Werkveld: Sociaal domein
“Beleidsmakers, ga nou eens écht kijken in de samenleving”
Waarom werkt bepaald beleid – bijvoorbeeld op het gebied van armoede – wél, en ander beleid juist weer helemaal níet? Het is een vraag die Coco Bastiaansen (die deze zomer begon als onderzoeker in ons team Zorg & Veiligheid) al tijden bezighoudt.
Tijdens haar studie Sociaalpedagogische Hulpverlening raakte Coco Bastiaansen gefascineerd door de kloof die er soms gaapt tussen de wereld van beleid aan de ene, en de praktijk van alledag aan de andere kant. “Na een stage bij de gemeente Rotterdam ben ik in die stad aan de slag gegaan als maatschappelijk werker. In die rol kwam ik over de vloer bij gezinnen in achterstandswijken die kampten met schulden. Daar zag ik met eigen ogen hoe groot de invloed van beleid vaak is. Beleid kan een oplossing bieden voor de problemen van mensen, maar het kan ook echt de plank misslaan.”
Geen goed beeld
“Een voorbeeld? In veel gemeenten kunnen mensen met een laag inkomen vaak gratis of met korting allerlei leuke dingen kunnen doen. Maar de brief waarmee mensen daarvan op de hoogte worden gesteld, is vaak enorm ingewikkeld – met als gevolg dat een groot deel van de doelgroep zo’n pas nooit aanvraagt.”
Beleidsmedewerkers en maatschappelijk werkers hebben vaak simpelweg geen goed beeld van de belevingswereld van hun doelgroep, merkte Coco. “Als jij zelf niet arm bent, is het gewoon enorm lastig om te snappen hoe het is voor mensen om in armoede te leven. Beleidsmakers zou ik dus vooral willen aanraden om erop uit te gaan en nou eens écht te gaan kijken in de samenleving en te praten met de mensen waarvoor het beleid gemaakt wordt.”
Generatiearmoede
Coco raakte door haar werk steeds meer gefascineerd door de vraag waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen in een samenleving en welke factoren daarbij meespelen. “Daarom ben ik nog verder gaan studeren, om te beginnen in Tilburg waar ik een premaster Sociologie heb gedaan. Daarna heb ik een jaar de master Social Research gedaan in Trento in Italië, en in Tilburg nog de master Sociologie. In dezelfde stad heb ik vervolgens nog een tijdje gewerkt als junior onderzoeker bij Tranzo – een wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn – en bij de afdeling cognitieve neuropsychologie van de universiteit.”
Vooral in die laatste functie kwamen Coco’s eerdere ervaringen vanuit haar studie Sociaalpedagogische Hulpverlening en in de Rotterdamse praktijk goed van pas, vertelt ze. “Een onderzoek waar ik me vooral mee bezig heb gehouden ging over de aanpak van generatiearmoede. Wat voor invloed heeft armoede op de werking van de hersenen? En hoe kunnen het gemeentelijk beleid en de manier van hulpverlening hierop aangepast worden zodat het bijdraagt aan het welzijn van de mensen? Enorm interessant.”
Korte vs. lange termijn
Het is al uit meerdere onderzoeken gebleken dat de hersenen anders werken wanneer mensen schaarste, zoals armoede, ervaren, vertelt Coco. “Mensen die in armoede leven, zijn vooral gericht op de korte termijn en zijn daardoor ook minder goed in staat om op de lange termijn te denken. Bij beleidsmakers ontbreekt dit soort kennis vaak, waardoor er een mismatch ontstaat tussen het beleid aan de ene, en de belevingswereld van de doelgroep aan de andere kant.”
Twee brillen
Coco werkte nog een tijdje bij de gemeente Den Haag en bij een beleidsonderzoeksbureau in Breda, om uiteindelijk terecht te komen bij Regioplan als medior onderzoeker in het team Zorg & Veiligheid. “Beleidsonderzoek vind ik razend interessant. Op dit moment houd ik me binnen ons team bezig met een onderzoek naar de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Een onderwerp dat nieuw voor me is, maar dat ik wel enorm interessant vind. Leuk om me daar in te verdiepen.”
Als beleidsonderzoeker komt Coco’s praktijkervaring sowieso goed van pas, denkt ze. “Uiteindelijk gaat het er simpelweg om dat beleid datgene doet waarvoor het bedoeld is. Dat klinkt heel eenvoudig, maar ik heb met eigen ogen gezien hoe lastig dat kan zijn. Daardoor kan ik goed door twee brillen naar beleid kijken, en die ervaring breng ik graag mee naar Regioplan.”
