Jongeren en corona: niet het probleem, maar de oplossing

Gevolgen coronacrisis

De negatieve gevolgen van de coronamaatregelen voor jongeren zijn volop in het nieuws. Het isolement schaadt de ontwikkeling van kinderen en jongeren (Eveline Crone, Trouw 20 februari 2021), ze zijn gemiddeld minder fit sinds de lockdowns en ervaren meer mentale problemen dan volwassenen (zie overzicht onderzoeken gevolgen coronatijd van het NJI). Terecht ook dat er extra middelen worden uitgetrokken gericht op het bevorderen van kansengelijkheid in het onderwijs en voor het verbeteren van het sociaal en mentaal welzijn en leefstijl van kwetsbare groepen, waaronder jongeren. Jongeren zijn echter niet alleen lijdend voorwerp van de coronacrisis, maar kunnen ook een belangrijke rol spelen in het bedenken en uitvoeren van oplossingen.

Creatieve ideeën

Jongeren zijn vaak goed in staat om creatieve oplossingen te bedenken voor hardnekkige problemen. Kijk bijvoorbeeld naar het advies van de Jongeren Denktank Coronacrisis. Opvallend is dat de denktank vraagt om het herstelbeleid te koppelen aan de duurzaamheidsagenda. Daarmee hebben de jongeren een duidelijke langetermijnvisie op het herstel uit de coronacrisis; iets waar het beleidsmakers nog wel eens aan ontbreekt. Ook doet de denktank een oproep om jongeren nadrukkelijk te betrekken bij het coronaherstelbeleid.

Samen met de jongeren

Voor een goede weg uit de coronacrisis is het essentieel dat er wordt geëxperimenteerd met oplossingen waar de jongeren zelf een onderdeel van zijn. Naast meer creatieve ideeën vergroot dit ook de kans dat er aangesloten wordt bij de leefwereld van jongeren; een belangrijke bouwsteen voor effectiviteit. Jongerenparticipatie moet dan ook geen afvinkboxje zijn of obligaat aan het einde van een beleidsproces worden ingezet (zie ook de handreiking duurzame jongerenparticipatie van het NJI, Number Five Foundation en de Nationale Jeugdraad). Het zou goed zijn als jongeren vanaf het begin mee kunnen denken en vooral ook mee kunnen doen in het experimenteren met nieuwe initiatieven. Daarmee worden jongeren deel van de oplossing en dat is een stuk minder uitzichtloos dan deel zijn van het probleem.

Benieuwd naar hoe wij handen en voeten geven aan co-creatie en jongerenparticipatie? Bekijk onze jeugdprojecten of neem contact op met Miranda.

Jongerenparticipatie in onze projecten

Jongerenparticipatie is steeds belangrijker in onze projecten. We geven hier op verschillende manieren invulling aan.

Samenwerking Emma at Work

Wij hebben jongerenparticipatie en co-creatie hoog in het vaandel staan. Zo werken we al jaren samen met Emma at Work. Deze organisatie begeleidt jongeren tussen de 15 en 30 jaar met een chronische ziekte of lichamelijke beperking naar betaald werk. Wij bieden werkplekken aan jongeren via Emma at Work en steunen de organisatie via ons lidmaatschap van GAP200. Dit is een netwerk van inclusieve bedrijven en organisaties die het werk van Emma at Work ondersteunen met een structurele jaarlijkse donatie.

Jongerenparticipatie en co-creatie in ons onderzoek

Ook neemt jongerenparticipatie een belangrijke rol in onze projecten in. Een voorbeeld hiervan vormt ons onderzoek gericht op jongeren met een licht verstandelijke beperking, waarbij we samenwerken met ervaringsdeskundigen van de vereniging LFB. Ook zijn er projecten waarbij jongeren een belangrijke stem hebben in het uitvoeren van onderzoek, zoals in het actieonderzoek van het project Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL). Zo zijn jongeren niet alleen onderzoeksobject, maar een actieve partner in onze projecten.

Meer weten?

Bekijk onze jeugdprojecten of neem contact op met Miranda.

Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL)

In Nederland hebben 120.000 jongeren tussen de 15 en 25 jaar een arbeidsbeperking door een chronische ziekte, lichamelijke of psychische aandoening of handicap. Jongeren met een beperking die een studie volgen ervaren vaak, naast het studeren, weinig mogelijkheden voor het opdoen van werkervaring. Om deze groep meer loopbaankansen te bieden gaan we de komende twee jaar samen met de Loopaangroep, ECIO en Incluvisie aan de slag met de Maatschappelijke Diensttijd Loopbaankansen (MDTL).

In dit project krijgen 250 studenten en jonge werknemers met een beperking een cursus loopbaanontwikkeling en doen de studenten onder begeleiding van de jonge werknemers (via peer-to-peer coaching) werkervaring op. Met als uiteindelijk doel dat jongeren met een beperking meer loopbaankansen krijgen, zodat zij duurzaam mee kunnen doen.

Vanuit Regioplan voeren wij het participatieve actieonderzoek uit. Ook jongeren met een beperking krijgen daarbij de mogelijkheid om zelf als onderzoeker in het project aan de slag te gaan.
MDTL wordt via het actieprogramma MDT mogelijk gemaakt door ZonMw.

Meer informatie?
Voor vragen kan contact op  genomen worden met Miranda.

Week tegen Kindermishandeling: leren van én met elkaar

Deze week is het de Week tegen Kindermishandeling. Verhalen van professionals, ouders en kinderen staan centraal om extra aandacht voor de complexe problematiek te vragen. Het delen van verhalen en ervaringen moet leiden tot het optimaal benutten van deze inzichten in de aanpak van de problematiek. Ook wij houden ons in onze onderzoeken bezig met de aanpak van kindermishandeling.

Geweld stopt niet

Circa 3 procent van alle kinderen groeit op in onveilige gezinssituaties. Verschillende onderzoeken laten zien dat het geweld na interventies door de veiligheids- en hulpverleningsketen vaak niet stopt. Zo bleek uit ons onderzoek naar de hulpverlening waar Veilig Thuis aan overdraagt (in verschillende regio’s) het geweld in 30 tot 60 procent van de casussen aantoonbaar niet te stoppen. Ook recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut laat zien dat in meer dan de helft van de gezinnen het geweld niet stopt na melding bij Veilig Thuis.

Oorzaken

Er kunnen een aantal oorzaken gedefinieerd worden voor het niet stoppen van het geweld. Zo laat reconstructie van hulpverleningstrajecten veel uitval van hulp zien in het vrijwillig kader. Ook zien we dat een discrepantie bestaat tussen de aard van de onderliggende problematiek (complex en langdurig) en de hulp die wordt ingezet (licht en kortdurend). Daarnaast is vaak onvoldoende sprake van een systeemgerichte aanpak en werken de zorg- en veiligheidsketen nog gescheiden van elkaar.

Het kan ook anders

Er is in Nederland veel kennis over wat nodig is voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Die kennis is bijvoorbeeld gebundeld in de visie op gefaseerde ketenzorg die is opgesteld door Van Arum en Vogtländer en wordt toegepast in de actuele ontwikkelingen rondom MDA++ en het Centrum HGKM. Als we naar die kennis en ervaringen kijken, dan kunnen we een aantal uitgangspunten formuleren om te komen tot een meer effectieve aanpak van HGKM:

  1. Beschouw de casus als één geheel: het is belangrijk dat alle losstaande hulpverleningstrajecten een geheel gaan vormen. Hiervoor is inzet van verschillende domeinen en hulpverleningskaders en stevige regie op het hulpverleningstraject noodzakelijk.
  2. Houd zicht op veiligheid en pak door op onveiligheid: zicht op veiligheid en doorpakken daarop is essentieel. Die taak moet dus goed belegd zijn en gefaciliteerd worden. Wanneer de veiligheid in het gedrang komt, is het zaak direct door te pakken en daarbij, indien passend, instrumenten uit het dwang- en drangkader aan te grijpen.
  3. Erken het belang van de relatie tussen hulpverlener en cliënt: effectieve hulp vereist een goede relatie en vertrouwensband tussen hulpverlener en cliënt. Daarvoor is het nodig dat een hulpverlener een blijvend gezicht vormt, bijvoorbeeld in de vorm van een centrale hulpverlener voor het gehele gezinssysteem, waarnaast andere hulpverleners wisselend betrokken zijn.
  4. Zorg voor passende hulp: de hulp die wordt ingezet moet passen bij de aard en zwaarte van de problematiek. Begin daarom met een goede, diepgaande analyse, waarbij gekeken wordt naar het systeem, de relatiedynamiek, patronen in het systeem en de individuen die deel uitmaken van dat systeem. Hier kan vervolgens het hulpverleningsplan op gebaseerd worden.

