek Venlo) en De bibliotheek als lokaal centrum voor studiebegeleiding (bibliotheek Lek & IJssel, in samenwerking met Fit4talent). Beide initiatieven hebben op hun eigen wijze een aanvullend aanbod gecreëerd voor leerlingen die daar anders niet zo snel toegang toe hebben. Leerlingen maken goed gebruik van het aanbod.
COVID-19-achterstanden
De initiatieven kunnen ook een bijdrage leveren aan de bestrijding van achterstanden die leerlingen oplopen door de schoolsluiting als gevolg van de COVID-19-pandemie. Ondersteuning van deze leerlingen is nu meer dan ooit nodig. Dat geldt zeker voor de meest kwetsbare kinderen. Op landelijk en lokaal niveau wordt dit ook door beleidsmakers onderkend (zie bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam). Het bestaansrecht van initiatieven als Plek 3 en De bibliotheek als lokaal centrum voor studiebegeleiding is duidelijker dan ooit.
Meer informatie
Op 8 maart 2021 organiseerden de Koninklijke Bibliotheek in samenwerking met ons, Bibliotheek Lek & IJssel en Bibliotheek Venlo een webinar, waarin de ervaringen met en bevindingen van de pilot PLEK 3, de Bibliotheek als derde leeromgeving centraal stonden.
Kijk voor meer informatie over dit project op de projectpagina of neem contact op met Miranda.
Jong Leren Eten krijgt een tweede programmaperiode
In onze evaluatie van het programma Jong Leren Eten concluderen we dat met het programma een impuls is gegeven aan het netwerk en activiteiten op het gebied van voedseleducatie. Er is meer verbinding en afstemming tussen de ‘witte’ wereld (gezondheid) en ‘groene’ wereld (duurzaamheid) gekomen. In de nieuwe programmaperiode wordt de nadruk gelegd op structurele borging, zoals mede in onze evaluatie is voorgesteld.
Nederlandse kinderen eten vaak ongezond. Ook weten veel kinderen niet waar hun eten vandaan komt. Om het thema gezonde en duurzame voeding beter onder de aandacht te brengen en te versterken heeft het kabinet in 2016 het programma Jong Leren Eten geïnitieerd. Het programma is gericht op samenwerking tussen partners die actief zijn op het thema. Wij hebben de afgelopen jaren een lerende evaluatie uitgevoerd van het programma, om te kijken wat nodig is om de doelen van JLE te bereiken.
Zoals beschreven in de Kamerbrief, concluderen wij in de evaluatie dat met het programma een impuls is gegeven aan het netwerk en de activiteiten op het gebied van voedseleducatie. Ook is er meer verbinding en afstemming tussen de ‘witte’ wereld (gezondheid) en ‘groene’ wereld (duurzaamheid) gekomen. Een tweede programmaperiode is echter nodig voor een structurele borging van datgene dat er tot nu toe bereikt is.
Jong Leren Eten zal de komende jaren worden voortgezet en van nieuwe accenten voorzien, zoals onder andere in onze evaluatie is voorgesteld.
Meer informatie over onze evaluatie?
Lees ons onderzoeksrapport of neem contact op met Miranda.
Child Guarantee
Naar een routekaart methodisch handelen voor RMC
Deze week lanceerde Ingrado de routekaart voor RMC. De routekaart beschrijft een methodische werkwijze voor RMC en is bedoeld als hulpmiddel bij de uitvoering van de RMC-taken. De routekaart is het resultaat van een inventarisatie van bestaande werkwijzen, ervaringen, knelpunten en successen uit de praktijk. Wij ondersteunden Ingrado bij het ontwikkelen van de routekaart door werksessies met RMC-coördinatoren, consulenten en relevante ketenpartners te begeleiden en de input uit deze werksessies te vertalen naar een bruikbaar instrument voor het veld.