Onderzoek naar uitvoering van verslavingszorg in Enschede
Voor de rekenkamer van de gemeente Enschede voerden wij een onderzoek uit naar de uitvoering van de verslavingszorg in Enschede en regiogemeenten. Doel van het onderzoek was om inzichtelijker te maken uit welke activiteiten die verslavingszorg precies bestaat en wat de ingezette (financiële) middelen en behaalde doelen per activiteit zijn.In de regio Enschede gaat er relatief veel geld van de gemeentelijke begroting naar verslavingszorg, terwijl het tegelijkertijd niet strikt is afgebakend welke activiteiten allemaal onder verslavingszorg vallen. Voor dit onderzoek hebben we samengewerkt met onderzoeksbureau Cebeon.
Inhoud van het onderzoek
Het onderzoek omvat verscheidene facetten van de zorgactiviteiten van Tactus, de hoofdaanbieder van verslavingszorg in de regio Enschede, zoals preventie, bemoeizorg, dagopvang, beschermd wonen en ambulante zorg. Om scherp te krijgen hoe deze activiteiten precies behoren bij te dragen aan het tegengaan van verslavingsproblematiek, hebben we gesproken met beleidsmakers, personeel en cliënten van Tactus en diverse ketenpartners. Tegelijkertijd is er door Cebeon een financiële analyse uitgevoerd van de uitgaven van de gemeente Enschede aan de verschillende activiteiten, waarbij ook de verantwoordingsinformatie van Tactus is meegenomen. Daarbij is een vergelijking gemaakt met drie andere gemeenten, om de uitkomsten in een breder perspectief te plaatsen.
Conclusies en aanbevelingen
Hoewel uit het onderzoek bleek dat Tactus ruimschoots voldoet aan de randvoorwaarden voor effectief verslavingsbeleid, kunnen op basis van het onderzoek geen harde uitspraken gedaan worden over effectiviteit en efficiëntie van de verslavingszorg. De verantwoordingsinformatie van Tactus bevat namelijk weinig gegevens over de (lange termijn-) resultaten van de diverse trajecten. Deels komt dit doordat resultaten soms moeilijk meetbaar te maken zijn, zoals bij verslavingspreventie. Een andere oorzaak is echter dat de gemeente Enschede geen heldere indicatoren hanteert voor een effectmeting, zoals cijfers over terugval van (ex-) cliënten, waarover Tactus vervolgens zou kunnen verantwoorden. Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek was daarom om dergelijke indicatoren in de toekomst concreter te maken, zodat de gemeente meer inzicht heeft en beter bij kan sturen in de uitgaven en opbrengsten van de verslavingszorg.
Meer weten over dit onderzoek?
Download hieronder het eindrapport of neem contact op met Niek of Katrien.
Evaluatie programma Welsaam Wageningen door inwonersgesprekken
Het beleidsprogramma voor het welzijnsbeleid van de gemeente Wageningen kwam in 2018 na uitgebreide inspraak van inwoners tot stand. Bij het evalueren van dit beleidsprogramma vond de gemeente het belangrijk om de perspectieven van inwoners wederom nadrukkelijk mee te nemen, zodat het toekomstige beleid goed bij de inwoners aan blijft sluiten. Voor de evaluatie van de uitgevoerde activiteiten hebben wij daarom diverse groepen inwoners geïnterviewd die in de voorgaande jaren ondersteuning hebben gekregen op diverse leefgebieden. In deze gesprekken hebben wij ons gericht op ondersteuningsactiviteiten op zes verschillende thema’s: jeugd, vluchtelingen, mantelzorgers, vrijwilligers, leefbaarheid en maatschappelijk werk bij levensvraagstukken.
Alle geëvalueerde beleidsactiviteiten zijn uitgevoerd door organisaties die onder het samenwerkingsverband Welsaam vielen. Als leidraad voor de evaluatie is gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar factoren die bijdragen aan effectief sociaal beleid voor de diverse thema’s: de zogenoemde werkende elementen van het beleid. In de inwonersgesprekken zijn de activiteiten van Welsaam getoetst op de aanwezigheid van deze werkzame elementen, om zodoende de ervaringen van inwoners beter te kunnen duiden.