Werken aan verandering

In verschillende trajecten werken wij samen met het veld aan het verbeteren van de aanpak, in lijn met het bovenstaande. Daarin hebben we aandacht voor regie, voor systeemgericht en multidisciplinair werken en voor domeinoverstijgende samenwerking. Ook hebben we aandacht voor de balans tussen protocollen en kaders enerzijds en de professionele ruimte van de hulpverleners anderzijds. We maken gebruik van kennis en voorbeelden die er al liggen uit eerder uitgevoerd onderzoek en de ervaringspraktijk. Daarnaast volgen we door middel van actiegericht onderzoek verbeter- en verandertrajecten om daar overkoepelende lessen uit te trekken.

Meer weten over wat wij doen in het kader van de aanpak HGKM? Neem dan contact op met Katrien.

Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn

De gemeente Hoorn heeft geconstateerd dat er in de eigen gemeente relatief veel multiprobleemgezinnen zijn waarbij langdurige en gestapelde zorg wordt ingezet. Ondanks de betrokken inzet van hulpverleners en cliënten zelf, heeft de hulpverlening regelmatig niet het gewenste effect en blijven forse hulpvragen bestaan. Daarom voeren we in opdracht van de gemeente Hoorn het Verdiepend onderzoek casuïstiek Hoorn uit. Het doel is inzicht te geven in waar en hoe er winst te behalen is bij het effectief beantwoorden van complexe hulpvragen. We gaan hiervoor in gesprek met professionals en direct betrokkenen om te onderzoeken waar de verbetermogelijkheden liggen.

Noor Galesloot MSc

Ik streef ernaar om door middel van beleidsonderzoek bij te dragen aan de re-integratie van kwetsbare doelgroepen. Daarbij vind ik het belangrijk om het perspectief van deze doelgroepen mee te nemen: waar hebben zij behoefte aan en hoe kan beleid daarop aansluiten? Om dit te bewerkstelligen maak ik graag gebruik van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden. Ik ben geïnteresseerd in een breed scala aan onderwerpen, waaronder diversiteit, arbeidsparticipatie onder jongeren en de armoede- en schuldenaanpak.

Wiebe Korf MSc

Wat werkt voor wie en wanneer? En misschien interessanter: hoe kun je degenen voor wie iets niet werkt, tóch betrekken in het beleid door een steuntje in de rug te bieden? Het antwoord op dit vraagstuk probeer ik te vinden door maatschappelijk relevant onderzoek te doen met als doel tot concrete verandering in beleid te komen. Ik ben sterk in statistiek en data, zonder de mens achter de cijfers uit het oog te verliezen.

De leerplichtambtenaar: handhaver, adviseur, schakelaar en partner

Een effectieve aanpak van schoolverzuim vraagt om samenwerking tussen scholen en leerplicht. Uit ons onderzoek naar schoolverzuim en beeldvorming over leerplicht onder po- en vo- scholen komt naar voren dat scholen verwachten dat de leerplichtambtenaar kan optreden als handhaver, adviseur, schakelaar en partner in de verzuimketen. Hoewel scholen een breed takenpakket toekennen aan leerplichtambtenaren, worden ze vaak (pas) ingeschakeld wanneer er sprake is van ongeoorloofd verzuim. Scholen en leerplicht zoeken elkaar minder op in de voorfase van het verzuim. Oftewel: ze werken nog (te) weinig samen om schoolverzuim te voorkomen. In opdracht van Ingrado, de brancheverenging voor leerplicht en rmc, hebben we gezocht naar aanknopingspunten voor versterking van de huidige verzuimaanpak.