Behoefte gezamenlijke aanpak RMC
Het ontwikkelen van een routekaart voor RMC is een wens die al langer bestond en die met de lancering van de routekaart voor RMC is gerealiseerd. In 2019 deed Ingrado hiertoe een verkenning. Uit deze verkenning bleek dat er bij RMC een behoefte is voor een methodische werkwijze dat handvatten geeft om in gesprek te gaan met alle betrokken partners over wie, op welk moment, welke taak vervult. Ook zou een methodische werkwijze leiden tot het breder uitdragen van een gezamenlijke visie op verzuim.
Naar aanleiding van deze verkenning heeft Ingrado ons gevraagd om samen met het veld een methodische werkwijze voor de RMC te schrijven. Eerder ondersteunden wij Ingrado bij het ontwikkelen van de Methodische Aanpak Schoolverzuim voor leerplichtige kinderen en jongeren tot 18 jaar. De preventieve werkwijze zoals beschreven in de MAS diende als vertrekpunt voor de methodische werkwijze voor RMC en sluit hier dan ook nauw op aan.
De aanpak
De routekaart is mede met onze inzet ontwikkeld in de periode van september tot december 2020. Deze ontwikkeling is met nauwe samenwerking gedaan met de mensen uit de praktijk. Het proces startte met een deskresearch naar regelgeving, definities, bestaande werkwijzen en goede voorbeelden in de uitvoering van de RMC-taken. Vervolgens zijn drie ontwikkelsessies met RMC-consulenten belegd en twee werksessies met ketenpartners. In deze sessies zijn de uitkomsten van de deskresearch besproken, aangevuld en verder aangescherpt. Om de visie, de doelgroep en de routes vast te stellen is een klankbordgroep opgericht bestaande uit RMC-coördinatoren, RMC-consulenten en ketenpartners. Deze klankbordgroep heeft tijdens het ontwikkelproces feedback gegeven op het concept van de routekaart. In een laatste sessie is de routekaart definitief vastgesteld door de klankbordgroep
Het resultaat
Ingrado schrijft dat de routekaart voor RMC een methodische beschrijving is die RMC-consulenten ondersteunt bij het waarborgen van de kwaliteit in de aanpak van schoolverzuim, schooluitval of maatschappelijke uitval. Zo kan worden bijgedragen aan een resultaatgerichte begeleiding voor alle jongeren in de RMC doelgroep. De routekaart is daarmee ook een dynamisch instrument, een instrument dat net als de MAS regelmatig wordt geactualiseerd op basis van ervaringen uit de praktijk.
Meer informatie? Lees meer over de routekaart op de website van Ingrado of neem contact op met Suna Duysak of Jos Lubberman.
Jongeren en corona: niet het probleem, maar de oplossing
Gevolgen coronacrisis
De negatieve gevolgen van de coronamaatregelen voor jongeren zijn volop in het nieuws. Het isolement schaadt de ontwikkeling van kinderen en jongeren (Eveline Crone, Trouw 20 februari 2021), ze zijn gemiddeld minder fit sinds de lockdowns en ervaren meer mentale problemen dan volwassenen (zie overzicht onderzoeken gevolgen coronatijd van het NJI). Terecht ook dat er extra middelen worden uitgetrokken gericht op het bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs en voor het verbeteren van het sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van kwetsbare groepen, waaronder jongeren. Jongeren zijn echter niet alleen lijdend voorwerp van de coronacrisis, maar kunnen ook een belangrijke rol spelen in het bedenken en uitvoeren van oplossingen.
Creatieve ideeën
Jongeren zijn vaak goed in staat om creatieve oplossingen te bedenken voor hardnekkige problemen. Kijk bijvoorbeeld naar het advies van de Jongeren Denktank Coronacrisis. Opvallend is dat de denktank vraagt om het herstelbeleid te koppelen aan de duurzaamheidsagenda. Daarmee hebben de jongeren een duidelijke langetermijnvisie op het herstel uit de coronacrisis; iets waar het beleidsmakers nog wel eens aan ontbreekt. Ook doet de denktank een oproep om jongeren nadrukkelijk te betrekken bij het coronaherstelbeleid.