Uit het onderzoek komt naar voren dat bewoners met name de laagdrempeligheid van de hulpverlening vanuit Welsaam over het algemeen hoog waarderen. Deze laagdrempeligheid vergroot de bereidheid van inwoners om hun problemen met de hulpverleners te delen, wat het leveren van maatwerk in hulpverlening ten goede komt. Bij effectief maatwerk hoort ook dat hulpverleners mensen goed kunnen begeleiden in het inzetten van hun eigen netwerk voor de nodige hulp.
Er waren ook thema’s waar nog aanzienlijke verbetering te behalen viel. Zo bleek uit de gesprekken een zekere behoefte aan meer maatwerk in de taallessen voor vluchtelingen. Tevens bleek dat de mogelijkheden in mantelzorgondersteuning nog beter onder de aandacht gebracht konden worden. Tot slot valt op dat bij het organiseren van leefbaarheidsinitiatieven de communicatie tussen burger en gemeente soms nog te wensen over liet.
Meer weten over dit onderzoek?
Lees hier het eindrapport of neem contact op met Niek of Katrien!
Opbrengsten van de Expertpool Ouderenmishandeling
Vandaag (15 juni) is de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling. Wereldwijd wordt er vandaag aandacht gevraagd voor geweld tegen ouderen, zoals lichamelijk geweld, emotionele mishandeling of financieel misbruik. Het effectief tegengaan van ouderenmishandeling is een vraagstuk waar veel Nederlandse gemeenten nog mee worstelen. Regioplan beheert en coördineert daarom sinds begin vorig jaar een Expertpool Ouderenmishandeling, die gemeenten kan ondersteunen bij vraagstukken rondom het ontwikkelen van een eigen lokale aanpak op dit thema.
Bijeenkomst Expertpool Ouderenmishandeling
Op maandag 12 juni organiseerde Regioplan een bijeenkomst die in het teken stond van de resultaten die het afgelopen anderhalf jaar met ondersteuning van de Expertpool zijn bereikt. Naast de 24 gemeenten die gebruik hebben gemaakt van de Expertpool waren daarbij ook afgevaardigden vanuit andere gemeenten welkom. In vier presentaties kwamen experts en gemeenten aan het woord om toe te lichten wat ze de afgelopen maanden samen hebben bereikt.
Samen bouwen aan een visie op een lokale aanpak van ouderenmishandeling
Bij het tot stand brengen van een gedegen gemeentelijke aanpak van ouderenmishandeling is het allereerst belangrijk om als gemeente draagvlak te creëren bij de organisaties waar je mee samenwerkt, zoals thuiszorgorganisaties en Veilig Thuis. De ervaring leert daarbij dat het kan helpen om met een beperkt aantal gemotiveerde partners te beginnen aan de hand van een specifiek thema, en vervolgens daarop verder te bouwen aan een meer alomvattende aanpak van ouderenmishandeling. Zo kwam in de presentaties een gemeente aan het woord die gestart was met het ontwikkelen van een aanpak aan de hand van het thema ‘ontspoorde mantelzorg’, en hield een andere gemeente zich bezig met het opzetten van een Lokale Alliantie tegen financieel misbruik. Daardoor ging bij deze gemeenten het thema van ouderenmishandeling voor de betrokken partners meer leven, wat weer een goede basis schept voor verdere samenwerking.
Bewustwordingscampagnes en deskundigheidsbevordering
Dat het draagvlak voor een lokale aanpak van ouderenmishandeling geen vanzelfsprekendheid is, komt onder andere doordat ouderenmishandeling lang niet altijd een zichtbaar fenomeen is. Het gaat veelal nog om ‘verborgen leed’. Dit was ook het uitgangspunt van een bewustwordingscampagne die is ontwikkeld door een van de aanwezige G4-gemeenten. Deze campagne had als doel om professionals én burgers bewuster te maken van de vele verschillende vormen van ouderenmishandeling en hoe die zich kunnen openbaren. Het herkennen van de signalen van ouderenmishandeling stond ook centraal in de training die in een van de presenterende gemeenten aan zorgprofessionals werd aangeboden. Om zorgen over (mogelijke) ouderenmishandeling scherper te krijgen en daar goed naar te kunnen handelen, is het in alle gevallen belangrijk hierover al bij de eerste signalen in gesprek te gaan – zowel als slachtoffer, professional en als bezorgde burger.