Verzuimbeleid vergt maatwerk

Op basis van een online quickscan onder po- en vo-scholen, een analyse van verzuimprotocollen en verdiepende gesprekken met zowel scholen als leerplichtambtenaren constateren we dat de meerderheid van de scholen werkt vanuit de visie om (meer) verzuim te voorkomen. Er wordt uitgegaan van wat maximaal haalbaar is voor de leerling. Dit sluit aan op de uitgangspunten van de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS), die de werkwijze van de leerplichtambtenaar en betrokken partners bij verzuim beschrijft en sinds 2017 op landelijk niveau in gebruik is.
De relatie met de MAS is niet verrassend. De meeste scholen houden zich bij het vormgeven van hun verzuimbeleid en protocol aan de regionale richtlijnen die zijn afgesproken met de scholen in hun regio, RMC en leerplicht. Dit kunnen specifieke afspraken zijn met leerplicht (die bijvoorbeeld niet in de standaardafspraken van de Leerplichtwet zijn vastgesteld) of afspraken over het volgen van een bepaald stappenplan (werken met een verzuimkaart, meldmethodiek, stroomschema’s e.d.). In sommige regio’s is er meer aandacht voor bepaalde typen verzuim (zoals thuiszitters of problematische ziekteverzuim).

Uit de quickscan komt onder meer naar voren dat de ruime meerderheid van de responderende scholen een verzuimbeleid heeft geformuleerd en bovendien een verzuimprotocol heeft opgesteld. Dit geldt in sterkere mate voor het voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs en speciaal onderwijs) dan voor het basisonderwijs (inclusief speciaal basisonderwijs). Ongeveer de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs die een verzuimbeleid hebben geformuleerd, heeft daarbij de leerplichtambtenaar betrokken. Binnen het basisonderwijs geldt dat voor een derde van de scholen.

Verwachtingen van scholen ten aanzien van de leerplichtambtenaar

Scholen zijn doorgaans tevreden over de leerplichtambtenaar. Opvallend is wel dat de scholen een brede rol toekennen aan de leerplichtambtenaar. Het gaat dan op hoofdlijnen om vier verschillende rollen voor de leerplichtambtenaar: die van handhaver, adviseur, schakelaar of partner. De traditionele rol van handhaver wordt daarbij het vaakst genoemd door de scholen. Echter, scholen die geregeld samenwerken met leerplicht onderschrijven het meest het belang van de schakelrol,

Behoefte aan ondersteuning bij de aanpak tegen (problematisch) ziekteverzuim

Scholen hebben geen sterke behoefte aan ondersteuning bij het opstellen van hun verzuimbeleid. De leerplichtambtenaar wordt over het algemeen in de rol van kritische meedenker (adviseur) betrokken maar niet als medeontwikkelaar. Maatwerk door school en leerplicht, bijvoorbeeld in situaties die vragen om een afwijkende aanpak, blijft een aandachtspunt. Scholen geven aan graag meer ondersteuning te willen bij het realiseren van een meer effectieve aanpak van problematisch ziekteverzuim. De leerplichtambtenaar heeft in die zin dus ruimte om de rol als adviseur sterker op te pakken. Een rol die sterker aangezet kan worden door meer casusoverstijgend (de samenwerking in) de verzuimaanpak te evalueren.

Meer informatie?

Meer weten over de uitkomsten van het onderzoek? Lees het onderzoeksrapport of het interview dat wij gaven voor Ingrado Magazine. Neem contact op met Suna Duysak of Jos Lubberman voor verdere vragen over het onderzoek.

Alle jongeren een kans, ook in tijden van corona

Tijdens de coronacrisis neemt de kansenongelijkheid flink toe, met name onder jongeren. Het kabinet kondigt maatregelen aan om dit tegen te gaan. Kijkend naar onze projecten gericht op werk en inclusievraagstukken, lijkt een actief arbeidsmarktbeleid noodzakelijk om alle jongeren een mooie toekomst te kunnen bieden.