Samen met de jongeren
Voor een goede weg uit de coronacrisis is het essentieel dat er wordt geëxperimenteerd met oplossingen waar de jongeren zelf een onderdeel van zijn. Naast meer creatieve ideeën vergroot dit ook de kans dat er aangesloten wordt bij de leefwereld van jongeren; een belangrijke bouwsteen voor effectiviteit. Jongerenparticipatie moet dan ook geen afvinkboxje zijn of obligaat aan het einde van een beleidsproces worden ingezet (zie ook de handreiking duurzame jongerenparticipatie van het NJI, Number Five Foundation en de Nationale Jeugdraad). Het zou goed zijn als jongeren vanaf het begin mee kunnen denken en vooral ook mee kunnen doen in het experimenteren met nieuwe initiatieven. Daarmee worden jongeren deel van de oplossing en dat is een stuk minder uitzichtloos dan deel zijn van het probleem.
Benieuwd naar hoe wij handen en voeten geven aan co-creatie en jongerenparticipatie? Bekijk onze jeugdprojecten of neem contact op met Miranda.
Jongerenparticipatie in onze projecten
Jongerenparticipatie is steeds belangrijker in onze projecten. We geven hier op verschillende manieren invulling aan.
Samenwerking Emma at Work
Wij hebben jongerenparticipatie en co-creatie hoog in het vaandel staan. Zo werken we al jaren samen met Emma at Work. Deze organisatie begeleidt jongeren tussen de 15 en 30 jaar met een chronische ziekte of lichamelijke beperking naar betaald werk. Wij bieden werkplekken aan jongeren via Emma at Work en steunen de organisatie via ons lidmaatschap van GAP200. Dit is een netwerk van inclusieve bedrijven en organisaties die het werk van Emma at Work ondersteunen met een structurele jaarlijkse donatie.
Jongerenparticipatie en co-creatie in ons onderzoek
Ook neemt jongerenparticipatie een belangrijke rol in onze projecten in. Een voorbeeld hiervan vormt ons onderzoek gericht op jongeren met een licht verstandelijke beperking, waarbij we samenwerken met ervaringsdeskundigen van de vereniging LFB. Ook zijn er projecten waarbij jongeren een belangrijke stem hebben in het uitvoeren van onderzoek, zoals in het actieonderzoek van het project Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL). Zo zijn jongeren niet alleen onderzoeksobject, maar een actieve partner in onze projecten.
Meer weten?
Bekijk onze jeugdprojecten of neem contact op met Miranda.
Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL)
In Nederland hebben 120.000 jongeren tussen de 15 en 25 jaar een arbeidsbeperking door een chronische ziekte, lichamelijke of psychische aandoening of handicap. Jongeren met een beperking die een studie volgen ervaren vaak, naast het studeren, weinig mogelijkheden voor het opdoen van werkervaring. Om deze groep meer loopbaankansen te bieden gaan we de komende twee jaar samen met de Loopaangroep, ECIO en Incluvisie aan de slag met de Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL).
In dit project krijgen 250 studenten en jonge werknemers met een beperking een cursus loopbaanontwikkeling en doen de studenten onder begeleiding van de jonge werknemers (via peer-to-peer coaching) werkervaring op. Met als uiteindelijk doel dat jongeren met een beperking meer loopbaankansen krijgen, zodat zij duurzaam mee kunnen doen.
Vanuit Regioplan voeren wij het participatieve actieonderzoek uit. Ook jongeren met een beperking krijgen daarbij de mogelijkheid om zelf als onderzoeker in het project aan de slag te gaan.
MDTL wordt via het actieprogramma MDT mogelijk gemaakt door ZonMw.
Meer informatie?
Voor vragen kan contact op genomen worden met Miranda.