Reacties van gemeenten
Ook gemeenten die zelf nog niet bezig zijn met een lokale aanpak ouderenmishandeling gaven na de bijeenkomst aan veel inspiratie uit de presentaties te halen. Zo waren verschillende gemeenten geïnteresseerd in de mogelijkheid om zelf een bewustwordingscampagne op te zetten. Daarnaast stimuleerden de voorbeelden in de presentaties gemeenten om het tegengaan van ouderenmishandeling effectiever op de agenda te zetten.
Verder lezen over ouderenmishandeling?
Neem dan eens een kijkje in:
• het lokaal plan van aanpak Roosendaal.
• de risicoprofielen voor slachtoffers van ouderenmishandeling.
• het Actieplan Ontspoorde Mantelzorg.
• het onderzoek Lokale Allianties.
Bekijk ook het verslag van de slotconferentie Expertpool Ouderenmishandeling.
Effectieve jeugdbescherming: partner in een netwerk
Hoe geef je de opdracht aan gecertificeerde instellingen zo vorm, dat die leidt tot een effectieve jeugdbescherming? Een ingewikkelde vraag, die ook gaat over hoe je als gemeente met de jeugdbescherming samen wilt werken. In West-Friesland werkten Katrien de Vaan van Regioplan en Chiel Peters van Hiemstra & De Vries samen met gemeenten en gecertificeerde instellingen aan het formuleren van uitgangspunten die helpen te sturen op effectiviteit.
Gezinsgericht werken staat centraal bij de invulling van jeugdbescherming in West-Friesland. Maar in de praktijk blijkt helemaal niet zo duidelijk wat gezinsgericht werken eigenlijk is. En als wel duidelijk is wat er onder verstaan moet worden, blijkt het nog niet zo eenvoudig in de praktijk te brengen.
In West-Friesland zochten gemeenten naar een manier om duidelijker vast te leggen wat onder gezinsgericht werken moet worden verstaan. Die zoektocht leidde echter al snel tot een goed gesprek over wat je als gemeente eigenlijk van de jeugdbescherming verwacht, en omgekeerd: wat je als gemeente zelf (in je lokale teams en als opdrachtgever) moet doen om dat gezinsgericht werken door de jeugdbescherming te ondersteunen. Een mooi gesprek dat begon met en tussen gemeenten en is verbreed naar de Gecertificeerde Instellingen in de regio.
Het heeft geleid tot uitgangspunten voor de inkoop van jeugdbescherming, en daarnaast tot een heleboel bijvangst over wat een effectieve jeugdbescherming in de weg staat en ondersteunt. Een mooie uitkomst om verder mee aan de slag te gaan.
Evaluatie klantbeleving minimabeleid gemeente Leidschendam-Voorburg
Inwoners met een laag inkomen in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar kunnen gebruikmaken van verschillende minimaregelingen. In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg voeren we een klantbelevingsonderzoek uit als onderdeel van hun evaluatie van het minimabeleid over de periode 2019-2022.
Inwoners met een laag inkomen in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar kunnen gebruikmaken van verschillende minimaregelingen, zoals bijzondere bijstand, Ooievaarspas en collectieve zorgverzekering. De uitvoering hiervan wordt gedaan door de inkomensconsulenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg, en in de toeleiding wordt samengewerkt met verschillende maatschappelijke partners.
Het onderzoek
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft ons gevraagd om een klantbelevingsonderzoek onder minimahuishoudens uit te voeren als onderdeel van hun evaluatie van het minimabeleid over de periode 2019-2022. Het onderzoek moet inzicht bieden in de ervaringen van huishoudens die gebruikmaken van de minimaregelingen in Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar.
Klantreisbenadering
Om het perspectief van de huishoudens in kaart te brengen houden we narratieve interviews en ontwikkelen we aan de hand daarvan klantreizen. Deze klantreizen laten zien welke relevante gebeurtenissen zich voordeden, wie daarin een belangrijke rol speelden en hoe de huishoudens de interactie met professionals hebben ervaren. Het perspectief van de minimahuishoudens is belangrijke input om het nieuwe minimabeleid effectief in te kunnen richten.
Meldpunt Mensenhandel in de Eenheid Den Haag
Een integraal meldpunt kan het signaleren en aanpakken van mensenhandel vergemakkelijken. Wij ondersteunden het RSIV bij het uitwerken van scenario’s rond de inrichting en positionering van een meldpunt.
Het signaleren van mensenhandel is een essentiële schakel in de aanpak van deze problematiek omdat (potentiële) slachtoffers afhankelijk kunnen zijn van mensen uit hun omgeving om uit de uitbuitingssituatie te kunnen komen. De brede groep (zorg)professionals kan een belangrijke rol spelen bij de signalering van onveiligheid, uitbuiting en afhankelijkheden.