Kansen vergroten

De laatste jaren zijn er diverse maatregelen getroffen om een inclusieve(re) arbeidsmarkt te creëren waarin iedereen kans heeft op werk. Voor het vergroten van baankansen van mensen met een arbeidsbeperking zijn onder meer de Participatiewet ingevoerd en hebben werkgevers zich via de Wet banenafspraak gecommitteerd aan het creëren van extra banen voor deze doelgroep. Sinds de invoering van deze maatregelen hebben jonggehandicapten iets meer kans op een baan, blijkt uit onderzoek. Ook voor andere groepen zijn de laatste jaren initiatieven gelanceerd gericht op het vergroten van kansen voor iedereen op goed onderwijs en werk. Voorbeelden hiervan zijn de Gelijke Kansen Alliantie, waarin het ministerie van OCW samen met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners werkt aan het tegengaan van kansenongelijkheid in het onderwijs, en het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, waarin specifiek het vergroten van maatschappelijke kansen van inwoners van Rotterdam Zuid wordt nagestreefd.

Toename kansenongelijkheid

Ondanks deze aandacht voor inclusiviteit en gelijke kansen dreigt met de intrede van de coronacrisis de kansenongelijkheid weer flink toe te nemen, met name onder jongeren. Zo schrijft de Onderwijsraad in het advies Vooruitzien voor jonge generaties dat de coronacrisis de bestaande verschillen vergroot en dat de kwetsbare jongeren nu extra hard geraakt worden. Ook de werkloosheidscijfers laten zien dat de werkloosheid met name onder jongeren in een rap tempo toeneemt. Het kabinet kondigt daarom in de miljoenennota een pakket aan maatregelen van 1,4 miljard euro aan om onder andere jeugdwerkloosheid te bestrijden. Speciale aandacht komt er ook voor mensen met een arbeidsbeperking. In het najaar zal daarvoor het wetsvoorstel Breed Offensief worden gelanceerd, waarmee het voor werkgevers makkelijker moet worden om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.

Ons onderzoek

Uit verschillende van onze onderzoeken blijkt dat een actieve inzet op loopbaanontwikkeling, intensieve en doorlopende begeleiding en samenwerking met werkgevers belangrijke elementen zijn om jongeren aan het werk te krijgen en te houden. We volgen dan ook met interesse of de aangekondigde maatregelen van het kabinet voldoende mogelijkheden bieden voor het inrichten van een actief arbeidsmarktbeleid, waarin diverse partijen, waaronder werkgevers, overheid, onderwijs en de jongeren zelf in staat worden gesteld om gezamenlijk een mooie toekomst te bieden voor juist die groepen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Wij hopen dat onze projecten hier via het bieden van nieuwe inzichten een positieve bijdrage aan kunnen leveren.

Meer informatie?

Lees meer over de projecten die wij doen op de verschillende werkveldpagina’s of op de projectenpagina of neem contact op met Miranda of Sanne.

Amsterdamse scholen krijgen geen subsidie als ze een te hoge ouderbijdrage vragen

Zeven scholen komen niet in aanmerking voor gemeentelijke subsidies voor onder meer vakleerkrachten voor cultuur en bewegingsonderwijs en onderwijs-ondersteunend personeel. Met haar maatregel, die ze in november 2019 aankondigde, wil de Amsterdamse wethouder afdwingen dat scholen de vrijwillige ouderbijdrage verlagen.

Geen leerlingen uitsluiten
De ‘vrijwillige’ ouderbijdrage in het onderwijs staat al langer onder druk. In december 2019 stemde bijna de hele Tweede Kamer in met een wetsvoorstel waarin werd bepaald dat leerlingen niet langer door de school mogen worden uitgesloten van activiteiten omdat hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet hebben betaald. Scholen mogen een ouderbijdrage vragen, maar moeten in de schoolgids expliciet benoemen dat deze vrijwillig is. Het wetsvoorstel werd in juli 2020 aangenomen door de Eerste Kamer.

Meer informatie
De Amsterdamse wethouder ligt in haar brief aan raadsleden het besluit om zeven basisscholen geen subsidie te verlenen verder toe. In 2018 spraken we met vertegenwoordigers van het onderwijs, ouders en leerlingen over de vrijwillige ouderbijdrage. Een korte samenvatting van ons onderzoek en onze rapportage vindt u hier.