In het Regionale Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) is geconstateerd dat (zorg)professionals in de Eenheid Den Haag een centraal meldpunt mensenhandel missen. Het ontbreken van dit meldpunt staat, aldus het RSIV, een adequate signalering en opvolging van mensenhandel in de weg. Het RSIV heeft behoefte aan een advies waar en hoe een meldpunt voor signalen van mensenhandel gepositioneerd en ingericht kan worden.
Daarom heeft het RSIV Regioplan gevraagd om het maken van strategische keuzes voor te bereiden en over die keuze te adviseren, en hierbij op zoek te gaan naar een passend inrichtingsscenario vanuit de bestaande uitvoeringspraktijk. We leverden een advies en een implementatieplan op. Beiden zijn niet openbaar beschikbaar.
Mensenhandel: een analyse van samenwerking in en om Den Haag
Het aantal organisaties dat meewerkt aan het voorkomen en aanpakken van mensenhandel is groot. In de regio Den Haag brachten we in kaart hoe het netwerk van organisaties eruit ziet en hoe zij beter kunnen samenwerken.
De politieke en bestuurlijke aandacht voor mensenhandel nam de afgelopen paar jaar sterk toe. Gezien de complexiteit en veelzijdigheid van het fenomeen, vraagt een effectieve aanpak om samenwerking. In veel regio’s kan deze samenwerking beter. Vaak ontbreekt zicht op de aard en omvang van mensenhandel, is informatie-uitwisseling tussen organisaties niet optimaal ingericht of missen organisaties slagkracht.
Als reactie hierop zijn veel gemeenten en netwerkpartners begonnen met het verbeteren van netwerksamenwerking. Ook in en om Den Haag is er ontwikkeling zichtbaar. Inmiddels zijn vanuit het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) pogingen gedaan om zicht te krijgen op het grote aantal organisaties dat een bijdrage levert aan het voorkomen en bestrijden van mensenhandel of het beschermen van slachtoffers. In lijn hiermee vroeg het RSIV aan Regioplan om een onderzoek uit te voeren naar de samenwerking rond mensenhandel in de regionale eenheid Den Haag.
Het rapport is niet openbaar.
Titus Scholten BSc
Ik heb de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie in de zomer van 2021 voltooid. Tijdens mijn studie heb ik geleerd hoe belangrijk het is om kennis te nemen van iedereens ervaringen en perspectieven. Zo krijg je het meest volledige beeld van complexe zaken. Ik werk sinds begin 2023 met veel plezier voor het team Mens en Samenleving. Om de meest kwetsbare groepen in onze samenleving te beschermen is goed beleidsonderzoek ontzettend belangrijk. Daarvoor wil ik mij inzetten bij Regioplan. Ik hoop de kennis die ik tijdens mijn studie (en mijn leven) heb opgedaan te kunnen gebruiken om de wereld om mij heen beter achter te laten dan dat ik haar heb aangetroffen.
Succesvolle pilot: ‘Sociaal juridische hulp om de hoek’
Waar kun je als burger met een sociaaljuridische vraag terecht als er in je directe omgeving geen hulp beschikbaar is? Inwoners van Heerenveen, Hengelo en Venray konden sinds begin 2021 – bij wijze van pilot – terecht bij een sociaaljuridisch spreekuur in de plaatselijke bibliotheek. En dat blijkt te werken, zo blijkt uit een evaluatie door Regioplan.
Vragen over werk, inkomen, een arbeidscontract of uitkeringen. Over trouwen, samenwonen of scheiden. Of over toeslagen, wonen, alimentatie en schulden. Wetten en regels zijn lang niet altijd even duidelijk voor iedereen, en voor veel burgers is het – zo blijkt uit onderzoek – in toenemende mate lastig geworden om mee te doen in de steeds complexer wordende samenleving.
Geen rechtsbijstand beschikbaar
Voor het aanpakken van sociaaljuridische problemen kunnen burgers een beroep doen op de rechtsbijstandsverlening (door Sociaal Raadslieden en door het Juridisch Loket), maar met name buiten de Randstad en in niet-stedelijke gebieden is deze eerstelijnsdiensverlening vaak niet beschikbaar in de directe omgeving. Ook weten veel burgers (maar ook veel vrijwilligers en professionals) vaak niet precies welke hulproutes ze zoal kunnen bewandelen, en met welke problematiek ze bij welke instantie terechtkunnen.
Drie pilots
Per 1 januari 2021 ging daarom – op initiatief van Sociaal Werk Nederland en de Koninklijke Bibliotheek – de pilot ‘Sociaal juridische hulp om de hoek’ van start, gericht op het versterken van het aanbod van en de samenwerking tussen de dienstverleners aan de voorkant van het sociaaljuridische domein. Concreet ging het hierbij om drie min of meer vergelijkbare deelprojecten: in Hengelo, Venray, en in Heerenveen en omgeving.
In deze drie middelgrote gemeentes werden inloopspreekuren ingesteld in de bibliotheek, verzorgd door een sociaaljuridisch dienstverlener (SJD’er). Daarnaast was er tijd gereserveerd voor nazorg, zoals het contact opnemen met instanties, het opstellen van brieven, het opstarten van procedures en het uitzoeken van zaken.
Geen dienstverlening
Op verzoek van de initiatiefnemers evalueerde Regioplan de pilot. Vóórdat deze spreekuren werden ingesteld, was er nauwelijks sprake van sociaaljuridische dienstverlening in de drie betrokken plaatsen, schetst onderzoeker Frank Kriek. “Inwoners met hulpvragen met een juridisch aspect konden tot dan toe alleen gebruikmaken van de advocatuur of van het juridisch loket in een grotere plaats verderop. Het inloopspreekuur zou dit gat moeten opvullen, zo was de gedachte.”
Escalatie voorkomen
Na een ietwat langzame start werden de spreekuren uiteindelijk goed gevonden door inwoners en door andere hulpverleners. Cliënten voelen zich bovendien in hoge mate serieus genomen en waardeerden de persoonlijke aandacht en het luisterend oor, vertelt Frank. “Uit de vele gesprekken met cliënten en partners in het netwerk komt duidelijk naar voren dat de spreekuren bijdragen aan het voorkomen van de escalatie van problematiek. Zo vinden cliënten dat door de dienstverlening hun problemen overzichtelijk zijn geworden, zodat hieraan gewerkt kan worden en deze zich niet opstapelen. Ook kregen zij beter inzicht in hun financiële problematiek. Eén cliënt vertelde dat door de dienstverlening zijn schulden niet verder waren opgelopen en dat – doordat de terugvordering werd gepauzeerd – acute geldproblemen konden worden afgewend.”
Door de pilot ontstond er bovendien beter inzicht in het netwerk rond het juridisch spreekuur, vervolgt Frank. “Netwerkpartners zijn nu beter op de hoogte van het aanbod en verwijzen actief door.”
Netwerksamenwerking kan beter
Tegelijkertijd was het project ook gericht op het versterken van de samenwerking tussen de dienstverleners die actief zijn in het sociaaljuridisch domein. De resultaten hiervan kunnen nog beter en verschillen in hoge mate per pilot, schetst Frank. “Er liggen nog veel kansen om de samenwerking te optimaliseren en te versterken. Maatschappelijk werkers stellen in gesprekken dat er wel degelijk sprake is samenwerking is binnen het netwerk, maar dat die samenwerking zowel aan de voorkant (als het gaat om cliënten door te verwijzen naar de sociaaljuridische dienstverlening) als aan de achterkant (cliënten die geholpen zijn verder te begeleiden en te ondersteunen als zij dat nodig hebben) nog beter kan worden georganiseerd.”
Bibliotheek: geschikte plek
Al met al hebben de spreekuren op een innovatieve, laagdrempelige manier bijgedragen aan het duurzaam en kwalitatief oplossen van sociaaljuridische problemen, concluderen de onderzoekers. Frank: “Uit de pilot komt duidelijk naar voren dat de vraag naar sociaaljuridische hulp groot genoeg is om in een middelgrote gemeente vier uur per week een inloopspreekuur te organiseren. De bibliotheek blijkt verder een geschikte plek voor zo’n spreekuur; vanwege de zichtbaarheid en de korte lijnen met organisaties die aanpalende hulpverlening bieden.”
Voor burgers met een sociaaljuridische hulpvraag is dit alles goed nieuws, benadrukt Frank. “Nu is het aan de betrokken gemeenten om te beslissen in hoeverre ze deze laagdrempelige en kosteloze sociaaljuridische dienstverlening structureel willen aanbieden.”
Meer weten?
Neem dan contact op met Katrien. Of lees ons uitgebreide eindrapport met alle bevindingen, conclusies en aanbevelingen.